zondag, juli 03, 2011

De moeilijke grens tussen rechts en extreem-rechts

(generaal Boulanger; eerst gesteund door de centrum-linkse radicale partij om schoon schip te maken in het leger; uiteindelijk een ongeleid projectiel geworden)

Uitstekende uitzending van Concordance des Temps (Jean-Noël Jeanneney, France Culture) over de moeilijke verhouding tussen rechts en extreem-rechts in Frankrijk, van de jaren 1880 tot nu. Nicolas Sarkozy recupereerde in 2007 een pak kiezers van Jean-Marie Le Pen (die in 2002 de tweede ronde haalde). Nu de verkiezingen van 2012 in zicht komen, heeft de UMP dit publiek (dat intussen weer is weggelopen) terug op de radar gekregen. Een 35-koppige groep "droite populaire" binnen de UMP-fractie in de Assemblée Nationale moet met populistische voorstellen, die de president zelf niet kan opperen (zoals het afschaffen of sterk beperken van de dubbele nationaliteit), "La France d'en bas" terugwinnen.

(Pierre Poujade, populist uit de jaren 1945-1958)

Winock vertelt hoe extreem-rechts tot Le Pen (begin van de jaren '70) nooit een leider heeft gehad, maar hoe haar themata wel terugkeren in het publieke debat.
- Het boulangisme (eind negentiende eeuw), poujadisme (na de oorlog) en antisemitisme (tot in het interbellum, vb Charles Maurras) spelen telkens in op een gevoel van "verraad" door de elites die het land besturen. Charcutiers, groentenhandelaars en boeren zouden betere politici zijn dan de advocaten, énarques of hoge ambtenaren.
- Naast de "elites", heeft extreem-rechts altijd een tweede zondebok: de vreemdeling. Al aan het einde van de negentiende eeuw wordt gesproken over 500 000 Italianen die "terug naar hun eigen land" moeten worden gestuurd. Het discours tegen de joden (waar de katholieke krant La Croix initieel blijkbaar zeer beslagen in was) verenigt beide drijfveren: tegen de elites en tegen de vreemdelingen.


1880 is een kantelpunt. Waarom ? Omdat de derde republiek (°1871) de rechtse partijen verplicht om hun dromen op te bergen over een terugkeer naar het Ancien Régime. De val van Napoleon III duwt de meest extreme rechtse partijen naar een ander discours. Bijgevolg wordt de onderbuik van een veel breder electoraat bespeeld. "U wordt verraden door een oligarchie. Verkiezingen dienen nergens toe... tenzij u voor ons stemt! " . Vóór dat moment blijft er nog een fractie actief die terug wil naar het droit divin van de absolute monarchie. Hoewel die zelfs in 1815 al "plus royaliste que le roi" was.


Het electorale probleem speelt rechts parten sinds het succes van Le Pen in de jaren '80. Het Front National nam stemmen af van de rechtse partijen (UDF/RPR), waardoor in situaties van "triangulaire" confrontatie (PS-RPR-FN), het steevast de linkse kandidaat was die met de buit aan  de haal ging. Chirac was principeel tegen samenwerking (een mooi uittreksel uit een meeting van vlak na de eerste ronde in 2002 zit in de uitzending). Sarkozy, Brice Hortefeux (ex-minister, in functie veroordeeld door een correctionele rechter voor "injure raciale") en Claude Guéant (rechterhand sinds jaar en dag, nu minister van Binnenlandse Zaken), daarentegen, doen alle moeite om zich voor te doen als mensen in wie "la France d'en bas" vertrouwen kan hebben.

De grens is dun. Het discours van Grenoble (zomer 2010), waarbij Sarkozy aankondigde de Franse nationaliteit af te nemen van wie sinds minder dan tien jaar genaturaliseerd is, bij geweldpleging tegen politie-officieren, is een mooi voorbeeld. De Conseil Constitutionnel heeft het wetsontwerp in kwestie volledig gekelderd. Sarkozy's mediatieke optreden zal nooit uitmonden in een wet. Ongetwijfeld wist men dat de maatregel de grondwettelijkheidstoets niet zou doorstaan. Ongetwijfeld wist men ook dat dit net de maatregelen zijn die onder het Vichy-regime zijn doorgevoerd om "slechte Fransen" af te zonderen en uit de nationale gemeenschap te sluiten. Het heeft Sarkozy in de peilingen (tijdelijk) terrein doen terugwinnen bij de traditionele FN-kiezers. Waar eindigt het goedbedoeld populisme (zwarte schapen in de stal houden) en begint extreem-rechts ?


Verdere problemen stellen zich natuurlijk wanneer de UMP eruit wordt gegooid in de eerste ronde, of door het FN wordt voorbij gestoken. Bij de recente kantonverkiezingen (maart 2011) waren er een groot aantal duels FN-PS. Normaliter roepen de socialisten op om voor de republikeinse kandidaat te stemmen (= i.e. UMP, tegen het FN). Sarkozy en Guéant beslisten dat echter niét te doen: de UMP-kiezers dienden zich te onthouden. Op die manier wilden ze het traditionele anti-elitediscours van Marine Le Pen tegengaan: door op te roepen tot onthouding, geeft men minder de indruk dat UMP en PS één pot nat zijn. François Fillon, eerste minister, was tegen en hield vast aan de lijn van Chirac: republikeinse partijen roepen op om voor andere republikeinse partijen te stemmen, omdat ze dezelfde waarden verdedigen.

De hele discussie kan terug relevant worden als -wat de peilingen nu aangeven, voor wat die waard zijn- Marine Le Pen zich zou kwalificeren voor de tweede ronde in 2012. In 2002 riep de PS op om voor Chirac te stemmen tegen Le Pen senior. Wat als een uitgeschakelde Sarkozy dat niét doet ? Krijgen we dan een definitieve vervaging van de grens tussen rechts en extreem-rechts ? In Italië is dat gebeurd. Men zou kunnen argumenteren dat dergelijke operaties leiden tot de integratie van politici die het "niet echt zo bedoeld hebben" (Fini). Wat slecht is voor links, maar niet slecht voor het politieke systeem op lange termijn, omdat het zo representatiever zou worden.

Hier te beluisteren.

Geen opmerkingen: