maandag, april 07, 2008

Mai 68, une histoire sans fin ?



Vorige week vrijdag woonde ik een vormingssessie van de NPS (Nouveau Parti Socialiste, erkende stroming van Europarlementslid Benoît Hamon) bij in de gebouwen van Paris 6-Jussieu. Spreker van dienst was Gérard Filoche, over Mei '68. Filoche is arbeidsinspecteur en heeft een zeer actief syndicaal verleden.

Waarom schrijft hij een boek over de gebeurtenissen van 68 ? Omdat hij het niet eens is met de grootscheepse herdenkingen naar aanleiding van de veertigste verjaardag van de beweging. De progressieve media (Le Monde, Libération, Le Nouvel Observateur) besteden enkel aandacht aan de studenten en niet aan de "11 miljoen stakers" die in Frankrijk het verschil hebben gemaakt. Mei '68 speelde zich niet alleen in het Quartier Latin af (de Parijse Universiteitsbuurt: de Sorbonne, het Odéon-theater, de boulevard Saint-Michel), maar ook in de provinciesteden en de fabrieken (waar stakingen spontaan uitbraken, los van de vakbondsleidingen).



Filoche vindt dan ook dat de echte relevantie van '68 ligt in de macht van een stakingsbeweging die de nationale industrie kan lamleggen om loonsverhoging en betere werkomstandigheden te eisen. Dat het uiteindelijk niet gelukt is om rechts uit het zadel te lichten (de socialisten zijn verpletterd bij de volgende verkiezingen), ligt aan de "restraining orders" die de Parti Communiste vanuit Moskou zou ontvangen hebben (men wil de buitenlandpolitiek van De Gaulle, die voor een van de Amerikanen onafhankelijke koers t.o.v. de USSR staat, niet torpederen) en aan het algemeen verwerpen van de democratie als uitweg door de aanvoerders van de beweging.

Mei '68 is voor hem dan ook geen beweging van salonsocialisten, maar een fenomeen met diepere wortels in de maatschappij, die het basisprobleem van het kapitalisme blootlegt: het creëert onmogelijk in te lossen verwachtingen bij de loontrekkenden. Dat de bevolking vandaag minder gepolitiseerd zou zijn dan veertig jaar geleden, vindt hij onjuist. Scholieren, arbeiders en studenten waren toen evenmin politiek geïnteresseerd als de huidige generatie, maar ze werden op het juiste moment aangesproken door concrete problemen. "Si Bling-Bling -je refuse de l'appeler par son nom, je préfère le chanoine, Bling Bling ou Rolex- veut supprimer Mai '68, c'est qu'il est encore là dans nos têtes".




De recente sociale crisissen in Frankrijk (Hervormingen van 1995, Pensioenwetten in 2003, Europese Grondwet-Banlieues in 2005, CPE in 2006, Universiteitswet 2007...) zijn volgens hem het teken dat binnen de huidige generatie een crisis van de omvang van mei '68 zal uitbreken, waarop politiek links zich moet voorbereiden. De staking bij de kassiersters van Carrefour (die zeer slecht betaald worden voor halftijdse jobs, waar ze pas bij positieve evaluatie kunnen uitgroeien) vindt hij van dezelfde orde als die van de kassiersters bij Monoprix in 1936, voor het aan de macht komen van het Volksfront van Léon Blum. Net als in 36, maar in tegenstelling tot 68, moet de linkse politieke beweging inspelen op de sociale eisen en een eendrachtig antwoord geven. Vraag aan mensen of ze beter af zijn met hun draagbare telefoon, computer en GPS, en het antwoord zal neen zijn.

Hoewel Filoche een daverend applaus van zeker een kwartier heeft gekregen, toch een paar bedenkingen:
1) De grootste verdienste van zijn bijdrage lijkt me dat hij de gebeurtenissen zowel sociaal, historisch als geografisch in de juiste context plaatst (adhv syndicale archieven etc); problematisch is evenwel dat zijn werk sterk betrekking heeft op de historisch specifiek politieke en sociale Franse situatie, waarin rechts de macht nagenoeg altijd in handen heeft (met een paar uitzonderingen onder Mitterrand, 81-95 en Jospin, 97-2002) en de socialisten lange tijd gehandicapt zijn door een sterke communistische partij en vakbond, die in een puur destructieve logica opereren. Om iets te kunnen bereiken, is de sociale beweging verplicht om buitenparlementaire acties te ondernemen, omdat ze de verkiezingen toch nooit kan winnen. De vergelijking met België gaat dus absoluut niet op: door het coalitiesysteem is links (en de vakbondsvleugel binnen de christen-democratie) nagenoeg altijd mee aan de macht. Veel van wat Filoche predikt, is bij ons niet van toepassing. Om maar een idee te geven: een van de meer extremere eisen die hij in een wilde opwelling in de vragenbundel van de Franse vakbonden zag, was... het pensioen op 60 jaar. Ook een indexkoppeling bestaat er niet.



2) Het idee van de staking binnen die Franse context, is alweer zeer nationaal gericht. Om een efficiënte staking te krijgen, moet je de hele Europese sociale ruimte bestrijken. Kan je coherent op straat komen voor loonopslag in een economische ruimte waar de inkomensdispariteiten enorm zijn? Moet je € 300 eisen in Frankrijk, en tegelijk aanvaarden dat je maar € 15 vraagt in Roemenië? Laat mijnheer Filoche nu net een fervent tegenstander van de Europese Grondwet, de uitbreiding en de hele reutemeteut zijn. Omgekeerd: wat doe je met het dreigement van de delokalisatie en het vernietigen van jobs en belastinginkomsten? Een oplossing zou natuurlijk kunnen zijn, om, zoals Royal dat in haar presidentieel programma voorstelde, een automatische terugvordering van overheidssteun en toegekende voordelen te vorderen van een migrerend bedrijf, maar alweer lijkt dit een maatregel die enkel toekomstige investeringen zal afschrikken.

De Europese politieke dimensie blijft dus volledig buiten beschouwing in zijn verhaal. Wat spijtig is. Want de basisredenering is wel juist: bedrijfswinsten exploderen, terwijl het aandeel van de lonen niet volgt, wat de machtsverhoudingen verschuift van zij die enkel over hun arbeid beschikken, naar zij die de productiemiddelen controleren. Dit blijft een valabel argument om mensen aan te spreken op hun werkomstandigheden, en niét op wat ze uitgeven als consument.

Socialistische partijen proberen het eroderen van de "arbeidersklasse" op te vangen door te appeleren aan de gemeenschappelijke belangen van de winkelende bevolking, maar tuimelen daarmee natuurlijk zelf in een kapitalistische val: de goedkoopste producten zijn tegen de slechtste voorwaarden geproduceerd, waardoor de winst van de ene (al dan niet letterlijk) wordt afgewenteld op de rug van de andere. Uiteindelijk haalt de bevolking haar bestaansmiddelen nog steeds uit arbeid. Wie voor rechtvaardige herverdeling pleit, moet zich richten op de omstandigheden waarin die arbeid plaatsheeft. Bovendien zijn (volgens Filoche) de loonsverschillen binnen de massa loontrekkenden kleiner geworden: financieel is er een relatieve homogeniteit tussen laagste en hogere kaderlonen, wat het potentieel tot sociale solidariteit verhoogt. Inzetten op consumptie houdt de omgekeerde herverdeling van laag naar hoog (het omzetten van lonen in bedrijfswinsten) niet tegen.

Geen opmerkingen: