zaterdag, april 12, 2008

De 16 is voor u

Goed stuk van Caroline Gennez in De Standaard. Was ook nodig. Ik was gisteren helemaal niet gelukkig met de zoveelste revelatie over de knullige, cynische, opportunistische en kortzichtige manier waarop sp.a de verkiezingen dacht te winnen (wie had hij zo nog voor de lijst kunnen vragen? Urbanus? Mega Mindy? Als je toch niets van politiek moet afweten...). Laat ons hopen dat we nu effectief in het tijdperk "nC" (na Crisis) verkeren.

Niet echt trots op het politieke gild

© Christophe Licoppe

Gisteren werd het wonderlijke boek 'De zestien is voor u' voorgesteld. Het is een ontluisterend beeld van de politieke crisis die ons land bijna een jaar lang in een wurggreep hield. Later, als historici dit tijdsgewricht becommentariëren, zullen ze het hebben over politici, vC en politici nC. En de C staat ditmaal voor Crisis. Met een hoofdletter. Ikzelf ben, als jong voorzitter, ongetwijfeld een politica nC. En dat noopt tot bescheidenheid. Ik kan niet terugblikken op een lange carrière die me eraan zou herinneren hoe het in het verleden was. Met de analyse die het boek mij laat, wil ik mijn collega's niet veroordelen. Zoals het in Eric de Noorman staat: 'Je moet roeien met de vrienden die je hebt'.

Maar ik wil wel een waardeoordeel uitspreken over ons beroep. Na lectuur van 'De zestien is voor u' ben ik toch wat beschaamd over onze stiel en de manier waarop hij de laatste negen maanden bedreven is. Politiek begint voor mij bij de ambitie van de utopie, maar is ook de kunst van het haalbare. En ik citeer graag Jan Peter Balkenende: 'Een goed begin is beter dan half werk.' Maar ik heb geen goed begin gezien en het duurde meer dan 300 dagen om niet eens half werk af te leveren. En dan vraagt een mens zich af hoe dat komt?

Ongetwijfeld omdat men gestart is in wantrouwen. Een jaar na de verkiezingen zijn er nog maar weinig tekenen dat het wantrouwen verdwenen is. Het is alsof de onderhandelaars zich hebben laten inspireren door de Nederlandse journalist Jan Blokker, die zei: 'Politiek is georganiseerd wantrouwen'. Als dat klopt dan hebben de onderhandelaars het goed georganiseerd.

Op badinerende toon illustreert 'De 16 is voor u' drie grote politieke evoluties.

Een eerste duidelijke evolutie situeert zich op het vlak van de partijen zelf. Politiek leiderschap met visie lijkt niet meer te bestaan. Een Frans Europarlementslid zei ooit 'les partis politiques sont faits pour réunir, entre eux, des gens qui n'ont que des désaccords'. 'De zestien is voor u' schetst niet enkel een bittere strijd tussen de partijen, ook intern zitten de kopstukken amper op dezelfde lijn. Bij gebrek aan visie, aan een maatschappelijk project, ontstond er bijwijlen een strategische gevecht om trofeeën. Het gemak waarmee water en vuur werden verenigd, verbaast: lastenverlaging was de scalp die de liberalen van de hoofden van de christendemocraten rukten, de verhoging van de uitkeringen de scalp die de christendemocraten bij de liberalen wegsneden. En beide gescalpeerden verklaarden na de ingreep zonder verpinken dat ze tevreden waren. Dat deze symbolenstrijd slechts een bloederig tafereel had opgeleverd, scheen niemand te deren.

Het is interessant te lezen hoe de liberale kopstukken vurig hopen dat 'de Gust op zijn berg in Toscane blijft'. Het is blijkbaar nodig om met drie liberalen te onderhandelen omdat men elkaar niet vertrouwt en er geen consensus is over het leiderschap.

Het is ook interessant te lezen hoe de voorzitter van CD&V op een vrij correcte manier probeert terug te koppelen naar een aantal topkaders in zijn partij. Al snel merkt hij dat die verzamelde toppers er genoegen in scheppen elk mogelijk compromis op voorhand te vermalen. De politieke verantwoordelijkheid van een partij die zonet 30 procent van de stemmen heeft gehaald, lijkt hen te ontgaan.

Die twee anekdotes tonen aan wat de achilleshiel van onze democratie dreigt te worden: partijen die niet in staat zijn om als structuur politieke verantwoordelijkheid te nemen, maken het land stuurloos.

Een tweede duidelijke evolutie situeert zich in de politieke families.

Binnen de christendemocratische familie zijn de wegen gescheiden sinds de Lambermont-akkoorden van 2001. Opgepookt door de N-VA is de scheiding tussen CD&V en CDH het duidelijkst. Ze is in belangrijke mate communautair.

De liberale familie probeert krampachtig een eensgezinde indruk te wekken. Maar gesmoord onder een ethisch-progressieve saus probeert Open VLD haar harde anti-belastingliberalisme te verbergen, terwijl de MR een traditioneler bourgeoisliberalisme voorstaat. De scheiding tussen die partijen is dan ook inhoudelijk.

In mijn eigen socialistische familie zien we een politiek-strategische scheiding. De PS zit in de federale regering, SP.A in de oppositie. De redenen daarvoor zijn bekend. Voor de PS was machtsdeelname om de schade voor de Waalse Gewest- en de Franse Gemeenschapsregering te beperken goed genoeg. Voor ons ligt dat anders. We opteerden voor een zuiver inhoudelijke koers. We zouden enkel regeren als we het land in een sociaal-progressieve richting konden sturen.

Een derde grote politieke evolutie is de rol van de eerste minister. Meer dan vroeger wordt de eerste minister het sleutelstuk van de Belgische democratie. Tot aan het einde van de vorige eeuw werd het beleid gekenmerkt door een pacificatie- of consensusdemocratie. U weet wel, het gaat dan om dames en heren van stand die met elkaar een akkoord maken dat de grenzen tussen meerderheid en oppositie te buiten gaat. Ik wil niet nostalgisch terugblikken op het verleden. De problemen van toen zijn niet die van vandaag. Het is duidelijk dat consensusdemocratie nu afwezig is.

Het model dat in het boek tot uiting komt, is de conflictdemocratie. De conflictdemocratie stelt bijzondere eisen aan de rol van de eerste minister. Vroeger kon de eerste minister kiezen: hij kon de echte leider van een regering zijn, of de notaris van die regering. Hij kon in de regering de eerste van de zijnen zijn of boven de partijen uitgroeien. Ik meen dat een van de redenen waarom België tussen 1991 en 2007 een zekere stabiliteit heeft gekend, is dat de premiers Dehaene en Verhofstadt er met vallen en opstaan voor gekozen hebben om niet de notaris van hun regering te zijn, maar die regering te leiden én als regeringsleider veeleer conflicten te arbitreren dan te genereren.

Geconfronteerd met die drie evoluties wil ik afsluiten met twee bedenkingen.

Ik schreef hoger niet echt trots te zijn op het politieke gild, waarvan ik zelf deel uitmaak. Alle politici weten dat een zekere graad van straatvechterij in de politiek niet uit te sluiten is. Dit is geen métier voor doetjes. Toch is er nu een grens overschreden. Het herstel van een cultuur van verantwoordelijkheid en de wedergeboorte van de ambitie van de utopie is nodig. Verantwoordelijkheid in de meerderheid. Verantwoordelijkheid in de oppositie. Mijn partij zal oppositie voeren tegen deze regering. We moeten niet zeggen dat deze regering geen project heeft: dat zeggen prominente vertegenwoordigers van de regeringspartijen zelf wel. We moeten ook niet zeggen dat de regeringspartijen het nergens over eens zijn; het volstaat het kamerdebat van afgelopen donderdag te volgen. Mijn voorganger heeft, inmiddels een aantal maanden geleden, onze steun aan een staatshervorming aangeboden. We blijven dat aanbod gestand. Iedereen is die steun geleidelijk aan een beetje vanzelfsprekend gaan vinden. Ik vraag me echter af welke van de huidige meerderheidspartijen hun conflictdenken opbergen en hun verantwoordelijkheden nemen?

De tweede bedenking houdt verband met de media. Ik heb met belangstelling de inleiding van Hugo de Ridder gelezen. Hij analyseert het onderscheid tussen politieke realiteit en perceptie. Meer dan ooit is het de taak van journalisten met een ernstige beroepsethiek om dat onderscheid te verkleinen. Meer dan ooit is het hun taak om niet enkel aandacht te besteden aan het politieke gekrakeel, maar vooral aan de inhoudelijke keuzes die er achter schuil gaan. Of precies aan het gebrek aan inhoudelijke keuzes.

Een verantwoordelijke politiek en scherpe media zijn vandaag noodzakelijk. Want er zijn belangrijke keuzes te maken. In 2007 gingen de Belgen naar de stembus voor een nieuwe regering. Er was een lokroep naar goed bestuur dat de nieuwe uitdagingen van dit opmerkelijke tijdsgewricht moet aanpakken. Een samenleving die op die uitdagingen geen antwoord biedt, is een geblokkeerde samenleving. Er zal 'goed bestuur' nodig zijn om de uitdagingen aan te kunnen. Op de 335 pagina's van 'De zestien is voor u' komt dat begrip overigens maar vier keer voor.

Caroline Gennez is SP.A-voorzitter. Naar aanleiding van het boek 'De zestien is voor u' schreef ze deze bedenkingen.



Geen opmerkingen: