dinsdag, augustus 04, 2009

Vakbonden en liberalen

Gevat en grappig antwoord op de UZ-rel.

(www.Standaard.be)

PATRICK HUMBLET veegt Herman De Croo de mantel uit na diens kritiek op de vakbonden. 'Werknemersorganisaties zijn een belangrijk middel om ongenoegen te kanaliseren. Vergelijk ze met de kanarievogels in de mijnen.'
Liberale politici hebben vaak een hoog gezelligheidsgehalte. Herman De Croo bijvoorbeeld is een plezante nonkel waarmee ik me wel een streekbiertje zie drinken aan de tapkast van een bruin café. De bonhomie van deze heer van stand komt onder andere tot uiting in zijn gematigde stellingnames op het levensbeschouwelijke vlak. Veel minder sektarisch dan katholieken en socialisten vertolkt hij dikwijls het gesundenes volksempfinden. Het was dan ook even schrikken dat de immer minzame Open VLD-politicus vorige week frontaal de vakbonden aanviel: de werknemersorganisaties binnen het UZ Gent zouden weigeren om patiënten tijdens het weekend te behandelen (DS 1 augustus). Toegegeven, een keelkanker kan een mens van zijn à propos brengen, maar toch…

Open VLD/MR en hun ideologische voorlopers hebben nooit hoog opgelopen met de vakbonden. Begin jaren tachtig werd de sfeer echter ronduit vijandig. Wijlen Jean Gol reed toen een ronde van België om steun te zoeken voor een aantal wetsvoorstellen die de staking aan banden moest leggen. Enkele jaren later werd de fakkel overgenomen door Louis Michel. Deze verdediger van de mensenrechten had/heeft geen hoge pet op van de vakbondsvrijheid. Dat dit grondrecht in een rist internationale verdragen (die door België werden geratificeerd) staat ingeschreven, schijnt hij steeds te vergeten.

Het enthousiasme van Open VLD-parlementsleden om vakbonden te judassen is enorm. De voorbije 25 jaar zijn tientallen initiatieven genomen. Men vindt de handtekeningen van tenoren als Turtelboom, De Padt, Tommelein, De Gucht,… terug onder voorstellen die soms zelfs door de Raad van State worden afgebrand wegens strijdig met het internationaal recht. Binnen Open VLD heerst dus een antisyndicale stemming die niet rationeel is. De enige uitzonderingen op de regel zijn de Verhofstadt-broers. Men kan ze weliswaar niet betrappen op syndicale sympathieën, maar zij hebben alleszins nooit opgeroepen tot de Endlösung. Dat hun vader het hoofd is geweest van de juridische dienst van ACLVB zal hieraan misschien niet vreemd zijn.

Mais, revenons à nos moutons… Wat mij het meeste stoort in het discours van De Croo is dat hij de werknemersorganisaties een plaats toedicht die ze niet hebben. Ik wil de vakbonden zeker niet canoniseren en ik ben er mij van bewust dat hun conservatisme vaak storend is, maar men kan onmogelijk beweren dat zij een staat in de staat zouden vormen.

Binnen de publieke sector worden de arbeidsvoorwaarden eenzijdig opgelegd door de overheid-werkgever. Uiteraard wordt daarover van gedachten gewisseld, maar dit kan niet worden vergeleken met CAO-onderhandelingen (in de particuliere sector) waar de vakbonden ernstig worden genomen. De sociale dialoog is in de publieke sector vaak een monoloog die wordt bezegeld door middel van oekazes. Ambtenaren mogen akte nemen van de beslissingen (die niet altijd worden nageleefd); zij hebben toch nauwelijks middelen om zich efficiënt te verzetten. Indien bijvoorbeeld de werknemers van het UZ Gent zouden staken (omdat zij 's zondags niet zouden willen werken), worden zij opgevorderd door de overheid. De Croo kent deze techniek goed. Hij heeft hem in zijn carrière ook toegepast. Maar er is meer.

Stel even dat we in het beste der liberale werelden zouden leven en er geen vakbonden zouden bestaan. In het Frankrijk van Sarkozy benadert men dit ideaal. De syndicalisatiegraad is er historisch laag en de bonden zijn versnipperd. De werkgevers beschikken nauwelijks over valabele gesprekspartners. Dit gebrek aan communicatie genereert sociale onrust. De acties verlopen ongecontroleerd, duren langer dan in België en zijn veel grimmiger. Bij ons zijn werkgevers al ontstemd als er een stakingspost staat; in Frankrijk behoren gijzelingen en geweld stilaan tot de routine.

Werknemersorganisaties zijn een belangrijk middel om ongenoegen te kanaliseren. Vergelijk ze met de kanarievogels in de mijnen. Als ze piepen, dreigt gevaar. Indien vakbonden dus niet bestonden, moest men ze uitvinden. En als ze bestaan (zoals in België) dan moet men ze (kritisch) koesteren. Ik ben er zeker van dat Herman De Croo mijn mening niet zal delen. We moeten er na zijn genezing maar eens een pint op drinken in de Liberty.

Patrick Humblet is verbonden aan de vakgroep Sociaal Recht Universiteit Gent.

Geen opmerkingen: