vrijdag, augustus 01, 2008

Den Haag



Het werd op deze blog even terug al aangegeven: ik verblijf tot 15 augustus in Den Haag voor de zomersessie Internationaal Publiekrecht van wat dan de "gereputeerde" Hague Academy of International Law heet. Opgericht met geld van de Amerikaans-Schotse miljardair Carnegie, is deze instelling gevestigd naast het Haagse Vredespaleis, waar het Internationaal Gerechtshof (de "hoogste rechtbank ter wereld") huist. Het bestuur is in handen van een selecte groep professoren en de moderne bijbouw aan het paleis bevat de beste bibliotheek ter wereld voor internationaal recht. Studenten van over de hele wereld kunnen (indien de Academie hen toelaat, op basis van curriculum) de lessenreeks bijwonen om een soort "hitparade" van het academische internationaal recht te zien passeren of om antwoorden op hun eigen onderzoeksvragen te zoeken in de uitzonderlijke boekencollectie.


(Het vredespaleis gespiegeld in het glas van het nieuwe gebouw)

Secretaris-generaal (ceremoniemeester en praktisch verantwoordelijke) van deze sessie is prof. Yves Daudet (Paris I Panthéon-Sorbonne). Het curatorium van de Academie nodigt vijf jaar op voorhand de docenten uit, om over hun specialiteit een lezing te komen geven (zoals dat een paar jaar terug ook gebeurd is met Prof. Maresceau van de UGent, over de buitenlandse betrekkingen van de EU) of om de algemene cursus te doceren (dit jaar: Prof. Ahmed Mahiou, die het heeft over "Le droit international entre la rigueur et la flexibilité").

Deze eerste week zijn ook de Rein Müllersson (King's College) en Emmanuel Decaux (Paris II Panthéon-Assas) aan het woord. Daarnaast komen nog Laurence Boisson de Chazournes (Univ. Genève), Gerhard Hafner (Wenen), Daniël Thürer (Zürich) en Pangalangan (Manila). Samen met Mahiou blijven de titularissen van het diplomaseminarie (=lessenreeks die moet voorbereiden op het zeer lastige eindexamen, dat jaarlijks tussen de nul en de twee geslaagde kandidaten kent), Robert Kolb (Lausanne) en O'Keefe (Cambridge) de volle drie weken. Een speciaal moment was ook de lezing annex Q&A van E.H. Dame Rosalyn Higgins, de voorzitster van het Internationaal Gerechtshof (en dus een beetje de "superrechter" van de wereld).


(de lezing van Higgins, met naast haar Müllersson - Est, in Moskou opgeleid, adviseur van Gorbatchov geworden, daarna naar Engeland vertrokken, expert voor de VN)

De zomersessie ligt ergens tussen ontspanning en werken. Werken, aangezien de cursisten verwacht worden de lessen voor te bereiden. Voor de plenaire lessen is dit evenwel niet strikt nodig: er zijn 340 auditeurs (nooit waren er meer), wat de lezingen doet verlopen als een traditioneel hoorcollege. De zaken grondig voorbereiden geeft bovendien soms aanleiding tot lichte ergernis wanneer de docent in kwestie niet verder blijkt te gaan dan het uitgesponnen vertellen van een van zijn eigen bijdragen in de voorbereidingsbundel. Seminaries vereisen dan uiteraard weer wel werk, gezien de kleinere groep en de verhoogde interactiemogelijkheid. Tot nogtoe is vooral dat van Kolb (over oorlogs- en vrederecht) bijzonder interessant.

Naast de lessenreeks mogen we ook de bibliotheek quasi ongelimiteerd gebruiken. Tal van internettoeters en -bellen (blog van de bibliothecaris, livechat met de bedienden, eigen virtuele boekenplanken, artikels in fulltext online) vergemakkelijken het zoekwerk aanzienlijk. De collectie is dermate uitgebreid dat ik er zelfs op een belangrijk historisch werk over de Spaanse Successieoorlog ben gestoten. Ook zeventiende-eeuwse auteurs als Lisola en Pufendorf zitten hier. Ik ben geenszins van plan om het examen door te maken (je hebt best al een doctoraat voor je daaraan begint), maar verdeel mijn paleistijd tussen de lessen en de bibliotheek.

Buiten het paleis worden de studieactiviteiten worden aangevuld met bezoeken aan diverse instellingen: uiteraard het Vredespaleis, het Asser-Instituut voor Internationaal recht, het Permanente Hof van Arbitrage (dat in hetzelfde gebouw als het Gerechtshof zetelt), het US/Iran-claimstribunaal en het Joegoslaviëtribunaal. Eergisteren werden de studenten ontvangen voor een receptie met burgemeester en wethouders op het Haagse stadhuis, gisteren bij prof. Daudet, binnenkort volgt de Belgische ambassade (voor de vijf landgenoten die hier aanwezig zijn)... Uiteraard zorgt de ongedwongen en internationale sfeer er ook voor dat er wat aan toerisme en sociale activiteiten wordt gedaan. Toeristisch heb ik wel wat op mijn verlanglijstje staan, gezien mijn eerdere onderzoek in Parijs: Utrecht (waar het verdrag in 1713 is afgesloten, zie ook de historische jeugdroman van Thea Beckman over de inval van Lodewijk XIV in 1672 en het deel in het doctoraat van Lucien Bély over "Utrecht, un théâtre pour la paix"), Leiden, Delft (geboorteplaats van Grotius + Legermuseum), Amsterdam (waar Mesnager onderhandeld heeft), kasteel Duivenvoorde (slot van een van de Hollandse personages uit mijn thesis), Den Haag zelf (binnenhof, musea, deelgemeente Rijswijk, waar in 1697 de vrede werd getekend na de negenjarige oorlog...), Dordrecht (cf. de fameuze synode begin zeventiende eeuw).


(Delft, met de tram te bereiken vanuit Den Haag... er zijn echt geen afstanden in Nederland)


(Falung Gong-actievoerder voor het vredespaleis)




(Legermuseum Delft, reconstructie van een Spaans leger op mars ca. 1626)


(Legermuseum Delft, zeer goede en didactische tentoonstelling over de 80-jarige oorlog en prins Maurits)

Vooral het internationale is vrij frappant: het publiek is bijzonder divers (nog meer dan in Parijs), zowel naar herkomst (Bahrein, Wit-Rusland, Mali, Ivoorkust, Frankrijk, Brazilië, VS, Japan...), naar activiteit (diplomaat, student, advocaat, rechter, unesco- of vn-ambtenaar...) als naar opleidingsniveau (tweede bachelor, master, tweede of derde master, doctoraat, prof, Cambridge, Parijs, Algiers, Moskou...). Vandaar waarschijnlijk ook het eerder algemene karakter van de lezingen, die iedereen moeten aanspreken, zowel studenten en doctorandi die "in" een bepaalde niche zitten, als professionelen die even uit de academische wereld zijn.

De meeste studenten worden gelogeerd bij particulieren in de stad, wat de verblijfskost wat drukt (Den Haag is geen goedkope stad, wat het leven voor bijvoorbeeld Afrikaanse deelnemers allesbehalve gemakkelijk maakt). Bovendien zijn er (op academische criteria) beurzen van de Academie, waarvan ik het geluk heb er een te hebben bemachtigd (op naam van de Editions Bruylant, Franstalige Belgische uitgeverij die veel internationaalrechtelijke boeken uitgeeft).

Het verblijf in Den Haag wordt in de lessen van de meeste docenten omschreven als een onvergetelijke gebeurtenis ("Toen ik zelf, dertig jaar geleden..."). De samengebrachte expertise en hoge mate van specialisatie lijken me inderdaad uniek en ook de hierboven opgesomde factoren maken indruk. Het valt niet te vergelijken met de vakken die je kan volgen aan een gewone universiteit. Robert Kolb op zich is bijvoorbeeld specialist in àlle deelgebieden van het internationaal recht (naar eigen zeggen niet in het milieurecht, waarvan hij enkel de algemene principes zou beheersen) en publiceert ook over nagenoeg alles (zie bijvoorbeeld hier, hier en hier).

Geen opmerkingen: