maandag, augustus 06, 2007

Rechtkrabbelen (Walter Pauli, DM)

Rechtkrabbelen door walter pauli
Hoe de sp.a langzaam poogt te wennen aan de oppositie

de kleine mededeling vorige week vrijdag, dat Caroline Gennez Dirk Van der Maelen had aangezocht om in tandem een gooi doen naar het sp.a-voorzitterschap, komt er stilaan weer een teken van leven bij de Vlaamse socialisten. Het doet nog overal pijn, ze leven nog in verbijstering, maar ze krabbelen recht. Met een rood waas voor de ogen.

Zou er iemand bij de sp.a-top de laatste weken The Fight van Norman Mailer herlezen hebben? Dat nerveuze, broeierige, bijwijlen bloedstollende verslag van de 'Rumble in The Jungle', de historische boksmatch tussen Mohammed Ali en George Foreman uit 1974? Foreman dacht dat hij niet kon verliezen en ging toch knock-out.Wat er aan deze literatuur relevant is voor een Vlaamse socialist? Wel, lectuur zou enige troost kunnen bieden, al is het maar door de herkenning. Het Foremankamp had de nederlaag absoluut niet zien aankomen. Waarom zouden ze ook? Toen Foreman zijn titel veroverde, was dat na een ko in amper twee ronden tegen Joe Frazier. En in die twee ronden was Frazier al zes keer tegen het canvas gesmakt. Vergelijk het maar met de zege van sp.a-Spirit in 2003: alleman ko en zelf geen schrammetje opgelopen. Ze konden de wereld aan.Maar of het in boksen is of in de politiek: elke titel, elke overwinning moet verlengd worden. Destijds beschikte Foreman op papier over alle troeven om dat te doen. Hoewel de man een van de meest ervaren boksers van zijn generatie was, besefte hij zelfs op het ogenblik dat hij groggy tegen de grond ging nog altijd niet helemaal dat er iets fout liep. Dat daagde hem pas nà de match, nà het verlies.En nadien, in een wurgende scène van wanhoop, eenzaamheid en uitzichtloosheid, alleen te vergelijken met het schilderij Nighthawks van Edward Hopper, zit het gevolg van de gevallen kampioen in de bar van het hotel. Men drinkt, en analyseert. En drinkt, en analyseert, en dan al klinken de eerste opmerkingen: "George verloor niet omwille wat Mohammed Ali deed", zij een van zijn trainers. "Het ging om wat George niét deed. Hij luisterde niet. Ik wist niet wat ik meemaakte. George stond niet toe dat iemand hem tegenhield." Om diep in de nacht besluiteloos te besluiten, hoe paradoxaal dat ook klinkt: "I ain't got the answer."Dat is of was de toestand van de sp.a na 10 juni: de verbijstering over een even onverwachte als totale knock-out. Allerlei conclusies, waarin centraal staat: 'onze champ had geen oor'. Om het uiteindelijk ook niet te weten.Van Kinshasa 1974 - waar dat gevecht plaatsvond - naar Brussel, 2007. Kort na de verkiezingen was aangekondigd dat de sp.a tegen einde augustus terug tekenen van leven zou vertonen. Dan zou Patrick Janssens zijn evaluatie klaar hebben, "en die moet bikkelhard zijn", luidde het toen. En tegen dan beloofde kandidaat-voorzitster Caroline Gennez haar eerste interviews én het neerleggen van haar intentieverklaring: de politieke lijn die ze wil bewandelen.Maar al snel werd duidelijk dat die timing een paar ongelukkige neveneffecten zou krijgen.

Stel dat Janssens inderdaad bikkelhard zou uithalen (en wie hem ooit bezig zag, weet dat de man dat kan: meer dan één vlijmscherpe zin heeft hij echt niet nodig). Stel dat de 'evaluatie-Janssens' ongeveer tegelijk met de intentietekst van Gennez komt. Als de conclusies gelijk lopen, zal iedereen zeggen dat Gennez nog altijd aan het handje loopt van de generatie die haar groot maakte. Als de conclusies tegengesteld zijn, is er onmin in de partij, eventueel te dramatiseren tot 'afrekening met de vorige generatie'.Waarbij Patrick Janssens het zich niet gemakkelijker maakt door het voorbereidende werk van de evaluatie niet zelf in handen te nemen, maar te laten opknappen door Milan Rutten en Koen Pelleriaux. Als directeur van de studiedienst was Pelleriaux een van de eerste verantwoordelijken voor de inhoud van de afgestrafte campagne, terwijl Rutten tekende voor de organisatie ervan. Zelfs al doen die twee hun best om zo onafhankelijk mogelijk te blijven, ze zijn het niet. Janssens is dat evenmin, want hem wordt, samen met Johan Vande Lanotte en Frank Vandenbroucke, de signatuur van deze campagne toegeschreven. Vandenbroucke legt de nadruk op werk en de noodzaak van een brede staatshervorming, Janssens tekent voor een aantal strategische keuzes, zoals de beslissing om Christine Van Broeckhoven als Antwerpse lijsttrekker aan te stellen.Goed, dat was een foute keuze, al zal men het Van Broeckhoven zelf nog moeten uitleggen. Op verkiezingsdag zelf probeerde zij in Antwerpen de moed erin te houden met 'Vijfentwintigduizend voorkeurstemmen, toch niet slecht voor de eerste keer?' Op dat eigenste moment had haar rechtstreekse concurrente Inge Vervottte er al meer dan honderdduizend achter haar naam staan. Zelfs dat "voor de eerste keer" moet nog blijken. Pas binnen vier jaar weet Van Broeckhoven of ze een tweede kans krijgt (en dan zéker niet meer als lijsttrekker): dat hangt van haar prestaties in de Kamer af. Maar het is unfair om achteraf van Van Broeckhoven de risee te maken. Het eerste editoriaal in De Morgen over haar lijsttrekkerschap was bijvoorbeeld uitermate lovend. "Een meesterzet", heette het, en een citaat van wijlen Wim De Craene maakte de lof compleet: "'t was een treffen van precies 18 karaat, Christine." Dat werd weliswaar opgetekend voor haar desastreuze tv-optreden, maar het illustreert ook dat evaluaties achteraf een vrijblijvender en alleszins veiliger job zijn dan commentaar vooraf.Maar dat ondermeer Patrick Janssens een bepalende verantwoordelijkheid draagt voor wat fout liep, 'weet' nu elke sp.a'er. Vandaar ook dat zijn rapport intern met reserve ontvangen wordt. "Wat hij niet zal kunnen, is via een zogenaamde 'evaluatie' van het verleden, een claim doen op de toekomst", heet het. Meer bepaald leefde kort na 10 juni de vrees dat de lijn van Janssens' rapport de volgende zou zijn: "Het is omdat we niet radicaal genoeg waren in onze keuze, dat we deze nederlaag leden. Bijvoorbeeld: we moeten nog Vlaamser zijn, nog explicieter anti-PS. Als Patrick Janssens dat doet - "hij alleen houdt uiteindelijk zijn pen vast" - dan wordt Caroline Gennez nu al aangeraden "dat als een opinie te zien, naast de andere. Leerzaam, behartenswaardig, maar niets waardoor ze zich moet leiden of gebonden voelen." Een minister van staat: "Dat zullen we niet toelaten."Een parlementslid: "Het verleden is één zaak. Ja, we hebben zwaar verloren. Maar om allerlei redenen is de vraag: moeten we de partij belasten met de vraag waarom het fout liep, of richten we de blik naar de toekomst. Proberen uit te maken wat er beter kan."Het duidt op het dilemma. Niemand wil een bijltjesdag. Maar zeggen wat er beter kan, kan alleen als men lering trekt uit wat er minder was.En dan is er één opmerking die unisono terugkomt: het moeizame evenwicht tussen een ledenpartij en een moderne organisatie, top-down.

Niemand wil terug naar de ledenpartij, naar een structuur zoals die waar het ABVV nog altijd mee worstelt: waar elke beslissing van de top op elk niveau vlijtig kan tegengewerkt worden door een zogenaamde 'basis'. Het was trouwens Louis Tobback die jaren terug al de almacht van de federaties brak. Maar soms slaat een slinger snel door - daarover straks nog. Patrick Janssens speelde als voorzitter een essentiële rol in de modernisering van de sp.a. "Maar hij heeft twee nadelen. Eén: hij kent nu eenmaal de interne gevoeligheden minder goed en houdt er dus minder rekening mee. En twee: bovendien is hij uiterst rücksichtslos. Hij doet wat goed is voor hem. Dat is automatisch het beste voor 'de partij'."Die attitude wordt her en der met de vinger gewezen als een punt dat hersteld moet worden: de band met de basis. Niet om die zogenaamde basis terug alles te laten beslissen. Wel om een noodzakelijk gevoel van samenhorigheid te krijgen. Niet omdat, zoals her en der nog gebeurt, de afkorting 'kd.' ('kameraad') te zien verschijnen in een briefhoofd naar een partijgenoot, wel om de partij warmer te maken. Om niet de indruk te wekken dat één kliekje over alles beschikt, en het alleenrecht heeft: op persaandacht, ook op interne financiering.Nergens ging dat zo ver dan - jawel - in Antwerpen. U weet wel, de lijst met Van Broeckhoven als lijsttrekker, voor Jan Peeters, Maya Detiège, Fauzaya Talhaoui, Greet van Gool en arbeider Rudi Kennes. Inderdaad, geen grote namen. Milan Rutten kwam hen dan ook uitleggen, voor de verkiezingen, dat alle financiële en publicitaire steun ging naar de zogenaamde 'hoekkandidaten' (!!!!!!!).Zelfs doorgewinterde politologen hadden van dit begrip nooit van gehoord. Wat bleek. Het ging om de lijsttrekker, de lijstduwer, plus de eerste en de laatste opvolger (ook 'lijstduwer' en 'lijsttrekker' geheten). Dat betekende dat drievierde van de middelen naar de bodem van de lijst gingen. Naar Patrick Janssens, Caroline Gennez en Kathleen Van Brempt. Drie mensen die 'steunden'. Jan Peeters, tweede op de lijst, mocht met ongeveer duizend (1.000!) euro steun van sp.a-nationaal de Kempen proberen te redden. De grotere bedragen, de betere middelen waren voor de 'hoekkandidaten'. Het bleek nog niet eens te helpen, want achteraf had Van Brempt (13.694 voorkeurstemmen) er nog altijd minder dan Maya Detiège (een solide 24.676), maar zelfs dan Peeters (13.966) of Talhaoui (13.843) (opm: dit vind ik écht wel zeer grof).Het ging nog verder. Wie niet tot de vriendjes behoorde, moest zwijgen. Na de verkiezingen werd op een vergadering van de Antwerpse 'stadspartij' - de nieuwe naam voor het archaïsche 'koepel Antwerpen' - beslist dat Maya Detiège zich moest verantwoorden voor een interne commissie/tribunaal (naargelang de sympathie voor zo'n uitzonderingsorgaan), en wel omdat ze kort voor en na 10 juni kritiek had geuit op de partijlijn. Het trio dat geacht werd haar te horen, bestond uit Dirk Wiese (voorzitter), Eva Mangelschots (Animo) en ondervoorzitter Jo Vermeulen (fractievoorzitter in de gemeenteraad) (ochottekes, daar moet je echt bang van zijn!). Detiège zag daar het nut niet van in, en voorlopig is er geen gevolg aan gegeven. "Ach, ik til er niet zwaar aan", zegt ze, "Ik vond het pijnlijker toen ik een brief kreeg van Johan Vande Lanotte en Patrick Janssens, waarin ze alle Antwerpse 65-plussers vroegen om te stemmen voor Christine Van Broeckhoven, Monica De Coninck en Kathleen Van Brempt. (schamper) En ik, derde op de lijst. Soms vroeg ik mij af of de leiding het graag had dat de parlementsleden het goed deden? Waarom kreeg ik na de verkiezingen, waar ik toch een behoorlijk resultaat behaalde, niet één schouderklopje van de partijtop?" De warme partij, de partij die zich niet laat gijzelen door de leden, maar er wel rekening mee houdt. Toeval of niet, maar de man die Caroline Gennez als haar running-mate koos, maakt net daarvoor zijn strijdpunt.

Ook al is Dirk Van der Maelen een minzaam man, hij is ook een realist. Hij weet dat het de volgende jaren moeilijk zal worden. "Ik denk dat we ons ervan bewust moeten zijn dat we staan voor een oppositie die gemiddeld zo lang zal zijn als die van de andere partijen. CVP/CD&V zat federaal van 1999 tot 2007 in de oppositie, dat is acht jaar. De VLD verdween in 1987/1988 uit de federale regering en kwam er pas in 1999 terug in, dat is elf jaar. Voor ons zal het niet anders zijn." Dat doet pijn, vooral omdat de Vlaamse socialisten vandaag niet kunnen wachten op de afloop van Letermes formatieberaad en zich hoe dan ook op de oppositie voorbereiden. In de eerste weken na 10 juni twijfelde de uittredende partijleiding van de sp.a nog over de onvermijdelijkheid van de oppositie (Dehaene schreef in zijn eerste mededeling: "Sp.a is in de huidige omstandigheden geen vragende partij en verwacht ook niet direct een uitnodiging. Sp.a sluit niet uit dat, indien alles zou vastlopen, er toch nog een uitnodiging komt. Over het antwoord zullen ze zich op dat ogenblik beraden"): misschien een correcte inschatting (Leterme kan zich nog altijd vastrijden), maar wel een fout signaal. "Er is intern hartig over gediscussieerd", heet het, "Johan moest ab-so-luut voor de oppositie kiezen, en geen andere signalen uitzenden."Al was dat menselijk niet gemakkelijk. In eerste instantie begrepen belangrijke kabinetsmedewerkers het signaal (of wilden ze dat horen) dat de sp.a in alle discretie beschikbaar bleef voor de regering. In de loop van juli lichtte Vande Lanotte ("hij is mans genoeg om slecht nieuws zelf te melden") een paar belangrijkste (adjunct)-kabinetschefs zelf in dat er voor hen geen plaats meer was. Vakbond en mutualiteit spelen al hun vacatures bij voorrang aan de sp.a door, maar de tijd is voorbij dat ze zomaar extra jobs kunnen 'maken'. En zo komt het dat vergrijsde cabinetards, mannen die jarenlang het beleid inzake werkzekerheid uittekenden, zich ineens - letterlijk - geconfronteerd zagen met het RVA-lokaal. Die schrijnende menselijke verhalen kleuren mee de actuele mood bij de sp.a. Nadelig is dat niet, want het is een rem op te grote onbarmhartigheid.En dat zal nodig zijn, want de sp.a heeft iedereen nodig. Zij die voor 10 juni in de kou stonden, zoals Detiège en alle 'gewone' parlementsleden, en zij die de koers bepaalden, zoals Frank Vandenbroucke. De parlementsleden hoeven weinig te vrezen. Het is geen toeval dat de leiding wellicht in handen komt van Caroline Gennez, fractieleider in het Vlaams parlement, en Dirk Van der Maelen, fractieleider in de Kamer. Niet dat dit een cadeau is voor Gennez.

De eerste voorzitter na een nederlaag is vaak een zoenoffer, een overgangsfiguur waaraan men voorbij kan: De Croo bij de VLD in 1995, De Clerck bij CVP/CD&V in 1999, Holemans bij Agalev na 2003. Maar intern zegt al wie er overblijft aan kopstukken: 'Beter dan Gennez is er niet' en dus zal zij haar plaats in een rij voorzitters met Van Miert, Tobback en Stevaert moeten waarmaken. Ditmaal met de hulp van parlementaire fracties die staan te dringen om eindelijk iets te betekenen. "We hebben geen ministers meer, geen kabinetten, geen cabinetards. De partijleiding zal weer moeten beroep doen op parlementsleden. En als de sp.a in het nieuws wil komen, zal dat ook meer in het parlement moeten." Dat uitte zich eind juni al in de eerste vergaderingen van de nieuwe Kamerfractie. Goede sfeer, en omdat er minder volk is, heeft iedereen automatisch meer ruimte om zijn ding te doen. Maar ook de resterende Vlaamse ministers, Frank Vandenbroucke voorop, moeten voluit hun rol kunnen spelen, zo hoopt de aankomende partijleiding. Ook al draagt Vandenbroucke zijn verantwoordelijkheid voor de nederlaag, hij is nu te vaak en te onterecht de kop van jut, soms het gevolg van een te late afrekening van oude vetes. "Terwijl Frank zo nodig blijft. In de campagne waren we te hard voor werklozen, maar hopelijk speelt hij straks zijn rol als sommigen ineens weer veel te soft zouden willen zijn. Hopelijk zegt hij: 'No pasaran', als de partij opnieuw ouderwets-Belgicistisch zou worden." (maar allez, wat een zever is dat nu ?) Het is het oude verhaal van de slinger, hoe een overdreven reactie altijd het tegenovergestelde uitlokt. "Hoeveel te luider Frank een duidelijke aanpak tegen werklozen bepleitte, hoeveel te meer de stroming aan belang won die het tegenovergestelde bepleitte. Die dynamiek krijg je altijd; toen Vande Lanotte de verkiezingen verloor, riep iedereen: 'Nieuw!' 'Jonger!'. En wat krijgen we? Dirk Van der Maelen!" (bulderlach) (so what?)

Geen opmerkingen: