vrijdag, juli 20, 2012

Zeg het met een theaterstuk



Een mooie politieke litteraire oefening uit Frankrijk: Julien Dray, een beetje buitenbeentje in de Parti Socialiste, beschrijft in een toneelstuk hoe de verschillende militanten omgaan met de eerste maanden aan de macht van François Hollande. De personages zijn goed gekozen: een ideologische en theoretische universiteitsstudent, een gepensioneerde schooldirectrice, een technocratische cabinetard uit Parijs...

Het stuk is de moeite om meerdere redenen:

De referenties voor een socialistische machtsovername, 1981 en 1997, hebben telkens voor verdeeldheid gezorgd tussen een ideologisch en radicaal deel van de partij, dat een andere samenleving wil realiseren, en de eerder pragmatische, centrumstroming. Mitterrand beleed in woorden het eerste programma ('wie niet breekt met de kapitalistische samenleving, kan geen lid zijn van de Parti Socialiste'), en in zijn eerste twee jaar ook in daden: sociale uitkeringen en huursubsidies werden fors verhoogd ('les pauvres sont riches', titelde Libération toen). Helaas stroomde al het uitgegeven geld weg via consumptie van buitenlandse producten. In 1983 wendde de president de steven naar een meer centrumgericht beleid. Onder Jospin was dit ook meer de richting die domineerde. De regering van toen (met DSK en Martine Aubry als hoofdrolspelers) voerde toen wel de 35-urenweek in, maar privatiseerde bijvoorbeeld ook een pak staatsbedrijven.

De linkervleugel van de PS heeft al lang het gevoel dat de afstraffing van 2002, toen Jospin werd voorbij gestoken door Jean-Marie Le Pen, deels door de lage opkomst, maar ook omdat veel kiezers voor kleinere linkse kandidaten gingen, en die van het referendum over de Europese Grondwet in 2005, het gevolg is van een te conformistische opstelling tegenover het 'neoliberale internationale systeem'. Toen Hollande (die ook eerder gematigd is) de primaires won, had hij niet de volle enthousiaste steun van deze mensen, die ongeveer 20 procent wegen in de partij. Die 20 procent mogen niet doen vergeten dat Martine Aubry haar renovatie van de PS grotendeels heeft gebouwd op het inkapselen van de linkervleugel, die op dat ogenblik de sterkste vernieuwingsdynamiek bezat. Als tegenprestatie heeft Hamon (partijwoordvoerder) zich geen kandidaat gesteld bij de primaires, waar vervolgens Montebourg als een vrijbuiter hem de kaas van het brood heeft gegeten. Tijdens de campagne zal de verleiding van Mélenchon vrij groot geweest zijn.

Probleem: Hollande is aan de macht gekomen in een periode van grote financiële crisis en is eigenlijk meteen aan het besparen geslagen. Zo zijn alle ambtenarenweddes bevroren en worden nieuwe aanwervingen in prioritaire ministeries (Politie, Justitie, Onderwijs) gecompenseerd door te knippen in de anderen (Buitenlandse Zaken, Sociale Zaken, Hoger Onderwijs & Wetenschappelijk Onderzoek...). Een van de grote argumenten van het FN (zoals ook in het toneelstuk terugkomt) is dat 'links of rechts geen verschil maakt' voor wie met een klein inkomen moet rondkomen en zich overal uitgesloten voelt. De PS controleert alle machten, maar er is geen geld.

Hollande en Ayrault zullen uiteraard hun beste doen om iedereen over de streep te trekken: de meeste beslissingen van de verguisde Sarkozy vliegen de prullenmand in, de huurprijzen in de grote steden zijn binnenkort geblokkeerd (als je opnieuw verhuurt zonder werken uit te voeren, mag je de prijs niet meer opslaan als eigenaar), ethische dossiers als openstelling van het huwelijk en euthanasie worden naar voor geschoven...

De electorale overwinning was eigenlijk redelijk nipt, achteraf bekeken. Geen enkele peiling had aangegeven dat Sarkozy, met een zeer geradicaliseerde campagne, nog 48 procent zou halen. Bovendien lijken de meeste Hollande-kiezers eigenlijk anti-Sarkokiezers te zijn, niet per se overtuigd door het PS-programma. De kans dat ze van kant wisselen binnen vijf jaar, is dus vrij groot. De belastingsverhogingen die nu worden doorgevoerd, zijn weliswaar rechtvaardiger dan die van Sarkozy, die de rijken erg ontzag. Toch gaan ze zonder twijfel ook bij de middenklasse gevoeld worden.

Gevolg: ondanks oproepen tot eenheid, waarvan getuige de gezamenlijke motie van Martine Aubry en eerste minister Ayrault voor het congres in het najaar, is het uitkijken of iedereen in het gelid blijft in weinig opbeurende tijden. De interne verkiezingen bepalen de samenstelling van de partijraad en kiezen in een tweede fase ook een nieuwe voorzitter. Vier jaar geleden gaf dit aanleiding tot een weinig aantrekkelijk spektakel. Iedereen aan de top wil dit vermijden, maar de linkse stroming van Benoît Hamon (gedelegeerd minister voor sociale economie) komt hoe dan ook met een eigen tekst. Ayrault wil hem verbieden die ook te ondertekenen als motie, en eist dat hij zich achter de consensustekst schaart, zoals andere ministers. Montebourg, die zich profileerde op de 'demondialisatie' gedurende de primaires, wil geen enkele tekst tekenen.

Het concrete spanningsdossier is het Europese begrotingsverdrag, dat Merkel en Sarkozy onderhandelden in maart. Tijdens de campagne pleitte Hollande voor amenderingen. Die heeft hij niet verkregen. Hierdoor zal Frankrijk waarschijnlijk verplicht zijn een budgettaire gouden regel in de grondwet op te nemen, waar de PS altijd al tegen geweest is. Europa is in Frankrijk vrij gevoelig: de meeste kiezers zijn zeer Eurosceptisch. Ter linkerzijde wordt Europa overwegend gezien als een vehikel voor bedrijfsbelangen, of als een symbool voor de teruglopende inkomens uit arbeid en de immer stijgende inkomens uit kapitaal. Europa staat voor hen voor delokaliseringen, werkloosheid en groeiende sociale ongelijkheid. Dat Frankrijk in de eurocrisis negatieve rente betaalt, is een extra aanmoediging voor Hollande om gewoon door te gaan en de Europese afspraken uit te voeren. Het onmiddellijke resultaat van de spanningen over het verdrag zal waarschijnlijk bescheiden zijn (misschien een motie van 15-18 procent op het congres), maar het kan zijn belang hebben voor de rest van het quinquennat en op termijn ook de positie van Ayrault, die de laatste tijd al te parmantig zijn 'gezag' als eerste minister probeert te vestigen. Zo heeft hij Nicole Bricq, minister van Ecologie, gedegradeerd naar het departement buitenlandse handel, over een vrij futiel conflict (olieboringen in Guyana; eigenlijk hadden ze hetzelfde standpunt, maar was Bricq iets te ver gegaan tegenover Total).

Julien Dray is momenteel even uitgerangeerd bij de PS. Hij had recent het onverstandige idee om tussen de twee rondes bij de presidentsverkiezingen een feestje te organiseren voor zijn verjaardag, waarop ook de pers, alle socialistische kopstukken en... DSK uitgenodigd waren. Absolute anti-reclame. Traditioneel staat Dray, ex-studentenleider, voor de linkervleugel, maar de laatste jaren zijn Hamon en Montebourg hem duidelijk voorbij gesneld. Het is een aangename verrassing om deze tekst van hem te lezen. Voorzover ik kan vergelijken met mijn eigen ervaringen in Parijs, is het stuk vrij geloofwaardig geschreven.

Deze discussies lijken vanuit België misschien wat doctrinair of voorbijgestreefd, maar niets is minder waar. Het is niet omdat dit soort debatten over grote politieke oriëntaties leeft, dat de PS per definitie een verouderd of zinloos beleid zou voeren. Integendeel: er wordt behoorlijk wat geïnnoveerd via denktanks of lokale experimenten. Wie bovendien in eigen huis dit soort vervaarlijke sparringpartners heeft, weet zijn argumenten extern des te beter te verdedigen. De tekst van Dray geeft mooi aan hoe er van onderaan op de ladder bij de PS inhoudelijk stevig gediscussieerd wordt. Vergaderingen kunnen soms bijzonder lang duren, of niet gespeend zijn van enige machtspolitiek (waarbij men het standpunt van de plaatselijke baron of van zijn motie herhaalt), maar door de band doen militanten een oprechte poging om zich te informeren over actualiteit, economie en geschiedenis, en een toegevoegde waarde te scheppen in debatten. Het is een voordeel van een kleinere militantenkern (de Franse en de Belgische PS hebben ongeveer evenveel leden), waar mensen ook een hogere bijdrage betalen en zich meer inzetten (een voordeel van de 35-urige werkweek) dan bij een doorsnee Vlaamse partij. Kortrom, de politieke cultuur (in de zin van het 'beleven' van politiek als sociale interactie) is veel dieper en doorleefder dan bij ons.


De tekst staat integraal op de site van het weekblad Marianne.



Geen opmerkingen: