woensdag, augustus 13, 2008

Geen rechten zonder plichten

Ter attentie van iedereen die Fortisaandelen heeft: een interessant interview met Bruno Tuybens.

Oud-staatssecretaris voor Overheidsbedrijven Bruno Tuybens (sp.a) hamert op belang van transparante ondernemingen

'De Davignons en Lippensen zullen
zich moeten verantwoorden'

Terwijl de Wetstraat voor zomers nietsdoen
koos, was er vorige week één man die even uit zijn krammen schoot.
Ex-staatssecretaris Bruno Tuybens (sp.a) greep de Fortiscrisis aan om zijn pleidooi te herhalen dat ondernemingen transparanter moeten worden en zich publiek moeten verantwoorden voor hun beleid. Indien nodig moeten ze daartoe zelfs verplicht worden. 'De tijd van vrijwilligheid is voorbij. Vrijwilligheid
leidde enkel tot vrijblijvendheid.'

Door Walter Pauli / Foto Bob Van Mol

Wellicht verklaart het curriculum vitae van Bruno Tuybens (°1961),
werkzaam bij KBC, ex-voorzitter van Amnesty International en
oud-staatssecretaris voor Overheidsbedrijven, 's mans grote interesse in Corporate Social Responsibility, oftewel de maatschappelijke
verantwoordelijkheid van ondernemingen.

Tuybens: "Ondernemingen leggen vooral verantwoording af voor hun financiële en economische resultaten, veel minder voor hun sociaal beleid, en amper voor bijvoorbeeld de ecologische effecten van hun bedrijfsvoering, of hoe ze met mensenrechten omspringen.

"Ik ben geen tegenstander van ondernemingen. Ik erken graag dat grote bedrijven een belangrijke rol spelen in de creatie van welvaart. Zonder ondernemingen hebben we geen verzekerde risico's en minder tewerkstelling. Maar de vraag is: 'Wanneer willen en zullen ze eens verantwoording afleggen?' Niet alleen aan de aandeelhouders, maar ook aan de maatschappij."

Waarom zou dat moeten? Ondernemingen zijn toch private genootschappen?

Tuybens:
"Omdat de beslissingen van grote bedrijven minstens zo ingrijpend zijn voor het leven van veel bewoners als de wetten en het optreden van overheden. In de nieuwe, geglobaliseerde wereld na de val van de Muur konden de transnationale bedrijven veel goedkoper produceren dan voorheen. Sinds de jaren negentig groeiden ze jaarlijks met 10 tot 15 procent. Zo werden het gigantisch grote spelers.

"Neem Fortis. De beurswaarde van Fortis (22 miljard euro) is ongeveer even groot als die van Philips (24 miljard euro), dat een jaarlijks omzetcijfer van 27,5 miljard euro haalt. Wel, dat is ongeveer evenveel als het bbp van een EU-lidstaat als Slovenië of Kroatië, en zelfs groter dan dat van Bulgarije. Wereldwijd zijn er slechts zeventig landen met een groter bbp dan de beurskapitalisatie van Philips of Fortis, en 110 landen hebben minder. Philips en Fortis zijn zelfs niet eens de grootste bedrijven in Europa.

"Het illustreert hoe machtig die ondernemingen zijn. Maar zij hoeven voor hun beslissingen geen verantwoording af te leggen. Terwijl al die kleinere landen, met veel minder impact, een parlement, een regering, kiezers en een publieke opinie hebben. De meeste overheden leggen voortdurend publieke verantwoording af, de meeste bedrijven zelden of nooit.

"We weten dat die bedrijven uitgegroeid zijn tot ontzettende machtsstructuren. We zien het, maar als samenleving kijken we ernaar en doen er eigenlijk niets aan. Vandaar mijn punt: die grote ondernemingen moeten meer verantwoording afleggen. Zij moeten worden bevraagd over hun ecologische beleid, hun sociale politiek, over wat zij doen met mensenrechten, enzovoort. Ze moeten dat openlijk doen, zodat ze aangesproken kunnen worden.

"Er zijn al een paar bedrijven die dat doen, maar ze vormen een kleine minderheid. Telecom Italia is een voorbeeld op het vlak van transparantie. Dat bedrijf geeft het publiek echt in alles inzage, zelfs als het gaat over de processen waarin ze verwikkeld zijn.

"Ook Belgische bedrijven zouden de moed moeten hebben om te zeggen: wij nemen breed gedragen opiniemakers in onze raad van bestuur op. Mensen die niet gegroeid zijn in 'onze' ondernemingen, maar die het klankbord zijn van de maatschappij. Mensen die de werking van ons bedrijf aan alle sociale, ecologische of culturele
aspecten toetsen."

Maar elk groot bedrijf heeft toch al onafhankelijke bestuurders?

"Er zijn nu geen echt onafhankelijke bestuurders. Vandaag worden die zogenaamde onafhankelijken gewoon gekozen om in de raad van bestuur te zetelen. Vervolgens gaat het bedrijf na of de nieuwelingen, volgens een al dan niet brede interpretatie van de bestaande criteria, mogelijk in aanmerking komen om onafhankelijk bestuurder genoemd te worden. Dat heeft natuurlijk niets met echte onafhankelijkheid te maken."

U schetst het beeld van bestuurders als een min of meer gesloten kring waarvan de leden elkaar coöpteren. Belgacomtopman Didier Bellens suggereerde dat veel bestuurders als Maurice Lippens en Georges Jacobs hem eigenlijk buiten wilden.

"Terwijl de overheid het goede voorbeeld kan geven. In alle bescheidenheid: als staatssecretaris heb ik daartoe toch de aanzet gegeven tot meer transparantie bij de raden van bestuur van publieke bedrijven. Bonussen van CEO's worden nu al gekoppeld aan stiptheid in de dienstverlening en aan tevredenheid van lanten. Ik heb ook de discussie over de toplonen gelanceerd. Maar gemakkelijk was het
niet. In een bedrijf als Belgacom zetelen ook onafhankelijke bestuurders. Ik kan je verzekeren dat er vaak geduwd werd om de juiste 'onafhankelijken' erbij te krijgen.

"Er is maar één raad van bestuur op overheidsniveau die ik zelf
echt kon sturen: de fusie tussen de Federale Investeringsmaatschappij en de Federale Participatiemaatschappij. Na zes maanden armworstelen op de ministerraad met Didier Reynders heb ik twee benoemingen volgens mijn inzicht mogen doen.

"Dat ging als volgt. Eerst was er een advertentie in Jobat en Vacature en hun Franstalige tegenhangers: 'bestuurders' gezocht, met een
lijst van criteria. Ze mochten bijvoorbeeld geen politieke rol gespeeld hebben in het verleden en mochten zelfs geen politieke mandataris als familielid hebben. Vervolgens werden ze getoetst door een onafhankelijke jury, waarin een academicus en mensen van onder meer de Nationale Bank en de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen (CBFA) zetelden. Zo kregen we een Vlaamse veertiger en een Franstalige vijftiger. Die twee waren totaal onbekend in de
Wetstraat en dat was ook de bedoeling. Maar nu worden ze in hun onderneming algemeen erkend als mensen die tot de bekwaamste en ijverigste bestuurders behoren. Een van hen werd zelfs voorzitter van het auditcomité.

"Ik ben niet a priori tegen door partijen benoemde bestuurders. Er zitten daar echte klasbakken bij. Maar er zijn ook anderen. Bij een belangrijk overheidsbedrijf verlopen de raden van bestuur in het Engels. Wel, één partij heeft daar een man geparkeerd die met moeite Engels verstaat, laat staan spreekt.

"Maar globaal gezien tenderen ze om de staat in de enge zin van het woord te verdedigen of te vertegenwoordigen, niet de samenleving als geheel. Ik geloof in een goed evenwicht, vandaar dat er meer onafhankelijken moeten komen."

Ik heb me laten vertellen dat u toen op hoog niveau benaderd werd om die benoeming 'traditioneler' aan te pakken.

"Dat klopt. Johnny Thys (CEO van De Post, WP) contacteerde me toen met de suggestie dat ik toch maar beter de klassieke consultancybedrijven erbij zou betrekken. Ik weet niet waarom hij dat deed, maar ik ben niet ingegaan op zijn voorstel. Ik vrees dat die bedrijven uit dezelfde vijver vissen en dat leidt nadien tot het klassieke
'copain-copain'-spel: I scratch your back so you'll scratch mine. Ik wilde daar van af."

Dat zal u door de vaste kliek van bestuurders niet in dank zijn
afgenomen.

"Dat is dan zo. Als je bedrijven tot transparantie wilt verplichten, dan zal ook de stijl van de bestuurskamers en salons moeten veranderen. Dan zal ook de werking en de verloning van die beheerders transparanter moeten. Hun maatschappelijke impact is inderdaad erg groot, maar ze worden daarvoor nooit ter verantwoording geroepen. Ik heb het over de Lippensen en Davignons van deze wereld. Die hebben de touwtjes in handen."

Maak u geen illusies: ze maken zich op om u buiten te dragen als een
wereldvreemde idealist.

"Die attitude was vroeger misschien algemeen, maar die zou toch mogen veranderen. Ik heb dat interne proces bij KBC meegemaakt. Ik heb nu het gevoel dat dit bedrijf op het vlak van verantwoord ondernemen vandaag verder staat dan veel andere financiële bedrijven.

"Toen ik op de raad van bestuur van de Kredietbank voor het eerst mijn uitleg mocht doen over ethisch beleggen waren er een paar die aandachtig luisterden, maar waren er ook die eens achteroverleunden met een glimlach van 'Jaja, die modegril zal straks wel overwaaien'."

Ze keken net niet onder tafel om te zien of u op sandalen rondliep.

"(grijnst) Zoiets, ja. Maar net zoals veel andere ondernemingen is KBC geëvolueerd. Er is een ethisch verantwoord beleid inzake de financiering van de controversiële wapensystemen. De KBC-groep investeert niet in ontwikkelaars en producenten van antipersoonsmijnen, clusterbommen en -munitie en wapens met verarmd uranium. Niet met beleggingen en evenmin met kredieten.

"Toen ik staatssecretaris was, heb ik met het VBO en VOKA vaak gediscussieerd over Corporate Social Responsibility. Als zij initiatieven steunen, is dat toch nog kleinschalig. Bedrijven zijn te weinig doordrongen van de noodzaak ervan. Als ik vragen
stelde, zeiden ze: 'Wij doen dat al.' Via zelfregulering, natuurlijk. Maar
iedereen merkt dat die vrijwilligheid niet werkt. Vrijwilligheid leidt meestal tot vrijblijvendheid. In Duitsland en Nederland is men daarom verder gegaan en hebben de bedrijven striktere regels aanvaard."

In Duitsland pleit het behoorlijk conservatieve CDU nu ook al voor een beperking op de toplonen.

"En hier doen sommigen alsof ik de revolutie predik. Het ACW onderschrijft die voorstellen wel, maar als het VBO een kik geeft, staan de meeste Open Vld'ers met de pink op de naad van de broek. Maar de trend is gezet en zal nooit meer omgekeerd worden."

Geen opmerkingen: