maandag, augustus 08, 2005

Links in crisis?

Het succes van rechts in Europa

Het gaat niet erg goed met de socialistische partijen in Europa. Links wordt in het defensief gedrongen door “simpele” rechtse ideeën en populaire politici. Wat tot voor kort een vergeelde afdruk van de Reaganeske jaren ’80 leek, is vandaag weer in de mode. Flat tax, nationalisme, private sociale zekerheid, conservatisme, familiewaarden, religieus fundamentalisme, massaal investeren in bewapening… wordt ook in Europa stilaan het programma van belangrijke politieke partijen.

In Frankrijk wordt Nicolas Sarkozy razend populair door oppositie te voeren tegen de regering waarvan hij deel uitmaakt. Geen dag gaat voorbij of ‘Sarko’ verschijnt in een cordon zwaarbewapende CRS-mensen in een appartementsbuurt vol krijsende allochtone moeders, wil de mensen meer “verantwoordelijkheid” geven, stuurt rechters die de strafwet toepassen terug naar school of heeft gewoon ruzie met zijn vrouw. Het publiek smult ervan. Grote woorden over ‘le renouveau de la France’ of ‘het einde van het Ancien Regime’ rollen elke dag over de Franse televisie. Terwijl de man die ze uitspreekt, allerminst vooruit wil. Zo ergens het Frankrijk van voor het Volksfront (1936) moet Sarkozy nog best gezellig vinden. Intussen rolt de verdeelde Franse PS vechtend over straat in de aanloop naar een “clarificatiecongres” en schiet de minister van Binnenlandse Zaken naar hartelust op zijn Chirac-getrouwe en immens impopulaire eerste minister. Oorzaak? Een mislukt referendum dat werd georganiseerd door de president om ofwel zijn concurrent Sarkozy, ofwel de oppositie ten gronde te richten…

Dit terwijl in de andere motor van Europa, Duitsland, kanselier Schröder elke dag minder op een socialist begint te lijken. De SPD verliest verkiezing na verkiezing en krijgt te maken met een “Linke” scheurlijst. Omdat hij het niet meer kan aanzien, vraagt Gerhard de kiezer om het vervroegde genadeschot in september. En toch weten de Duitsers dat het alternatief voor de antisociale besparingspolitiek (waar het electoraat van de SPD het eerste slachtoffer van is) nog veel erger is. Hoewel ze aangevoerd wordt door de eerste vrouwelijke én Oost-Duitse lijsttrekker aller tijden, koppelt de CDU van Angela Merkel zowel economisch als levensbeschouwelijk rechts aan een zeer onvriendelijk buitenlands beleid (Merkel was een van de enige politici die openlijk de Irakoorlog steunde en heeft best wel een boontje voor de Amerikaanse conservatieven).

Het derde lid van het Europese triumviraat, Groot-Brittannië, heeft dan wel een in naam socialistische regering, maar bij haar politiek kunnen toch wel vragen worden gesteld. Het merendeel van Tony Blairs voorstellen lijken rechtstreeks uit The Economist geplukt: de vrije markt toegepast op de overheidsdiensten en de invoering top up-fees aan de universiteit zijn maar een paar voorbeelden die een continentale socialist zouden doen steigeren. Dit alles overgoten met een sausje van strenge veiligheidsmaatregelen tegen terrorisme (“Als het moet, dan passen we de mensenrechtenwet –nota bene een van de grote campagnepunten van Labour in 1997- gewoon aan”) en actieve deelname aan de invasie van Irak. Het is veelbetekenend dat het merendeel van de kiezers Labour als centrum-rechts percipieert.

In de middelgrote landen van de Europese Unie vinden we dezelfde tendens: christen-democraten met (Balkenende) of zonder liberalen (Ahern), of in samenwerking met extreem-rechtse partijen (Schüssel). Ook het eens zo sociaal-democratische Denemarken voert een streng migratiebeleid en een rechtse economische politiek. Over Silvio Berlusconi zwijgen we best.

De diepere gronden voor het succes van rechts

Los van de verschillen tussen al deze landen, is het opvallend dat het “eenvoudig-rechtse” discours veel mensen overhaalt om voor een conservatieve, rechts-liberale, of zelfs extreem-rechtse partij te stemmen. Naast het populistische element, dat een Sarkozy toelaat om zowel te scoren bij het FN- als PS-electoraat en het conservatieve, dat zeker meespeelt in het geval van Merkel, Balkenende en Schüssel, valt vooral het neoliberale element in het rechtse discours op.

Onder impuls van de Republikeinse regering in Amerika duiken de demonen uit de jaren ’80 terug op. Voorstellen die een grote sociale ravage kunnen aanrichten, worden aan de middenklasse-kiezer uitgelegd als kleine sprookjes, waarin de klant eindigt met meer dan hij begint. U bent nooit ziek? U betaalt een kleine bijdrage aan een private verzekeraar om de ergste risico’s op te vangen en u staat niet meer in voor het ongeluk van een ander. U wil een royaal pensioen? Stap in ons beleggingsfonds. Belastingen te ingewikkeld? Flat tax. Overheidstekort? Mutualiteiten afschaffen. Wie hiertegen weerwerk probeert te bieden, is die eenzame verzuurde plundersocialist, die probeert om aan te duiden dat een minieme verschuiving op een blits gemanipuleerd grafiekje voor honderdduizenden mensen een scherpe welvaartsdaling kan inhouden. Ook de voorstanders van de richtlijn-Bolkestein zien het debat min of meer in deze termen. Wie tegen de vrijmaking van de dienstenmarkt is, mag meteen bij de opgezette dino’s in het Jubelpark gaan staan.

Wie verspreidt dit programma? Je kan het elke week lezen in The Economist, bij liberale denktanks, maar het beslissende element lijkt de herverkiezing van Bush vorig jaar te zijn. Nu de Amerikaanse politiek tot 2008 ongeveer vastligt, wordt het aantrekkelijker voor rechtse partijen in Europa om hun geallieerden over de plas te zoeken. Het is geen toeval dat internationale ontmoetingen worden georganiseerd tussen Sarkozy, Merkel en Amerikaanse politici. Het is ook geen toeval dat de meeste nieuwe lidstaten van de EU het neoliberale discours, voor een stuk uit onwennigheid door het communistische verleden, maar ook voor een stuk uit overtuiging, niet ongenegen zijn. Het dominante betoog dat “het Europese sociale model hervormd moet worden” liegt er niet om. Los van de vraag of een “Europees sociaal model” eigenlijk wel bestaat, is het wel duidelijk welke richting men uit wil om het te veranderen. De kaarten voor een hervorming van bovenaf liggen niet zo slecht. Wie zal een hervorming vanuit Europa tegenhouden in 2007? Zweden? België? Spanje? Portugal? Luxemburg?

Ook in België experimenteert het Vlaams B. overigens met neoliberale vehikels à la Von Hayek om kiezers te verleiden in de middenklasse. Bij het VB zal het waarschijnlijk niet lukken om dit discours te voeren, omdat de partij niet primair economisch gericht is. Het VB staat voor Big Government en “nationale solidariteit” ten koste van het individueel eigenbelang, waar deze ideeën mee vloeken. Opvallend is dat George Bush in Amerika er wél in slaagt om deze twee polen te “verzoenen” in zijn dagelijks beleid. Belastingverlagingen en forse investeringen in defensie, private ownership en Patriot Act gaan hand in hand, en toch blijft de man populair. De plotse amoureuze uitzwaai van Frank Vanhecke richting de Amerikaanse contacten van ene Paul Beliën moet misschien eerder in die zin begrepen worden.

Linkse antwoorden?

Laten we terugkeren naar de kern van dit stuk. Europees links wordt in het defensief gedrongen door een gelijkaardig rechts offensief als in de jaren ’80. Toen waren het Reagan, Tatcher en de jonge Verhofstadt. Nu riskeren het Bush, Sarkozy, Merkel en de rechterhersenhelft van Tony Blair te worden, die Europa op een ingrijpende manier willen veranderen. Ter herinnering: de hervormingen van Reagan en Tatcher uit de jaren ’80 werden nooit volledig teruggeschroefd. Ook niet door Bill Clinton of New Labour.

Het tragische is, dat velen zich in dit gevecht van vijand vergissen. Het referendum over de Europese Grondwet is daar het perfecte voorbeeld van. Los van de vraag of de stembusgang de nationale “elite” wou afstraffen en het botweg anti-Europese discours buiten beschouwing gelaten, dachten sommigen dat men “een ander Europa” kon bereiken door een heruitgave van 1789. Alsof een spontaan broodoproer in Brussel de duchtig sloten herstellende “roi fainéant” José I Barosso uit de Berlaymont zou verdrijven om de ene en ondeelbare Europese Republiek met zijn eigen Universele Verklaring van de sociale grondrechten van de burger en de mens te proclameren.

Nochtans is er een eenvoudige manier om deze aanrollende pletwals te stoppen. Een eigen project hebben. Een duidelijk project. Zonder honderdduizend minimale, maar met vier of vijf grote en concrete doelstellingen. Een project dat bevattelijk “verkoopt” bij nationale verkiezingen. Een project dat gemeenschappelijke programmapunten tot bij de kiezers brengt. Is dit een verre droom? Ik denk het niet. Los van onze nationale gevoeligheden, kunnen socialisten zich nog altijd verenigen rond de basiswaarden: vrijheid, gelijkheid en solidariteit.

Vrijheid betekent emancipatie. Het betekent dat je iedereen in de samenleving de (echte) kans geeft om met zijn (of haar) leven te doen wat hij (of zij) wil. Betekent dat er een recht bestaat op abortus, euthanasie, huwelijk voor iedereen. Maar ook dat iedereen de kans moet krijgen om degelijk (niet noodzakelijk hoger) onderwijs te volgen. Dat iedereen recht heeft op degelijk outplacement bij ontslag.

Gelijkheid betekent dat je machtsmisbruik door verzekeringsmaatschappijen, werkgevers en banken bestrijdt. Maar ook dat iedereen mag meebeslissen in wat er in de samenleving gebeurt. Gelijkheid betekent consumentenrecht en concurrentierecht, arbeidsbescherming en meer democratie, zowel politiek als sociaal. Zowel Europa als op het nationale, regionale en lokale niveau, zowel in bedrijfsvestigingen als in multinationals.

Solidariteit betekent dat je mensen zékerheid geeft voor wanneer het minder gaat. En geen afgedwongen zekerheid van matrakken en meer gevangenissen, maar zekerheid die uit de samenleving zelf komt. Zekerheid waarvoor mensen bereid zijn om iets van hun welvaart op te offeren. Sociale zekerheid. Maar ook zekerheid ten opzichte van de rest van de wereld. Terrorisme stop je door democratische hervormingen, zelfbeschikkingsrecht en sanering van het overheidsapparaat in het Midden-Oosten. En waarom zouden we niet bereid zijn om daarvoor te betalen?

Dit zijn ook de punten waar ook de rechtse politici op spelen: u krijgt meer vrijheid met de flat tax, meer solidariteit door een renouveau van de familiewaarden en meer zekerheid door meer politie op straat. Confronteer slogans met slogans en simpele (slechte) oplossingen met simpele (goede) oplossingen. En u kan weer mensen overtuigen. En verkiezingen winnen. En misschien ook eens iets veranderen aan het verfoeide “neo-liberale” Europa.

1 opmerking:

Peter zei

Met je laatste paragrafen ga ik grotendeels akkoord. Het eerste deel vind ik een nogal simplistische voorstelling van de rechtervleugel. Het lijkt nogal op "al wat rechts is, slecht is", het kind met het badwater weggooien.

Waar ik ook niet mee akkoord ga, is dat je in je eerste paragraaf "nationalisme" als rechts (of zelfs extreem rechts?) afschildert. Nationalisme is links noch rechts. Er zijn ook linkse nationalisten, kijk maar naar Spirit. Het Vlaamse nationalisme is grotendeels een kwestie van beter bestuur en zelfbeschikkingsrecht. (waarom zou dit laatste alleen van toepassing zijn op het Midden-Oosten, zoals in je voorlaatste paragraaf?) Ons land kan veel beter bestuurd worden als beide grote gemeenschappen/gewesten dat ook effectief willen. Er kan beter bestuurd worden in de gebieden waar beiden ook effectief in willen samenwerken, ipv een bestuur van het type schoonmoederspolitiek, waarbij de een constant in het vaarwater van de ander zit en men elkaar blokkeert. Samenwerking daar waar mogelijk is, graag, en liefst van al in een ruime context (Europa), doch waar dit niet mogelijk is, moet elke gemeenschap haar eigen weg kunnen gaan. Waar is de basisidee "elk volk een eigen staat" van na de oorlog naartoe? Is dit dan een rechts idee? Helemaal niet. Alle Vlaamse partijen, SP.a en Groen! incluis, zijn voorstander van een grotere Vlaamse zelfstandigheid, zelfs in de gezondheidszorg.

Het grote probleem is dat men bij elk Vlaams standpunt dat men inneemt, afgeschilderd wordt als extremist. Dit vooral door de connotatie met het VB die claimt een monopolie te hebben op deze thema's, hierin bijgestaan door alle franstalige partijen die alle politici die pleiten voor meer Vlaamse zelfstandigheid, afschilderen als extremisten.

Ik zou nationalisme dus niet al te snel onder "rechts" of "extreem rechts" catalogeren. Het staat gewoonweg boven deze discussie, het is een thema dat overal terugkeert, zowel in linkse als rechtse middens, en in beide kringen vind je voor- en tegenstanders.