dinsdag, juni 14, 2011

PS en Président, een moeilijk huwelijk (Apache)

Vandaag verscheen een stuk van mijn hand op de nieuwssite "Apache", over de primaires bij de Franse PS (cf. kandidaturen moeten eind deze maand binnen zijn).


Dans van de olifanten of authentiek plebisciet ?
Nieuwe PS van Martine Aubry staat voor vijf maand totale media-exposure
Het is van mei 1988 geleden dat een linkse kandidaat de Franse presidentsverkiezingen won. Uitgaande van deze dramatische vaststelling besloot de Parti Socialiste na het échec van Ségolène Royal om het de volgende keer radicaal anders aan te pakken. De mosterd werd gehaald in het buitenland: de Democratische primaries of de selectie van Walter Veltroni als kandidaat voor de Partido Democratico moeten voorbeelden zijn van hoogmissen die het electoraat en de partijkaders van links kunnen verzoenen met één figuur die vervolgens de zittende macht te lijf gaat in de echte verkiezingsstrijd. De achtergrond van deze keuze wordt uit de doeken gedaan in een interessant collectief rapport van Terra Nova, een aan de partij gelieerde think tank, die te situeren valt in wijlen de politieke club van Dominique Strauss-Kahn. Het document, opgesteld door een uitgelezen commissie van linkse academici, topambtenaren, magistraten en diplomaten, geeft achtergrond bij de procedure die zich volgende maand in gang zet, om in oktober tot de aanduiding van de socialistische kandidaat te leiden.

Een partij voor het verleden ?
Het lijkt paradoxaal dat de PS er niet in slaagt om een buitengewoon sterke vertegenwoordiging in steden (2001, 2008), departementen (2004, 2010) en regio’s (2004, 2010) te vertalen naar nationale verkiezingen (2007, 2009). Één van de mogelijke verklaringen is dat de socialisten instinctief en ideologisch avers zijn voor de personencultus die samenhangt met een confrontatie van man tegen man. De partij verdeelt zich snel in “stromingen”, die zich naar buitenuit baseren op een andere interpretatie van de leer, maar intern eigenlijk vooral tijdelijke coalities van lokale partijbonzen zijn.
            De PS lijkt gemaakt voor de Derde (1871-1940) of Vierde Republiek (1946-1958), waar de macht gedeeld en in coalities werd uitgeoefend door partijen die via evenredige vertegenwoordiging alleen nooit de meerderheid in de Assemblée konden halen. Op de as van het Algerijnse débâcle bouwde ‘redder des vaderlands’ de Gaulle met zijn adviseur Michel Debré de grondwet van de Vijfde Republiek. De uitvoerende macht pleegde een echte machtsgreep op het voorgaande bestel... en eigenlijk ook op de machtsbasis van de linkse partijen. Het is opmerkelijk dat François Mitterrand, de man die pas na drieëntwintig jaar oppositie verkozen raakte in 1981, de enige was die het nieuwe systeem van bij het begin ten gronde aanvaard had en zijn hele politieke actie zag als een overnamebod op de grootste oppositiepartij tegen de zittende macht. Mitterrand droeg een stempel van rechtse politicus (cf. SFIO-voorzitter en voormalig eerste minister Guy Mollet : ‘Mitterrand socialiste ? Je ne le sais pas, mais en tout cas, il le parle très bien!’). Populairdere figuren als de radicaal-socialist Pierre Mendès-France trokken nooit de consequenties van de nieuwe spelregels door. Na het verdwijnen van Mitterrand in 1995 was er geen boegbeeld meer.
            In 1997 boden de parlementsverkiezingen (die in 2007 kort op de presidentsverkiezingen volgden) nochtans een alternatief. Jacques Chirac beging toen de misstap om de Assemblée naar huis te sturen, waarop een linkse meerderheid onder Lionel Jospin vijf jaar kon regeren. Maar toen Jospin zich persoonlijk in de strijd moest werpen, derfde hij op eclatante wijze het onderspit tegen Chirac en zelfs Le Pen. Ségolène Royal slaagde er in 2007 wel in om een zekere personencultus rond haar te creëren, maar werd zowel in de pers als in eigen rangen genadeloos neergesabeld.

Wat we zelf doen, doen we slechter: het eeuwige débâcle van de interne verkiezingen
            Precies dit laatste probeert de PS  nu te allen prijze te vermijden. Het was in 2007 voor de Franse publieke opinie niet geloofwaardig dat Royal de hele partij, of, beter gezegd, een geloofwaardige regeringsploeg, vertegenwoordigde. Net hetzelfde gebeurde met de Europese verkiezingen in 2009, waar de PS de prijs betaalde voor de ruzies die op het congres van Reims (november 2008) voor de televisiecamera’s werden uitgevochten.
            Om dit probleem te overkomen, wou de nieuwe PS-leiding onder Martine Aubry de aanduiding van een kandidaat uit de partij zelf weghalen. In 2007 werd de kandidaat aangeduid door de eigen leden, in 2008 werd de opvolger van François Hollande door dezelfde mensen verkozen. In de praktijk betekent dit, dat de lokale baronnen in grote federaties (Nord, Hérault, Bouches du Rhône) de sectievoorzitters onder druk zetten om met stalinistische scores voor de voorkeurskandidaat te stemmen. Ségolène Royal legde het bijvoorbeeld handig aan boord door zowel met de plaatselijke power broker in de Languedoc, Georges Frêche, als met die uit Marseille, Jean-Noël Guerini, op een akkoord te gooien. De wederzijdse beschuldigingen over stembusfraude (bourrage d’urnes) waren dan ook legio tussen Royal en Aubry in 2008, toen het pleit beslecht werd op amper 16 stemmen.
            Met democratie heeft dat natuurlijk niet veel te maken. De PS telt een relatief klein aantal bijdragende leden. Deze militanten zijn vanzelfsprekend erg geëngageerd, maar niemand slaagt erin om hen te federeren én tegelijk voldoende duidelijk te blijven voor het Franse electoraat. François Hollande (premier secrétaire tussen 1997 en 2007) lijdt ook vandaag nog onder een imago van pathologische weekheid, als tactische handpop van verschillende éléphants (boegbeelden met een eigen achterban). Met het referendum over de Europese Grondwet (2005) stond de partij ongeveer op springen tussen links (neen) en rechts (ja), maar voor het overige zijn de ruzies persoonlijk en niet inhoudelijk. De partij regeren met een meerderheid van een paar procenten, zoals Mitterrand wél kon in de jaren ’70, lijkt vandaag niet meer doenbaar.
            Vandaar het idee om een beroep te doen op het hele electoraat. De regels voor de primaires ouvertes stellen deelname open voor elke Franse kiezer, ingeschreven op de kieslijsten voor de presidentsverkiezingen, mits betaling van een symbolische euro en het ondertekenen van een verklaring dat hij de waarden van links aanhangt. Van maximum 80 000 leden zou het kiezerskorps worden uitgebreid naar twee of drie miljoen. Onmogelijk te controleren door de lokale of regionale baronnen.
            Bovendien hebben de primaires het voordeel –zoals in de Verenigde Staten het voorbeeld van Obama v. Clinton aantoont- dat ze kandidaten harden en immuniseren voor latere aanvallen. Alle kritiek die in een eerste fase door tegenstanders binnen het eigen kamp wordt gegeven, verdwijnt als sneeuw voor de zon door de legitimerende kracht die de kiezers bezitten. De supporters van Dominique Strauss-Kahn geloofden bijvoorbeeld dat hun kampioen op die manier de verwijten als zou hij te veel gauche caviar zijn, terzijde zou kunnen schuiven.

Solferino houdt de rangen gesloten : de primaires na DSK
            Een groot risico aan de primaires zou wel eens kunnen zijn dat ze op twee keer één dag gehouden worden voor het hele grondgebied. In de Verenigde Staten zorgt de afvalrace vanaf New Hampshire ervoor, dat enkel de best geplaatste kandidaten de laatste rechte lijn in gaan. Bij de PS kan in theorie iedereen meedoen, wat naar de publieke opinie het beeld van een eeuwig verdeelde partij kan versterken. Claude Bartolone (parlementslid uit de Parijse ‘banlieues chaudes’) pleitte daarom voor een primaire de confirmation, waarin één enkele ernstige kandidaat op het schild wordt geheven, Michel Vauzelle, regiovoorzitter in de PACA (Provence-Alpes-Côte d’Azur) vroeg om ze eenvoudig af te voeren.
            De partijleiding heeft onder Martine Aubry echter resoluut de kaart van de eenheid getrokken: ondanks een sterke persoonlijke afkeer met bijvoorbeeld Ségolène Royal, regeren onderlinge hoffelijkheid en externe discretie. Aubry had het liefst gehad dat zowel zij als Royal de kandidatuur van DSK, de best geplaatste in de peilingen, zouden steunen. De primaires zouden dan gediend hebben als vitrine voor de ambitieuze veertigers en vijftigers, of –indien nodig- om François Hollande zich te laten te pletter lopen (die geen enkel socialistisch kopstuk als kandidaat wil zien).
            Aubry zou in dat geval een niet te onderschatten krachttoer hebben verwezenlijkt: het integreren van de contestataire linkervleugel, die onder andere tegen de Europese Grondwet heeft gestemd. Het is moeilijk voor te stellen hoe sterk de afkeer voor de “rechtse” Strauss-Kahn is bij de linkervleugel van de PS, geleid door voormalig jongerenvoorzitter Benoît Hamon en oude rot Henri Emmanuelli. Hun stroming “Un monde d’avance” hield zich enkel gedeisd dankzij een pact met Aubry, die Benoît Hamon de inhoudelijke lijn van de partij heeft laten beïnvloeden en hem prominent naar voor schoof als woordvoerder. De linkervleugel heeft –net als het Élysée- steeds gehoopt op een slippertje dat DSK diskwalificeert, zodat Aubry –wiens linkse credentials groter zijn- er zelf voor zou gaan.
            Nu DSK wegvalt, houdt het pact dat hij in 2008 sloot met Aubry en Laurent Fabius (oud-eerste minister van François Mitterrrand, tegenstander van de Europese Grondwet in 2005), wonderwel stand. Voormalige “strauss-kahniens” sluiten zich spontaan aan bij de kandidatuur van Aubry (wat eens te meer aantoont dat “courants” in de Franse PS niet zoveel met inhoud te maken hebben). Laurent Fabius haalde afgelopen weekend (28-29 mei) in een paginagroot interview in Le Monde het wierookvat boven voor de leiderschapskwaliteiten van de dochter van Jacques Delors. Benoît Hamon gooide met splinterbommen naar Hollande, vertegenwoordiger van de “synthèse molle” die de partij zo lang in slaap gewiegd heeft.

Reële bedreigingen: ‘la france profonde’ versus ‘la gauche bobo’
De kaarten blijven globaal gezien goed liggen in de peilingen. Hoewel het Élysée zich op de borst klopt dat links ‘la bataille de la morale’ verloren heeft, blijft een meerderheid van de Fransen geloven in de mogelijkheid van een linkse overwinning. De UMP stelt echter alles in het werk om de categorieën die Sarkozy in 2007 aan de overwinning hielpen (buiten de traditionele rechtse machtsbasis), te vriend te houden: de gepensioneerden, arbeiders en inwoners van landelijke gebieden.
De organisatie van de primaires berust bij de partijafdelingen, die –uiteraard- op vrijwilligers draaien en niet in staat zijn het volledige grondgebied te dekken zoals dat bij reguliere verkiezingen het geval is. Christian Jacob, fractieleider van de meerderheidspartij in de Assemblée, had het in dat verband al over de ‘primaires van de intellectuelen van het zesde arrondissement van Parijs’. Als je op het platteland wil meestemmen in het socialistische circus, moet je bij wijze van spreken honderd kilometer met de tractor afleggen om tot aan het stemlokaal te raken. Ook de levensstijl van Strauss-Kahn was in dat verband een gedroomd doelwit: de PS zou zich te ver bevinden van de arbeiderswaarden.
Het kwam dan ook erg ongelegen toen vorige week uitlekte dat uitgerekend Terra Nova in een rapport aanbevelingen gaf om de ‘classes populaires’ voortaan links te laten liggen. De culturele waarden en gebruiken van arbeiders en ongeschoolden zouden te ver liggen van het partijprofiel om deze stemmen nog geloofwaardig te kunnen claimen. Op hun beurt zijn die waarden, via het seksschandaal rond Strauss-Kahn (en mooi in contrast met het nakende moederschap van Carla Bruni), een baken om de gepensioneerde kiezers terug te winnen. Sarkozy wil met andere woorden de strijd om de arbeiders, plattelanders en ouderen uitvechten in een tête-à-tête met Marine Le Pen, terwijl de socialisten op een Parijs terrasje genieten van een Mojito met framboos of de iPad-editie van Libération.
De slag om het Élysée zal om persoonlijkheid gaan, en om de manier waarop Sarkozy de presidentiële functie heeft uitgeoefend. Zoals ook de recente biopic La Conquête laat zien, wou de huidige president een stijlbreuk met zijn voorgangers, die koud en afstandelijk hun aandacht bij de hoofdzaken hielden, zonder af te dalen in het gevecht van de dagjespolitiek. Sarkozy maakte de keuze om overal tegelijk punten te scoren, en dus ook om bewust meer risico’s te nemen.
De president wordt gezien als partijdig (affaire-Bettencourt) en egoïstisch, als een figuur die de Fransen verdeelt en de grenzen van zijn macht niet wil erkennen. Hij had bijvoorbeeld de intentie zijn zoon Jean, eeuwig gebuisde rechtenstudent, aan het hoofd van de zakenwijk La Défense te benoemen, zonder te beseffen dat de publieke opinie dit soort clangedrag niet pikte. Zijn exuberante, arrogante en vaak beledigende levensstijl (cf. zijn beroemde ‘Casse-toi pov’ con!’) is bij veel Fransen het hoofdargument om hem volgend jaar weg te stemmen. In dat opzicht is Martine Aubry een veel betere kandidaat dan de afgevoerde DSK: vrouw, onberispelijke levenswandel, zelf-gecultiveerd imago van plichtsbesef en toewijding aan het algemeen belang, in Frankrijk gesymboliseerd door het magische woord ‘République’.

Camera’s in de aanslag: het mediacircus rond de PS
            Zoals de campagne in 2007 op internet werd uitgevochten, vindt ze in 2012 ook plaats op de sociale netwerken, op Twitter en op blogs. Door de aanwezigheid van 24/24 nieuws-networks (BFM, iTele, France Info) worden ongelukkige zinnetjes direct in de ether gebalanceerd en danst een circus aan reacties naar de journaals van acht uur. In die omgeving is de verleiding groot om zich te laten opmerken met een kleine polemiek. Vanaf de maand juni wordt het voor de PS dan ook aartsmoeilijk om de rangen gesloten te houden, als er zich geen duidelijke favoriet opdringt. De presidentsverkiezingen waren, zijn en blijven de favoriete nationale sport in Frankrijk. Zonder problemen verdringt de politiek het weer, het eten of het persoonlijke leven als gesprek aan de toog, op een terrasje of aan tafel. De primaires zijn meteen de bepalende test voor het nieuwe systeem en de discipline die Aubry in de Parti Socialiste wou invoeren.
Frederik Dhondt

Geen opmerkingen: