dinsdag, januari 30, 2007

Alte Kameraden

Walter Pauli schiet er niet naast in DM van vanochtend. Leest u even mee.

Waarom de sp.a nood heeft aan epo

door Walter Pauli


De memoires van politicus Wim Geldolf tonen een proces van bloedarmoede

Het gaat snel deze dagen. Toen Johan Vande Lanotte, tot algemene verbazing, op het vorige sp.a-congres het woord gaf aan outsiders als de Gezinsbond en de Fietsersbond, was dat groot nieuws. Vorig weekend verbaasde geen mens er zich meer over dat Gaia erin slaagde een hele paragraaf over dierenrechten in de nieuwe sp.a-beginselverklaring te laten opnemen.

Het lijkt ineens normaal dat Vande Lanotte zijn partij snel doet vervellen. Vergeten haast is de halve revolutie die Tobback teweegbracht door de almacht van de federaties in te dijken, of hoe Janssens en Stevaert organisatorische geplogendheden en inhoudelijke barrières sloopten. Vande Lanotte die nu doorduwt, het is de voorlopig laatste fase in een volgehouden beweging van de sp.a-top op zoek naar goede overlevingskansen: de eigen partij verplicht verrijkt zuurstof van buitenaf toedienen, extra rode bloedlichaampjes. Een doorgedreven epokuur voor de sp.a. Als medicijn voor wat Vande Lanotte in Zeno "de Antwerpse ziekte" noemde, bij wijze van voorbeeld: "Men zette nieuwe mensen in en men werd toch steeds ouder."
Wie de details van dat proces van groeiende bloedarmoede en aderverkalking wil lezen, moet de memoires van de hoogbejaarde maar immer krasse Wim Geldolf (°1928) kopen. Diens politieke carrière begon in 1959 in de Antwerpse gemeenteraad en eindigde daar ook, in 1989. In de tussentijd was hij voor de (Belgische) Socialistische Partij of (B)SP meermaals gemeenteraadslid, schepen, waarnemend burgemeester, volksvertegenwoordiger en senator. Sinds enkele maanden liggen zijn vuistdikke memoires in de boekhandel: Een stuk oude politieke cultuur achteraf bekeken. Het boek verdient gelezen te worden. Ook al heeft het immense nadelen. Geldolf vindt zichzelf zo belangrijk dat het met minder dan 699 pagina's niet kan. Dat is belachelijk, een biografie van 200 bladzijden had volstaan. Maar wie zich worstelt door de uitweidingen over recepties, reizen en in extenso weergegeven parlementaire vragen en Geldolf zelf, stoot op hallucinante paragrafen over benoemingen, polls, coalitiebesprekingen en achterafjes.
De lezer die erin slaagt de dikke laag aan details, eigenliefde en groot gelijk weg te krabben, geniet van een kleurrijk fresco over een politieke cultuur, met taaie restanten die nu nog altijd bestaan.
Geldolf (zijn oom Maurice Dequeeker was socialistisch burgemeester van Deurne) stelt zich in 1954 voor het eerst kandidaat voor de BSP-Kamerlijst. Hij geraakt "erdoor" omdat oudere socialisten als Ger Schmook of Willem Eekelers hem steunen. Zelfs die partijsoldaten zagen met lede ogen de inteelt aan, zoals burgemeester Lode Craeybeckx die zijn dochter Hilda koos als zijn kabinetschef.
Geldolf overleefde de loodzware procedure: "Zeven fasen: propagandakringen, Algemeen Bestuur, eerste Algemene Ledenvergadering, Arrondissementsbestuur, Arrondissementscongres, tweede Algemene ledenvergadering per afdeling en uiteindelijk poll volgens het genummerd wielsysteem."
In 1961 wordt hij kabinetsmedeweker. Hij wil aan de slag bij Victor Larock, BSP-minister van Onderwijs, maar helaas: "De interessantste plaats voor een Vlaming is al ingenomen." Gelukkig vond Jos Van Eynde, sterke man van Antwerpen, dat "de Antwerpse federatie te mager was bedeeld". Het plaatst Geldolf op het kabinet van vicepremier Spaak. Of Geldolf geschikt is, doet er niet toe. Hij is een Antwerpenaar, dat telt. De vraag of hij een partijkaart heeft, is irrelevant. Je vraagt ook niet of iemand geboren is.
In die tijd praatte de rode achterban alle misstappen van de partijleiding goed, ook al kostte dat handenvol kiezers. Neem Lode Craeybeckx, legendarisch burgemeester, maar intusssen ook, zoals Geldolf aanstipt, een "drinker in eenzaamheid". In april 1964 had Craeybeckx in een café op de Grote Markt een hevige dronkenmansruzie met een paar joden. Hij brult ineens "dat het jammer was dat de Duitse verbrandingsovens niet meer van hun soortgenoten hadden doen verdwijnen". Beroering alom. In België "vraagt iedereen zich af" (sic!) of Craeybeckx' positie wel houdbaar is. Craeybeckx zelf laat de Antwerpse afdeling per brief weten dat hij zich terugtrekt voor de gemeenteraadsverkiezingen. Tot op een vergadering de vraag weerklinkt: "Kan men iemand met al die verdiensten voor de beweging zomaar opzij zetten?" Meteen neemt de felle Mathilde Schroyens het op voor Craeybeckx, "ondersteund door het applaus van haar claque, bestaande uit de vele door haar benoemde conciërges van schoolgebouwen." Craeybeckx blijft nog twaalf jaar burgemeester van Antwerpen. Tot Schroyens hem opvolgt.
Geldolf zat à cheval tussen de oude en de nieuwe politieke cultuur. Toen hij schepen van Onderwijs werd, in 1977, nam hij ontslag als volksvertegenwoordiger en vicefractievoorzitter (eat your heart out, Voorhamme, Janssens en De Coninck): "Ik wilde niet als super-cumulard de geschiedenis ingaan." Goddank voor diezelfde geschiedenis volgde de jonge Louis Tobback hem op. Geldolf had een opvolger op het oog. Ziehier zijn adelbrieven: "De 34-jarige Marcel Colla was docent aan het RUCA en achtereenvolgens oud-nationaal voorzitter en nationaal secretaris van de Jong-Socialisten, daarna schepen te Deurne en hoofd van Willy Claes' politiek kabinet." Colla aarzelde: hij moest ontslag nemen als docent. Wat als de regering zou vallen? Enfin, hij doet het toch. "Op 10 oktober legde Colla zijn eed af. Op 11 oktober viel de regering-Tindemans. Op 17 oktober waren het nieuwe verkiezingen en Marcel Colla werd niet herkozen."
Maar Geldolf zorgt voor de ongelukkige. Bij de onderhandelingen voor de Bestendige Deputatie komt er een extra protocol: Colla wordt adjunct-directeur in het Provinciaal Hoger Instituut voor Bestuurskunde (Phiba). Dat duurt tot 1979: Colla wordt Europees Parlementslid en neemt gewoon ontslag. Geldolf ziet het probleem niet: Phiba werd "quasi volledig beheerst door de CVP". Niet eenmaal stelde hij of Colla of een andere onderhandelaar de vraag of dit wel goed is voor de school.
Zo ging dat toen. Zo beleefde men de politiek, zo stierf men ook. In 1982 'koos' de Antwerpse SP Geldolf niet meer in het nieuwe Antwerpse college. Inderdaad, toen werden schepenen, via een merkwaardig systeem, door 'de basis' gestemd.
Deze vandaag nauwelijks nog te begrijpen historie kwam erop neer dat er een lokale putsch plaatsvond, met Bob Cools, Yvonne Julliams, Jos Van Elewijck en co tegen Geldolf. De nationale leiding, toch historisch figuren als Willy Claes en Karel Van Miert, doen wat ze kunnen, maar... staan machteloos. Van Miert en Claes erkennen: "Redelijke argumenten zijn op een algemene ledenvergadering zinloos, met door de anderen aangevoerde troepen." Dat gaat dan over Yvonne Julliams. Op de bewuste vergadering, een zaal van 600 man in een Antwerps vakbondsgebouw, bezette haar achterban de eerste 300 (!) plaatsen. Julliams wint, Geldolf kan opkrassen.
Na een kwarteeuw is het niet meer zinvol om te zeggen of Geldolf dan wel Cools/Julliams gelijk hadden. Het gaat er om dat Van Miert en Claes compléét machteloos waren. Dat heette 'democratie'. Tijdens de volgende gemeenteraadsverkiezing, in 1988, na zes jaar met het toen gestemde schepencollege, begon het Vlaams Blok aan zijn onstuitbare opmars. Het probleem met slechte basisdemocratie is dat tussen de zogezegde grassroots-politici ook onkruid woekert, en dat dat mechanisme de eigen partij vaak terugbrengt tot hun eigen niveau: bodemkoers.

(DM 30 januari, www.demorgen.be/krant)

3 opmerkingen:

Dragases zei

Frappant...

S- zei

Ik overweeg alvast geen stem voor sp.a bij deze verkiezingen. Jan Van der Poorten gedoog ik nog liever in mijn ergste nachtmerries dan in het parlement.

De sp.a wordt weer wat conservatief linkser.

Frederik Dhondt zei

Goh, je moet Jan Vanderpoorten niet verwarren met het FGTB. Ik hoorde hem zondag op congres, en hij leek mee toch eerder van het sterk meegaande type. Niet bepaald iemand die onredelijke eisen stelt bij onderhandelingen of de boel lam legt "om de boel lam te leggen".