vrijdag, februari 14, 2014

Bedenkingen bij een peiling

De trouwe lezer van deze blog zal gemerkt hebben dat ik de laatste maanden politieke onderwerpen -zowel Frans als Belgisch- links heb laten liggen. Vandaag maak ik toch een uitzondering om even -vanuit de evidente beperkingen die mijn perspectief eigen zijn- het vaderlandse slagveld te monsteren voor de komende drie maanden. Zoals gebruikelijk hou ik me niet echt bezig met inhoud (voorzover er iets beslist wordt in België, komt dat toch niet tot uiting in de campagnes, maar eerder in het regeerakkoord).

Deze bijdrage beperkt zich tot wat losse bedenkingen gebaseerd op de naar mijn aanvoelen minst slechte van alle peilingen (momenteel in handen van Le Soir, VTM en RTL). Of dat relevant is, weet ik niet. Het verleden heeft aangetoond dat de voorspellende waarde van deze blogstukjes beperkt is, maar het lijkt me zeker niet minder pertinent dan het becommentariëren van de 'course à l'échalotte' inzake onhaalbare voorstellen over loonlastenverlaging of het immer absurde 'confederalisme'.

Quid kieswet, twaalf jaar later ?
De peilingen van de laatste maanden tonen een daling voor de PS en een permanente brede kloof van meer dan 10 procent tussen N-VA (32%-33 zetels) en de andere Vlaamse partijen, met CD&V (19%-18 zetels) afgescheiden voor sp.a (13%-12) en openVLD (13%-12). De vertaling van intenties naar een zetelverdeling hangt af van het kiessysteem. Sinds 2003 werken we met provinciale kieskringen, wat de transformatie van nationale preferenties naar provinciaal samengestelde zetelverdelingen enigszins matigt. De vertegenwoordiging is een stuk minder bottom-up geworden, ten voordele van een grotere voorspelbaarheid (strikte proportionaliteit) voor de kiezer (zie daarover o.a. mijn scriptie uit 3de lic rechten, 2006-2007, hier in fulltext). Tussen kandidaten is het huidige systeem rechtvaardiger (geen appartentering meer). Toch kan je de vraag stellen naar de uiteindelijke effecten van deze herstructurering op de traditionele partijen en de manier waarop ze de volksvertegenwoordiging organiseren.

Voor de kieshervorming van paars-groen kon het profiel van een partij door totaal andere mensen geïncarneerd worden per arrondissement. Voor Oost-Vlaanderen: Gent-Eeklo (= de stad samen met een grotendeels agrarisch district), Aalst-Oudenaarde (= een half-verstedelijkt en een plattelandsdistrict) en Sint-Niklaas-Dendermonde. U denkt dan bij de SP bijvoorbeeld aan Luc Van den Bossche, Dirk Van der Maelen en Norbert De Batselier, of bij de VLD aan Verhofstadt, De Gucht sr. en De Croo sr. Vandaag lijkt de dynamiek eerder dat de provincie bestaat uit een hoofdplaats ('t Stad), waar de populairste figuur woont, en de negorijen errond ('parking'). Toch is dat maar schijn. De meeste kiezers wonen net niét in de stad, maar in de randgemeenten, of op het platteland. De 'battleground' van de Vlaamse verkiezingen zijn de 'suburbs'. Wie aanslaat in de stad, breekt daarbuiten niet noodzakelijk potten. Echte electorale visibiliteit is beperkt tot de plaatsen bovenaan. Bovendien zijn nationale verkiezingen geen gemeenteraadsverkiezingen. Vergelijk eens de sp.a-cijfers in Gent of Antwerpen in beide gevallen.

Voor twee traditionele partijen geldt bovendien dat, naarmate ze kleiner worden, de weinige personen die iets te zeggen hebben, hun macht enkel zien toenemen en op den duur de partij enkel nog naar binnen kijkt, en zo het electorale belang van het voornaamste bastion disproportioneel wordt opgeklopt, wat er uiteindelijk toe leidt dat de partij nog kleiner wordt... openVLD en sp.a zijn virtueel gehalveerd op tien jaar. Misschien heeft de electorale hertekening van 2002 daartoe bijgedragen ? Ben je als partij niet meer gebaat met een Verhofstadt aan 50.000 voorkeurstemmen en een De Croo aan 40.000 voor hetzelfde parlement, dan met een De Gucht jr. met het stemmenaantal van Verhofstadt, maar dan voor de hele provincie ? Heeft het zin om de Gentse sp.a-schepenen campagne te laten voeren in Smeerebbe-Vloerzegem of Lotenhulle ? Ben je niet beter af met zelfstandige kopstukken (met potentieel een eigen mening, toegegeven...) in een lokale 'fief' ? Uiteindelijk is er amper nog een 'kopstuk' voor sp.a en openVLD dat op eigen kracht een extra zetel binnenhaalt (en dus zo de provinciale kieskring de moeite waard maakt). In 2003 zaten zowel Freya Van den Bossche (100.000) als Guy Verhofstadt (160.000) ruimschoots boven de grosso modo 40.000 vereiste stemmen voor een Kamerzetel. In 2010 was het al een ander verhaal... De electorale aantrekkingskracht van de andere kandidaten erodeerde bovendien nog sneller dan die van de partij zelf. Behalve bij CD&V smelt het aantal kandidaten met 10 000 stemmen of meer als sneeuw voor de zon. Wat opnieuw de macht van het kopstuk versterkt, natuurlijk.

Een op het eerste gezicht veel centralistischer systeem, het Franse, heeft paradoxaal genoeg wel het voordeel dat de parlementaire fracties samengesteld zijn uit echte volksvertegenwoordigers, die zelf voor hun zetel vechten en regelmatig protest van onderuit te berde kunnen brengen... omdat hun zetel van hun kiezers afhangt. Bitsiger en conflictueler dan bij ons, maar misschien ook wel democratischer ?

Quid Wallonië ?
Voor Wallonië wordt de PTB duidelijk in het parlement geplaatst. Wat dit geeft voor het Waals Parlement, valt nog af te wachten. Het Waals Gewest koos immers niet voor provinciale kieskringen, maar voor kleine arrondissementen (i.p.v. Henegouwen niet Charleroi-Thuin, Mons-Soignies of Ath-Tournai-Mouscron, maar alles apart zonder streepje tussen). PTB-kandidaten komen er dus tegenover lokaal sterk ingeplante PS-figuren te staan, die niet noodzakelijk even afstotelijk zijn als Alain Mathot of Daerden jr., of even bobo als Paul Magnette (bobo is hier niet pejoratief bedoeld, voor alle duidelijkheid). In de Kamer zou het wel moeten lukken, evenwel.
Dit is een grote verandering: de PTB kan er bijvoorbeeld voor zorgen dat de PS niet met een derde van de ingeschreven kiezers meer dan de helft van de zetels in Henegouwen pakt (zie eerdere bijdragen op deze blog: in Henegouwen gaan veel kiezers gewoon niet stemmen, stemt men blanco... de andere democratische partijen worden niet gezien als een alternatief). De sterkte van de PS-fractie (26) steunt hoofdzakelijk op Henegouwen (11) en Luik (7). Deze laatste provincie kondigt zich al een tijdje interessant aan, gezien het overlijden van Michel Daerden en de relatieve anarchie (of pentarchie ?) tussen de overgebleven kopstukken, die vooralsnog veel minder populair zijn. Misschien betreurt Reynders intussen de overstap naar Brussel, want nu had hij misschien een kans om numero uno te worden in 'la principauté' (voor een Luikenaar is de rest van de wereld dan toch maar een bijzaak).

De Soir-peiling ziet vijf zetels verlies voor de PS. Wat zou de meest linkse socialistische partij van Europa doen in de oppositie ? Interessante vraag. Tot nu toe slaagde de PS er schitterend in om een zekere spreidstand tussen beleidscompromissen en discours op te lossen met een punchy communicatie. Wat blijft daarvan over in geval van een oppositiekuur ?

'Geen regering zonder Vlaamse meerderheid' zou misschien wel eens kunnen worden omgedraaid: zou een centrum-rechtse (of MR-cdH-Ecolo) regering geen meerderheid hebben in de Franse taalgroep (35 >< 21 PS) ? Niet noodzakelijk, met dank aan... radicaal-links. De linkerzijde krijgt dan eerder een Duits scenario (waar die Linke niet aanvaardbaar is als coalitiepartner, en het bijgevolg eenvoudiger is om een centrum-rechts kabinet op de been te brengen), dan een Frans (waar Mélenchon uiteindelijk oproept om voor de PS-kandidaat te stemmen in de tweede ronde, en het meerderheidssysteem de sterkste partij in elk kamp automatisch een boost geeft).

(Uiteraard blijft het altijd oppassen geblazen met dit soort onderzoeken voor het Franstalige landsgedeelte: in 2009 voorspelden de peilingen een eclatante overwinning van Ecolo. Één strategisch zinnetje van Elio Di Rupo tegen de MR in een tv-debat was genoeg om de kiezers te doen terugkomen.)

Geen opmerkingen: