dinsdag, april 15, 2014

"Romeins recht" (De Standaard, 14 april)


De Standaard van vandaag bericht over voorstellen om de verjaringstermijn in strafzaken te wijzigen, dan wel op te heffen, wanneer het gaat om heel complexe dossiers met een grote maatschappelijke impact (artikel).

Bruno Tobback en Renaat Landuyt hebben het er over "komaf maken met het Romeins recht":
‘Dat algemene principe van de verjaring, daar moeten we vanaf. Dat dateert nog uit het Romeinse recht, maar toen werden de mensen ook maar 30 jaar’, zegt kamerlid Renaat Landuyt (SP.A). 

Als rechtshistoricus vind ik dat een vreemde opmerking (los van de bizarre band met de levensverwachting). Het is natuurlijk juist dat de traditionele Romeinsrechtelijke termijn op twintig jaar lag (de dertig jaar waarvan sprake in het artikel is een bijzondere termijn), maar die werd pas laat in het Keizerrijk gefixeerd (oorspronkelijk leek "het" Romeinse strafrecht meer op wat we vandaag privaatrecht zouden noemen). Het Romeinse regime had evenwel een aantal kenmerken die ook voor ons inspiratie kunnen bieden:
- een strafproces diende binnen de twee jaar te zijn afgerond, zo niet ging de beschuldigde vrijuit (misschien een inspiratiebron bij het vereenvoudigen van het Wetboek van Strafvordering ?)
- specifieke misdrijven verjaarden sneller, evengoed als bij ons (overspel: 5 jaar; beledigingen: 1 jaar); de rigiditeit van het algemene principe is me niet duidelijk (Romeins recht wordt eerder gekenmerkt door de afwezigheid van abstracte principes; als er ter zake sprake is van "pilaarbijterij", ligt dat eerder aan latere periodes in onze rechtsgeschiedenis)
- sommige misdrijven konden niet verjaren, zoals oudermoord, valsemunterij, majesteitsschennis of apostasie

Precies deze laatste categorie wordt in het artikel aangehaald, met betrekking tot de misdaden die door de "Bende van Nijvel" werden gepleegd in de jaren '80. De achterliggende idee is dat de feiten in kwestie de maatschappij of de openbare orde zo zwaar hebben geraakt, dat ze niet kunnen worden vergeten. Wordt het Romeins recht achtergelaten, of zijn de hersenkronkels van onze politici dan toch niet zo verschillend van die van de Romeinse machthebbers ? Misschien maakt het niet uit hoe oud een regel is, of -in dit geval correcter- waar de inspiratie lag bij de opstellers van onze huidige wetboeken (zoals de Gentse hoogleraar Haus), maar eerder welk doel hij dient en aan welke maatschappelijke noden hij beantwoordt.

Geen opmerkingen: