dinsdag, april 23, 2013

Mariage pour tous: het sukkeldossier van François Hollande

 
(Palais du Luxemburg, waar de Franse Senaat zit; eigen foto, september 2007)

Frankrijk sluit vandaag een maandenlang aanslepend debat vanverbale excessen af over een thema dat vooraf niet als een grote splijtzwam werd gezien. Met de ogen dicht stemmen dePS-parlementairen –waarvan sommigen intussen doodsbedreigingen hebbenontvangen- een document dat bijna alle andere dossiers naar het tweede planheeft verwezen: le projet de loi ouvrant le mariage aux couples de même sexe. Veel reden tot blijdschap lijkt er niet te zijn, ook niet bij de rechtstreeks betrokkenen. De aanhoudende manifestaties aan het Parlement zijn gepaard gegaan met geweldplegingen en een reeks uitspraken van parlementairen die thuis horen in een bananenrepubliek.  De voorleessessie van Jean-Marie Dedecker ten tijde van het migrantenstemrecht was niets in vergelijking met de honderden zinloze UMP-argumenten over deze tekst. Communicatie is herhaling van een duidelijke boodschap. Een spel dat met voorsprong lijkt te zijn gewonnen door de tegenstanders van het ontwerp.

De kloof in de Franse samenleving rond de openstelling vanhuwelijk en adoptie corrodeert vandaag met de ontgoocheling over de slappe leidersstijl van de nieuwe president.Waar Sarkozy dictatoriale praktijken verweten werden, is zijn opvolger een toonbeeld van transparantie: je kan er dwars door kijken. Hollande laat het verdedigen van de hervorming over aan de regering. Naar de letter van de Grondwet is dit de juiste manier van handelen. De door de president aangestelde eerste minister voert het (binnenlandse) beleid uit. Politiek wordt “le mariage pour tous” evenwel gezien als een deel van het charter dat de PS en haar kandidaat aan de Franse bevolking hebben voorgelegd. Vandaar ook de sneeuwbal aan kritiek.

Hollande kreeg het homohuwelijk door van het PS-partijprogramma, dat werd opgesteld doorrivale Martine Aubry, nog voor de primairesde kandidaat voor de presidentsverkiezingen aanduidden. Aubry sprak regelmatig, met overtuiging, over dit voorstel. Hollande had het liever over zijn dieet. Ondanks de relatieve populariteit van het thema in opinie-onderzoeken voor de verkiezingen,gebruikte Hollande het bijna nooit in de verkiezingscampagne. Nochtans was er materiaal om zijn tegenstrever, Sarkozy, aan te pakken. Die had in 2007 een “union civile” beloofd tussen personen van hetzelfde geslacht, zonder het idee uit te voeren. De regeringen-Fillon hadden openlijk homoseksuele politici in hun rangen, zoals Roger Karoutchi (relaties met het parlement) en Frédéric Mitterrand (cultuur). Ook Roselyne Bachelot (socialezaken), Yves Jégo (Outre-Mer), Nadine Morano (familiezaken) en Bruno Le Maire (landbouw) waren geen tegenstanders van de openstelling. Sarkozy had met eentegemoetkoming de UMP modern kunnen positioneren, en liet zo schijnbaar een deel van het centrumelectoraat liggen, om nog maar te zwijgen over de bobos in de steden, die al tien jaar voorhet succes van de PS in Parijs (Delanoë) of Lyon (Collomb) zorgen. De troebelen van vandaag tonen misschien wel aan dat hij tactischgelijk had, en de Franse samenleving een stuk rechtser is dan wordt aangenomen. De sociologen Emmanuel Todd en Gabriel Le Bras geven in hun recentste boek Le mystère français de verklaring van de nawerking van de katholieke Kerk in het Westen van Frankrijk. PS-verkozenen uitdie streek (Ségolène Royal, om maar iemand te noemen) houden vandaag angstvallig hun mond over hét ethische thema van de dag.

Een ontwerp dat voor de verkiezingen op brede steun kon rekenen, lijkt nu nog maar een kleinemeerderheid van de bevolking over te houden. Van adoptie zijn de Fransen al eenpaar maanden geen voorstander meer. De president toonde zich zelf een bijzonder koele minnaar van het homohuwelijk. Hollande beging de flater om op het congres van Franse burgemeesters voor te stellen om met een “gewetensclausule” toe testaan dat wie als maire geenhomohuwelijk wou voltrekken, zich kon laten vervangen. De rétropédalage volgde zeer snel. Het is natuurlijk niet onmogelijk dat de bevolking een amalgaam maakt met het gestuntel van de regering op andere terreinen (zoals de 75%-belasting, die door de Conseil constitutionnel en de Conseil d'État eigenlijk geamputeerd is). Alleen minister van Justitie Christiane Taubira (Parti Radical de Gauche; bekend van een onder historici zeer controversiële loi mémorielle over de kolonisatie) stond haar mannetje in het parlement.

Tegenstanders van het ontwerp trachten in eerste plaats de zittende meerderheid te raken, door manifest onjuiste boodschappen de klok rond te mattrakeren, tot niemand ze nog kan tegenspreken. Zoals de associatie van adoptie met draagmoederschap. Hoewel de tekst van de regering dit nietvoorziet (in tegenstelling tot wat bijvoorbeeld in de bijdrage van Mia Doornaert in de Standaard verscheen), duikt het spook van de “GPA” (gestation par autrui) of het verhuren van buiken te pas en te onpas op. Het zou haaks staan op het pragmatische en voorzichtige karakter van Hollande om iets dergelijks zomaar in de wetgeving op te nemen. In de praktijk is dit uit het ontwerp gelicht, en de vraagt van de "PMA" (= medische hulp bij de voortplanting) toevertrouwd aan het comité national d’éthique vooradvies, om uiteindelijk pas later in een medisch ontwerp al dan niet te worden hernomen. Ook de kwakkel als zouden de woorden "vader" en "moeder" verdwijnen uit het huwelijksboekje waarop de kinderen worden ingeschreven, was een klassieker.

Niemand had kunnen voorzien dat de betogingen zo massaal zouden worden. De Canard Enchaîné maakte vooraf al gewag van het inzetten van kloosters en andere religieuze gebouwen om betogers uit de provincie te laten overnachten in de buurt van Parijs, maar de persistentie van hetstraatprotest verbaast –zeker vanuit Belgisch perspectief. La France, la patrie des droits de l’homme komt massaal op straat om mensen rechten te ontzeggen, maar de paradox schijnt niet meteen duidelijk. Buitenlandse voorbeelden (België, Spanje, Argentinië... zelfs Nieuw-Zeeland) zullen de Fransen worst wezen. De enige referentie voor de Republiek, is de Republiek zelf. De Republiek is immers universeel... Eveneens opvallend is dat tegenbetogingen niet in de buurt komen qua mobilisatiekracht. Zelfs bij de geweldplegingen die de laatste weken opduiken als uitvloeisel van het eindeloos aanslepende debat, komen amper een paar honderd mensen op straat (en dat in hartje Parijs). 

De vraag is natuurlijk of Hollande dat zelf voorzien had, ennet daarom tijdens de campagne –en ook nu- zo timide was over het huwelijk. He tÉlysée schuift vooral Valérie Trierweiler naar voor als boegbeeld van de gay friendly-communicatie. De First Lady verkondigde vooraf aanwezig te willen zijn op het huwelijk van twee vrienden en organiseerde mee een steunavond met bekende Fransen na afloop van een van de betogingen. Is het evenwel eengoede zaak om Trierweiler, ook al niet populair, hiervoor in te zetten ? De indruk overheerst dat Hollande eigenlijk niet goed weet wat hij met het dossier aan moet, en hoopt dat het passeert. Als er niets mee te winnen valt, best snel doordrijven. Het primaire tactische argument (tegen het homohuwelijk =reactionair = de UMP drijft nog verder uit het centrum) houdt misschien wel, in die zin dat het debat verder de rechterflank verdeelt. 

Dit laatste punt effectief een soort lichtpunt zijn, omdat het radicale, “Tea Party”-achtigegeraaskal van de "Manif pour tous" zeker niet de unanimiteit wegdraagt op rechts. Christine Boutin (christen-democraten, maar eigenlijk veel reactionairder dan de CD&V bij ons), lijkt altijd maar alleen aan het protesteren. “Une députée marginale”, in de woorden van Lionel Jospin ten tijde van het PACS-debat. De bredere protestbeweging heeft evenwel een netwerk kunnen opzetten, en lijkt ook over geld te beschikken (de eerste betoging had een budget van € 1 miljoen). Frigide Barjot, de pin-up van de anti-“mariage pour tous”-beweging, kondigde vorige week aan om bij de gemeenteraadsverkiezingen (voorjaar 2014) eigen kandidaten naar voor te schuiven. Na de chaotische voorzittersverkiezingen bij de UMP, die de sterkste oppositiepartij splitten tussen Copé en Fillon, maar ook (niet noodzakelijk overlappend) tussen populistisch en traditioneel rechts, komt er dus nog een kaper op de kust. Tussen UMP en FN leek er niet veel ruimte te zitten. De gemeenteraadsverkiezingen van 2014 zullen tonen hoe groot de niche is, dan wel of er een mogelijkheid bestaat van een fusie op rechts à la Berlusconi. Het zou tot slot interessant zijn te weten wie de geldschieters van Frigide Barjot zijn.

Geen opmerkingen: