zaterdag, juli 12, 2008

"11 juli-toespraak"



Door de omstandigheden (een duizendtal feestvierenden en een nakend vuurwerk annex onweer en wolkbreuk) enigszins ingekort, hieronder de volledige versie:

Inleiding: Twee mythes?

Dames en heren,

Mijn eerste geschreven stuk over de Slag bij Oudenaarde had ik de titel « Een andere 11 juli » meegegeven. De verwijzing naar 11 juli 1302 doet bij de overgrote meerderheid van de Vlamingen (Belgen?) een belletje rinkelen. Vlaamse boeren en ambachtslui lieten op die dag in de buurt van Kortrijk het machtige ridderleger van de Franse koning in het zand bijten. Het verhaal dat de negentiende-eeuwse auteur Hendrik (« Henri ») Conscience van onder het stof haalde en opblies tot Belgische en algemeen-Vlaamse proporties, werd zelfs door Hugo Claus verfilmd, met de onvermijdelijke Jan Decleir als de Brugse meesterslager Jan Breydel. Elke geschiedenis van België of Vlaanderen vermeldt haar, in een spectrum dat loopt van Henri Pirenne tot Lode Wils.

Oudenaarde lijkt daarentegen niet op de nationale kaart te staan. De slag is beter gekend in het buitenland. Maar als we eerlijk zijn, beperkt dat buitenland zich tot Engeland. De aandacht die Engelse historici eraan schenken, heeft trouwens veel weg van een koekendozen-romantiek dat de glorie van de lokale held, Marlborough, moet verheerlijken. Waar de Franse historici le désastre de Courtrai meestal nog vermelden, krijgt l'affaire d'Audenarde enkel een plaats in gespecialiseerde werken, die de bal dan soms nog misslaan ook. In Duitsland, Oostenrijk en Italië is Oudenaarde een anekdote in biografieën of in gespecialiseerde militaire literatuur.

Als we naar het aantal deelnemers kijken, telde de Guldensporenslag er hoogstens 20.000. Voor Oudenaarde spreken we dan weer gemakkelijk over 170.000. De mensenmassa's van de slag bij Oudenaarde overtreffen immers ruimschoots de « legertjes » uit de Middeleeuwen. Als het publiek van de Guldensporenslag kan vergeleken worden met dat van een wedstrijd tussen bijvoorbeeld Germinal Beerschot en Westerlo, twee middenmoters uit onze voetbalcompetitie, dan kan je gerust zeggen dat de slag bij Oudenaarde drie keer het stadion van Manchester United vult.

I. Verder dan de « grote namen » (chefs) van 1708?

Waar zijn de Oudenaardse Breydel en De Coninck? Wie waren de Robert d'Artois en de Jan Van Renesse van 1708 ? Het zijn vragen die we vrij gemakkelijk kunnen beantwoorden. Zoals boeren en stedelingen de Franse adel versloegen in 1302, hebben we vandaag het beeld van een Europees leger dat de machtige Lodewijk XIV in het zand doet bijten. De namen van de hoofdrolspelers zijn goed gekend (toch aan geallieerde zijde): prins Eugenius, Marlborough, Ouwerkerk, George II van Engeland, de hertog van Bourgondië, Vendôme, Puységur... We weten (tot op een paar details na) waar de troepen gestaan hebben, met welke wapens er gevochten werd en hoe de woelige 11 juli 1708 verlopen is. Maar als we voorbij dit niveau van de fine fleur en de aristocratie gaan, wordt het beeld troebel.

De bronnen zijn nochtans ruim voorhanden en wachten naar alle waarschijnlijkheid nog in de Belgische archieven. We kennen een paar anekdotes in aanloop naar de slag. Zo vertelt de jezuïet De Bleekere ons over zijn gierige stadgenoten, die pas de Fransen willen achtervolgen wanneer de hertog van Marlborough er een prijs op wil plakken, of over Theresia Thienpondt, dochter van een boer uit Huise, die door haar opmerkzaamheid de stad redt van een inname in 1707. Ook het ooggetuigenverslag uit het stadsarchief dat in het boek « Oudenaarde 1708. Een koning, een stad, een veldheer » wordt weergegeven, leert ons meer details over Eine. Waarschijnlijk kunnen we nog een schat aan informatie vinden over de intern-politieke reacties op de woelige internationale context van de Spaanse Successieoorlog, over wie winst maakte met de oorlog en wie er aan verloor, wie het slachtoffer werd van plunderingen en overstromingen, van versterkingswerken en gevechten op zijn land.

« Omtrent » 1302 verscheen in 2002 een verzamelwerk waar de belangrijkste Vlaamse historici van de periode aan hebben meegewerkt. Wie de bijdragen overloopt, ziet een veel genuanceerder beeld voor gebeurtenissen die merkwaardig genoeg 400 jaar ouder zijn dan de Slag bij Oudenaarde, waarvoor de bronnen schaarser zijn en... waar uiteindelijk veel minder mensen bij betrokken waren.

II. De gevolgen van een slag

Waarom herdenken we 1302 ? Historici hebben het soms over de dag waarop de Vlaamse onafhankelijkheid werd gered tegenover een inhalige Franse koning. Eigenlijk is dat niet correct. Amper drie jaar na de Guldensporenslag krijgt « de Leeuw van Vlaanderen », Robert van Bethune, het deksel op de neus. De Franse koning vernedert de graaf bij het verdrag van Athis-sur-Orge. Dat Vlaanderen niet wordt ingelijfd bij Frankrijk, heeft meer te maken met de interne crisis na de dood van Filips de Schone.

1708 is ook helemaal niet beslissend. De oorlog raast nog vijf, en voor bepaalde stukken van Europa nog zes jaar door. De vrede die uiteindelijk wordt gesloten, is « gearrangeerd » tussen diplomaten, zoals we dat vandaag in het beste Belgische compromis zouden doen.

Als Vlaanderen als een vazalstaat blijft voortbestaan na 1302, ligt daarin wel een aanknopingspunt met 1302. Beeld u de kaart van Europa in 1708 in. Iedereen kent Keizer Karel, de man in wiens Rijk de zon nooit ondergaat. Het poëtische beeld van zijn wereldrijk is voor de Franse koning een stuk grimmiger. Inderdaad. Dat Frankrijk in 1302 zonder problemen Vlaanderen kan binnenvallen, is daarna niet meer zo! De hertogen van Bourgondië en de Habsburgers bouwen een concurrerende macht uit, die Frankrijk volledig omsingelt.

In 1708 komt Lodewijk XIV opnieuw vechten voor de veiligheid van Parijs. Wist u, dat voor de Zonnekoning elke generatie Fransen te maken kreeg met een inval vanuit het huidige België? De Spaanse koning had zelfs een garnizoen in Parijs tijdens de godsdienstoorlogen. Vlak voor de geboorte van Lodewijk stonden de Spaanse troepen zelfs in Péronne, op een boogscheut van de Franse hoofdstad. De dood van de Spaanse koning Karel II in 1700 betekent het einde van dit systeem. Frankrijk kan terug geruster ademen aan de Noordgrens. De andere Europese machten vrezen echter dat Lodewijk het open veld zal gebruiken om hen aan te vallen. Het is deze spanning, in een nieuw internationaal systeem, die tot botsingen als Oudenaarde leidt.


III. Identiteit, natie en de veldslag

Het deelnemersveld van de slagen brengt ons bij een volgend punt: identiteit, natie en de veldslag. Onder historici leeft de discussie nog steeds, of men in 1302 kan spreken van het graafschap Vlaanderen als natie en of de slag de huidige provincies Oost- en West-Vlaanderen voorgoed buiten Franse handen heeft gehouden. In 1708 is het probleem nog complexer. Er bestaat een « Belgisch » geheel, maar enkel door de persoon van de koning die de gebieden samenhoudt. Net als er in 1302 « klauwaards » en « leliaards » rondlopen, zijn er Vlamingen, Brabanders en Henegouwers die de Habsburgse, dan wel de Bourbon-kandidaat steunen. Niet uit overtuiging, maar uit eigenbelang: je weet immers nooit hoe je situatie zal zijn na de oorlog. Zowel bij de Fransen als bij de alliantie vechten in 1708 Belgen mee.

Vlak voor de slag bij Oudenaarde geven Gent en Brugge zich zonder slag of stoot over aan de Fransen. In Oudenaarde zelf lijkt de situatie ook niet helemaal duidelijk. Kapitein de Sigterman, die vreest voor een verrassing van de stad, bedreigt de burgers ermee haar volledig plat te branden bij het minste teken van verraad.

Het ging in 1302 overigens zeker niet alleen over Vlamingen. Gwijde van Namen, de zoon van Gwijde van Dampierre, Willem van Gullik, prins uit het Rijnland en de Zeeuw Jan Van Renesse dragen samen met hun mannen de eer van de overwinning. Als het Franse leger in 1302 verliest, ligt dat aan de strijdlust van de Vlaamse soldaten, maar ook aan de beheersing van hun leiders... die « buitenlanders » zijn.

Mag ik u vragen om allemaal rechts (naar Ooike) te kijken? Beeld u in dat vanop de hoogte van Ooike tienduizenden Hollanders de vlakte instormen, naar het Franse hoofdkwartier. Ze worden aangevoerd door de Hollandse maarschalk Ouwerkerk en de jonge prins Johan Willem. Naast hen stormen de cavalerie-eskadrons van de Deense konig. Weet u wie hen aanvoert? Claude-Frédéric de T'Serclaes, graaf van Tilly. Een professionele overloper. Een echte Belg! Zijn broer, Albert-Octave, vecht voor de Fransen in Spanje. Hijzelf is eerst begonnen bij de Spaanse koning, maar is daarna overgelopen naar Nederland, waar hij de Staten-Generaal dient.

In 1708 is ook het totaalplaatje dus nog internationaler dan in 1302. Beweren dat er aan de slag van Oudenaarde een nationalistische bijklank kleeft, is pure onzin. Wiens belang zou dat dan zijn? Tussen de hoogte van Edelare en die van Huise staan soldaten die meer dan tien verschillende « heren » dienen: Lodewijk XIV van Frankrijk, Filips V van Spanje, Jozef Clemens van Keulen, Max Emmanuel van Beieren, Anna van Engeland, Frederik III van Brandenburg, Karl van Hessen-Kassel, Frederik IV van Denemarken, Georg Wilhelm van Hannover en ga zo maar door.

De vele Duitse troepen die in Oudenaarde vechten, staan daar niet voor een territoriaal of dynastiek belang van hun broodheer. Stelt u zich het Duitse Rijk gerust voor als een grote Aldi, waar Lodewijk XIV en de andere Europese machten regelmatig een karretje verse soldaten indoen. Oorlog is in het begin van de achttiende eeuw een lange worsteling, die leidt tot de uitputting van een van de deelnemers, of tot een onderhandelde « deal » tussen de echt groten.

Je kan ook niet spreken van naties, omdat de oorlog wordt verklaard, gevochten en beëindigd door vorsten. ZIJ zijn de draaischijven van het internationale systeem. Zij beslissen over vrede en oorlog, aangezien ze door geboorte (en uiteindelijk door God) zijn aangewezen om hun land te besturen. De onderdanen die zich daar bevinden, zijn als koeien en schapen op een stuk land. Zoals een vooruitziend landbouwer zorg draagt voor zijn dieren, moet de vorst dat ook doen. Maar het is hij die beslist. Niet zijn mensen. Hij IS de staat.

Slot: Waarom 1708 herdenken?

Als 1302 en 1708 beiden geen momenten zijn waarop een oorlog beslist wordt, als het telkens niet erg glorierijk afloopt voor onze Belgen of Vlamingen van de periode, waarom zouden we in 's hemelsnaam gedenken? Waarom zouden we aan deze toren een lieu de mémoire maken?

Dames en heren, het antwoord ligt niet in de feiten, maar in de weergave van de feiten. In het verhaal, de mythe en het uitzonderlijke. 1302 en 1708 zijn beiden gebeurtenissen op Europese schaal. Het nieuws van de verrassende nederlaag van de koning van Frankrijk tegen een zootje ongeregeld in Kortrijk ging het hele Westen rond en was een bron van inspiratie voor bijvoorbeeld de Schotse opstand tegen de Engelsen. Ook Oudenaarde, waar de kleinzoon van de zonnekoning en zijn meest bekwame generaal vernederd werden, was voorpaginanieuws in Wenen, Madrid, Londen, Parijs en Amsterdam. Dit is het kernelement dat je nooit mag vergeten.

1708 is hedendaagser dan we denken, doordat het een Europees evenement is. In een periode waarin ondernemingen steeds internationaler bestuurd worden en politieke beslissingen verdampen, weg van het lokale, Vlaamse of Federale niveau, is het beeld van een gezamenlijke Europese elite veel tastbaarder. Ook vandaag spreekt Europa een gemeenschappelijke taal. Het Engels is het Frans van de eenentwintigste eeuw. Wat vandaag met Erasmus- en andere uitwisselingen gebeurt, was vroeger enkel deel van die elite. Maar door hun omgangsvormen, gezamenlijke cultuur en referentiepunten te bestuderen, leren we onszelf beter kennen. Omdat ons verleden vandaag, elke dag, doorleeft.

De velden waarin we nu staan, de toren die we straks kunnen beklimmen en de heuvelkom van Huise en Lede waren in Europa symbolen voor een grote akte uit de opera van de Spaanse Successieoorlog. Hopelijk leren we de volgende jaren ook de onderste registers van de partituur. Door het verhaal van de gewone mensen van 1708...

Ik dank u voor uw aandacht.

Geen opmerkingen: