vrijdag, mei 02, 2008

Oudenarde 1708, Take-Off



Hoeft het nog herhaald te worden? 2008 is het jaar van driehonderd jaar Slag bij Oudenaarde (11 juli 1708), een onderwerp dat uw dienaar vrij nauw aan het hart ligt, sinds zijn eindwerk in de middelbare school in het jaar onzes heeren 2002. Honderdvijftigduizend man, uit alle Europese koninkrijken, prinsdommen en republieken vliegen elkaar de haren in, op de velden die hij elke dag doorkruiste om naar school te gaan. En niemand die daar iets over te vertellen had ! Het laatste bruikbare werk in het Nederlands dateerde uit 1977 en was... een uitgegeven humaniora-eindwerk van wat toen nog het Onze-Lieve-Vrouwecollege heette.

Helaas! Het bleek enkel een bewerkte vertaling van Eversley Belfield's zeer aangename Oudenarde 1708, met wat aanvullingen. Na een zoektocht die me naar de bibliotheek van de Koninklijke Militaire School (de cataloog van de UGent was toen nog een echte draak) en bij een gefortuneerde particuliere verzamelaar bracht, was ik al een beetje wijzer. Desondanks kwam het gros van mijn informatie uit werken die bij me thuis stonden, terwijl de internationale verwijzingen niet ontbraken.

Akkoord, er ik wist min of meer wie waar op het slagveld stond, wat de voorgeschiedenis van de Franse expansie in Noordelijke richting was, dat er conflicten waren tussen de twee Franse aanvoerders (god zij dank staan de mémoires van Saint-Simon in de bibliotheek van elke zichzelf respecterende Franstalige), dat er toch wel een juridisch ingewikkelde aanleiding bestond met de Spaanse Successie (het schitterende artikel van Marie-Françoise Maquart in L'Histoire), maar echt bronnenwerk kon ik nog niet verrichten. Ernstige, uitgewerkte bronnenstudies als die van Churchill (ondanks zijn sterke bias in het voordeel van zijn eigen voorouder, de hertog van Marlborough), lazen nog zeer traag. De ongelooflijke verscheidenheid aan personages (kijk bijvoorbeeld eens naar de index op de site van het Heinsius-project van de Nederlandse Veenendaal-dynastie) kon ik nog niet goed vatten. Bovendien was vooral de Franse informatie zeer schaars en voornamelijk tot stand gekomen op basis van door Saint-Simon en de "andere" kant geprojecteerde beelden.

Ik dacht dat mijn werk enkel de interesse van de plaatselijke heemkringen en een paar verzamelaars zou lokken (in dat kader verzorgde ik in 2004 een lezing in de kerk van Mullem, een beetje verrijkt met wat persoonlijke lectuur, maar ook niets meer dan dat). Tot de zaken ietwat begonnen te versnellen twee jaar geleden. Door de BaMa-aflaten voor combineerlustige studenten in de opleiding geschiedenis kon ik eerste licentie rechten en eerste bachelor geschiedenis combineren. Waarover anders een taak maken, dan precies de Slag bij Oudenaarde? Twee jaar later waren ook een bachelorpaper/scriptie internationaal publiekrecht over de juridische kant van de Spaanse erfopvolging en de Vrede van Utrecht achter de kiezen en beschikte ik over iets steviger uitgangsposities om het gevecht met de bron aan te gaan in Parijs. Eigenlijk komt het boek dat deze maand uitkomt, in dat opzicht net iets te vroeg (ik heb intussen al nieuwe bronnen bovengehaald, die voor eens en altijd een paar discussies over Oudenaarde kunnen beslechten). Voor wat de literatuur betreft, staan de voornaamste nieuwe inzichten er intussen al in.

Het was mijn eerste betrachting om gedaan te maken met het beeld van Lodewijk XIV als een soort 18de-eeuwse Hitler of Napoleon (Churchill laat zich in die zin nogal gaan, zie ook het recente - en behoorlijk ergerlijke "Blenheim 1704" van Charles Spencer). Hoewel je hem niet volledig kan witwassen van agressieve intenties, moet je Lodewijk zien als een vorst van zijn tijd. Ook de Oostenrijkse keizer Leopold I (1657-1705) en zijn Engelse collega Willem III (die ook in de Republiek heerst als stadhouder tussen 1672 en 1702), de partners met wie hij moet interageren in de Prinsensamenleving, zijn naar hedendaagse democratische normen gewetenloze machtswellustelingen. Hun enige doelstelling is de staat die ze hebben geërfd, vergroten, net zoals een "goede huisvader" dat wil met zijn familiepatrimonium. De levende wezens die zich op hun grondgebied bevinden, zijn sujets: ze zijn onderworpen aan een vorst en maken geenszins zijn legitimiteit uit. Het mag dan al zijn taak zijn om over hun welzijn te waken, dat welzijn is geen doel op zich. Binnen dat kader doet Lodewijk het zeker niet slecht. Zijn veroveringen zijn duurzaam (Elzas, Frans-Vlaanderen, Franche-Comté), zijn paleizen worden hem door iedereen benijd, zijn onderdanen zijn de meest talrijke en leveren dus ook de beste belastingopbrengsten en de grootste legers.


(Lodewijk XIV door Rigaud, Grands Appartements in Versailles)

Tweede idee, is uit te leggen hoe oorlog relatief statisch is en een veldslag maar zelden conflicten beslist in de Grand Siècle. Het leger slorpt bijna alle rijkdommen op in de vroegmoderne staat, je moet er dan ook niet overdreven mee gaan morsen. In Frankrijk wordt dit verzinnebeeld door de geografisch-defensieve school van ingenieurs en militaire raadgevers (Vauban, Chamlay): alle grendels dicht gooien (defensief) en offensief enkel aanvallen met een zo klein mogelijk aantal onbekende factoren en verliezen. Belegeringen, meer dan veldslagen, zijn de belangrijkste activiteiten van de grote veldheren. Michel Chamillart, voor een tijd controleur-generaal van financiën én secretaris van oorlog in de Successieoorlog, krijgt vapeurs en depressieve aanvallen van de onvoorstelbare druk die de campagnes meebrengen. De echte waarde van de oorlog ligt misschien meer in de culturele betekenis van de oorlogsinspanning van de adel, die de rangen van de grote legers telkens opnieuw opvult met nieuw bloed.


(Chamillart, in de gunst van Lodewijk XIV gekomen tijdens de lange biljartsessies op het kasteel van Marly)

Vechten de Europese machten een stevig robbertje uit, dan kunnen ze dat tenslotte enkel oplossen aan de onderhandelingstafel. En op dat punt zijn het niet zozeer de militairen, als wel de beroepspolitici, handelaars en burgers die tot akkoorden komen. Zoals de prachtige thesis van Lucien Bély aantoonde, vormen zij bij de Vrede van Utrecht al een embryonale versie van de Verlichtingssamenleving. Een (zij het tot de elite beperkte) Europese "sociabiliteit" rijpt onder de laatste jaren van LOUIS LE GRAND.


(Max Emmanuel van Beieren, liefhebber van kaarten, maîtresses en paleizen - beschermer van de latere Muntschouwburg in Brussel - had de nieuwe Karel V kunnen worden, maar verliest uiteindelijk net niet alles)

Maar bovenal is Oudenaarde een episode in een zeer kleurrijk verhaal, met personages met bijzonder uitgesproken karakters, die in alle hoeken van de dan gekende wereld eens voor eigen, dan wel voor die van hun broodheren, proberen te konkelen of te vechten. De Spaanse Successieoorlog is gevuld met anekdotes over Franse maarschalken die in ondergoed worden gearresteerd door de Oostenrijkers, 'soepele' Zuid-Nederlanders die gewillig mee gaan met eender welk van de twee kandidaten op de Spaanse troon, bibberende vrome jonge prinsen die geen beslissingen kunnen nemen, verschillende soorten koninklijke bastaarden, voor eigen rekening plunderende en brandschattende generaals, koninklijke geboortes en overlijdens... Nagenoeg alle belangrijke personages hebben bovendien mémoires nagelaten of zijn vereeuwigd door schilders in de grote Europese musea (Rigaud, Kneller).


(een van de eerder flatterende portretten van Karel II)

Voor alle duidelijkheid: de Spaanse Successieoorlog gaat over... de Spaanse successie. Op allerheiligen 1700 overlijdt een kreupele, rochelende, niet bijster begaafde dwerg in Madrid. Het is de laatste (legitieme, mannelijke :)) afstammeling van Filips II van Spanje. Carlos El Hechizado was al van bij zijn geboorte meerdere keren het graf in gedacht, maar na een finale aanval van dysenterie (die zijn bijgelovige dokters proberen te verjagen door vers geslachte duiven en de ingewanden van net gekeelde schapen op het lichaam van de stervende te leggen) neemt het nog amper twee dagen van krijsen en ijlen, of het is gedaan met de Spaanse Habsburgers.


(Antoine Crozat du Châtel, Frans bankier die een fortuin zal verdienen op de Spaanse kolonies)

Ondanks de, naar beeld en gelijkenis van hun heerser, uitgemergelde en belabberde staat van de domeinen, is het Spaanse rijk nog steeds een aantrekkelijke prooi. Heel Europa wil geld verdienen op de Amerikaanse kolonies en in de Middellandse Zee (Spanje beheerst nog Napels, Milaan, Sardinië en Sicilië). Juridisch zijn er twee mogelijkheden: ofwel volgt een Franse prins Karel II op, ofwel een Oostenrijkse (gezien het huwelijk van zowel Lodewijk als keizer Leopold I met een Spaanse prinses, halfzus resp. zus van de overledene).

Lodewijk XIV en zijn Hollands-Britse evenknie Willem III willen de zaak internationaal regelen. Dat is buiten de Oostenrijkse keizer gerekend. Terwijl met Londen en Amsterdam verdelingsverdragen worden onderhandeld, konkelen de Keizerlijke en Franse ambassadeurs naar hartelust aan het hof in Madrid. Resultaat: de Fransen winnen de strijd tegen de impopulaire Oostenrijkers. Karel II laat zich, na een omweg bij de Paus, een nieuw testament dicteren, dat Filips van Anjou (de eerste afbeelding bovenaan deze post) tot nieuwe koning van Spanje maakt.



(John Churchill, hertog van Marlborough, rechtstreekse voorvader van Winston, samen met de Hollandse raadspensionaris Anthonie Heinsius en prins Eugenius "Turkensieger" van Savoye het hart van de alliantie tegen de Fransen; hoewel dat ook allemaal te relativeren valt)

Korte samenvatting van het vervolg: iedereen in oorlog tegen Lodewijk XIV en de nieuwe achttienjarige Filips V (opa uit Versailles neemt het bestuur in Madrid evenwel nogal persoonlijk ter harte). Twee Duitse prinsen, de prinsbisschop van Luik en Max Emmanuel, keurvorst van Beieren, die ook landvoogd is in het huidige België, volgen Lodewijk XIV, maar veel zal hij er niet aan hebben. Het zijn nog eens de Franse belastingplichtigen die een verwoestende oorlog mogen betalen.

Meer dan aan de dure Beierse lastpakken, heeft de Franse koning iets aan de minister van zijn kleinzoon: Jan van Brouchoven, graaf van Bergeyck, neemt als minister van oorlog en financiën de zaken ter harte in de plaats van de landvoogd. Hij doet meer dan dat: Bergeyck tast namens de Fransen contacten af in Holland, verdedigt zijn beleid in Madrid en vertegenwoordigt terug Filips V in de laatste oorlogsjaren. In de feiten is hij ook een belangrijk adviseur voor het leger in de Nederlanden: hij organiseert voortdurend burgeropstanden in de voornaamste steden en deinst er niet voor terug ook over bredere strategische kwesties in discussie te gaan met Lodewijks ervaren militairen (Vendôme, maarschalk Berwick).


(portret van Vendôme in de databank van de BNF)

De grote Franse nederlaag bij Oudenaarde is dan ook niet noodzakelijk interessant door haar effecten op het terrein (de campagne van 1708 beslist niets, ook al omdat de Spaanse Successieoorlog op meerdere fronten wordt uitgevochten). De controverses rond de gevechten en de rol van de bevelhebbers (de hertog van Bourgogne, oudste kleinzoon van Lodewijk, broer van Filips V en vermoedelijke troonsopvolger in Frankrijk + de hertog van Berwick, maarschalk van Frankrijk en bastaard van de verjaagde katholieke koning van Engeland <=> de hertog van Vendôme, kleinzoon van een bastaard van Hendrik IV) zijn dat des te meer.


(Bourgogne)

Het hele Franse hof passeert de revue bij hun onderlinge gekibbel, dat ondanks de moeilijke psychologie van de 26-jarige Bourgogne (die slechts zelden volhardt in zijn haat jegens Vendôme en eigenlijk vooral niet weet wat hij wil), niet alleen het verloop van de campagne zal ruïneren, maar ook de val van de oudere generaal zal veroorzaken. Uiteindelijk blijft van de vele lineaire interpretatieschema's voor de periode niet veel over, als je eenmaal de zaken van wat dichter gaat bekijken. Maar dat is nu precies het werk van de historicus: "l’A.B.C. de notre métier est de fuir ces grands noms abstraits pour chercher à rétablir, derrière eux, les seules réalités concrètes, qui sont les hommes” (Marc Bloch, L'étrange défaite, p. 57).

Dit alles om u te melden dat volgende week vrijdag het boek wordt voorgesteld aan de pers...

1 opmerking:

Peter Dedecker zei

Aha, Marlborough was een hertog of wat? En ik bij de Marlboroughstraat in Sint-Blasius-Boekel en Oudenaarde altijd maar denken aan sigaretten... ;-)