zaterdag, oktober 22, 2005

"Staking, Staking, 't is te weinig, 't is te weinig!"

Net de DDR-versie van Xavier Verboven en een zeer combattieve Guy Haaze van het liberale syndicaat bezig gezien op TerZake. Er komen serieuze vodden aan voor de regering. Klaarblijkelijk hebben de gezamenlijke ladingen rode en blauwe Wetstraatyuppies de situatie op de werkvloer totaal verkeerd ingeschat. Nationale betoging volgende vrijdag (volgens Verboven annex staking), heel actieplan voor november, enkel terug onderhandelen indien over serieuze zaken... Slik. Mevrouw de tot voor een paar dagen minister van Werk mag zich eens bezinnen over wat ze nu eigenlijk allemaal heeft uitgespookt om de vakbonden zo tegen zich in het harnas te jagen.

Overigens (alweer) schitterend opiniestuk van Walter Pauli in De Morgen vandaag:

WALTER PAULI

Vreemd toch, dat het altijd dezelfden zijn die de problemen weken, zo niet maanden eerder zien aankomen dan de rest. De week voor 1 mei bijvoorbeeld, in het industriële kader van Thurn & Taxis, vierden socialisten uit noord en zuid samen zestig jaar sociale zekerheid. Ze waren er echt allemaal, de mannen en vrouwen van de socialistische partij, de socialistische vakbonden en de socialistische mutualiteiten. Er waren hooggestemde toespraken, zoals dat bij dit soort gelegenheden hoort, en bij de Franstalige sprekers was het solidarité van hier en van ginder. De Vlamingen lieten Louis Tobback een woordje placeren. En toen werd het stil.

Tobback is zelden banaal, maar was zelden even profetisch als die voormiddag. Zijn stem klonk nog rauwer dan anders, toen hij “met name de kameraden van de vakbond” met aandrang eraan herinnerde dat “solidariteit zonder politieke moed een loos begrip is”.

De jonge generatie kreeg even geschiedenisles: “Ik heb het partijbureau nog meegemaakt op het einde van de jaren zeventig. We wisten perfect waar de dingen scheefliepen. We kenden perfect de zaken die moesten veranderen. We zaten in de regering van 1977 tot 1981, maar we zijn er toen niet in geslaagd orde op zaken te stellen. Het resultaat was dat, in de jaren tachtig, anderen in onze plaats het werk hebben gedaan, maar op hun manier, waarmee we het zeker niet eens waren.”

Dus, riep hij op, “stel zelf orde op zaken, want als jullie het niet doen, zullen anderen die taak overnemen, en dan doen zij het op hun manier”.

Vertaald voor wie geen politieke encyclopedie binnen handbereik heeft: Louis Tobback verwees naar het aanhoudende vakbondsverzet, dat uiteindelijk uitliep in de beruchte ‘vrijdagstakingen’, tegen de roomsrode regeringen van Wilfried Martens en Marc Eyskens. Die stelden een aantal maatregelen (onder meer een zekere index-inlevering) voor om het stilaan dramatische begrotingstekort weg te werken. De gezondmaking van de staatsfinanciën was toen het cruciale thema dat het politieke debat beheerste, even belangrijk als het vergrijzingsdebat vandaag is: de uitkomst ervan bepaalt op welke sporen het land het volgende decennium terechtkomt. Toenmalig ABVV-voorzitter Georges Debunne vond de maatregelen asociaal. Want ja, er moest ingeleverd worden. Dat was zo. In de media kreeg Debunne kritiek: het zijn niet de vakbondsleiders die het land besturen. Het zijn de politici. Debunne, de te sterke vakbondsleider, moest zijn troepen niet opjutten.

De regering van Marc Eyskens valt in 1981, onnavolgbaar verwoord door zijn eigen premier: “Het is 21 november, het begin van de herfst, het vallen van de bladeren. Ik deel u mee dat de regering ook is gevallen.” En meteen breekt het herfsttij aan voor het ABVV.

De socialisten vliegen uit de regering, Wilfried Martens leidt een rooms-blauwe coalitie die een hard, zelfs hardvochtig herstelbeleid voert. Het ABVV roept op tot een algemene staking, het ACV doet niet mee. De staking faalt, de inleveringen gaan toch door. Strenger, harder, asocialer dan de korf die Debunne had afgeschoten toen de socialisten nog in de regering zaten. De werkmens bloedde, de socialistische beweging was onmachtig. Dáár verwees Tobback naar, naar de donkerste naoorlogse jaren voor zijn partij en vakbond.

Maar de geschiedenisles moet juist getrokken worden. Georges Debunne staat nog altijd bekend als ‘de laatste grote vakbondsleider’ van het ABVV. ‘Mannen met wie een akkoord nog een akkoord was’, heet het dan. Als die frase opduikt, dan altijd om latere generaties ABVV-voorzitters op de vingers te tikken, te berispen, te kleineren ook. Ook vandaag heet het af en toe dat een van de oorzaken van de tweespalt tussen ABVV en SP.A/PS erin ligt dat Xavier Verboven de troepen niet in de hand kan houden, de baronieën niet onder controle kan krijgen. Destijds staakte het ABVV omdat de leiding te sterk zou zijn geweest. Nu staakt het ABVV omdat de leiding te zwak zou zijn. “Eerlijk, we hebben hier in dit huis de voorbije jaren wel al interne ruzies van formaat meegemaakt”, zegt een vakbondsman, “maar ditmaal niet. Voor een Mexicaans leger is het ABVV de voorbije weken in merkwaardig hechte slagorde opgetrokken. Als er iemand Xavier het lastig had willen maken, dan had hij dat toch gedaan door zich niet-solidair op te stellen. Ga maar na in de pers: er is niet één ‘baron’, van niet één gewest, niet één centrale, die zich publiek heeft uitgesproken tegen de koers van het nationaal bureau.”

Dat is zo. Zelden stond het ABVV zo aaneen.

Zelden stond de vakbond ook zo alleen. Tenminste, in de eerste weken.

Het blijft immers een bijzonder eigenaardige evolutie die zich heeft voorgedaan, op relatief korte tijd. Toen het ABVV de staking aankondigde, en nationaal secretaris Xavier Verboven zichzelf de bijnaam ‘Xavier Ambras’ op de hals haalde, stond het ABVV uiterst geïsoleerd. De SP.A was tegen. De PS (en naar die reactie keek de Wetstraat met argusogen uit) bleek eveneens tegen. Waardoor het adagium dat Jean-Luc Dehaene jaren geleden verspreidde over zijn machtigste coalitiepartner weerom bewaarheid werd: “De privatisering van tal van parastatalen, de gezondmaking van de staatsfinanciën, de inleveringen die daarbij horen, de verdere federalisering van België, het is allemaal gebeurd mét de PS. Ge moet niet naar de clichés kijken. Ge moet op de feiten letten.”

ACV-voorzitter Luc Cortebeeck schaarde zich achter Verhofstadt, tegen het ABVV. Ook daar was de historische verwijzing snel gemaakt: de nieuwe Jef Houthuys was opgestaan.

Houthuys was een tijdgenoot van Debunne.

In de vrijdagstakingen volgde hij de ABVV’er, maar nadien steunde hij voluit het inleveringsbeleid van de rooms-blauwe coalities onder Wilfried Martens. De jonge Guy Verhofstadt was toen een geïnteresseerd waarnemer van dat ACV-spel, hoe Houthuys zijn syndicalisten “op zijn blote knieën smeekte” de regeringsvoorstellen te aanvaarden.

Alleen met de steun van de vakbondsman kon de regering van zijn vriend Martens het inleveringsbeleid uitvoeren. Er was Guy Verhofstadt dus veel aan te doen om, twintig jaar later, Houthuys’ verre opvolger Luc Cortebeeck mee te krijgen. Om een aangepaste vorm van inlevering erdoor te krijgen: niet de index, maar de regeling omtrent het brugpensioen staat ter discussie.

Dat leek aanvankelijk te lukken, al was er wel werk aan. Als tijdens de zomer de eerste vergrijzingsnota’s zijn uitgedeeld, en ABVV en ACV-topmannen elkaar nog amicaal bejegenen, is Luc Cortebeeck minstens zo strijdbaar als het ABVV. Gnuivend halen ABVV’ers nog altijd het krantenknipsel uit de krant De Tijd boven. Datum: 30 juni. Met fluostift staat de passage aangestreept over de “nationale stakingsgolf waarmee de grootste vakbond, het ACV, dinsdag dreigde”. ‘Een politieke demarche’, vonden SP.A-kringen gisteren in het parlement. Ze verwijten de christelijke vakbond dat die het leven van paars op een cruciaal moment probeert te bemoeilijken. Dat de socialistische vakbond ABVV, die traditioneel eerder naar de wapens grijpt dan zijn christelijke collega, dinsdag weigerde het woord staking in de mond te nemen, werd als bewijs aangehaald. Het ABVV rekent op zijn politieke vrienden in de SP.A, en misschien vooral de PS, om de onverteerbare maatregelen grondig bij te sturen”. Zo schreef de zakenkrant de Tijdhet. Dat was de Luc Cortebeeck van de zomer. “Ik dacht nog, Luc, pas op met die woorden, want ik zou nog wel eens willen zien wie het eerste zal staan te staken”, liet ABVV-topman Xavier Verboven zich in die dagen ontvallen.

Maar er wordt verder onderhandeld. De grote ‘ronde’ staat geprogrammeerd op 27 september, Verhofstadt samen met de zogenaamde ‘groep van tien’, ook wel ‘de partners’ geheten, de belangrijke vertegenwoordigers van de werkgevers- en werknemersorganisaties.

Op de vooravond, 26 september, komen ‘de tien’ samen, onder elkaar, zonder ‘de politiek’. Negen van de tien merken daar dat het ACV níét op dezelfde lijn zit van het ABVV. Xavier Verboven zegt wat ze van hem verwachtten, de bekende, zelfs wat voorspelbare ABVV-standpunten. Maar het discours van Luc Cortebeeck is genuanceerder.

En dus heeft hij zijn koers veranderd. De ‘onderhandelingsbereide’ syndicalist van de zomer is nu de balorige, de ‘harde’ van toen nu de man die tot het einde wil onderhandelen.

Nog voor Verhofstadt aan de ultieme vergaderingen moet beginnen ziet iedereen al de barst in het vakbondsfront. De dag nadien wordt dat helemaal duidelijk, als iedereen in aanwezigheid van de premier de kaarten op tafel moet leggen.

En de breuk wordt nog groter. Het ABVV valt aan, kiest voor de staking. Het ACV doet dat niet. Luc Cortebeeck laat verstaan dat hij, via onderhandelingen, het onderste uit de kan zal proberen te halen. Kort voor de door het ABVV aangekondigde staking verandert Verhofstadt van onderhandelingsstrategie.

Hij kiest voor de zogenaamde ‘biechtstoelprocedure’. ‘De tien’, gepokt en gemazeld in het onderhandelen, weten wat dat betekent.

Want hoe verlopen onderhandelingen? Wie aan tafel zit, voert niet alleen druk op op ‘de tegenpartij’ – voor de vakbonden zijn dat meestal de werkgevers, soms de regering – maar ook op ‘de metgezel’: het ABVV ziet dat het ACV niet toegeeft, en omgekeerd. Als deze groep voor een biechtstoelprocedure uitgenodigd wordt, nota bene door de ‘tegenpartij’, dan is er één vorm van druk die wegvalt: die van ‘de metgezel’. Dan kan de tegenpartij bovendien andere voorstellen doen, meer à la tête du client, dan met iedereen aan dezelfde tafel. Zoals de kaarten er toen voorlagen, was dat een procedure om één partner meer kansen te geven: de ACV’er. Diens positie was cruciaal. Als iedereen opnieuw samen zit, zegt Verhofstadt dat hij pas ná de staking concrete voorstellen zal doen. De ABVV-leiders moeten dus met lege handen naar de achterban, maar die weten dat het spel nu eenmaal zo gespeeld wordt. Dat Verhofstadt hen geen cadeaus doet, het is de logica der dingen. De premier laat wel weten dat hij “misschien een paar vage verklaringen aflegt om een paar partners vooruit te helpen”. Dat is, hoe vaag ook, codetaal die een kind kan ontcijferen.

De volgende dag zegt Luc Cortebeeck op de voorpagina van De Standaarddat hij van de premier de garantie heeft gekregen dat het brugpensioen op 58 blijft. Verboven repliceert “dat hij niets heeft gehoord”. Voor veel waarnemers is de uitleg duidelijk: de ABVV’ers horen alleen wat ze willen. Tot later blijkt dat Verhofstadt, na de vergadering, per mail een aantal beloftes heeft gedaan. De bestemmelingen van die mails zijn Guy Haaze (ACLVB, de liberale vakbond) en Luc Cortebeeck (ACV). In Verbovens mailbox komt niets aan, vandaar dat hij ook niets had gehoord. Maar in de propagandaoorlog van die dagen lijdt hij zijn zoveelste nederlaag.

Het ACV laat bovendien advertenties verschijnen om uit te leggen waarom de vakbond niet meedoet aan de staking – het ABVV adverteert trouwens ook om het tegendeel uit te leggen. In de rode lokalen van de Hoogstraat valt het woord ‘stakingsbreker’. Vooral het feit dat een vakbond geld uitgeeft, veel geld, om de staking van een andere vakbond actief te bestrijden, vindt in de socialistische ogen geen genade. Maar Verhofstadt triomfeert.

Hij heeft ‘zijn’ Houthuys als het ware mee gecreëerd. Het politieke akkoord met de socialistische partijen had hij al rond, met het ACV actief tegen de staking, is ook de maatschappelijke consensus zo goed als rond. Het ABVV kan in zijn vet sudderen. Het akkoord is er, de regering gered. Avanti.

De premier wint op vele punten tegelijk, zo blijkt als de nota over het Generatiepact verschijnt.

De nieuwe regel voor het brugpensioen is zestig jaar, al blijven er uitzonderingen op 58. Wie het debat over het brugpensioen volgt, weet dat hier de SP.A bakzeil haalt, of tenminste van koers is veranderd.

Onder de vorige voorzitter had de SP.A immers vooral géén punt gemaakt van een zo belangrijk symbool als de leeftijd van brugpensioen. U kent de beeldtaal van Stevaert vast nog: “Niet het bouwjaar is van belang, het gaat om het cijfer op de kilometerteller.

En kilometers bergop zijn niet dezelfde als kilometers bergaf.”

Het is augustus 2004 en de toenmalige SP.Avoorzitter laat optekenen: “In het eindeloopbaandebat moeten we vooral weg van het lineaire, van het cijferfetisjisme. Niet de leeftijd waarop iemand met pensioen gaat, dient het debat te domineren. Wel het aantal gewerkte jaren.” Hoewel dat idee mede weerhouden werd in het uiteindelijk compromis – er worden uitzonderingen toegestaan voor zware beroepen – is het dat niet wat het debat beheerst. Alles spitst toe op de leeftijd, 58 of 60, ook het hele debat in de publieke opinie.

Wie zijn best heeft gedaan om vooral dat soort symbolenoorlog te vermijden, heeft een politieke nederlaag geleden. Ook binnen de SP.A zijn er vandaag die vrezen dat de eigen partij ‘in een val’ is getrapt. De winnaar, op punten, is Guy Verhofstadt en de VLD. Want voor zijn partij, zijn publiek, is zo’n datum wel belangrijk.

Intussen vechten de twee vakbonden over en met alles en nog wat, en vooral over elkaar.

Zelfs over de cijfers – het ACV zegt dat het ABVV valse informatie verspreidt. Verhofstadt is er als de kippen bij om op televisie uit te leggen “dat de cijfers van Luc Cortebeeck en het ACV de juiste zijn”. De overwinning is totaal.

Lijkt het. De toekomst zal moeten uitwijzen of Verhofstadt een pyrrusoverwinning heeft behaald of een echte. Of hij dacht dat de boksmatch al gewonnen was na de tweede ronde.

Kent hij niet het verhaal van de ‘Thrilla in Manilla’, zoals dat in het slang heette, die gruwelijke wedstrijd tussen Mohammed Ali en Joe Frazier? Frazier slaat Ali bijna murw, maar niet helemaal. Het draait uit op een fascinerend, bloedstollend gevecht. Ze zien beiden vreselijk af, maar uiteindelijk wint de partij met het grootste incasseringsvermogen.

Ali triomfeert, maar hij heeft de dood in de ogen gekeken.

Het wordt afwachten of de Wetstraat zijn heruitgave van die Thrilla zal kennen, of niet.

Want Verhofstadts complimentjes aan Cortebeeck zouden weleens een negatief effect kunnen hebben gehad. Bovendien had Verhofstadt met triomf de zestig jaar aangekondigd, wat het Cortebeeck extra lastig maakte.

En eigenlijk wist iedereen hoe laat het was toen de bediendenbond LBC begin deze week liet verstaan dat men het ACV had gevraagd om het Generatiepact te verwerpen. Dat gebeurde ook, unaniem. Weg de maatschappelijke consensus. Integendeel, de beide bonden gaan nu schouder aan schouder actie voeren.

Hoewel het ACV het niet op de man speelt, is Luc Cortebeeck de verliezer van de week. Hij heeft gespeeld, het vakbondsfront op de helling gezet voor onderhandelingen, maar uiteindelijk hebben die onderhandelingen niet geleid tot het resultaat dat hij beoogde, of verwachtte.

Daarom gaat nu ook het ACV in de aanval.

Daarmee is de opmerkelijkste politieke verschuiving van het jaar gebeurd. Voor een communicatiewetenschapper is het zelfs een interessante casestudy. Zelden was er een vakbond met een slechter imago dan het ABVV, geleid door topmensen van wie de verzamelde buitenwereld vindt dat ze te weinig skills hebben om de media te bespelen, met een standpunt dat absoluut niet op positieve commentaar kon rekenen. Niet één krantencommentaar, in noord noch zuid, steunde het ABVV. Wel integendeel, de veroordeling van de koers van de socialistische vakbond was nagenoeg algemeen. Als het ABVV als eens zijn zeg kon doen, dan op de VRT, wegens de decretale verplichting tot objectiviteit van de openbare omroep. That’s it. Maar nu doet het ACV ook mee, Luc Cortebeeck op kop.

Hier en daar wordt die omslag verklaard met het argument “dat de ABVV-militanten iedereen hebben kunnen opjutten”. Maar dat lijkt toch wel heel veel invloed en overtuigingskracht geven aan de militanten van één vakbond, gesteld dat zij een onzinnig en van de pot gerukt verhaal zouden vertellen. Dat is Xavier Verboven, in zijn korte mediaoptredens, een charisma toeschrijven dat dat van de verzamelde politieke klasse overstijgt.

Een charisma dat Verboven in de meest bijtende portretten van hem altijd ontzegd is.

Dat is het dus niet, voor wie even logisch nadenkt.

Als het ACV draait en bereid is om straks schouder aan schouder met het ABVV te betogen en te staken, als het voltallige ACVbestuur het Generatiepact een ruime onvoldoende geeft, is dat omdat veel mensen de onrust delen over het loopbaaneinde. Of je je oor te luisteren legt bij ACV’ers of ABVV’ers – en ook bij veel SP.A’ers, maar daarover straks – de commentaar is unisono: “Als er een kerel van 58 voor je staat, en die zegt: ‘Leg mij eens uit, ik moet langer werken, maar mijn twee zonen zijn werkloos’, wat antwoord je dan? Hoe verklaar je dat? Hoe krijg je uitgelegd dat er bij zo’n hoge jeugdwerkoosheid alle prioriteit gaat naar het verhogen van het brugpensioen?”

Het is bijna een cultuurkloof. De geschiedenis kan wreed zijn en bliksemsnel haar eigen kinderen opeten. Jarenlang spraken SP.Atoplui op aanmatigende toon over ‘linkse intellectuelen’. Deze week kon men op de studiediensten (!) van de vakbonden (!) scherpe kritiek horen op de ‘linkse intellectuelen’ die alle politiek partijen in hun greep houden, “en vooral de SP.A”. High brow dandy’s, klinkt het, letterlijk, ook binnen de SP.A. Niet dat die kritiek openlijk geuit wordt, daarvoor waren de fractiedagen te markant. Mia De Vits, ex-voorzitter van het ABVV en nu SP.Aeuroparlementslid, werd daar dermate hard op haar nummer gezet (“u bent niet meer van de tijd”) door Frank Vandenbroucke en Johan Vande Lanotte dat het voor de aanwezigen wel duidelijk was. (Nadat De Vits tot cornedbeef herleid was, vroeg Van de Lanotte “zijn er nog vragen”, zich onbewust wellicht van het cynische van zijn opmerking. Neen, die waren er niet.) Maar de discussie zou het best gevoerd worden.

Pensioen is een groot goed geworden. Een studie van Marc Elchardus. Trouwens, Elchardus, in de Stevaert-periode de ‘geliefde professor’, de man die de belangrijke teksten moest schrijven, werd op diezelfde SP.A-studiedagen ineens scherp aangevallen door Carl De Vos, de Gentse politoloog en nieuwe hoofdredacteur van Samenleving & Politiek.

De Vos haalde fel, volgens aanwezigen zelfs kwetsend uit naar het nieuwe ‘Charter’ voor de socialistische partij dat de VUB-socioloog in opdracht van Stevaert had geschreven, als opfrissing van het Charter van Quaregnon.

Stevaert wilde dat nog laten goedkeuren op het komende ideologische congres, zonder kans tot amendement. Vande Lanotte had dat al veranderd, en beslist dat Elchardus’ tekst geen voorkeursbehandeling verdiende. Op de fractiedagen deed De Vos het werkstuk van Elchardus af als inferieur en ondermaats.

Zelfs al verliest hij wat van zijn status die hij onder Stevaert genoot toch blijven de studies die onder zijn leiding werden opgesteld het lezen waard. Het ‘Eindeloopbaanrapport’ bijvoorbeeld. Aan oudere werknemers werd de vraag gesteld ‘of ze hun job zouden missen als ze moesten stoppen met werken’. Amper 15 procent antwoordde positief. Dat betekent dat 85 procent van de oudere werknemers het werk niét mist. Het is het verschil met de verzamelde decision makers, alle Wetstraat-mensen incluis, maar ook zoveel bedrijfsleiders. Die leven pas als ze werken, die vinden in hun werk de zin van hun leven. Die vinden het niet erg om te werken en vinden het onbegrijpelijk dat men niet wil werken. Maar ze zijn een absolute minderheid.

Voor 85 procent van de oudere werknemers is er het werk en daarnaast het leven.

Later op brugpensioen betekent later van het

volledige leven kunnen genieten. En dat aanvaarden ze niet.

Er waren precedenten. In de paars-groene regering had Marleen Vanderpoorten al gemerkt hoe hevig en hoe algemeen het verzet was tegen de aanpassing van de tbs-richtlijn, waardoor de feitelijke pensionering verlaat werd. Bij het niet-onderwijsvolk is dat niet anders.

Het gaat dus niet om een communicatiefout van de regering. Het gaat erom dat veel mensen gewoon niet willen dat er aan hun brugpensioen geraakt wordt. Op dat, reële, aanvoelen steunt het ABVV zijn verzet, en nu ook het ACV. Een aanvoelen dat tijdens de eerste jaren van paars-groen nog werd versterkt, toen flexibele vormen van loopbaanonderbreking werden aangeprezen als het moderne antwoord op de nieuwe lifestyle van de Belg. Als je je actieve bevolking het sein geeft dat werk niet alles is en de staat daarvoor graag mee betaalt, is het verdomd moeilijk als (een deel van) dezelfde politieke kopstukken van toen nu gaat zeggen dat er meer en langer gewerkt moet worden, omdat onze welvaart anders in het gedrang komt.

Als de regering de vakbonden mee wil krijgen (en dat zal ze best moeten, want de vakbonden zijn sowieso partner in de uitvoering van die maatregelen) zal ze een vorm moeten zoeken om uit die impasse te geraken.

Inleveren op de symbolen, bijvoorbeeld.

Her en der wordt al geopperd dat Verhofstadt er misschien goed aan zou doen de leeftijd van zestig jaar op te offeren. “Nu is het zestig als centrale cijfer, maar met uitzonderingen tot 58. Waarom kies je niet voor het behoud van 58, behalve indien zus en zo, en dan wordt het zestig? De vakbonden hebben dan hun symbool binnen. En ze weten dat ze daarvoor een prijs moeten betalen. Dat zal dat zijn: toegeven op misschien nog belangrijkere, maar technische modaliteiten waarover ze nu ook dwarsliggen.”

Maar voor dat gebeurt, zijn de vakbonden opnieuw de koppen bij elkaar aan het steken.

Geen van de betrokkenen ontkent dat de sfeer op de eerste gemeenschappelijke vergadering gespannen was. Xavier Verboven en Jean-Claude Vandermeeren en zaten er voor het ABVV, Luc Cortebeeck en Josly Piette voor het ACV. Precies omdat ze het ernstig menen met de acties in gemeenschappelijk front moeten zowel ACV en ABVV tegen elkaar open kaart spelen. En juist daarom is het nodig dat ze van elkaar weten waarom de zaken de voorbije periode zijn gelopen zoals ze liepen.

En dus is er eens stevig gediscussieerd en vielen er woorden die niet gehoord worden in een meer academische omgeving. Pas dan kan die bladzijde omgedraaid worden.

Dat stuk arbeidersbeweging is dus al opnieuw niet meer tegen elkaar aan het vechten.

Maar de liasons met de politiek zijn nog niet hersteld. Vooral de SP.A zit in een bijzonder kwetsbare positie. Er is weinig aandacht aan geschonken, maar nog voor de heisa met het ABVV deed de socialistische partij het uiterst slecht in de peilingen. De Vlaamse socialisten zitten onder de 20 procent, dat is dus terug naar de kwade jaren. Dat baart meer zorgen dan naar de buitenwereld gecommuniceerd wordt. “Dat komt ervan”, klagen ontevreden partijkaders, “als je ‘solidariteit’ opnieuw gelijkstelt met ‘inleveren’. Toen op de lonen, de uitkeringen voor werklozen. Nu op de pensioenleeftijd. Dat concept is in de vroege jaren negentig bijna nefast geweest voor de partij en zou dat nu ook wel eens kunnen zijn. Of je kunt die maatregelen inbedden in een positief verhaal, of we krijgen de rekening betaald.”

Vingers kruisen, klinkt het elders, dat de SP.A niet uitgedaagd wordt ter linkerzijde.

Groen! heeft nog altijd niet echt kunnen profiteren van een partij die nu toch met bijzonder ruime oppositie zit op de flank van de arbeidersbeweging. Dat komt omdat Groen! helemaal ‘vast’ zat door de opstelling van de vakbonden. Traditioneel heeft de groene partij de beste banden met het ACV, maar nu was het Luc Cortebeeck die Verhofstadt te hulp schoot. Voor een oppositiepartij als Groen! was dat dodelijk. Moesten ze Cortebeeck in de rug schieten? Moesten ze Verhofstadt met rust laten? Nu de vakbonden verenigd zijn, zou Groen! kunnen reageren.

Maar dan moeten ze dat wel met meer ijver en flair doen, met meer vuur vooral, dan de voorbije week. Voorlopig denkt Groen! dat een persmededeling volstaat.

Maar ook zonder uitdager krijgt de SP.A het kwaad, als de ruzie in de socialistische familie niet opgelost geraakt. De SP.A gaat zo langzaam de richting uit van de VLD. De liberale partij heeft al vroeger gezien hoe snel de waardering zakt voor een politieke familie die kibbelt. In die zin waren de beelden van het partijcongres in Hasselt even funest, met boze ABVV’ers die SP.A’ers de rug toekeren, en er bij de kijker een beeld blijft hangen van ‘onenigheid in het socialistische kamp’. Vandaar dat er zovelen met kwade vinger wijzen naar Herwig Jorissen, de flamboyante voorzitter van de metaalcentrale. Hij was het die de actie opzette in Hasselt. Het is merkwaardig.

Jorissen staat absoluut niet bekend als de ‘linkervleugel’ binnen het ABVV, wel integendeel.

Hij voert al jaren oorlog tegen PVDA’ers die binnen zijn vakbondscentrale actief waren, het PVDA-blad Solidair brandt hem al jaren af als een ‘verkochte’ vakbondsleider, een man van het patronaat. Vandaag krijgt de actie van Jorissen algemeen applaus in Solidair(al vermijden ze zorgvuldig zijn naam te noemen).

De buitenwereld ziet die merkwaardige toenadering ook, reden waarom in de SP.A de figuur van Jorissen onverholen kritiek krijgt.

“Een ongeleid projectiel”, het moet de vriendelijkste van alle omschrijvingen van de voorbije weken zijn. Binnen de vakbond is de appreciatie verdeeld. “Herwig vertolkt gewoon wat er op de vloer gezegd wordt. Binnen de metaalsector is het probleem van het brugpensioen namelijk het nijpendst. In fabrieken als VW-Vorst is er oude werknemers geen enkele lichte job aan te bieden, omdat er gewoon geen licht werk is. Daar is de kritiek op het brugpensioen het zwaarst.” Anderen verwijten hem dat hij de spanning te ver opdrijft, dat hij de externe problematische situatie gebruikt om zijn positie te versterken, en dat heeft hij nodig, om bepaalde interne problemen in zijn eigen centrale het hoofd te bieden. Een aantal ABVV’ers ziet dat met lede ogen gebeuren, omdat zij ervan uitgaat dat in de toekomst hoe dan ook met de SP.A samengewerkt zal moeten worden. In hun ogen is een zwakke SP.A niet goed, omdat het uiteindelijk leidt tot een verzwakking van de positie en de invloed van het ABVV.

Dat ook Xavier Verboven geen man is die de SP.A wil schaden is een publiek geheim. Hij is waarnemend lid van het SP.A-partijbureau.

In eigen kring maakt hij geen geheim van zijn analyse: “Het zal niet van de christelijken of de liberalen zijn dat wij het zullen moeten hebben.” Maar de open oorlog tussen de top van partij en vakbond zorgt ook bij de leden voor een onbehagelijk gevoel. Er dreigt een horizontale barst binnen de SP.A. Het partijkader volgt de partijlijn, en is overtuigd van de juiste koers die Vande Lanotte, Van den Bossch en Vandenbroucke uitstippelen. Hoe gewoner de militant, hoe vaker die ook een ABVV-kaart op zak heeft, hoe moedelozer die van de situatie wordt. In West-Vlaanderen circuleert inmiddels een open brief van SP.A-leden, tevens ABVV-militanten, die de partij oproepen de strijd tegen de eigen vakbond te staken.

De logische vraag is dan: waarom vecht het ABVV dan zo hard en zo publiek met de SP.A.

De oude analyse – het ABVV is een organisatorische krabbenmand, het ABVV heeft slechte kopstukken – blijft niet overeind nu het ACV meedoet. Het ACV is géén krabbenmand, de ACV-leiding werd nog vorige week geroemd om haar staatsmanschap. En toch gaan ze met het ABVV mee. De druk op de regering wordt er niet minder op. Op socialistische kabinetten geeft men dan ook toe dat “het volgende week bij de acties koppen tellen wordt”.

Leek de geïsoleerde actie van het ABVV nog een poging tot met spierballen rollen, de gezamenlijke betoging van ABVV en ACV is een ander fenomeen. En Guy Verhofstadt kent zijn geschiedenis. Hij weet dat Jef Houthuys destijds ‘zijn’ inleveringsbeleid mogelijk heeft gemaakt. Hij weet ook dat diezelfde Jef Houthuys, niet veel later, vond dat Verhofstadt te ver is gegaan. En toen kieperde het ACV de PVV uit de regering, zonder pardon.

Het zal velen benieuwen in welke mate de geschiedenis zich herhaalt, hoeveel Jef Houthuys er in Luc Cortebeeck zit. Want het gevolg van de actie van Houthuys was dat de socialisten in de regering kwamen. Het verre gevolg van de actie van Cortebeeck zou kunnen zijn dat de christen-democraten sneller opnieuw in de regering komen. Of dat gebeurt, is helemaal niet zeker. Ten eerste zou het intellectueel oneerlijk zijn het ACV op dit moment partijpolitieke motieven toe te dichten.

Het ACV voert vandaag een rechttoe rechtaan vakbondstrijd, net als het ABVV trouwens. Voorlopig zijn er ook geen tekenen dat SP.A of PS Verhofstadt laten vallen. De nieuwe minister van Arbeid, Peter Vanvelthoven, heeft al laten verstaan dat er gepraat kan worden bij het invullen van het Generatiepact.

Maar dat de kaarten deze week anders liggen dan toen het Generatiepact pas werd gepresenteerd is zeker.

Zeker bij het ABVV is het zelfvertrouwen groter dan ooit. Voor het eerst sinds lang voelen ze dat er iets in hun richting beweegt. De mooie hymne van Billy Bragg ligt weer op de lippen: There is power in a factory, power in the land / Power in the hand of the worker But it all amounts to nothing if together we don’t stand.

Alleen is ‘together’ nog maar een schrale vorm van ‘samen’, als de politieke vrienden nog altijd vijanden zijn.

En met de activiteitsgraad is het intussen even erg gesteld als voorheen.


3 opmerkingen:

Joris A. zei

Ik ben benieuwd naar de discussie op Stugent-vergadering.

Peter zei

Inderdaad een bijzonder goede en interessante tekst. Met veel genoegen gelezen. Hij heeft een punt ivm de overwinning van Verhofstadt in de eerste onderhandelingen, doch de tekst zelf is allesbehalve een overwinning voor Verhofstadt. Ik ben benieuwd naar het uiteindelijke resultaat.

Peter zei

Interessante link over de materie ;-)