maandag, april 17, 2006

It 's the economy, stupid...

De rechtse regering in Frankrijk is aan haar zwanenzang begonnen. Na 12 jaar onder de leiding van Jacques Chirac gaapt een “fracture sociale” doorheen het land, van Biarritz tot in Roubaix. Mensen onderaan de samenleving worden armer, terwijl de grote bedrijven uit de CAC40 hun winsten zien klimmen op een meer dan gezapig tempo. Universitairen raken niet meer aan werk, tenzij papa en mama tot de nationale elite behoren, natuurlijk. Dan doen punten er niet echt toe (dat hebben ze daar toch nooit gedaan). Het onderwijs als “élévateur social” is geblokkeerd: er zijn te veel mensen met een universitair diploma, en je kan je enkel onderscheiden door een opleiding aan een van de Hautes Ecoles of een buitenlandse universiteit. Daar ligt alvast een van de grote idealen van de Verlichting aan diggelen: de opvoedbaarheid van de mens en het rotsvaste geloof in gelijke kansen voor gelijke talenten. Het is niet meer genoeg om naar een "gewone” universiteit te gaan (en daar tijd en geld in te investeren), om aan werk te raken.

Cynisch genoeg vraagt rechts niet liever dan meer van hetzelfde. Binnen de eerste twee jaar mag je voor de Villepin een jongere zonder boe noch ba aan de deur zetten. Om het met de briljante woorden van studentenleider Bruno Julliard te zeggen: “Désormais, aux deux bouts de l'âge adulte, nous sommes sommés non plus seulement de vivre avec le «risque» de précarité, mais de vivre de manière précaire.” Voor de regering zal ontslagvrijheid de werkgevers in hun oneindige goedheid ertoe brengen meer en meer jongeren aan te werven, omdat ze er vlugger vanaf raken. Wie de zaken iets nuchterder bekijkt, ziet vooral een verzwakking van de zwakste. Waarom bestaat er een arbeidswetgeving? Om de machteloze tegen de machtige te beschermen. Om mensen te emanciperen en kansen te geven, ongeacht hun financiële potentieel.

Wat de Franse regering wou doen, was de deuren zonder nuances opengooien voor een dictatuur van wie geld heeft (en er steeds meer heeft) over wie verplicht wordt te werken voor een inkomen. Generatie na generatie zou klaarstaan om gedurende twee jaar getreiterd te worden en uiteindelijk, aangezien in economisch slechtere omstandigheden steevast de goedkoopste oplossing wordt gekozen, weer in de werkloosheid te belanden.

Gelukkig hebben de Franse studenten en vakbonden –als eersten in Europa– de moed gevonden om dit soort treiterij af te blokken en op te komen voor hun rechten. Alle clichés als zouden jongeren “individualistisch” en “conservatief” zijn, werden van tafel geveegd door een echte nationale massabeweging. Wie op straat stond, was daar niet om zijn bange hachje en hoop op vastbenoemde annex vetbetaalde nine-to-five-job te verdedigen. Die bestaan toch al niet meer. Wie daar stond, deed dat als spreekbuis van een collectief ongenoegen. Het ongenoegen van de jeugd die de maatschappij echt wil veranderen.

De laatste jaren worden we om de oren geslagen met het woord “verandering” uit rechtse hoek. Flat tax en CPE zijn daar de meest mediagenieke voorbeelden van. Mensen die geilen op deze concepten en met nauwelijks ingehouden triomfalisme “harde besparingen” en “politieke moed” komen vragen, zijn geen hervormers. Ze zijn enkel de loopjongens van wie gebaat is met de huidige gang van zaken: massale werkloosheid moet leiden tot goedkope arbeid, bedrijfswinsten en dividenden moeten de lucht in, en liefst zo belastingvrij mogelijk. We moeten ons verzetten tegen een machtsverschuiving van de democratisch verkozen overheid naar de bedrijven. Dit is niet alleen een derde-wereldprobleem, dit is vooral ons probleem.

De overheid doet aan systematische terugtred uit het economische leven sinds de jaren ’80. Op zich hoeft dat niet slecht te zijn. Liever een transparant en efficiënt beheerde onderneming die rekenschap moet afleggen op een publieke markt en zich niet kan verantwoorden haar klanten in de kou te laten, dan een gesloten overheidsbedrijf met verkeerde benoemingen, een autoritaire behandeling van de burgers en bodemloze financiële putten. Maar we worden te ver gedreven. Veel te ver.

De overheid moet in de eerste plaats een machtsevenwicht tussen haar burgers realiseren. Om legitiem te zijn voor de maatregelen die ze wil opleggen, moet de overheid te allen prijze vermijden dat machtscentra ontstaan die niet democratisch tot de orde kunnen worden geroepen. Het geniale aan democratie is dat iedereen, ongeacht geslacht, burgerlijke stand, diploma of vermogen, een even grote impact heeft op wie hem bestuurt. Democratie is eigenlijk een heel socialistisch systeem.

In een bedrijf heb je iets te zeggen omdat je er centen hebt ingestoken. Punt. En dan nog hebben minderheidsaandeelhouders nog lang niet de contesterende kracht van een parlementaire oppositie. Machtsconcentratie zonder tegenspraak leidt tot willekeur. Tot onzekerheid, angst en een koude samenleving. De beste manier om willekeur uit te schakelen, is de democratische rechtsstaat. Die rechtsstaat die leeft bij de gratie van de Verlichting. En we mogen haar niet laten ondergraven. Het CPE was dan ook een uiting van “contresens philosophique dans le pays des Lumières”. Dankzij de mobilisatiekracht, het engagement en ook wel het politieke talent van de Franse studentenleiders is het voorgoed gekelderd.

Maar we zijn niet alleen tegen het gemakzuchtige dominante neoliberale discours, we moeten ook een alternatief hebben. Twee dingen zijn daarbij van vitaal belang: kwalitatief en democratisch onderwijs en een begeleidende, zelfs sturende overheid. Het heeft geen zin ons te focussen op de te pas en te onpas opgevoerde “knelpuntberoepen”, die aan behoeften op korte termijn moeten voldoen. Een werkgelegenheidspolitiek met ballen durft lange-termijndoelstellingen te hebben. Het moet gedaan zijn om ons te laten leiden door les logiques de rentabilité immédiate. Werk bestaat er voor de mensen, en niet omgekeerd.

Als cynische zelfverklaarde onafhankelijke denktanks het wekelijkse tabelletje achteraan The Economist, waar België op een trieste laatste plaats prijkt met een werkloosheidsgraad van 12,8% tussen de geïndustrialiseerde landen, ter hand nemen, moeten we ze misschien eens op die andere opties wijzen. De overheid moet het voortouw nemen in sectoren waarin nu op korte termijn geen winstkansen liggen. We moeten de vraag stimuleren door het inkomensverlies na een ontslag te minimaliseren en het aanbod door mensen in nieuwe sectoren tewerk te stellen. Pas in die context kan je spreken over sancties voor wie werk weigert. Want dan zal er tenminste werk zijn.

1 opmerking:

ikhebeenmening zei

http://ikhebeenmening.blogspot.com/

een column over de Sp.a