donderdag, september 27, 2007

Een Parijse tussenstand

De lezer van deze blog vraagt zich misschien af, wat al die toeristische foto's uit Lutetia betekenen. En of die stad nu echt de moeite is om er langer dan een week te verblijven. Welnu, uw dienaar brengt er een Erasmusjaar door, vandaar. Nu de Licentiaat/Master in de Rechten en de Bachelor in de Geschiedenis achter hem liggen, heeft hij met beide handen de kans gegrepen om de Master in de Geschiedenis door te brengen aan een van de oudste kennistempels van het Europese continent: de universiteit die Robert de Sorbon in de dertiende eeuw oprichtte in het huidge 5de arrondissement (of Quartier Latin).

Het is de bedoeling dat ik hier mijn masterproef schrijf (30 ECTS) en de resterende studiepunten besteed aan het ronduit indrukwekkende vakkenaanbod van Paris IV en de andere Parijse instellingen (in principe kan ik vakken uit de Ecolé Pratique des Hautes Etudes, van de rechtenfaculteit in Paris II of andere instellingen inbrengen, zo wist de plaatselijke Erasmuscoördinator te vertellen). Proffen zijn internationaal gevestigde namen (Lucien Bély, Olivier Chaline). Laat ons eerlijk zijn, de 12 vakken die alleen al in Paris IV rond (politiek-culturele geschiedenis van) de late 17de en vroege 18de eeuw worden aangeboden, kan je in Gent (alleen al materieel) niet volgen.



Ook qua bibliotheken, archieven en boekenwinkels is het hier een echt paradijs. Hoewel sommigen (vooral de archieven) bijzonder lastig doen (stukken 15 dagen op voorhand aanvragen, vier weken wachten voor je weet of je binnenmag etc.), vind je ongeveer alles wat wereldwijd verschijnt over je interessegebied. Bovendien zitten de meeste bibliotheken nog in een prachtig historisch kader. De (eerder generalistische) bibliotheek van de Cité Universitaire (een geschenk van Rockefeller), zit bijvoorbeeld al mooier dan de meest aantrekkelijke van de leeszalen in de Gentse rechtenfaculteit (i.e. de zaal Fredericq met de internationale tijdschriften). De meeste auditoria (cf. eerdere fotopost) zitten nog gebeiteld in 17de eeuwse vormen.



Hoewel Parijs natuurlijk een wereldstad is (in de extented city wonen ongeveer evenveel mensen als in heel België), is ze toch nog beheersbaar (i.e. geen te grote, anonieme, gebouwen of publieke ruimtes). Metro of RER brengen je op 5 minuten waar je moet zijn en oriënteren kan je vrij makkelijk op de voornaamste monumenten (Louvre, Champs Elysées, Madeleine, Sorbonne, Invalides, Notre Dame...). Om een idee te geven over de omvang van het openbaar vervoersnetwerk: als ik moet overstappen in het metrostation Châtelet (het grootste van Europa), heb ik vijf minuten te voet te doen (dan nog via rolbanden, zoals op de terminals in Zaventem) om van de RER naar een binnensteedse metrolijn te raken. De veel geprezen Velibs heb ik nog niet gebruikt. Deels omdat ik nog geen functionerende visa-kaart heb, maar ook omdat fietsen hier niet even aangenaam lijkt als in Gent (kruispunten van twee of meer boulevards = af te raden).



Je vindt hier alles en overal tegelijk (e.g. bioscopen, zwembaden, winkels; elk arrondissement heeft zijn eigen faciliteiten). Eten en drinken kan je goedkoop in de universitaire resto's (ongeveer hetzelfde als De Brug; met inbegrip van het personeel ;)). Dat is echt wel nodig, aangezien al de rest... nogal duur uitvalt. Een pint in de Culture Club is nog steeds € 2 goedkoper dan hier. Een koffie drinken in de tuin van het Palais-Royal... € 5. Het kan natuurlijk helpen als je het geluk hebt om getrakteerd te worden door gefortuneerde Franse kennissen, maar het beste is in het andere geval om gewoon niet te veel te denken aan de prijs en te genieten van een goed glas wijn of een macaron. Sartre heeft zijn inspiratie toch ook ergens uit moeten halen :).



Het is trouwens onmogelijk om Parijs helemaal te ontdekken. Ik probeer het in kleine schijfjes te doen, als ik wat tijd vrij heb. Het Louvre, de Champs Elysées, het Elysée, de Senaat, het Palais Bourbon, het Palais (en natuurlijk de tuin, gezien vlakbij de Sorbonne en leuk om zitten) du Luxembourg, Palais-Royal, l'Odéon, Les Invalides en de Notre Dame zijn al terug de revue gepasseerd. Staan nog op het lijstje: Hôtel de Cluny (nationaal museum voor de middeleeuwen), Institut de France (moet volgens de Michelin een "echt" paleis zijn), Beaubourg (maar nog niet direct, heb het Centre Pompidou nooit erg gemogen; zoek nog aangepaste gids of gezelschap om mij een aantal dingen "uit te leggen"), Montmartre (ook niet veel zin om dat direct te doen, net als de Eiffeltoren), Opéra Garnier en de Sainte-Chapelle (mijn favoriete Franse kerk, ook al dreig ik beschuldigd te worden Violet-le-duc-sympathieën en 19de eeuwse atavistische trekjes te koesteren). Bioscopen zijn even duur als bij ons (tenzij n.a.v. acties, zoals deze week, waarbij het tweede ticket maar € 1 kost, wat me in de gelegenheid stelde om "Sicko" van Michael Moore, met een zeer rumoerig Parijs publiek, of "99 francs" van Jan Kounen te zien). Theatervoorstellingen en opera's zijn hier soms volledig gratis voor studenten.



De hele wereld loopt overigens rond in Parijs. Voor de Cité is dat natuurlijk vrij letterlijk (5 300 studenten van een 30-tal verschillende nationaliteiten), maar ook voor de stad zelf. Je kan hier op café babbelen met Russen, Puerto Ricanen, Duitsers, Zwitsers. Of met studenten van andere Franse universiteiten of écoles supérieures (die selectiever zijn bij de "intake" van studenten dan de gewone universiteiten, die niemand mogen weigeren). Kunnen verdwijnen in de stad, om later met de metro op te duiken aan de compleet andere kant, is trouwens geweldig. Net als het idee dat je in elke grote straat op zeker zes verschillende plaatsen een stokbrood en Le Monde of Libération kan kopen.

Uiteraard zijn er nog een aantal verplichtingen op het thuisfront die lopen. Van mijn mandaat als studentenvertegenwoordiger heb ik afscheid genomen bij het afstuderen in de rechten, van de animo StuGent-verplichtingen bij de bestuursverkiezingen rond de paasvakantie. Blijft natuurlijk het mandaat in de OCMW-raad, dat ik van plan ben verder te vervullen. Mits een autorit van Rijsel naar Zingem, duurt het immers maar een uur om per TGV van de Gare du Nord naar Lille Flandres te raken.

Geen opmerkingen: