zaterdag, juni 02, 2007

Een electorale geschiedenis van de provincie Brabant


Brabant… De moeilijkste en meest complexe van alle kieskringen. Het is op zich al vreemd dat dit eigenaardige geheel van drie kiesomschrijvingen (Leuven, Brussel-Halle-Vilvoorde en Nijvel) anno 2007 nog bestaat. België is immers politiek in twee gespleten. Politieke partijen van Noord en Zuid leven in aparte werelden. Buiten de “oude provincie Brabant” bestaan er in ons land geen kiesomschrijvingen waar Nederlandstalige en Franstalige partijen tegelijk naar de gunst van de verwarde kiezer dingen. Toch blijven BHV, Leuven en Nijvel ook na de splitsing van Brabant in een Vlaamse en een Waalse provincie (1 januari 1995), als mislukte siamese tweelingen aan elkaar bengelen.

De splitsing van BHV is een oude eis van de Vlaamse beweging. Je kan het probleem niet begrijpen zonder naar Brussel te kijken. In hoofdzaak Nederlandstalig in de negentiende eeuw, wordt de hoofdstad van België geleidelijk aan een dominant Franstalige, en de laatste decennia zelfs deels Engelstalige metropool, waar mensen in grote diversiteit eerder naast dan met elkaar leven (cfr het stuk over Brussel uit “Taal en politiek” van Els Witte en Harry Vanvelthoven, uitgegeven bij VUBPRess). Als een stad sociologisch verandert, heeft dit uiteraard zijn repercussies op de randgemeenten. Het is daar doorgaans rustiger wonen, in een minder hectische omgeving. Evengoed als vermogende Gentenaars naar De Pinte of Sint-Martens-Latem trekken, gaan villabewoners uit Watermaal-Bosvoorde ook naar een van de 6 “Vlaamse randgemeenten” in Vlaams-Brabant.

De nabijheid van de deels Franstalige Katholieke universiteit van Leuven deed op een gegeven moment zelfs plannen rijzen voor een “très grand Bruxelles”, met een Franstalige as over Brussel en Tervuren naar het huidige Tobback City. U kent ongetwijfeld de behaarde verhalen over het verzet tegen de talentellingen, de invoering van de faciliteiten en de traumatische universitaire splitsing na Leuven Vlaams (boeken met onpare nummers naar de UCL, de pare blijven op het Ladeuzeplein…).

Was de “Franstalige cultuurimperialist” bedwongen in Leuven, in de randgemeenten bleef het even lieflijk wonen. Als toegeving voor de invoering van een vaste taalgrens (waarbij het taalstatuut van een gemeente niet meer kan veranderen, zelfs al verandert de sociologische realiteit) verkregen de Franstalige inwoners immers “faciliteiten”. Over de precieze aard (uitdovend of blijvend?) en interpretatie (“aanvraag” van een tweede taal = telkens opnieuw een formulier of niet?) kan je blijven discussiëren. Feit is, dat deze garanties grondwettelijk “gebetonneerd” zijn (kunnen enkel worden gewijzigd bij bijzondere meerderheidswet, wat een meerderheid in beide taalgroepen in het Federale Parlement veronderstelt) en… dat de plaatselijke politieke inplanting van de Franstalige gemeenschap een feit blijft.


Zo kennen de gemeenten Sint-Genesius-Rode, Linkebeek… Franstalige burgemeesters van FDF of MR-signatuur en bestaat de Franstalige lijst “Union des Francophones” voor de Vlaamse Parlementsverkiezingen. Alle Franstalige democratische partijen verzamelen samen stemmen voor… 1 afgevaardigde in het parlement. Goed voor 50.000 stemmen. Deze 50.000 stemmen groeien zelfs nog, wanneer ook de “echte” politieke partijen PS, cdH, MR en Ecolo bij de federale verkiezingen opkomen.

De “doos van Pandora” is in deze zaak geopend met de kieshervorming van december 2002: in haar nobel en gerechtvaardigd streven naar grotere (en dus proportionelere) kiesomschrijvingen, zat de regering Verhofstadt-I met het probleem dat de splitsing van de oude provincie Brabant tot “gewone provinciale kieskringen”, bijna niet te doen is.

1) De Franstaligen in BHV willen voor Franstalige kandidaten stemmen

2) De Brusselse Vlamingen geraken met moeite aan 2 zetels in een aparte kieskring Brussel (om het allemaal wat ingewikkelder te maken: Brussel is onttrokken aan de indeling in provincies, na de splitsing van Brabant; ze hebben nog een gouverneur en vice-gouverneur, maar enkel voor het Hoofdstedelijk Gewest; als er iets met de Brandweer scheelt komt de persoon in kwestie even op TV –bij helder weer ook waar te nemen op diverse recepties voor “gestelde lichamen”; soit, logische consequentie is, dat je Brussel als een aparte kieskring moet behandelen, wil je de logica van provinciale omschrijvingen doortrekken).

Gevolg: je kan dit enkel oplossen met een compromis. Het idee-Verhofstadt was echter zodanig krakkemikkig (politici leggen een taalverklaring af, Leuven en Nijvel worden in een fictieve pot gestopt met stemmen uit BHV, er is poolvorming om te kijken hoeveel zetels beide taalgroepen krijgen, waardoor het niet zeker is dat de 7 Leuvense zetels behouden blijven etc.) dat het Arbitragehof het op overtuigende wijze vernietigd heeft in 2003.

Het vervolg bespaar ik de lezer van deze blog. Er werd geen nieuw compromis gevonden (hoewel de uitspraak van het Hof daar wel enigszins ruimte voor laat; men hoeft niet rechtlijnig de consequenties van de provinciale kringen te volgen) en we zijn terug bij af.

Wat is nu eigenlijk ‘terug bij af’?

Wel… In Leuven, BHV en Nijvel speelt nog steeds het apparenteringssysteem dat in 1921 werd ingevoerd in België. Dit systeem zorgt ervoor dat zetels worden verdeeld op een provinciaal niveau en niet binnen de kieskringen zelf. Waarom? Omdat sommige kieskringen (Brugge, Turnhout, Oudenaarde) in het oude systeem gewoon te klein waren om een eerlijke vertegenwoordiging van kleine partijen te garanderen. Zonder apparentering had de CVP nu nog steeds de absolute meerderheid in Vlaanderen. Op zich geen slechte zaak, dus. Het maakt de toewijzing voor de kiezer wel veel ondoorzichtiger.

In eerste instantie worden immers de rechtstreekse zetels per omschrijving verdeeld (= aantal keren dat de kiesdeler –het quotiënt van de geldig uitgebrachte stemmen en de beschikbare zetels- past binnen de score van een partij, afgerond naar beneden), om in een tweede fase aangevuld te worden met de “provinciale” restzetels (berekend op basis van de grootste quotiënten van de totale stemmen binnen een provincie, door toepassing van een delerreeks die de eerder toegekende zetels in rekening brengt). Het kan zo wel eens gebeuren dat er een “ongelukje” in het parlement belandt. SP-kamerlid Verlinde raakte zo in de kieskring Brugge verkozen in 1999 met zeer weinig stemmen (eigenlijk dankzij de score van Vande Lanotte in Oostende, maar die kieskring zat al vol op het moment dat de laatste restzetel voor de SP nog moest vallen), CVP-kamerlid Tant greep naast zijn zetel in 1987 ten gunste van een agalev-kandidate die vandaag de kiesdrempel niet zou gehaald hebben.

In Brabant kan het dus allemaal nog wel! Vandaar ook de “schommeling” in het aantal Nederlandstalige zetels: het totale aantal Vlaamse parlementsleden in BHV kan pas gekend zijn wanneer de rechtstreekse, arrondissementele en de provinciale restquotiënten van de Nederlandstalige en Franstalige partijen tegen elkaar zijn uitgezet. Volgt u nog?

In principe behandel ik een provincie op deze blog in 3 stappen: percentages, zetelverdeling en koppen. Voor Brabant is het wat moeilijker: ik moét ook niet-Nederlandstalige partijen in de analyse betrekken en een sui generis-berekening maken van de historische evolutie van de percentages. Er is immers geen “vaste” totale pot waarbinnen Vlaamse en Franstalige stemmen evolueren: elke verkiezing heeft de ene een beetje meer of minder stemmen. Percentages zijn hier dus, nog meer dan anders, uiterst relatief. Ook verschuivingen in zetels moeten binnen dat perspectief worden gezien.

Wat voorafging: percentages

1. Nederlandstaligen


Traditioneel is de CVP in Leuven en BHV de sterkste partij. Pas in 1999 steekt de VLD van Rik Daems en Willy Cortois (de voorganger van JLD als burgemeester van Vilvoorde) haar voorbij. Ook in 2003 modderen de oranje mannetjes maar wat aan.

In 1999 dondert de SP in Leuven van 27,77 naar 17%. Tien procent eraf. De vervanging van Frank Vandenbroucke door een zekere Willy Schellens zal daar waarschijnlijk wel niet vreemd aan zijn. De volgende verkiezing schoot het progressief kartel dan weer naar bijna 25% met Saïd El Khadraoui. Halle-Vilvoorde is altijd al een probleem geweest voor de socialisten. In 1999 haalt de lijst van Hans Bonte nog geen 11% van de Nederlandstalige stemmen). Vier jaar later wordt Frank Vandenbroucke er samen met Bert Anciaux afgezet (resultaat: twee opvolgers in het Federale Parlement, waarvan een –Walter Muls- ocharme 600 stemmen haalt, maar passons). Ineens 20%.

Leuven is altijd al een agalev-stronghold geweest. In 2003 halen ze er zelfs nog de kiesdrempel. 1999: 12%. Ook in BHV doen de groenen het behoorlijk.

2004 brengt een ander verhaal. De grootste partij in Vlaams Brabant is nu de CD&V (samen met N-VA cfr de 10% VU-stemmen in 1999 voor BHV), maar voor… het VB. De belachelijke discussie rond de “splitsing nu” zal zeker meegespeeld hebben, maar ook het aanhoudende gezaag over de nachtvluchten. Patat bijna 22% extreem-rechts, waar dat vroeger nog geen 14 was. Het Blok is normaal de grootste Vlaamse partij in Brussel, maar ook in de Rand zijn ze sterk ingeplant (Joris Van Hauthem, Filip De Man).

2. Franstaligen

In Brussel vechten PS en MR al jaren een duel om de grootste uit. Bij de tanende scores van het FDF deed toenmalig PRL-voorzitter Jean Gol een aanzoek aan Antoinette Spaak (dochter van), om samen voor eeuwig de grootste te zijn. Antoinette hapte toe (met enige vertraging) en meteen had de PS een vervelende tegenstander (de PS had Happart, Gol had Spaak). Brussel is immers bepalend voor de meerderheid in de Franse Gemeenschap. Vanaf 1985 haalt de blauw-paarse alliantie nooit minder dan 30%. In 1999 is er zelfs 20% verschil met de PS!

Bij de laatste federale verkiezingen sukkelde de MR direct 4% naar beneden en de PS (door het ecolo-débâcle) 8% omhoog, waardoor het gat verkleinde tot 7%. Bij de recentste gewestverkiezingen in Brussel werd de PS zelfs nipt groter dan de liberalen (34,84% ó 33,95%). Intussen is echter al weer wat water door de Zenne gevloeid, waardoor de verhouding nu terug omgekeerd lijkt.

Het is in elk geval een boeiende strijd: Laurette Onkelinx versus Olivier Maingain (de FDF-lijsttrekker van de MR-lijst). Duels in het verleden: De Donnéa vs. Picqué (1999: 48.000 ó 45.000), Onkelinx vs. Ducarme (2003: 43.000 ó 40.000), Picqué vs. Simonet (2004: 59.000 ó 36.000), De Donnéa vs. De Galan (44.000 ó 27.000).

De cdH wordt compleet vermorzeld in deze titanenstrijd. Onder Paul Van den Boeynants (1968: 116.000 stemmen in BHV !!) waren de PSC-mannen nog de grote baas in Brussel, maar afgezien van de enigszins lachwekkende Demaret heeft hij geen opvolger gekregen. In een tijdsspanne van 1981 tot 2003 kwam de PSC/cdH welgeteld 1 keer boven de 15% uit. Dat in het wingewest van voorzitster Joëlle Milquet, die persoonlijk wel populair is, maar haar partij niet verkocht krijgt. Bij de regionale verkiezingen in 2004 ging het cdH er nog op vooruit… naar 14 %. De zetel van Joëlle is de enige van de kieskring.

Ecolo kende een echte monsterscore in 1999. Met bijna 25% werden ze bijna 7% groter dan de PS! Helaas voor de groenen ging daar in 2003 weer 14% van af. In 2004 hield Ecolo in Brussel nog 10% van de Franstalige stemmen over.

Aan BHV hangt nog het Franstalige arrondissement Nijvel, waar al jaren een strijd woedt tussen André “Mac Fly High” Flahaut en de familie Michel, waar zoon Charles nu opnieuw de lijst trekt. Nu ja, “strijd”… De MR haalt boven de 40% in Waals-Brabant, de PS nog geen vierde van de stemmen. En er zijn maar 5 zetels te verdelen.

Zetelverdeling

1. Nederlandstaligen

In 2003 gingen twee “Vlaamse” zetels verloren: doordat agalev en de N-VA niet genoeg stemmen haalden om deel te nemen aan de verdeling (door het arrest van het Arbitragehof verviel de kiesdrempel integraal in de oude provincie Brabant, dus dat was niet echt een excuus voor hen), kwamen er meteen 4 zetels vrij. Twee daarvan zijn opgepikt door sp.a-Spirit (+ 1 zetel in BHV en + 1 in Leuven). De twee andere zijn naar Franstalige partijen gewandeld. De MR klimt van 7 naar 9 zetels (op de 34 = verschrikkelijk veel), de PS gaat van 3 naar 5. Ecolo gaat er ook twee achteruit (nog 2 over). Alle andere partijen bleven gelijk.

Wat gebeurt er dan op 10 juni?

Naar alle waarschijnlijkheid winnen de Vlamingen een zetel terug. De stemmen van de N-VA gingen in 2003 verloren, nu komen ze bij die van CD&V, wat sowieso een extra zitje oplevert. Afhankelijk van de grootte van het VLD-verlies en de winst van het VB, zakt men daar naar 3 of 4 zetels (min 1 of min 2). Groen! kan 1 tot 2 zetels heroveren, sp.a-Spirit blijft status quo of eentje minder (hangt van de Groene score af). Twee “communicerende vaten dus: rood-groen, blauw-zwart. Hoe dan ook een parlementslid bij voor de oranje-gelen.

2. Franstaligen

Onmogelijk te voorspellen! De MR zal waarschijnlijk het slachtoffer zijn van de extra Vlaamse zetel, maar daarnaast is het echt niet duidelijk. Gaat de cdH vooruit, dan snoepen ze misschien nog een extra zetel af van de blauwen. De PS zet ik op status quo. Waarschijnlijk verliezen ze gewoon de winst van 2004.

Personen

1. Nederlandstaligen

Bij CD&V draait het rond zijne allerchristelijkste majesteit Herman Van Rompuy (inwoner van de “met Franstalige annexatie bedreigde” faciliteitengemeente Sint-Genesius-Rode; 1995: 26.000, 1999: 25.000, 2003: 25.8000) en de saaie maar degelijke Carl Devlies (eerste schepen in Leuven, 1991: 5.900, 1995: 8.900, 1999: 9.400, 2003: 17.000, 2006: 5.600 stemmen bij de gemeenteraad). Oudgediende Mark Eyskens (Leuven) is al een tijdje op politiek pensioen (1987: 31.000, 1991: 16.000, 1995: 21.700, 1999: 18.000 en 64.000 op de
Senaat, 2003: 11.000 en 68.000 op de Senaat).


De liberalen brengen de eeuwig geloofwaardige Rik “zeg maar Hendrik, of toch niet” Daems in stelling. Onversaagd gaat hij al een dik decennium de Tobback-hegemonie in Leuven te lijf (1995: 32.000, 1999: 43.000, 2003: 27.500 –toen was hij net minister geweest, vandaar). Tegenwoordig woont de man in Herent. De immer innemende Patricia “Burberry” Ceysens heeft haar grote hart aan de Leuvenaar geschonken (1995: 17.000, 1999: 24.000, 2004: 35.000 voor de hele provincie Vlaams-Brabant). Op 8 oktober duikelde ze bij de gemeenteraadsverkiezingen een goede 7 procent naar beneden.
In B-H-V heb ik daarnet Annemie Neyts over het hoofd gezien. Deze grote liberale dame (waar ik respect voor heb) was een van de Brusselse Vlamingen die het van de stemmen in de rand moesten hebben om in het parlement te raken (1981: 1.300, 1985: 12.981, 1989: 64.000 op de Europese lijst, 1995: 52.000 op de Senaat, 1999: 203.000 op de Europese lijst, 2003: 25.000 in BHV, 2004: 104.000 op de Europese lijst). Op 10 juni duwt ze de openVLD-lijst, die getrokken wordt door Maggie De Block (6.900 in 1999, 7.700 in 2003) en Luk Van Biesen (1.800 stemmen in 2003, 718 stemmen voor de gemeenteraad in faciliteitengemeente Kraainem in oktober…). Ik wil niets zeggen, maar dit is toch wel een beetje om een afstraffing vragen. Francis Vermeiren (Zaventem) en Willy Cortois (Vilvoorde) steken de kop in het zand en wachten tot de storm over is.

Bert Anciaux noch Frank Vandenbroucke hadden dit keer zin om de sp.a-Spirit-lijst in BHV te trekken. Harde werker en uitstekend parlementair Hans Bonte mag nu zijn kans wagen vanop de eerste plaats. De Vilvoordse OCMW-voorzitter (en voorzitter van de commissie Sociale Zaken in de Kamer de afgelopen legislatuur) was nog nooit een echt stemmenkanon, maar krijgt de steun van Vandenbroucke (1991: 25.000 in Leuven, 1995: 46.000 in Leuven, 1999: 190.000 op de Europese lijst, 2003: 32.000 stemmen, 2004: 47.000 voor de hele provincie) op de laatste plaats, Brussels Parlementslid Foaud Ahidar (Spirit) op de derde, Mia De Vits (202.000 stemmen in 2004 voor Europa, 6.175 stemmen bij de provincieraad in oktober) op de voorlaatste en Louis Tobback (hoeft het nog gezegd? “Uw Sociale Zekerheid”, de lekkerste SP-campagne ooit, 453.700 stemmen in 1995, nog 13.000 stemmen in Leuven in oktober, 70.000 in 2003 en 72.000 in 2004 op de Senaat resp. Europese lijst) op de laatste plaats. Overigens: UGent-student Politieke Wetenschappen en Gooiks gemeenteraadslid Steven Van Bont prijkt ook op de lijst (5de opvolger), net als nationaal animovoorzitter Bram Boriau (5de effectief). In Leuven doet Bruno Tobback (1995: 20.000, 1999: 26.000, 2003: 15.000 als duwer, 2004: 20.000, 4.900 voor de provincie in oktober) het werk als lijsttrekker (ik was hem bijna vergeten).

Het VB houdt het bij Filip De Man (moskee, imam, bomaanslag… gevaar!, behoort naar eigen zeggen tot de rechtervleugel van het VB…; 9.000 in 1995, 16.000 in 1999, 21.000 in 2003, 11.000 in 2004 als duwer), Bart Laeremans (in 1999 eens 13.000 stemmen gehaald, daarna teruggevallen op 9.000) en Joris Van Hauthem (pas in 2004 veel stemmen, daarvoor vrij anoniem). Johan De Mol (Brussels boegbeeld: 12.000 stemmen in 1999 voor het gewest en 66.000 voor de Senaat, 14.000 in BHV 2003 en 45.000 voor de Senaat, 10.000 voor het gewest in 2004 en 51.000 op de Europese lijst) staat niet op de lijst.

Groen! haalt eeuwige belofte Tinne Van der Straeten van stal (“Iek ben duus Tiene Van der Straeten en ik ben van agalev”; 33.000 stemmen op de Europese Lijst in 2004, voor de rest geen gegevens in mijn bestand bij gebrek aan mandaten) in BHV. Magda “eerwaarde zuster” Aelvoet duwt de Leuvense lijst (16.000 in 1999, nog meer dan duizend stemmen voor de Leuvense gemeenteraad in oktober), die getrokken wordt door tv-figuur Peter Lombaert (nog nooit van gehoord).



2. Franstaligen

Wie anders dan Laurette trekt de Brusselse PS-lijst? Mijn favoriete PS-minister is in 2003 overgekomen uit de donkere, met alcohol en Italiaanse maffiapraktijken geparfumeerde catacomben van de Luikse PS (waar toen nog niet alleen de geest van Guy Mathot rondwaarde, in het gezelschap van Michel Daerden), om de Brusselse PS uit het slop te halen (cfr historisch overzichtje supra). In Luik (1999) was Laurette goed voor bijna 37.000 stemmen. In 1995 trok ze de Senaat en haalde ze een (niet zo denderende) 96.000 kiezers. 2003 was dan weer heel goed: 43.000 stemmen en direct meer dan Daniel “ik heb een ego, dus ik besta” Ducarme van de MR. Doe zo voort, Laurette! Bovendien stemden meer dan 5.000 Schaarbekenaars op haar in oktober. Een toonbeeld van geslaagde integratie. Minister-president Picqué duwt de lijst (45.000 in 1999, 38.000 in 2003, bijna 60.000 in 2004 voor het gewest, meer dan 4000 stemmen in zijn ‘fief’ Sint-Gillis in oktober), collega Magda De Galan (ex-minister Sociale Zaken) doet hetzelfde bij de opvolgers. In Nijvel is er, zoals gezegd, Flahaut (12.000 in 1995, 17.000 in 1999, 25.000 in 2003, 3.300 in oktober in Nijvel) en een paar van zijn lokale discipelen.


De MR kiest in BHV voor de full frontal. De perfect tweetalige (in Antwerpen opgevoede!) Olivier Maingain, voorzitter van het FDF, trekt de lijst zowaar. Het is nooit een echt succesnummer geweest (7.700 in 1995, 24.700 in 1999, 24.000 in 2003, onlangs herkozen als burgemeester van Sint-Stevens-Woluwe met bijna 4.000 stemmen cfr Maingain weigert een Nederlandstalige te coöpteren in het Schepencollege, is mogelijk sinds Lambermont, je krijgt er extra geld voor ó voerde liever een belasting op schotelantennes in…). Hij krijgt dan ook steun van Corinne De Permentier (burgemeester van… Vorst), François-Xavier De Donnéa (lange tijd absoluut stemmenkanon en burgemeester van Brussel; 44.000 in 1995, 48.000 in 1999, 19.000 in 2003). Waals-Brabant wordt verzorgd door Charles Michel (41.186 stemmen in 2003, 21.000 bij de Waalse verkiezingen als duwer) en opvolgersduwer Serge Kubla (Waals oppositieleider, 29.000 stemmen in 2004).

cdH-voorzitster Milquet (1999: 20.000, 2003: 179.000 op de Senaat, 2004: 192.000 op de Europese lijst) staat op de Kamer als lijsttrekker in BHV. De Franstalige partijen vinden de Kamer immers belangrijker dan de Senaat, die in Vlaanderen door ambitieuze kandidaat-premiers wordt gemonopoliseerd. Ook Di Rupo (Henegouwen) en Reynders (Luik) doen het daar. André Antoine, Waals minister van Huisvesting (nogal wat werk gehad de laatste tijd), Ruimtelijke Ordening en Mobiliteit trekt in Waals-Babant (13.000 stemmen in 2004). Een zekere Benoît Langendries (fils de) duwt de lijst.


Ecolo doet het met de blonde krullen van Zoé Genot (vorige week in debat op de RTBf met François Martou van de Christelijke Vakbond, kandidaat voor de PS op de Senaat; intussen al een aantal legislaturen in de Kamer gehad: 4.800 in 1999, 3.400 in 2003). In Nijvel is het aan Thérèse Snoy d’Oppuers.

Geen opmerkingen: