maandag, juni 04, 2012

European Forum 2012


Het 18de Europees Forum Jonge Rechtshistorici in Wenen was een succes en een waar genoegen om bij te wonen (cf. programma op aylh.org). De organisatie spaarde kosten noch moeite om de 90-tal aanwezigen een onvergetelijke week te bezorgen: ontvangst in de Böhmische Hofkanzlei (prachtig 18de-eeuws gebouw van Fischer von Erlag, waar het Oostenrijkse equivalent van de Raad van State zetelt, voorgezeten door een professor rechtstheorie van de Weense universiteit, die dan ook de openingstoespraak hield), het Parlement (creatie na de Grondwettelijke Ausgleich, die de dubbelmonarchie schiep), het neo-gotische Stadhuis, bezoeken aan de dépôts van het Haus-, Hof- und Staatsarchiv en Karel VI's "Escorial" Klosterneuburg...

Ook inhoudelijk bracht het congres wat we konden verwachten van de stad van de grote rechtstheoretici Kelsen en Merkel. Voor mijn eigen panel denk ik vooral aan de bijdragen van Ellen Franke (over beroepen van onderdanen tegen hun vorst bij de Reichshofrat) en Ann-Kristin Fischer (over het impedimentum adulterii in het lutherse huwelijksrecht). Recht "durch setzen", of het conflict tussen gesloten, theoretische, concepten en de interactie met de bredere maatschappelijke context, waar machtsverhoudingen en andere obstakels spelen, kon opnieuw als thema iedereen bijeenbrengen, van de "romanisten" tot de meer hedendaagse onderzoekers.

Nog beter nieuws: volgend jaar komt het 19de forum naar Rijsel en Gent, die dan even de hoofdsteden worden van de Europese "jonge" rechtsgeschiedenis. Traditioneel wordt het forum in de Duitstalige wereld gehouden (eerder waren er occasionele uitstappen naar Firenze, Pec, Sevilla of Maastricht). "Lille/Ghent" versloeg in de algemene vergadering Cambridge en Parijs. De presentatie van de Rijselse collega's van het CHJ en onze Gentse woordvoerder Bruno Debaenst heeft dus wel wat harten veroverd. Uit een korte telling blijkt overigens dat de Belgische, Nederlandse en Noord-Franse lezingen 17% van het totaal uitmaakten. De rechtsgeschiedenis bloeit in de lage landen.

Persoonlijk was de conferentie een aanleiding om te bezoeken wat ik nog niet gezien had op een eerdere doortocht in november 2005: het militairhistorisch museum (bijzonder rijk, indrukwekkend negentiende-eeuws gebouw met grote uniformen- en portrettenhangars), het Belvédère (mooie alliantie tussen Eugenius van Savoye's paleis en de achteraf geïnstalleerde kunstcollectie), de Österreichische Nationalbibliothek met haar pronkzaal. Nogal moeilijk om 18de-eeuwse diplomatieke geschiedenis te bedrijven, en dan die gebouwen voorbij te lopen.

 (de Hofburg)

(Österreichische Nationalbibliothek, Pronkzaal)

(Jesuitenkirche aan de Oostenrijkse Academie voor Wetenschappen)

 (K. und k. snuisterijen)

 (Kroon van het aartshertogdom Oostenrijk, sinds Rudolf III van Habsburg, bewaard in Klosterneuburg)

 (dineerruimte Karel VI, Klosterneuburg)

 (de auto van de aanslag in Sarajevo in 1914, die de Eerste Wereldoorlog en het einde van het Oostenrijkse keizerrijk inluidde, Heeresgeschichtliches Museum)

(19de-eeuwse voorstelling van de slag bij St-Gothard, waar de Habsburgers in 1664 met een internationale coalitie de Turken konden afhouden)

(de pestzuil op de Graben, uitdrukking van zelfbewustzijn na de overwinning op de Turken bij het tweede beleg van Wenen)

(Kaunitz en Bartenstein als "voorvaders" van het Staatsarchief; interessant te bemerken dat de Franse diplomatieke archieven een grote voorsprong hadden)

(Stadhuis Wenen)

(Panorama vanaf het Oberes Belvédère)

Geen opmerkingen: