zaterdag, februari 04, 2006

Leve het "enfant terrible". Camille Huysmans onder uw hoofdkussen!

Camille Huysmans is een van de meest opmerkelijke socialistische politici die België gekend heeft. Zijn bijna eeuwige verblijf in de Kamer was net niet goed voor een record. Zijn burgemeesterschap van Antwerpen legde de basis voor de decennia van socialistische dominantie (met Lode Craeybeckx, Bob Cools, Leona Detiège, Patrick Janssens…) waartegen de Belangers vandaag fulmineren. De man is een flink stuk over de negentig jaar geworden en beleefde alle “grote” politieke momenten: de schoolstrijd eind negentiende eeuw, de vorming van de BWP, de strijd voor het algemeen stemrecht, de Vlaamse Beweging (waar op de barricaden kroop voor de vernederlandsing van de Gentse Universiteit), de eerste wereldoorlog (waar hij een prominente rol vervulde in de zieltogende Internationale), Loppem, de intrede van de socialisten in de regering, de crisis van de jaren ’30, de tweede wereldoorlog of nog de uitbouw van de sociale zekerheid.

In een biografie van Camille Huysmans kom je dan ook alle grote “persoonlijkheden” uit het België van “zijn” tijd tegen: het begint met een botsing met de katholieke onderwijsminister Schollaert (die hem een benoeming als Atheneumleraar weigert wegens zijn antiklerikale en ordeverstorende politieke sympathieën), het gaat over de Brusselse BWP met Emile Vandervelde, Bertrand en De Brouckère, via de nationale BWP-raad (met de legendarische Edward Anseele) naar de samenwerking met de christen-democraat Frans Van Cauwelaert, naar het bureau van de Internationale (waar Huysmans in Stockholm een alternatief vredesplan met de socialistische partijen van Europa probeert uit te werken, en wordt uitgekreten voor landverrader). Huysmans maakt ruzie met Rosa Luxemburg, Lenin, Troelstra en de andere grote rode namen de tijd.

Jan Hunin tekent in dit boek (tevens zijn doctoraat aan de zijne majesteits meest christelijke universiteit te Leuven) mooi de uitbouw van de loopbaan van Huysmans. Geboren als de bastaardzoon van een ongehuwd Limburgs meisje uit Bilzen, wordt “Kamiel” opgevoed door zijn grootvader David Hansen, een overtuigd antiklerikaal, die wanneer zijn oogappel de leeftijd van tien jaar bereikt, moegetergd door de pesterijen van een door kaloten gedomineerde overheid, de laatste adem uitblaast. “Kamiel de bastaard” wordt gelegitimeerd per subsequens matrimonium wanneer zijn moeder om den brode trouwt met een heer van middelbare leeftijd, een zekere Huysmans. Als enige leerling van de officiële lagere school trekt hij met een grote taalachterstand (hij kent voornamelijk Limburgs en nauwelijks Frans) naar het Atheneum, waar hij met niet-aflatende vechtlust zich weet op te werken tot eerste van de klas.

Het vervolg van zijn studies brengt hem naar Luik, waar hij les krijgt van de eminente historicus Kurth (die ook een van de leermeesters van Henri Pirenne was), voor wie hij –ondanks zijn corporatistische politieke ideeën- veel academisch respect koestert. Hij studeert af als onderwijzer en vindt zijn eerste betrekking in de door een humanistische vereniging gefinancierde –en alweer zieltogende– officiële lagere school te Ieper.

Daar wordt Huysmans politiek actief binnen de liberale beweging: hij schrijft in tijdschriften, organiseert voordrachten en raakt betrokken bij het Willemsfonds. Na verloop van tijd gaat het schooltje in Ieper er aan. “Camille” gaat terug naar de universiteit en wil er de doctorstitel (naar normen van vandaag het licentiaats/masterdiploma) behalen. Een thesis schrijven over P.C. Hooft blijkt echter niet zo eenvoudig, en hij gaat terug weg uit Luik om zijn geluk op een atheneum in Brussel te zoeken.

Dan wacht hem een grote teleurstelling: de katholieke minister Schollaert wil hem benoemen als onderwijzer in een atheneum, maar enkel indien hij een verklaring ondertekent waarin hij zijn politieke overtuiging aan de kant schuift. Huysmans weigert en loopt ziedend weg bij de minister.

Een andere aangename verrassing in het boek van Hunin zijn de tactische discussies binnen de BWP: samenwerken met de liberalen of met de christen-democraten? Een rol spelen in de Vlaamse Beweging, of toch maar niet? Internationalisme of trouw aan “het vaderland”? De BWP zoekt voortdurend naar pragmatische manieren om haar programma uit te voeren, maar telkens komt er de keuze tussen ethische progressiviteit (met de liberalen tegen de katholieke dominantie) en een verenigen van alle arbeiders (met de christen-democratische vleugel binnen de grote katholieke partij). Socialisten en Liberalen vormen kartellijsten, maar wanneer het niet blijkt te werken, veranderen de posities weer. Tot de nieuwe bondgenoot de BWP bedriegt: Van Cauwelaert laat meerdere keren Huysmans in de kou staan als gezamenlijke wetsvoorstellen moeten gestemd worden. De eenheid van de katholieken blijkt hem plots dierbaarder dan de vernederlandsing of sociale vooruitgang. Aan de andere kant is er ook bij de liberalen een afwisseling tussen “doctrinairen” en “radicalen”, die tegen, dan wel voor een samengaan met de socialisten zijn.

Merkwaardig is bijvoorbeeld ook de interventie van Huysmans in de Brusselse gemeenteraad voor de eerste wereldoorlog tegen woekerpraktijken met bouwgrond. Brussel kreeg namelijk te maken met een toevloed aan nieuwe inwoners die vanuit het platteland “aangespoeld” kwamen. Uiteraard duwde dit de grondprijzen de hoogte in. Het schepencollege –gevormd door liberalen en de “getolereerde” socialisten – plande zelf aardig wat te verdienen aan de verkoop van braakliggende gronden aan de inwijkelingen. Huysmans fulmineert tegen deze asociale politiek en giet van zijn meest typische cynische zuur over speculatie met het dak dat mensen boven hun hoofd moeten hebben. Hij eist niet alleen dat de gemeente haar plannen inslikt, maar ook dat ze maatregelen zou nemen tegen particulieren die braakgrond oppotten. De liberale burgemeester en schepen van Openbare Werken reageren geërgerd op deze aanslag op het eigendomsrecht en vragen of de BWP nog wel zin heeft in het bestuur van de stad te zitten. Does this ring a bell anno 2006?


Het boek is natuurlijk wel al een beetje gedateerd (1998) en ongetwijfeld voor discussie vatbaar tussen historici, maar voor acht euro bij De Slegte kan je bijna zeshonderd bladzijden leesplezier toch niet laten liggen. Leesbare biografieën van prominente socialistische figuren zijn daarvoor veel te zeldzaam.

Het Enfant Terrible. Camille Huysmans (1871-1968)

Jan Hunin, uitgeverij Meulenhoff (1999).

Geen opmerkingen: