woensdag, februari 17, 2010

Van de Berezina naar de zwarte zon van Austerlitz ? De kansen van de Franse Parti Socialiste

Om te beginnen met een dooddoener: "De Europese sociaaldemocratie verkeert in crisis." Zelfs in economisch turbulente wateren, bijten de vlaggenschepen in het zand: SPD, PS en New Labour, die eind jaren '90 nog de Duitse kanselier, de Franse eerste minister en de Britse PM leverden. In 2009 draaiden de Europese verkiezingen uit op een vernedering. De kiezer gelooft niet dat deze partijen hem vrijheid, gelijkheid en zekerheid kunnen brengen. Geconfronteerd met een samenleving die sinds de jaren '80 ingrijpend verandert, twijfelen partijstrategen tussen winnaars en verliezers van de globalisering.

Deze blogbijdrage is een vrijblijvende reflectie op twee jaar "passief militantisme" in Parijs. Ze probeert te begrijpen waar de link tussen de PS en de Franse samenleving geknakt is. Ik ben me er van bewust dat ik geconnoteerde termen gebruik als “middenklasse”, die geen weerspiegeling zijn van de realiteit en achterhaald zijn door onderzoek ter zake.

I. "Le PS, un TGV de retard ?" De ontsnappende middenklasse

Het Sarkozy-succes in 2007 was eigenlijk onverwacht. Links kon niet verliezen. Na twaalf jaar Chirac en vijf jaar van de impopulaire kabinetten-Raffarin en Villepin, leek het tijd voor "l'alternance". Toch won "Sarko". Door oppositie te voeren tegen zijn eigen kamp."Rétablir l'autorité et la valeur travail", terwijl rechts net vijf jaar onverdeeld had geregeerd en de 35-urenweek intact had gelaten. De Sarkozystische oplossing was een radicale keuze voor het Angelsaksische model: niet traditioneel Frans links of rechts, maar Frankrijk zelf was het probleem. Naar Amerikaans voorbeeld moest bijvoorbeeld huiseigendom worden aangemoedigd door suprimeleningen.



Eens de crisis daar is, verandert het discours compleet. Sarkozy plundert -net als zijn Duitse collega Merkel- probleemloos het arsenaal van de sociaaldemocratie. We moeten het kapitalisme moraliseren. De staat heeft een sociale functie: Sarkozy voert op vraag van zijn partijloze minister Martin Hirsch het RSA in. Het "Revenu de solidarité active" is een toemaatje voor werknemers die te weinig verdienen om eerbaar te kunnen leven, maar tenminste de inspanning gedaan hebben om werk te zoeken. Jean Jaurès duikt op in de toespraken, die door zijn gaullistische raadgever Henri Guaino worden aaneen geregen. Elke sociale speech of maatregel van de president is weer een extra vernedering voor links, dat voortdurend in snelheid wordt genomen, zoals de UMP-jongeren onlangs onsubtiel lanceerden (cf. citaat).

De socialisten konden in 2008 nochtans lokaal profiteren van de incidentengolven die het dek van Sarko's regeringsschip af en toe overspoelen. De meeste grote steden worden door hen bestuurd. Vooral voor Parijs is het contrast tussen lokaal en nationaal opmerkelijk. Ségolène Royal wordt er nagenoeg overal geklopt in juni 2007, terwijl Delanoë verpletterend wint in maart 2008 Waarom stemmen de "bobo's" in 2007 voor Sarko en in 2008 voor de PS-kandidaat ? In juni 2009 gaat het dan weer een radicaal andere richting uit: de UMP viert een triomf bij de Europese verkiezingen en de groenen steken de PS-lijst voorbij. Partijwoordvoerder Benoît Hamon vliegt uit het Europees Parlement. Maar telkens gaat het om hetzelfde gebied ! Op drie jaar krijg de drie totaal verschillende resultaten. Wie kan dit politieke klimaat lezen ? Je zou bijna denken dat de PS niet de enige partij is wiens politiek kompas ontregeld is.

Sarkozy zet in zijn imagopolitiek zwaar in op de jongere generaties. Met namen als Carla Bruni en Frédéric Mitterrand, mikt hij duidelijk op de sociale "winnaars" uit de middenklasse, die vindt dat PS en UMP economisch inwisselbaar zijn. Het arbeidsdiscours van Sarkozy wil dan weer breken met het Franse model van lange studies en hoge werkloosheid. Als je iets praktisch kan, ga dan gewoon werken. Universiteit is er enkel voor de besten. Studenten selecteer je aan de poort, op achttien jaar. Onderwijs in het algemeen moet krimpen: minder uren, minder posten. En dus ook minder tewerkstelling voor historici-geografen, filologen...

Dit laatste discours vormt een echte aanval op de Franse nationale identiteit. Het is dan ook logisch dat een groot stuk van de Franse rechterzijde er niet mee opgezet is. Het gewicht van de staat in Frankrijk is zo sterk, dat zowel links als rechts haar verdedigen als onpartijdige scheidsrechter en als verzamelpunt voor de hele gemeenschap. Maar niemand wou Sarkozy aanvallen.

II. Kansen: "La guerre des droites"




Tot de beslissing van vorige week donderdag in het proces-Clearstream. Met de vrijspraak, en het op aanstoken van Sarkozy ingestelde beroep van de procureur, staat Dominique de Villepin op de kaart als tegenstander in eigen rangen. Tijdens de hoorzittingen werd hij vanuit het niets gekatapulteerd naar meest geloofwaardige tegenstander. De Villepin heeft op een zilveren schotel de kans gekregen om het gaullisme te doen herrijzen.

Dit lijkt "politique politicienne", maar een kandidatuur van Villepin kan Sarkozy's traditioneel rechtse sokkel doen splijten. Net zoals links, bij de zoektocht naar de stemmen van de "winnaars" van de globalizering, voortdurend moet achterom kijken om haar traditionele achterban niet te verliezen, is dat ook voor rechts het geval. De hervormingen van Sarkozy kunnen enkel worden doorgevoerd met de steun van de Chiraquie. De Franse rechterzijde ("les droites" in het standaardwerk van René Rémond) kent een stevige traditie van persoonlijke rivaliteiten: Chaban-Delmas/Pompidou, Giscard/Chirac, Chirac/Balladur, Chirac/Pasqua. In 1981 heeft Chirac Giscard doen verliezen. In 2002 had Pasqua hetzelfde kunnen doen met Chirac. Een nieuw rondje "Gangs of RPR" zal heel wat schade aanrichten.


III. "La France qu'on aime": uit de coulissen komen met lokale recepten

Voorlopig is de verdeeldheid het monopolie van links geweest. Hoe laag de president ook zakt in de peilingen, hij heeft altijd nog de Parti Socialiste om zich aan op te trekken. Als je een tiental verklaarde of vermoede presidentskandidaten in je rangen hebt, zijn dat evenveel kansen op ruzie. Denk maar aan de uitspraken van Delanoë over Aubry ("une salope"). Sinds de gementeraadsverkiezingen van maart 2008 vliegen de bloempotten over en weer tussen de "pipole" (Frans anglicisme voor celebrities) die de Rue de Solférino bevolken. Toch staat het niet in de sterren geschreven, dat dat zo blijft.


(discours in Reims, waar Royal wordt uitgejouwd door de aanhangers van Hamon)


Wat is de uitdaging voor de PS ? Tonen dat de partij mee is met haar tijd én tegelijk authentiek haar waarden blijft verdedigen. Het eerste is niet eenvoudig zonder bakken kritiek te krijgen van de linkerzijde, zowel binnen (Hamon, Emmanuelli) als buiten (NPA, Parti de Gauche) de partij. Maar momenteel primeert dat debat niet. Als de Europese verkiezingen en de presidentsverkiezingen van 2007 iets duidelijk maken, is het dat de PS de bobo-stemmen verliest aan Sarkozy en aan de Groenen. Het is ook niet zonder reden dat Daniel Cohn-Bendit (de facto nog steeds het enige groene boegbeeld in Frankrijk) zich niet zo erg afkeert van Sarko: groen wil niet geassocieerd worden met de PS en verkoopt zijn boodschap als neutraal. Of je nu rechts of links bent, de aarde warmt toch op.



In Vlaanderen wordt wel eens gezegd dat sp.a nationaal het recept van de burgemeesters in de steden moet kopiëren. Dat is wat Martine Aubry probeert te doen. Het is precies de Janustempel van de ideologisch neutrale middenklasse en de groene bekommernis, die Delanoë met een efficiëntiediscours heeft weten te kapen in Parijs, dat helemaal geen rood bastion is. Gérard Collomb, de burgemeester van Lyon, verkeert in hetzelfde geval.

De tragiek van de PS bestaat er helaas in, dat de interne structuren zo gefossileerd zijn, dat ook personen die door het electoraat als modern worden gepercipieerd in hun eigen stad of regio, nationaal handelen alsof ze Frankische pre-feodale opperhoofden zijn. Het is ver van zeker dat het zal lukken een linkse president te kiezen, maar de termieten die Sarko’s electorale boomstronk zijn beginnen uitvreten, maken dat Aubry zelf niet op de voorgrond hoeft te staan. Er wordt in de coulissen gewerkt aan een procedure van "primaires ouvertes", waarbij alle linkse sympathisanten (en dus niet alleen PS-militanten) de kandidaat voor 2012 kunnen kiezen.

IV. "Ce mec appartient à l'extrême droite du PS": het gevaar van de "21 avril 2002"

Tot slot nog dit: veel commentatoren wijten de slechte vorm van de nationale PS aan een onverwerkt trauma uit 2002. Jospin vloog toen uit de presidentiële strijd in de eerste ronde, ondanks een -achteraf bekeken- uitermate succesvolle regeringsperiode van vijf jaar. Veel zal natuurlijk gelegen hebben aan de persoonlijkheid van de kandidaat, die zich zegezeker achtte en tactische kwesties een secundair belang toedichtte. Anderzijds is het huwelijk van "la gauche purielle" te pletter geslagen op de straatstenen: de klein-linkse (Besancenot, Arlette Laguiller) en links-etatistische dissidente kandidaten (Jean-Pierre Chevènement) waren het duidelijk oneens met de koers van de centrum-linkse regering.

Jospin dacht, door dichter te gaan staan bij de evolutie van de samenleving, meer "en phase" te zijn met de samenleving dan de linkerzijde. De PS aan de macht, dat is de partij van Dominique Strauss-Kahn, Hubert Védrine, Martine Aubry, Ségolène Royal, François Hollande, Laurent Fabius, Jacques Delors en Pascal Lamy. Allesbehalve linkse beeldenstormers. Eigenlijk zou je kunnen zeggen dat ze nog steeds dezelfde analyse maken. Als je kijkt naar de beginselteksten die de PS aanneemt -zonder veel discussie-, dan zijn die eigenlijk naar Franse maatstaven vrij centristisch.

Toch wringt dat externe discours met wat partijleden denken. Of met de traditie van urenlange toespraken met verplicht collectief applaus en vendelgezwaai. Het viel me tijdens mijn observaties bij de Parijse socialisten vooral op hoe sectair de mentaliteit kon zijn tussen de verschillende geledingen. Vooral de linkerzijde, die ideologisch innovatief is en wel veel jonge mensen aantrekt, heeft het moeilijk met "la droite du PS". Bij de (voorzichtige) uitspraken die Aubry onlangs deed over de verlenging van de wettelijke pensioenleeftijd, zag je op menige Twitter- en Facebookstatus zo de doctrinaire en aan de openlijke persoonlijke haat grenzende veroordelingen opduiken. Precies of ze maakten geen deel uit van dezelfde partij. Jean-Paul Huchon, de huidige regiopresident in het Île-de-France, werd samen met Dominique Strauss-Kahn door de jonge militanten zelfs tot de "extrême droite du PS" (cf. citaat) gerekend. Wat dat ook mag betekenen...

V. "Le grand écart à deux": links en rechts hebben meer gelijkenissen dan verschillen





De analyse, dat de PS in se een consensuele centrum-linkse beleidspartij is, die vooral een probleem van persoonlijkheden heeft, is die van Jean-Luc Mélenchelon. De senator wou ideologische duidelijkheid. Hij dumpte in 2008 zijn partij voor een alliantie tussen een groep getrouwen en de overschot van de Parti communiste français: de "Parti de gauche". Dit is het soort kiezers dat in een tweede ronde altijd voor de PS stemt. Maar bij gebrek aan een overtuigende boodschap in de eerste ronde, haar kan verlaten. Het is een ander soort lek dan dat naar de groenen of de UMP, want het gaat over kiezers met een duidelijke linkse ideologische overtuiging. Die -net zoals de dissidentie bij de UMP- sterk etatistisch is.

Op die manier zijn UMP en PS eigenlijk elkaars spiegelbeeld. Het is niet juist dat enkel links het moeilijk heeft om uit te reiken naar de generaties en klassen kiezers zonder vaste ideologische overtuiging. Ook bij rechts is er een spreidstand tussen electoraal centrum en achterban. Een van de sleutels van Sarkozy's succes is het koloniseren van de UMP tot persoonlijk propaganda-instrument, om met gelijke wapens tegen de niet te onderschatten PS-machine te vechten. En vervolgens intern vrij spel te hebben tijdens de campagne. Het grote novum dit jaar is des te meer de terugkeer van de rechtse verdeeldheid.

De regionale verkiezingen die volgende maand doorgaan, zijn een ernstige test voor de PS-machtspositie. 20 van de 22 "régions" worden sinds 2004 door links bestuurd. In bepaalde prognoses zou links (PS + groen + soms MoDem of PCF) in de tweede ronde een "grand slam" kunnen scoren van 22 op 22, als ook Corsica en de Elzas vallen. Vijf weken is natuurlijk nog lang in de politiek. De PS moet van de eerste ronde gebruik maken om de groenen terug te wijzen. En zo het leidinggevende alternatief incarneren tegen een verdeeld rechts.


(Villepin op campagne in Bretagne, nu al ! Handjes schuddend, kinderen aaiend, etend en drinkend, poserend met een klein varken als een echte Jacques Chirac)

Figuren als Clemenceau, Blum, de Gaulle, Mitterrand, Chirac of Sarkozy bewijzen één ding: de aanhouder wint. Wat ook voor Napoleonbiograaf Villepin een mooie inspiratie is om door te vechten.

Geen opmerkingen: