maandag, maart 03, 2008

Artikels Avanti

Idem voor de Avanti-artikels.

Macchiavelli aan de Thames (Avanti nr. 1, hier en elders op mijn blog)

We zijn er eindelijk van af. Tony Blair, een krampachtig glimlachende karikatuur van zichzelf, heeft nu al een paar maanden Downing Street no. 10 verlaten. Wat sindsdien gebeurd is, vormde voor zijn voormalige spin doctor Alastair Campbell de aanleiding om te spreken over “Goodbye Charisma, Hello New Politics”. Toen Gordon Brown bij het betreden van zijn nieuwe ambtswoning, alleen tegen een bos van microfoons, als een mantra het woord “change” bleef herhalen in een speech die even grijs was als het weer van zijn “first day in office”, vonden vele waarnemers dat ongeloofwaardig klinken. Toch heeft New Labour vandaag terug de wind in de zeilen, zoals in de eerste Blair-jaren.

Wat is er intussen gebeurd? De Britse regering heeft haar liefde verklaard aan een multilaterale, “soft power”-gebaseerde handelswijze en zich subtiel afgewend van Washington en. Té radicaal kan dit natuurlijk niet gebeuren. De “bevoorrechte” relatie tussen de erfgenamen van Churchill en Roosevelt blijft ook onder Brown te belangrijk om dat te doen. Het gaat meer om subtiele zaken. George Bush wordt niet openlijk te kijk gezet, maar af en toe rijdt “Labour-bis” hem met sardonisch genoegen over de tenen. Al in de eerste week-Brown verschenen geruchten op het internet over de onmiddellijke en definitieve terugtrekking van de Britten uit Irak, net zoals Zapatero die had doorgevoerd met de Spanjaarden in 2004. Uiteraard is daar niets van in huis gekomen, maar het behoort wel tot de lange termijn-doelstellingen van buitenlandminister Miliband. Soms gaan zaken die niet “onverwijld” worden aangekondigd, zelfs vlugger dan je denkt.

Binnenlands kreeg Gordon Brown het mooiste geschenk dat een nieuwe premier zich mag wensen: een nationale ramp. Ondergetekende was met vakantie in het geteisterde Oxfordshire tijdens de overstromingen midden juli en raakte zelf bijna in de ban van de overtuigend geveinsde sérieux van de regeringsleider. Alsof hij zelf net de kelder van zijn 17de-eeuwse cottage had zien onderlopen, kondigde Brown elke dag degelijke en doortastende maatregelen tegen het water aan. Om vervolgens met hangende hondsogen zijn medeleven uit te spreken voor de aan een helikoptertouw bengelende gesinistreerden.

Natuurlijk is Brown medeverantwoordelijk voor de (deplorabele) staat van de overstromingsvoorkomende werken in Engeland. Hij was 10 jaar de nummer twee van het kabinet-Blair en had daarin bijna evenveel te zeggen als zijn rivaal-voorganger. En toch. De bezwaren van de oppositie worden bijna niet gehoord. Vlak voor het hoogtepunt van de overstromingen zijn de conservatieven zelfs “weggecrasht” in drie tussentijdse verkiezingen, waarbij de LibDems hen opnieuw voorbij zijn gestoken als tweede partij. Onmiddellijk het sein voor de ontevredenen binnen de Conservatieve partij om, in pure CVP-stijl, discreet het leiderschap van David Cameron in vraag te stellen. Want, had Alastair Campbell niet subtiel laten verstaan dat Cameron samen met Tony Blair mag begraven worden? “At the last election, 'vote Blair, get Brown' was designed to signal that Mr Brown would be a liability. So were David Cameron's efforts to present himself as the true heir to Blair. Both indicate that they were trapped by the TB-GB prism. They didn't realise that once TB went, so would the prism.”

Brown werkt gewoon verder met wat al klaar lag, maar rekent tegelijk subtiel af met de spoken uit het verleden. Zo wordt de Labourpartij achtervolgd door een aantal corruptieschandalen (het “verkopen” van adellijke titels, banden tussen financiële en mediagroepen en bepaalde donateurs aan de partij). Wat doet Gordon the Untouchable? Hij reikt de hand aan de Conservatieven, om “samen” met een propere lei te beginnen en een systeem van overheidsfinanciering in te voeren.

Ook het laatste stuk van Campbell’s opiniebijdrage (over de interne rivaliteiten) klopt. Het aantreden van “GB” lijkt een aantal mensen op het voorplan gebracht te hebben, die eigenlijk ook onder Blair al prominent aanwezig waren binnen de partij. David Miliband werd in de pers bijvoorbeeld getipt als een mogelijke challenger voor het leiderschap van New Labour. Hoe los je zoiets op? Je geeft de uitdager een job. Als je de eigen partij stevig controleert, zoals de nieuwe Franse president, koop je een oppositie-leider uit. Is dat nog niet het geval, dan doe je het met partijgenoten. Miliband krijgt de mediagenieke post van Buitenlandminister en mag op gezette tijdstippen zelf eens scoren. De rel over de uitgewezen Russische diplomaten begin juli was voor Brown en Miliband een schot in de roos. Geen van beiden had zin om iets te doen aan het probleem rond de moord op Litvinenko of de minderheids- en oppositieproblemen van Poetin in het UK. Een simpele blik op de economische belangen van onder andere BP in Rusland volstond, om te beseffen dat de “crisis” van korte duur zou zijn. Een stevige Russische tegenreactie is er overigens nooit gekomen. Een paar dagen spiergerol voor het House of Commons, versterken van het ethische imago van het nieuwe buitenlands beleid, applaus van de oppositie en Labour weer een paar procent hoger in de peilingen. Si non e vero...

Intussen zijn we al een stadium verder: Brown reikt de hand uit naar “senior members of the opposition” om hun raadgevende stem te lenen bij het uittekenen van regeringsbeleid. De geruchten over een “snap election” (of vervroegde parlementsverkiezingen, zoals Blair er in 2001, voor de Irakcrisis, kon uitschrijven) vormen al weken aan een stuk dagelijkse kost. Volgens de laatste YouGov-peiling staat Labour veilig meer dan 10% voor op de Tories. Zelfs de toespraak van Brown om een verkiezing “dit jaar nog” uit te sluiten, doet daar niet veel goed aan. 50% van de kiezers vindt oppositieleider David Cameron intussen “onbetrouwbaar”. Meer dan de helft vertrouwt Gordon Brown. Dat lijkt niet veel, maar leert de ervaring niet dat het soms beter is gevreesd te worden dan bemind?

Frederik Dhondt


Een half jaar Sarkozy (Avanti nr. 2, nog niet online)

Zes maanden na de verkiezingsoverwinning van Sarkozy lijkt een punt om een eerste balans op te maken. Frankrijk lijkt alvast niet fundamenteel veranderd. Het zou maar erg zijn, op een half jaar. De nieuwe president heeft nog geen wijzigingen aan de structuur van de Franse samenleving kunnen aanbrengen. Dat belet er hem evenwel niet van om altijd en overal binnen te dringen in het leven van zijn onderdanen. Toch is er ook de hoop, dat hij zichzelf zal vastrijden door het niet halen van zijn onrealistische doelstellingen

Le plus grand président du monde?
De schrijver van dit artikel volgt in Frankrijk een paar vakken over Lodewijk XIV en kan zich niet van de indruk ontdoen dat Monsieur le Président gretig zijn voorganger imiteert. “Le Plus Grand Roi du Monde” deed zijn gezag niet alleen gelden via buitenlandse militaire expedities, maar bombardeerde zijn onderdanen en de rest van Europa voornamelijk met beelden van zijn glorie en grandeur. Sarkozy doet net hetzelfde. Wie ’s ochtends de metro neemt, komt zijn tronie gegarandeerd een keer of drie tegen op 20m²-affiches. In elke krantenkiosk hangt hij. Van de rioolpers tot Le Monde Diplomatique, iedereen spreekt over Sarko. Net als met “les stratégies de la gloire” van Lodewijk XIV doet het er eigenlijk niet toe wàt Sarkozy doet, maar wel dat hij een bepaalde handeling stelt. Alles wat de president aanraakt, uitspreekt, initieert of van iemand anders pikt, springt ogenblikkelijk uit de band. Is de echtscheiding met Cécilia eigenlijk iets anders dan de Louis Le Grand die met veel feestgedruis een andere maîtresse neemt?

De Staat heeft in Frankrijk een quasi-sacraal aura. Overheidsdienaars dienen een hoger belang, wat hen per definitie aan andere normen onderwerpt dan wie een particulier belang nastreeft (probeer maar eens te discussiëren met eender welke Parijse loketbediende). Wie dan nog aan de top van die staat komt, “Le Président de la République”, is geen gewoon burger. De president die wegloopt in een interview, die ambtenaren van de Europese Commissie afsnauwt bij te lastige vragen over het begrotingstekort (“This is not the way to speak to a President”)… het moet hem eigenlijk zelfs niet vergeven worden. Hij mag dat. Verkiezingen zijn ver weg. De Fransen houden eigenlijk wel van een figuur die het presidentschap wat autoritairder maakt na de ingezakte soufflé van Chirac. Het viel me tijdens de presidentsverkiezingen overigens ook op dat Ségolène Royal er niet principieel anders over leek te denken. Frankrijk heeft blijkbaar een nieuwe monarch nodig.

Typisch voor een absoluut monarch is de uitverkiezing van een aantal figuren die zijn hofhouding vormen. Lodewijk XIV koos voor de schilders Mignard en Le Brun, voor de architect Mansard… Sarkozy Johnny Halliday (ongeveer gepensioneerde rockzanger met Belgische roots, maar zeer populair), zakenman Arnaud Lagardère (betrokken in een zeer aanzienlijk beurshandel-met-voorkennisschandaal, waarbij de Franse staat zijn Airbusaandelen aan een veel te hoge prijs terug heeft ingekocht), mediatieke Cécilia (zelfs al zegt ze niks, dan nog staat ze op de cover van alle blaadjes) of Rachida Dati. Reken daar eigenlijk ook de meerderheid van de journalisten bij (de meerderheid van de Fransen heeft geen vertrouwen meer in de pers).

Poppenkast-kabinet
De energieke regeerstijl van de president is voornamelijk gebaseerd op de symbolische kracht van “Government by announcement” en een steeds durende voluntaristische drive, die het beeld van mislukking niet duldt (waar hebben we dat nog gehoord?). Om zijn eigen pre-eminentie wat te versterken, heeft Sarko een regering met voornamelijk “poppetjes” samengesteld. De eerste minister, François Fillon, is een zielig, zoutloos en ongeïnspireerd figuur, die al eerder zijn tanden heeft stukgebeten op stakingen en betogingen en tegenwoordig de wind van voor krijgt van het Elysée (de woordvoerder van Sarkozy noemde hem onlangs een “politiek probleem”). De minister van Gezondheid, Roselyne Bachelot, zou zelfs tegen Patricia Ceysens een slechte beurt maken. Bernard Kouchner kreeg iedereen aan het lachen door Iran te bedreigen met “le pire, donc… la guerre!”. Brice Hortefeux, de minister van “Nationale Identiteit en Immigratie”, maakt zich tot kop van jut door een doelstelling van 25.000 uitwijzingen voor het einde van het jaar te poneren.

Kleinere garnalen uit het kabinet hebben openlijke kritiek op de politiek van regeringspartij UMP (zoals het bewuste amendement over de DNA-testen bij gezinshereniging, dat als “dégueulasse” bestempeld werd). En ga zo maar door. Het enige sterretje dat Sarko naast zich duldt, is Rachida Dati, de minister van Justitie.

Het Franse zakenleven, dat met Sarkozy een wederzijds belangenpact heeft (de president wil de meerderheid van de financiële en vennootschapsdelicten uit het strafrecht halen en verdedigt als een echte Colbertist de Franse “exceptions” op de Europese tafel, de patrons steunen de president), zit vast in een stroom aan schandalen. Naast de Airbus-affaire, waar de Franse staat voor miljarden is opgelicht door bijzonder vooraanstaande zakenlieden, is er ook de IUMM-affaire. De metaalcentrale van de werkgevers hield er blijkbaar een zwarte kas van miljarden Franse franc op na, wat aan het licht is gekomen door een recente “geldafhaling” door de huidige voorzitter, Monsieur Gauthier-Savaignac van… twintig miljoen euro. Waarvoor deze “envelopkes” dienden? Traditioneel om de steun van politici te kopen. Men heeft openlijk toegegeven over spontane betalingen aan kabinetsleden in de jaren ’60. Het bedrag fungeerde daarnaast als middel “om de sociale vrede te bewaren”…

Ce n’est pas la rue qui gouverne, c’est moi!
Ironisch genoeg is, naast de voorliefde voor een leidersfiguur, gelegitimeerd door God dan wel door het algemeen stemrecht, ook de opstand tegen die figuur iets typisch Frans. Waar de regering van Lodewijk XIV veel minder absoluut was dan het cliché doet vermoeden (hij moest per slot van rekening ook na de Fronde steeds marchanderen met de adel, kreeg lang niet alle provincies onder rechtstreekse controle en kreeg regelmatig wel een plattelandsopstand te verduren), staan de vakbonden ook weer te trappelen om Sarko via de straat te doen wankelen.

Elke dag lanceert hij wel een nieuw hervormingsproject, om de Franse samenleving te kneden naar Amerikaans model (langer werken, overuren minder belasten, sluiten van minder rendabele universitaire richtingen). Bepaalde waarnemers zien dit als een strategie om de vakbonden tilt te laten slaan: ze weten niet waartegen eerst gereageerd en zullen zich te pletter lopen op het parlement, dat –aangedreven door de nodige presidentiële druk- vlug-vlug (na enig overleg met de sociale partners, dat evenwel niet de structuren, maar slechts de uitwerking van de plannen kan raken) de hervorming (naar beneden toe) van de speciale pensioenstelsels, minimumdienstverlening bij stakingen, het optrekken van het medisch remgeld, de universiteiten… erdoor jaagt. Het klinkt –alweer- als Lodewijk XIV die na de dood van kardinaal Mazarin zijn verblufte ministers aankondigt dat hij voortaan wel alleen zal regeren, om prompt een aantal beslissingen te nemen, waarover nu nog gedebatteerd wordt in hoeverre ze Frankrijk veranderd hebben, of het er louter om te doen was het imago van de (in theorie al 18 jaar regerende) monarch krachtig te lanceren.

Toch is dit nogal riskant. Jacques Chirac heeft meer dan een keer zijn staart ingetrokken (een keer met Alain Juppé als eerste minister in ’96-’97, een keer met De Villepin rond het CPE). Niet zonder reden. Als slachtoffer van de grote vervoersstaking van 18 oktober kan ik beamen dat het verlammen van het openbare leven weldegelijk een effect heeft op de publieke opinie. Men zou verwachten dat men uit ergernis met de opgelopen hinder, de kaart van de regering trekt. Niet zo in Frankrijk. Iedereen haalt de schouders op bij de ongemakken van de staking. Lessen gaan door met de helft tot een derde van de aanwezigen, de mensen gaan gewoon mee betogen. De peilingen stonden op 60% steun voor de staking, die nota bene geleid werd door de communistische vakbond CGT, de stalinistische PC, de Trotskistische LO en de LCR (die dweept met Che Guevarra).

Men noemt het soms het probleem van de “privilégiés de la cinquième République”. De rechtse krant Le Figaro publiceerde deze zomer een bijlage met wie nu precies recht had op wat in de Franse verzorgingsstaat. In een land waar de helft van de bevolking geen € 1 150 verdient, lijkt me dat toch ietwat overroepen. De overheid schiet inderdaad financieel zeer veel toe (studenten zijn bijvoorbeeld zeker van een maandelijkse huurbeurs van minimaal € 90, indien ze de moed verzamelen om de nodige paperassen in te vullen, het inschrijvingsgeld aan de Sorbonne bedraagt amper € 200), maar daartegen staat een zeer hoge “levenskost”. Neem voor alles de Gentse prijs (groenten, fruit, een pint op café, een filmticket), en reken er minimaal 40% bij. Om een idee te geven: een appartement van 56m² in Parijs kost € 355 000. Wie dat verhuurt (zelfs in drie stukken), rekent nog steeds een bijna onuitspreekbare huurprijs aan om de investering te recupereren. In Frankrijk is alles wat niet door de staat betaald wordt, zeer “Amerikaans”. Te duur (voor de consument), te weinig betaald (voor de werknemer) en zeer vluchtig.

Op het moment van dit schrijven gaan terug stemmen op om de Sorbonne te blokkeren uit protest tegen de wet-Pécresse (die universiteiten toelaat om samen met bedrijven stichtingen op te zetten, die zelf diploma’s mogen uitreiken, gecontroleerd door een vertegenwoordiger van de geldschieter). Vorige week (31 oktober) was het al het geval met de faculteit in Tolbiac, de universiteit van Toulouse en nog een paar andere, traditioneel “rode” campussen. Het is onduidelijk of dit dezelfde ampleur zal kennen als het protest tegen het CPE een paar jaar geleden. Ik kan me niet van de indruk ontdoen dat de organisatie te wensen overlaat (chaotische vergaderingen met 15 à 20 man) en gedrenkt is in een fanatieke en niet erg beargumenteerde retoriek. Desondanks riskeert de president eigenlijk gewoon om iedereen tegen zich in het harnas te jagen. Als alle particuliere ongenoegens samensmelten, durft dat in Frankrijk nog wel eens wat geven…

Geen opmerkingen: