zaterdag, januari 09, 2010

Frankfurt am Main

Nieuws: sinds maandag verblijf ik in de Bondsrepubliek Duitsland. Twee maanden onderzoek in het Max Planck-instituut in Frankfurt am Main moeten uitmonden in de afwerking van twee artikels in de taal van Shakespeare.

Het MPIER houdt de belangrijkste bibliotheek voor rechtsgeschiedenis op deze planeet. 320 000 volumes staan ter beschikking van de onderzoeker of student. Er werken maar liefst 70 mensen. Professoren, onderzoekers (met een doctoraat), doctorandi, administratieve krachten (het instituut verzorgt ook boekenreeksen, bijvoorbeeld), maar ook "Hilfkraften" (studenten die opzoekingswerk verrichten voor een professor) hebben er een kantoor.

Ik ben naar Frankfurt gekomen om er me te verdiepen in de basiswerken voor internationaal recht in de vroege 18de eeuw. Tegelijk zijn er ook een aantal experten voor de geschiedenis van het internationaal recht uit diverse periodes aanwezig, wat maakt dat je snel een idee kan aftoetsen en alternatieve pistes gesuggereerd krijgt.

Mijn buurman in het Instituut heeft bijvoorbeeld gepubliceerd over de congressen van Cambrai en Soissons (in de jaren '1720), die rechtstreeks te maken hebben met mijn doctoraat. Een verdieping onder mijn zitten drie doctorandi en een onderzoeksleider die werken rond het internationaal recht in de 19de eeuw, maar ook zeer goed de voorgaande periode kennen. Als extra werkt er nog iemand over Emer de Vattel, belangrijk Zwitsers auteur en diplomaat uit de tweede helft van de eeuw... Zo win je aanzienlijk veel tijd (anders moet je alles zelf uitzoeken en je vanuit Gent verplaatsen naar waar de bronnen te vinden zijn).

Je kan tot honderd boeken op je bureau houden en de druk- en printkredieten zijn nagenoeg onuitputtelijk. Op een kleine vijf dagen tijd heb ik al zeer veel pertinent rechtstheoretisch materiaal vergaard. Ik geef me pas nu rekenschap van de enorme Duitse wetenschappelijke productie. Door mijn jaren in Parijs en de algemene angelsaksische fixatie (JStor is soms wat te gemakkelijk) in de wetenschap had ik daar een beetje naast gekeken, maar Duitsland is uiteindelijk een land van 80 miljoen mensen en een zeer sterke universitaire traditie. Auteurs als Kunisch, Burkhardt, Steiger... zou ik anders pas veel later hebben bekeken. Het is niet omdat je in het Duits publiceert, dat je teksten minder relevant zouden zijn. Een belangrijk conceptueel "gat" (het juridisch pluralisme tussen staatsrecht, successierecht, publiek leenrecht en nieuw volkenrecht na 1713) is bijvoorbeeld al zeer sterk opgevuld door Heinhard Steiger in een artikel van tien jaar geleden. Helaas hebben zijn Franse collega's-historici het nooit geciteerd.

Momenteel is het in Frankfurt bitter koud en liggen er aanzienlijke pakken sneeuw. 15 centimeter vanochtend zal zeker geen overdrijving zijn. Samen met het vroege invallen van de nacht en de eerder restrictieve internetpolitiek in het instituut, zorgt dat voor een "optimale concentratie-omgeving". Als je thuiskomt heb je geen zin meer om nog weg te gaan.

Ik verblif in een "Gästehaus" van het Instituut, op 20 minuutjes sneeuwploeteren van mijn bureau. Grote en comfortable kamer (twee keer zo groot als in Londen), televisie (nog nooit naar gekeken, maar staat er toch), vaatwas in de keuken... Momenteel zijn er in het instituut een dertiental buitenlandse gasten van over de hele wereld (Japan, Latijns-Amerika, Australie). Mijn huisgenoten komen uit Napels en Sevilla en werken over uiteenlopende onderwerpen als het strafrecht in India in de 19de eeuw of een intellectuele biografie van Oliver Wendell Holmes (belangrijke figuur voor de rechtsontwikkeling in de VS eind 19de-begin 20e eeuw).

Ik heb het centrum dus nog niet echt verkend, afgezien van een paar korte uitstapjes naar het universitaire restaurant aan de "Bockenheimer Warte" of de Va Piano aan de Zeil (de grote winkelstraat). Frankfurt heeft een Amerikaans aandoende skyline door de grote bankgebouwen. Paradoxaal genoeg is de stad maar half zo groot als Brussel en heb je eigenlijk de indruk dat het allemaal niet veel uitgestrekter is dan bijvoorbeeld Gent. Het deel waar het instituut huist, Hausen, lijkt eerder op een dorp. Toch ben je op een kwartier U-Bahn in het stadscentrum.

Architecturaal is het (als de lezer van deze blog mij toestaat te vergelijken met Parijs en Londen) weer iets helemaal anders. Frankfurt was heel belangrijk in het Heilig Roomse Rijk: de keizer (of Rooms koning) werd er verkozen en vanaf de 16de eeuw ook gekroond (in de Bartholomeuskirche). Maar de stad is grondig vernield tijdens Wereldoorlog II. De meeste historische gebouwen zijn dan ook reconstructies. Heel veel bouwwerken zijn "op zijn Duits" gezet: beton, glas, plastiek. Groot en productief. Maar niet noodzakelijk met een ziel. Homogeniteit is door 1940-1945 natuurlijk ver te zoeken. Frankfurt is zelfs in de running geweest om de nieuwe hoofdstad van de Bundesrepublik te worden na te oorlog. Als hoofdstad van de Amerikaanse bezettingszone en economisch centrum had dat gekund, maar met een paar stemmen verschil is het Bonn geworden.

Gelukkig zijn er een aantal grote musea die aan de pre-Stunde Nullgeschiedenis herinneren (o.a. het Städel, het plaatselijke "Louvre", waar ik op mijn vrije zondag eens zou willen binnenlopen). Er loopt elders ook een tentoonstelling over Boulle, kunstenaar aan het hof van Louis XIV. Misschien een beetje overkill na het prachtige "Louis XIV, l'homme et le roi" in Versailles, dat ik vorige week aandeed, maar goed. Prioritair is momenteel het vinden van een krantenwinkel die de "Canard Enchaîné" verkoopt.

Geen opmerkingen: