dinsdag, augustus 14, 2012

Jodenrazzia in Antwerpen: wanneer onze eigen "Vel d'hiv" ?


Vandaag schrijft Marc Reynebeau in De Standaard over een gebeurtenis uit WO II die niet echt herdacht wordt: de razzia tegen joden in Antwerpen in augustus 1942, uitgevoerd door de lokale Belgische autoriteiten (link). Eigenlijk had het artikel wel op de voorpagina gemogen. De afwezigheid van een herdenking voor zo'n concrete en grootschalige gebeurtenis is bijzonder vreemd, als je er buitenlandse voorbeelden bij haalt. 

In Frankrijk werd in 1995 een groot taboe ophegeven, toen Jacques Chirac (RPR) de verantwoordelijkheid van de Franse staat erkende voor de Parijse razzia in de Vélodrome d'Hiver (16 juli 1942). Zijn voorganger Mitterrand (PS) -zelf actief als topambtenaar onder het Vichyregime, voor hij in het verzet ging- had nooit de continuïteit van de Franse staat tussen de Derde Republiek en het regime van Pétain willen erkennen. Chirac bevestigde in 1995, in een van zijn eerste toespraken als president, dat de oorlogsmisdaden van het nazi-regime ook met medewerking  van de Franse autoriteiten gepleegd werden.

Het anti-semitisme waarop Hitler een stuk van zijn ideologie heeft uitgebouwd, was een Europees fenomeen, dat al aan het einde van de negentiende eeuw wijd verspreid was. In het interbellum werd bijvoorbeeld socialistisch eerste minister Leon Blum, jood, en plein Paris in elkaar geslagen door nationalistische militanten rond Charles Maurras. Extreem-rechts an sich was in Frankrijk bijzonder sterk in de jaren '30. Opnieuw Mitterrand kan een mooi symbool zijn: de latere linkse president liep toen mee in extreem-rechtse studentenbetogingen in Parijs en militeerde in een revanchistische organisatie van oud-strijders.

Nu goed, waarom zou Vlaanderen daarop een uitzondering geweest zijn ? Recent breidde François Hollande (PS) de retoriek rond de Vel d'Hiv nog uit: bij de 70ste herdenking, een paar weken terug (zie toespraak hier), herhaalde Hollande dat Frankrijk mee verantwoordelijk was voor het plegen van de misdaad "en France, contre la France". In de reacties bij de UMP-oppositie heeft niemand het zwaardere etiket van Hollande ontkend, opnieuw een teken van consensus over de partijgrenzen heen. In het Franse publieke debat kan je vandaag niet meer stellen dat de jodenvervolging een puur Duitse aangelegenheid was, waar een "zuivere" bezette bevolking zich niet mee inliet.

Er bestaat ook bij ons uitgebreid historisch onderzoek (zie het werk van Lieven Saerens over de oorlogsburgemeesters) over de verantwoordelijkheid van de lokale besturen. Ook bij ons scoorde  extreem-rechts voor de oorlog zeer hoog, wat gevolgen had voor de samenstelling van de lokale besturen, bijvoorbeeld in het Antwerpse of het Waasland (cf. het doctoraat van Bruno De Wever, Greep naar de macht).

Ook bij ons zijn de verantwoordelijken in de meeste gevallen al lang overleden (denk aan Mitterrand in Frankrijk, die er om persoonlijke redenen liever niet over wou spreken, omdat hij er al over gelogen had in verkiezingscampagnes na de oorlog). Zeventig jaar na de feiten heeft het toch geen zin meer om hier "pour la paix des ménages" over te zwijgen ? Naarmate we ons verwijderen van de feiten, is het des te zinvoller om herdenkingen in te stellen (cf. "Waarom Antwerpen nu de razzia op de joden herdenkt", Knack.be). Zwijgen en gewoon vergeten, is een mooier beeld van onszelf ophangen dan de feiten rechtvaardigen. Ook al gebeurt dat onbewust, dan nog is dat een keuze, om geschiedenis, heden en ook toekomst van Vlaanderen anders voor te stellen. De collectieve herinnering van historische gebeurtenissen is per definitie politiek, omdat ze identiteitsvormend is: themata die door iedereen worden herdacht of geconsacreerd, staan niet meer ter discussie, omdat ze gezamenlijke verworvenheden voorstellen, die worden gebetonneerd, en uit de grenzen van het traditionele politieke debat worden getild. Ze worden als het ware een bevestigd artikel van ons democratisch geloof, of een erkend symbool in onze politieke cultuur.

Het artikel van Reynebeau, dat helaas enkel voor abonnees toegankelijk is, wijst ook nog eens op een veel hogere pakkans in Antwerpen, dan in Gent of Brussel. Regionale verschillen inroepen ("het was toch niet overal zo") lijkt me evenmin relevant, als dat ertoe leidt dat reële excessen buiten schot blijven in een algemene waas van vergoeilijking. Het doel van collectief herinneren moet zijn om aan te tonen dat oorlogsmisdaden of ernstige mensenrechtenschendingen geen ver-van-ons-bedshow zijn, en dat ook nooit zijn geweest.

Uiteraard is het dansen op een dunne koord tussen herinneringswetten ("Lois mémorielles"), negationismewetten en vrij historisch onderzoek. Het is onmogelijk om een debat voor altijd te fixeren. Maar, debatten draaien altijd om de interpretatie van feiten (bv. "hoe spontaan was de participatie van de lokale overheden ?"). De feiten, echter, die objectief vastgesteld zijn op basis van geschreven bronnen door professionele historici, kunnen perfect aanleiding geven tot een collectieve herdenking.


(edit 11 september: intussen heeft premier Di Rupo -namens het hele land- zijn excuses aangeboden voor de implicatie van de Belgische overheidsmachten bij de jodenvervolging, cf. opinie Herman Van Goethem in De Morgen)

Geen opmerkingen: