dinsdag, december 06, 2016

Peiling La Libre/RTBf (december 2016)

(bron afbeelding: Wikimedia Commons)

Vorige week brachten La Libre Belgique en de RTBf hun politieke peiling uit. Na de CETA-episode, met een rol op het voorplan voor Paul Magnette, is dit vooral in Franstalig België een interessant moment. Ook de troebelen rond de besparingen in de ziekteverzekering (en de aanvallen vanuit alle partijen op de minister van Sociale Zaken) waren prominent in het nieuws.

De algemene cijfers van de peiling geven een verrassende 18% aan de PTB in Wallonië. Dit zou toch wel "du jamais vu" zijn. Ook de sterke stijging van het Vlaams Belang -die al meerdere keren door peilingen voorspeld is- valt onder dezelfde categorie.

1. Cijfers peiling

Vlaanderen


Partij Peiling 2014
N-VA 26,30% 31,88%
CD&V 16,30% 20,48%
Vlaams Belang 12,30% 5,92%
sp.a 13,20% 13,99%
groen 12,70% 8,70%
openVLD 12,40% 14,15%
PVDA 4,20% 2,53%

De peiling geeft een "reserrement" in het midden. Vlaams Belang, groen, openVLD en sp.a zouden erg dicht bijeen zitten. In elk geval binnen de foutenmarge van 3,2%.

Wallonië
Partij Peiling 2014
PS 25,40% 30,90%
MR 23,10% 26,68%
cdH 9,40% 15,17%
Ecolo 9,20% 8,62%
PTB 18,40% 5,76%
PP 4,00% 4,60%
Défi 2,20% 2,90%

De PS wordt laag gehouden, op een kwart van de stemmen. De MR profiteert niet van de uitoefening van de macht, en erodeert een beetje. cdH krijgt een dreun van 6%, PTB schiet omhoog.

Brussel
Partij Peiling 2014
PS 20,40% 25,60%
MR 19,00% 21,90%
Défi 10,50% 10,80%
Ecolo 11,30% 10,50%
cdH 7,00% 9,40%
PTB/PVDA 9,60% 4,00%
N-VA 4% 2,60%
openVLD 2,80% 2,60%
PP 4% 2,80%
VB 2,40% 2,30%
sp.a 1,50% 2,00%
groen 2,50% 1,20%
CD&V 2,50% 1,90%

Hier eveneens een uitgesproken stijging voor de PTB (meer dan verdubbeling), samen op een zakdoek met de PTB/PVDA, Défi (ex-FDF) en Ecolo. Vooraan blijft de PS de MR nipt voor, maar is het verlies toch duidelijk (5%).

2. Zetels
De verhoudingen uit de peiling toegepast op de stemcijfers uit 2014 (regionale parlementen) geeft de volgende verhoudingen in zetels:

Franstalig België
Partij Kamer Zetels 2014 Verschil
PS 19 23 -4
MR 18 20 -2
cdH 5 9 -3
Ecolo 7 6 +1
PTB 12 2 10
PP 0 1 -1
Défi 2 2 0

De kanonscore van de PTB heeft natuurlijk gevolgen voor het zetelaantal. Hoe vreemd het ook klinkt, aan de huidige tendenzen kan de PTB best wel de grootste partij in Luik zijn. Na het overlijden van Michel Daerden haalde de PS in 2014 nog "slechts" 30% van de stemmen. Een doortrekken van de regionale tendens stelt dit bij naar net onder de 25%. Iets waar de PTB boven kan geraken. Let wel: "kan", want het lijkt toch moeilijk voor te stellen dat de radicale partij zou groeien van nog geen 8% tot boven het kwart. In dat geval is het 5 zetels PTB, 4 voor PS en MR (beiden 5 resp 4% verlies). Iedereen verliest in Luik een zetel aan de PTB. Ook de PP, die onder de kiesdrempel verdwijnt.

In Henegouwen blijft de afstand groot. De PS zou zelfs in slechte vorm nog een derde van de stemmen moeten halen, goed voor 7 zetels (-2). De PTB  (+3, 4 zetels) blijft nipt achter de MR (-1, 4 zetels), maar voor Ecolo (2 zetels, +1) of de cdH (1 zetel, -1).

In Namen, Waals-Brabant en Luxemburg haalt de PTB niets. In Brussel zijn twee zetels mogelijk, ten koste van PS en cdH.

Als deze tendens zich doorzet, zal het al dan niet aangaan van een coalitie met de PTB een politiek gespreksonderwerp worden in Franstalig België. 12 van de 63 zetels in de Kamer, het is "non négligeable". "Incontournable" zeker niet, maar toch... PS en cdH, mét Ecolo, halen in de Communauté  Wallonie-Bruxelles mogelijks geen meerderheid. Dit zou Wallonië  veroordelen tot een "GroKo" tussen PS en MR in geval van "cordon sanitaire" tegen de PTB. MR, cdH en Ecolo zouden de meerderheid niet halen in deze situatie.

Vlaanderen
Partij Kamer Verschil
N-VA 26 -7
CD&V 15 -3
Vlaams Belang 12 +9
sp.a 12 -1
groen 10 4
openVLD 11 -3
PVDA 1 1




N-VA houdt beter stand dan bij vorige enquêtes . De kloof met CD&V blijft groot. Groen wint in stemmen, maar minder in zetels.  In Antwerpen is er bijvoorbeeld 0,28% te kort (tegenover de achtste zetel van N-VA). sp.a verliest een zetel (0,33% te kort), de PVDA heeft dan weer 0,46% te kort om de laatste zetel van het VB over te nemen. Dit toont ook weer aan dat het spel van de zetels niet veel te maken heeft met absolute percentages, maar vooral met de relatieve positie in elke kieskring. Gezien de foutenmarge van de peiling is die hier dus met zeer veel voorzichtigheid te lezen. De slokop is Vlaams Belang, dat in alle provincies zetels wint (1 in Vlaams-Brabant, 2 elders).

Vlaams Parlement
Partij Vlaams Parlement Verschil
N-VA 33 -9
CD&V 20 -6
Vlaams Belang 15 9
sp.a 16 -1
groen 15 6
openVLD 16 -1
PVDA 2 2
UF 1 0

Hier wijken de tendenzen niet af van die voor de Kamer. Het verschil tussen groen en sp.a is kleiner, gezien het grotere aantal te verdelen zetels. Behalve in West-Vlaanderen (1,2% te kort) haalt groen telkens vlot een zetel meer dan voor de Kamer. sp.a verliest alweer een zetel in Antwerpen (0,8% te kort).

3. Conclusie
De situatie wordt vooral moeilijker in Franstalig België. Een coalitie zonder N-VA, VB en PVDA (samen 39 zetels op 87) is mogelijk in Vlaanderen voor de Kamer, maar vereist de inzet van de drie traditionele partijen plus groen. In het Vlaams Parlement (de zes Brusselse zetels buiten beschouwing gelaten) zijn minstens drie partijen nodig voor de meerderheid. De regeringspartijen verliezen 16 zetels op 118 (14%). Een tripartite heeft geen meerderheid (52/118). Met groen erbij wel (67/118). N-VA en VB samen staan ver van een separatistische meerderheid (48/118).

Een klassieke tripartite heeft nog een nipte meerderheid in de Kamer (80/150). Dit ligt onder andere aan het zwakke resultaat van de Franstalige traditionele partijen. Samen verliezen ze tien (!) van de 63  Franstalige zetels. MR, cdH en Ecolo halen slechts 30/63. Enkel met Défi erbij (met vier partijen) is er een (nipte) meerderheid van één zetel (32/63).

Radicaal links (+11) en extreem-rechts (+9) zijn de winnaars van de peiling, ten koste van de traditionele partijen (-17) en de N-VA (-7). De groene winst in Vlaanderen en Henegouwen (+5) en de exit van de PP (-1) vervolledigen het totaal.

dinsdag, november 22, 2016

COMMENTAAR: Circus Sarkozy gaat dicht, meester Fillon neemt over (De Morgen, 22 november 2016)


Ik schreef een commentaarstuk voor de krant De Morgen over de recente politieke ontwikkelingen in Frankrijk.

De tekst kan hier worden gelezen.
Zie ook vermelding op de Volkskrant-blog.

woensdag, november 02, 2016

BOOK: Luis RIBOT & José María IÑURRITEGUI (eds.), Europa y los tratados de reparto de la Monarquía de España, 1668-1700. Madrid: Biblioteca Nueva [Historia, ed. Juan Pablo FUSI], 2016, 338 p. ISBN 9788416647583, € 25


Next week on Friday (11 November), the book Europa y los tratados de reparto de la Monarquía de España, 1668-1700 (ed. L. Ribot & J.M. Iñurritegui) will be presented in Madrid. This work in Spanish collects articles from several scholars on these epochal treaties.

Table of contents:

  • Introducción (José María Iñurritegui)
  • Los tratados de reparto de la Monarquía de España. Entre los derechos hereditarios y el equilibrio europeo (Luis Ribot) (29-54)
  • Del Contrato al Tratado. La Transformación Legal de la Sucesión Española (1659-1713) (Frederik Dhondt) (55-78)
  • El reparto del imperio español: La imposible búsqueda del equilibrio europeo (Lucien Bély) (79-92)
  • Embajadores, negociaciones e "intereses de Estado": Teorías y prácticas (1668-1714) (Daniela Frigo) (93-124)
  • Las negociaciones anglo-francesas sobre los tratados de reparto de España (1698-1700): Una reevaluación (David Onnekink) (125-146)
  • Pérdida de España: Ciencia de reparticiones y crisis de soberanía (José María Iñurritegui) (147-172)
  • Leopoldo I: La Política imperial, los derechos dinásticos y la sucesión española (Christoph Kampmann) (173-194)
  • "Dentro de la misma España, en esta misma península". Discurso y auto-representación en Portugal a propósito de la sucesión de Carlos II (David Martín Marcos) (195-216)
  • Los tratados de reparto, la revolución de la política exterior inglesa y el caso de Saboya (Christopher Storrs) (217-246)
  • Guerra y alianzas en la lucha por la hegemonía europea durante la segunda mitad del siglo XVII. El papel de España (Antonio José Rodríguez Hernández) (247-276)
The volume also contains a publication of sources:
  • Estudio Introductorio de los tratados de reparto de la Monarquía de España (Julio Arroyo Vozmediano) (279-290)
  • Primer tratado de reparto, 19 de enero de 1668 (291-300)
  • Segundo tratado de reparto, 11 de octubre de 1698 (301-316)
  • Tercer tratado de reparto, 3 de marzo de 1700 (317-338)
The work is available for € 25. See publisher's website.

dinsdag, oktober 11, 2016

Peiling VRT/De Standaard (oktober 2016)

(bron afbeelding: Wikimedia Commons)

Gisteren brachten de Standaard en de VRT hun politieke peiling uit. Een enquête die met bijzondere aandacht gelezen wordt, gelet op de confrontatie tussen CD&V en de andere partijen in de coalitie.

Het is vervelend een "halve" peiling als deze te interpreteren, aangezien de cijfers uit het Zuiden van het land niet in rekening worden genomen.

Voor wat ze waard zijn, geef ik nog even mijn berekeningen mee.

1. Cijfers peiling

Vlaanderen

PartijPeiling2014
N-VA27,8%31,88%
CD&V16,8%20,48%
Vlaams Belang8,1%5,92%
sp.a15,8%13,99%
groen13,3%8,70%
openVLD13,6%14,15%
PVDA3,4%2,53%

CD&V wordt laag gezet, nek aan nek met sp.a, maar dat gebeurt in andere enquêtes ook. De winst voor Vlaams Belang en PVDA wordt afgetopt. Opvallend is natuurlijk de enorme winst voor groen (+4,5% tegenover de verkiezingen van 2,5 jaar geleden).

2. Zetels
De verhoudingen uit de peiling toegepast op de stemcijfers uit 2014 (regionale parlementen) geeft de volgende verhoudingen in zetels:



KamerVerschil
N-VA27-6
CD&V15-3
Vlaams Belang7+4
sp.a14+1
groen12+6
openVLD11-3
PVDA1+1

N-VA houdt hier beter stand dan in de voorgaande enquêtes (zetelverlies in Limburg (-1), Vlaams-Brabant (-1), West-Vlaanderen (-2, heel nipt, laatste zetel in balans met CD&V) en Antwerpen (-3). Oost-Vlaanderen is stabiel. CD&V betaalt het gelag van het groene succes: -1 in Oost-Vlaanderen, -1 in Vlaams-Brabant en ook in Limburg (nipt, in balans met laatste zetel sp.a). openVLD blijft op het resultaat van de vorige peiling (1 zetel kwijt in Limburg, Vlaams-Brabant, Oost-Vlaanderen).

De groene oppositie pikt maar liefst zes extra zetels op (+2 in Antwerpen, +1 in Oost-Vlaanderen, +1 in West-Vlaanderen, +1 in Vlaams-Brabant, +1 in Limburg), en wordt daarmee groter dan de openVLD. sp.a kan een zetel winnen in Limburg (ten koste van CD&V). De PVDA haalt -zoals in de andere peilingen- de kiesdrempel in Antwerpen (5,211%).

Het Vlaams Belang, tenslotte, groeit veel minder (stabiel in Antwerpen, +1 in Oost-Vlaanderen, West-Vlaanderen, Vlaams-Brabant en Limburg).


VP
N-VA37-6
CD&V23-3
Vlaams Belang8+2
sp.a18+2
groen14+5
openVLD16-1
PVDA1
+1
UF                                  1              =

Voor het Vlaams Parlement zijn de uitkomsten anders, omdat er meer zetels te verdelen zijn, wat in het voordeel van grotere partijen speelt. Wie om mathematische redenen (net de laatste zetel gemist) in de Kamer iets verliest, heeft dat (met een groter aantal zetels) vaak niet voor het Vlaams Parlement.

Voor het Vlaams Parlement verliest N-VA een zetel in Oost-Vlaanderen en twee in Vlaams-Brabant. Het verlies is drie zetels in Antwerpen.  CD&V blijft stabiel in Oost-Vlaanderen, maar verliest in West-Vlaanderen (-1), Antwerpen (-1) en Vlaams-Brabant (-1). openVLD blijft stabiel in Antwerpen, West-Vlaanderen en Vlaams-Brabant, maar verliest een zetel in Oost-Vlaanderen.

Groen wint twee zetels in Antwerpen, en telkens een zetel in Oost- en West-Vlaanderen en Vlaams-Brabant. sp.a wint een zetel in Antwerpen en Vlaams-Brabant. PVDA wint ook hier een zetel in Antwerpen.

Het Vlaams Belang blijft stabiel in Oost- en West-Vlanderen, wint een zetel in Vlaams-Brabant en in Antwerpen.

In de provincie Limburg blijven alle partijen stabiel. De zes Brusselse Vlamingen (in 2014: 2 zetels voor openVLD, 1 zetel voor de andere partijen m.u.v. het Vlaams Belang) zitten hier niet bij.

3. Conclusie
Op federaal vlak is het moeilijk hier consequenties uit te trekken. Binnen de Nederlandse taalgroep behoudt de federale coalitie haar meerderheid (54/87). Een N-VA-VLD-groen alternatief (50/87) heeft evenwel ook een meerderheid. Een olijfboom (41/87) heeft die niet.

Op Vlaams vlak houdt de huidige coalitie haar meerderheid (76/118). Een olijfboomcoalitie (56/118) komt nog vier zetels te kort, een tripartite haalt slechts 57/118, of drie zetels te weinig. Een N-VA-VLD-groen-meerderheid is ook hier mogelijk (67/118).

The 1698 partition treaty of the Spanish monarchy at its 318th anniversary

(Tallard, source: Wikimedia Commons)

At the occasion of the 318th anniversary of the partition treaties concluded between Louis XIV and William III (King of England, stadholder in the United Provinces), time to enlighten the reader on this essential episode of early modern diplomacy.

The partition treaties of the Spanish Succession, concluded in The Hague on 11 October 1698 (22 CTS 1698) and 25 March 1700 (13 CTS 145), are the perfect example of diplomatic alternatives to war. Although these documents were never executed, they contained the blueprint of a political solution for the problem of the Spanish Succession, which kept Europe in suspense from 1659 to 1715. The treaties illustrate the ambiguous nature of French foreign policy under Louis XIV (1638-1715). In John C. Rule’s words: “Napoleon dictated, Louis negotiated.” Diplomacy was not the mere handmaiden of the military, but an instrument in its own right. The partition treaties were elaborated under the aegis of Jean-Baptiste Colbert de Torcy (1665-1746), Louis XIV’s last secretary of state for foreign affairs. The works of Arsène Legrelle (1834-1899) rehabilitated this colossal diplomatic undertaking as a masterwork of statecraft.

(image source: Wikimedia Commons; the territories in green are those controlled by the Spanish monarchy at Charles II's decease: the Spanish kingdoms, Naples, Sicily, Sardinia, the Duchy of Milan, the Southern Netherlands; off the map: the Spanish colonies in America and Asia)

France, England and the United Provinces divide the Spanish inheritance
The question of the succession of Spain’s last Habsburg King Charles II « The Bewitched » (1661-1700) kept Europe in suspense for most of the latter half of the 17th century. Connected to both the House of Bourbon and the junior branch of the House of Habsburg in Vienna, the fate of Charles II’s composite dominions could make the balance tilt decisively in favour of either of both powers. The quarrel between France and Habsburg on Charles’s succession is expressed in a number of legal documents, stretching from 1659 (the marriage of Louis XIV and the Spanish Infanta Maria Teresa (1638-1683)) to 1725 (final reconciliation between the French and Habsburg candidates) and caused a European war of more than a decade, the War of the Spanish Succession (1702-1714).

(Charles II of Spain on the Grand Place in Brussels; This photo is courtesy of TripAdvisor)

The bipolar nature of the quarrel between French and Austrians was real. Competing factions at Charles II’s court fought for the monarch’s favor in drafting his last will. After his decease in October 1700, an armed struggle was inevitable to decide on an actual partition. However, this logic of confrontation, embodied in battles as Blenheim (1704), Ramillies (1706) or Oudenarde (1708) was paralleled by diplomatic approaches to divide the Spanish inheritance.

(Leopold I of the Holy Roman Empire; Source: Wikimedia Commons)

Louis XIV and Emperor Leopold I (1640-1705), both married to a daughter of Philip IV (1605-1665), Charles II’s predecessor, concluded a first secret partition treaty on 18 January 1668. Maria Teresa, Louis XIV’s queen, had renounced her rights to the Spanish throne before marrying him. French diplomats contested the renunciation’s validity, but their arguments were not founded in public law. In the midst of the conflict between France and Spain on the fate of the Spanish Netherlands, and for Austria at a time here the rivalry with the Ottoman Empire necessitated a scaling down of geopolitical ambitions. The agreement foresaw the attribution of the Spanish Netherlands to France.

(Maria Teresa of Spain, Queen of France; source: Wikimedia Commons)

Thirty years later, the political context had changed fundamentally. The recovery of the major part of Hungary and a successful thrust into the Balkans under Eugene of Savoy (1663-1736) had reinvigorated the Emperor’s position. Leopold I considered he could claim the whole of the Spanish monarchy for one of his sons, archduke Charles. This unilateralist vision found support in both the testament of Philip IV and the ensuing testaments of Charles II. Both monarchs put the unity of the Spanish dominions as a cornerstone of their reasoning.

(the Battle of Zenta, 11 september 1697, whereby Eugene of Savoy beat the Ottoman Army; Source: German Historical Documents)

France, had a double approach. On the one hand, it tried to bargain an agreement on the Spanish Succession with an external player. William III, King of Great Britain and stadholder in the United Provinces (1650-1702), held the balance between France and Habsburg. Without Imperial participation, Louis XIV negotiated a partition of the Spanish monarchy through his ambassador in London, Tallard. The starting point of William’s reasoning was that the Treaty of Riswick (signed on 20 September 1697, 21 CTS 347), which brought an end to the Nine Years’ War (1688-1697), was in itself insufficient to guarantee stability in Europe. The quarrel between France and Austria on the Spanish succession was well known, as were the legal arguments on both side. William assured Louis XVI’s ambassador Tallard that “this quarrel would not be resolved by lawyers, and that it might be feared that one would need to fight by the sword to decide it” (Tallard to Louis XIV, 8 Apr 1698).

(Max II Emanuel of Bavaria, governor-general of the Spanish Netherlands and Elector, source: Wikimedia Commons)

This agreement foresaw in a three-way split of the Spanish monarchy. Leopold I had wed the infanta Margarita Teresa (1651-1673), half-sister of Louis XIV’s wife Maria Teresa. The daughter from the latter marriage, Maria Antonia (1669-1692) had espoused Maximilian II Emanuel, Elector of Bavaria and governor-general of the Spanish Netherlands since 1691 (1662-1726). Maria Antonia had renounced her rights to the Spanish throne before her marriage to Max Emanuel, but this was not an obstacle for William III. Their offspring could occupy a middle position between the houses of Bourbon and Habsburg. Joseph Ferdinand of Bavaria was thus the ideal general heir of the Spanish monarchy. The Dauphin (Louis XIV’s eldest son, born in 1662) and archduke Charles of Habsburg (Leopold I’s second son, born in 1685) would then become specific heirs and only receive parts of the Spanish possessions as an exception to the general rule (Louis XIV to Tallard, 24 Jul 1698). Joseph Ferdinand would rule in Spain and the colonies, as well as in the Spanish Netherlands. France and Austria could then divide the Italian possessions. Milan would go to archduke Charles of Austria (art. 7), the Kingdoms of Naples and Sicily, as well as the Tuscan presidia to the Dauphin (art. 6), Louis XIV’s sole surviving legitimate son. Yet, Joseph Ferdinand (1692-1699), Max Emanuel’s son, deceased in Brussels at the age of six on 9 February 1698, rendering the partition treaty inoperable.


(Emperor Charles VI, pretender to the Spanish throne as archduke, 1700-1713)

This three-way split corresponded to a long conversation in European diplomacy. The fate of the Spanish Netherlands had been uncertain since the sixteenth century. On the one hand, these dominions were the heartland of the Burgundian inheritance of Emperor Charles V (1500-1555). On the other hand, the distance between Spain, its Italian possessions and the Southern Netherlands caused geopolitical and economic woes. The Dutch Republic, invaded by France in 1672 and nearly wiped out at that occasion, was in need of military reassurance at its southern border. Two distinct possibilities were envisaged: either, on the one hand a new dynasty, interested in defending these territories with all available means, or, on the other hand, the right for the Dutch army to use the Spanish Netherlands as a bulwark. Philip II (1527-1598) had appointed his daughter Isabella Claria Eugenia (1566-1633) and her husband Albert of Habsburg (1559-1621) as sovereigns. Yet, their childless marriage could not provide a second Spanish Habsburg branch in Brussels. Joseph Ferdinand was buried near these illustrious predecessors.

(Johan De Witt; source: Wikimedia Commons)

During the War of Devolution (1667-1668), talks had been going on between Louis XIV and the Dutch pensionary Johan De Witt (1625-1672), drawing on an earlier design by Richelieu and Mazarin to create an independent ‘corps de république’ of cantons, allied to Holland. Another solution would have been an outright partition between France and Holland, as proposed by Richelieu. After the Peace of Riswick, William III obtained the concession from Max Emanuel to place Dutch garrisons in several fortified places in the South (January 1698). These “Barrier” fortresses should slow down or stop French invasion. The option for Joseph Ferdinand of Bavaria was thus in reality a new opportunity to install a new sovereign prince in a region at the crossroads of European armies. Whereas Leopold I had promised the Spanish Netherlands to France in January 1668, the ensuing invasion of Holland in 1672 had made a similar cession impossible.

(Charles II "the bewitched"; Source: Wikimedia Commons)

Spanish reaction
In Madrid, Charles II reacted to this diplomatic scheme by appointing Joseph Ferdinand as his role heir in November 1698. The conflict between two norms had by then become evident. On the one hand, domestic public law pleaded for the unity of the Spanish possessions. On the other hand, international balances required a partition. Whereas William III had presented the partition negotiations as a political over a legal solution, modern international lawyers would rather see this as the primacy of international arrangements and collective security over domestic norms. Throughout the negotiations, diplomat emphasized the higher interest of Europe (art. 2), which required preventive measures (art. 3). The Spanish monarchy could never be allowed to fall into the hands of a single major power. If domestic laws of succession did not provide for a solution, international agreements ought to. Art. 13 of the treaty foresaw an automatic alliance among the contracting parties in case one of them did not respect the agreement.

(The Duchy of Milan, of major geostrategic importance between France, Austria and Savoy; source: Wikimedia Commons)

1700
A year later, Louis XIV and William III operated a two-way split, which was of course harder to negotiate and to impose. The Spanish monarchy had an impact on four theatres: the Spanish Netherlands (on France’s Northern border), Italy (on France’s South-eastern border, and traditionally claimed by the Holy Roman Empire), Spain (on France’s South-western border) and the colonies overseas (where French interests clashed with those of the maritime powers. Picking Joseph Ferdinand of Bavaria had the advantage that neither France nor Austria could acquire a preponderant influence on the continent.  Neither the Emperor nor Bavaria would have been able to pursue their ambitions against France without William III’s support.

(Philip IV, last Habsburg King of Spain to have had legitimate descent; Source: Wikimedia Commons)

The new situation in 1699 was quite different.  A two-way split became inevitable. This entailed the risk that either France or Austria would feel clearly disadvantaged at the outcome. Nevertheless, “for the common good of Christianity”, negotiations were reset. The Bavarian solution was ruled out and Louis XIV affirmed his belief that any solution whereby his power would largely surpass that of the house of Austria, would be inacceptable to Europe (Louis XIV to Tallard, 13 Feb 1699). With Joseph Ferdinand’s decease, Max Emanuel lost his sole valid legal title on the Spanish inheritance. His first wife Maria Antonia had died eight years earlier. Diplomatic solutions could not work without at least a legitimate descent from Philip IV. The Spanish population, as Louis XIV feared, would never acquiesce in such an outcome.

The French envisaged exchanges of Milan with either the dukes of Savoy or Lorraine. Both territories were immediately adjacent to France and had been a long coveted object. Lorraine had been the object of French occupation during international conflicts. Savoy had resisted both Imperial and French claims, and held a supplementary claim on the Spanish throne. The Franche-Comté, another Spanish enclave, had already been annexed at the Peace of Nimwegen (11 Sep 1678, 14 CTS 437).

(the Grand Dauphin; Source: Wikimedia Commons)

The 1700 partition treaty allotted the Duchy of Milan, the Kingdoms of Naples and Sicily to the Dauphin (art. 4), with the Tuscan presidia, the marquisate of Finale and the province of Guipuzcoa (including the towns of Fontarabia and San Sebastian). The treaty equally foresaw in the possibility of an exchange of the Duchy of Milan for those of Lorraine and Bar. Charles of Habsburg replaced Joseph Ferdinand of Bavaria as general heir. The crowns of Spain (art. 6) would be his, just as the colonies and the Spanish Netherlands. This attributed the main parts of the Spanish succession to Austria, save for the coveted Italian territories.  The Emperor had a term of three months to adhere to the settlement (art. 7).

(Declaration of War by the Emperor, source: Europeana/Österreichische Nationalbibliothek)

William Roosen has described the run-up to the actual declarations of war (5 May 1702 for the Empire) as a playing ground for toddlers. Once the external observer turns his back, the crowd is involved in a bitter fight, whereby none of the participants can remember the exact cause. The legitimacy of the partition treaties could of course be questioned from the Spanish point of view. Conformably to the testament of Philip IV, Charles II reiterated his wish to keep the lands he inherited, united. This was a geopolitical phantasy, and untenable in view of the existing balance of power between France and Austria. Moreover, the Maritime Powers (Britain and the Dutch Republic) had a more than accessory interest in the Spanish colonies overseas. A deal would have needed to involve them as well, besides the original pretenders.

(Philip of Anjou as Philip V of Spain; source: Wikimedia Commons)

The King is dead...
At Charles II’s decease on 30 October 1700, a courier left Madrid for Versailles, in order to present Charles II’s last will for acceptance. The Spanish monarch had decided to appoint first Louis XIV’s second grandson, the Duke of Anjou (1683-1746). In case Philip would inherit the crown of France, his younger brother, the Duke of Berry would replace him (1686-1714). If France declined, then the courier had to move on to Vienna, to archduke Charles. Finally, in case the latter declined as well, to Torino, to request Duke Victor Amadeus of Savoy (1666-1732). The house of Savoy held a claim on the Spanish monarchy, on the basis of the marriage between Philip II’s daughter Catharina Michaela (1567-1597) to Duke Charles Emmanuel I of Savoy (1580-1630).

(Cardinal Portocarrero of Toledo; Source: Wikimedia Commons)

In parallel with the succession treaties, Louis XIV used the French diplomatic network to obtain a favorable Spanish testament. Marie-Françoise Maquart’s thesis has demonstrated how the Spanish Grandes opted for the unity of the composite monarchy, and preferred the French over the Austrian candidate. Cardinal Luis Manuel Fernández de Portocarrero, Archbishop of Toledo (1635-1709) convinced the suffering sovereign to opt for the French cause. From June to 2 October, date of the royal signature of the testament, Charles was tossed around between both parties at court. Pope Innocent XIII (1615-1700)’s opinion was asked for. The Pontiff advised to keep the Spanish possessions united, and thus ignore the partition treaties. His preference went to a French candidate.

Louis XIV decided to tear up the partition treaties, and execute the Spanish will. This decision was not taken lightly, as the Conseil d’en haut deliberated twice on the subject, on 9 and 10 November 1700. Torcy was opposed to a declaration of war, as transpires from secondary sources. The Dauphin, by contrast, would have insisted on his second son Philip’s rights. Louis, Duke of Burgundy (1683-1711) was set to become King of France. Depriving Philip of a crown outside France would reduce disproportionately. Counsellors as Vauban (1633-1707) or Chamlay (1650-1719) advised Louis XIV not to rely too much on William III’s guaranty. It was unlikely that the Dutch or British would intervene against an Austrian candidate installed on the throne in Madrid. If a war had to be fought in order to reach a new partition, France would be better off fighting it outside its own borders, in the Spanish Netherlands or with Spain on its side. Colonial revenues were a non-negligible argument in the trade-off.

The Bourbons take Spain
Consequently, Philip of Anjou left Versailles for Madrid on 4 Dec 1700. His rule would last over four decades. Yet, the War of the Spanish Succession led to the Spanish-perceived ‘loss’ of Flanders and Italy. In between campaigns, French diplomats tried to strike a deal with either the United Provinces or Great Britain. William III’s decease on 8 Mar 1702 had ended the personal union between both Maritime Powers. Their conflicting geopolitical interests were points of connection for France. Dividing the Spanish inheritance was not incompatible with the objectives enshrined in the Treaty of the Great Alliance concluded at The Hague in September 1701 between the Emperor and the Maritime Powers (24 CTS 11).

(Nicolas Mesnager, French negotiatior; Source: Wikimedia Commons)

Charles of Habsburg was promised nothing more than an aequa et rationi conveniens satisfactio ("equitable and reasonable satisfaction"). At the decease of his elder brother Joseph I (1678-1711), who had succeeded his father as Emperor in 1705, Charles was crowned Emperor (22 Dec 1711). Under these circumstances, his claim to the whole of the Spanish inheritance could never materialize. This led Britain to leave the Grand Alliance, and settle for preliminaries of peace with France (8 Oct 1711). These bilateral agreements were the successor to the Partition Treaties, and formed the blueprint for the Peace Treaties of Utrecht (11 Apr 1713, 27 CTS 475), Rastatt (6 Mar 1714, 29 CTS 1) and Baden (7 Sep 1714, 29 CTS 141).

zaterdag, oktober 01, 2016

Peiling Le Soir/RTL oktober 2016

(bron afbeelding: Wikimedia Commons)

Een paar dagen terug brachten RTL en Le Soir Belgique hun politieke barometer voor oktober uit. Er verschenen in de kranten al zetelaantallen, die aangaven dat de Zweedse coalitie haar meerderheid (in de opinie) verloren zou hebben, een bericht dat ook al in januari te lezen was, en ook in mei.

De opmars van de PTB zou zich doorzetten, de PS zou in Brussel een heel grote klap krijgen. In Vlaanderen zou de verhouding tussen N-VA en VB wat stabiliseren in het voordeel van de regeringspartij.

Voor wat ze waard zijn, geef ik nog even mijn berekeningen mee.

1. Cijfers peiling

Vlaanderen

Partij Peiling 2014
N-VA 25,90% 31,88%
CD&V 17,60% 20,48%
Vlaams Belang 12,00% 5,92%
sp.a 13,70% 13,99%
groen 10,70% 8,70%
openVLD 12,50% 14,15%
PVDA 3,90% 2,53%


Wallonië

Partij Peiling 2014
PS 24,70% 30,90%
MR 22,30% 26,68%
cdH 9,80% 15,17%
Ecolo 7,50% 8,62%
PTB 16,30% 5,76%
PP 6,00% 4,60%
Défi 2,40% 2,90%


Brussel 

Partij Peiling 2014
PS 15,50% 25,60%
MR 20,30% 21,90%
FDF 10,90% 10,80%
Ecolo 9,80% 10,50%
cdH 7,80% 9,40%
PTB/PVDA 11,20% 4,00%
N-VA 4% 2,60%
openVLD 2,60% 2,60%
PP 2% 2,80%
VB 2,40% 2,30%
sp.a 1,50% 2,00%
groen 1,80% 1,20%
CD&V 1,90% 1,90%

2. Zetels
De verhoudingen uit de peiling toegepast op de stemcijfers uit 2014 (regionale parlementen) geeft de volgende verhoudingen in zetels:


Vlaanderen Kamer Verschil
N-VA 26 -7
CD&V 17 -1
Vlaams Belang 10 7
sp.a 13 0
groen 9 3
openVLD 11 -3
PVDA 1 1

Vlaanderen Vlaams Parlement Verschil
N-VA 33 -9
CD&V 22 -4
Vlaams Belang 15 9
sp.a 18 1
groen 12 3
openVLD 15 -2
PVDA 2 2
UF 1 0

Kamer:
De verliescijfers voor de N-VA zijn iets minder uitgesproken dan in de vorige peiling. De grootste verliezen zijn in Antwerpen (-3) en West-Vlaanderen (-2; dit laatste door het spel van de quotiënten: laatste zetel met 4,84% gemist, quotiënt VB 5,13%).

De winst van andere partijen is zeer beperkt. Het Belang wint twee zetels in Oost- en West-Vlaanderen (waar het van de kaart was geveegd in 2014), telkens één in de andere provincies. Groen wint in Antwerpen, Vlaams-Brabant en Limburg een zetel. Voor de openVLD is er verlies in Oost-Vlaanderen, Vlaams-Brabant en Limburg. CD&V verliest in Oost-Vlaanderen een zetel, maar dat is nipt. In totaal verliezen de "Zweedse" partijen 11 zetels (waarvan 7 bij de N-VA en 3 bij de openVLD).

Vlaams Parlement:
Een echo van de bewegingen in de Kamer. N-VA verliest  4 zetels in Antwerpen, 2 in Oost-Vlaanderen, 2 in Vlaams-Brabant en in de andere provincies één. Het Belang wint in Antwerpen drie zetels (het quotiënt dat net een zetel misloopt voor de Kamer, telt wel mee voor het Vlaams Parlement, vandaar de discrepantie tussen 1 zetel erbij voor de Kamer en 3 voor het Vlaams Parlement), in Oost-Vlaanderen en Vlaams-Brabant twee, in Limburg en West-Vlaanderen één. De CD&V verliest in elke provincie één zetel, behalve in Oost-Vlaanderen. sp.a wint één zetel (nipt, verschil van 0,03% met het volgende -N-VA-quotiënt) in Vlaams-Brabant. openVLD verliest een zetel in Antwerpen en Oost-Vlaanderen.

Voor het Vlaams Parlement komen er ook nog zes Brusselse zetels bij. Het is moeilijk die te voorspellen, omdat de Nederlandstaligen in Brussel traditioneel moeilijk te peilen zijn.

Zonder hen (118 zetels, zoals hierboven) zijn de meerderheden als volgt:
N-VA/CD&V/openVLD: 70/118
Tripartite: 55/118 (geen meerderheid)
N-VA/CD&V: 55/118 (geen meerderheid)
CD&V/sp.a/groen: 52/118 (geen meerderheid)

Franstalig België Kamer Zetels 2014 Verschil
PS 18 23 -5
MR 18 20 -2
cdH 7 9 -2
Ecolo 6 6 0
PTB 10 2 8
PP 2 1 1
FDF 2 2 0

In de Waalse provincies zijn er amper verschillen met de vorige peiling. De PS verliest een zetel in Luik, twee in Henegouwen en twee in Brussel. De MR verliest in Luik en Henegouwen, de cdH in Henegouwen en Namen (met dezelfde kanttekening als vorige keer). De PTB wint fors: drie zetels in Luik, twee in Henegouwen, één in Namen (vrij onbetwist, derde zetel op zes), twee in Brussel.

De facto worden alle Brusselse zetels ingenomen door Franstalige partijen; de Brusselse gegevens zijn hierin mee vervat. Gezien de grote afkalving die voor de PS voorspeld wordt, is het wel interessant eens naar de zetels voor het Brussels Parlement te kijken.


Partij Zetels 2014 Verschil
PS 15 22 -7
MR 19 17 2
Défi 11 12 -1
Ecolo 8 8 0
cdH 8 9 -1
PTB/PVDA 11 4 7
N-VA 4 3 1
openVLD 4 5 -1
PP 1 0 1
VB 3 1 2
sp.a 1 3 -2
groen 2 3 -1
CD&V 2 2 0

Aan Franstalige kant (meerderheid 37/72) komen PS en MR samen niet toe (34/72). Ook de huidige coalitie (PS/Défi/cdH, 34/72) komt tekort. Ecolo betrekken in de huidige coalitie leidt tot sterke versnippering. Défi met PS en MR zou wel lukken (45/72).

De cijfers voor de Nederlandstalige Brusselaars zijn traditioneel onbetrouwbaar.

3. Conclusie
Deze peiling (foutenmarge van meer dan 3%!) zwakt in Vlaanderen de tendens van de vorige een beetje af, maar behoudt wel de opmars van de PTB in Franstalig België, en verscherpt de daling van de PS. Nog geen 16% in Brussel, dat is erger dan de uitslag van 1999 (16,01%)!

Voor de politieke families blijven de sociaaldemocraten met 31/150 zetels de grootste, maar what's in a name ? Amper 1/5 van de zetels is geen positie van sterkte. De liberalen volgen met 29. De volgende falanx is die van de N-VA (26), dan die van de christendemocraten (24/150). Op ruime afstand volgen de groenen (15) op de huid gezeten door radicaal-links (11).

De meerderheden zijn zeer moeilijk samen te stellen:
- Paarsgroen: 75/100, net geen meerderheid
- Olijfboom: 70/100, kan alleen met gedoogsteun van bijvoorbeeld de PVDA/PTB (maar dat is natuurlijk fictie); steun van bijvoorbeeld Défi alleen is niet genoeg
- Zweedse coalitie: 72/150 => enkel mits deelname van de cdH (7 zetels) kan de coalitie op een meerderheid bogen
- Tripartite: 84/150

maandag, september 12, 2016

Peiling La Libre Belgique oktober 2016

(bron afbeelding: Wikimedia Commons)

Een paar dagen terug brachten RTBf en La Libre Belgique hun politieke barometer voor oktober uit. Er verschenen in de kranten al zetelaantallen, hetzij rechtstreeks, hetzij in interviews met politici.

Voor wat ze waard zijn, geef ik nog even de mijne mee.

1. Cijfers peiling
Vlaanderen  Peiling 2014
N-VA 25,20% 31,88%
CD&V 15,60% 20,48%
Vlaams Belang 14,00% 5,92%
sp.a 14,90% 13,99%
groen 10,00% 8,70%
openVLD 14,00% 14,15%
PVDA 5,10% 2,53%


Wallonië Peiling 2014
PS 25,60% 30,90%
MR 23,50% 26,68%
cdH 10,50% 15,17%
Ecolo 9,20% 8,62%
PTB 14,60% 5,76%
PP 5,30% 4,60%
Défi 3,90% 2,90%


Brussel Peiling 2014
PS 19,80% 25,60%
MR 20,10% 21,90%
FDF 11,30% 10,80%
Ecolo 12,90% 10,50%
cdH 6,50% 9,40%
PTB/PVDA 7,50% 4,00%
N-VA 4% 2,60%
openVLD 2,60% 2,60%
PP 3% 2,80%
VB 2,40% 2,30%
sp.a 1,50% 2,00%
groen 1,80% 1,20%
CD&V 1,90% 1,90%

2. Zetels
De verhoudingen uit de peiling toegepast op de stemcijfers uit 2014 (regionale parlementen) geeft de volgende verhoudingen in zetels:


Vlaanderen Kamer Verschil
N-VA 24 -9
CD&V 16 -2
Vlaams Belang 12 9
sp.a 13 0
groen 7 1
openVLD 13 -1
PVDA 2 2

Vlaanderen Vlaams Parlement Verschil
N-VA 32 -10
CD&V 19 -7
Vlaams Belang 16 10
sp.a 18 1
groen 12 3
openVLD 17 0
PVDA 3 3
UF 1 0

Kamer:
N-VA verliest een beetje overal zetels, het meeste in Antwerpen (grootste kieskring). Het VB gaat een gelijkaardig aantal zetels vooruit, maar proportioneel meer in andere provincies dan in Antwerpen (waar het bijna uit de Kamer verdwenen was, zoals West-Vlaanderen, Limburg of Vlaams-Brabant). De PVDA pakt twee zetels in Antwerpen. In Oost-Vlaanderen is het heel nipt (4,74%). Een eerste PVDA-zetel zou ten koste van de openVLD gaan (4,28%). 

Vlaams Parlement:
Gelijkaardige gegevens. Een iets grotere winst voor het VB, louter door het spel van de laatste quotiënten. Zittende meerderheid is uiteraard nog comfortabel (68/118, dus zonder de zes Brusselse Vlamingen). N-VA en VB samen nemen 48 van de 118 zetels in, of meer dan 40%, wat meteen een coalitie van de drie traditionele partijen met groen noodzakelijk maakt om een alternatieve meerderheid te vormen. In Limburg zou het kunnen lukken voor de PVDA het Vlaams Parlement (12 zetels te verdelen, score boven de 5% is realistisch).

Franstalig België Kamer Zetels 2014 Verschil
PS 19 23 -4
MR 18 20 -2
cdH 6 9 -2
Ecolo 6 6 -1
PTB 10 2 8
PP 2 1 1
FDF 2 2 0

Ik zie een iets grotere winst voor de PTB, die in Luik (nipt) de laatste zetel zou kunnen kapen en op gelijke hoogte komen met de PS (20,48% tegenover 24,85%, opnieuw louter door het spel van de laatste quotiënten), en in Henegouwen nipt (4,37% <=> 4,25%) de laatste zetel zou kunnen nemen ten nadele van dezelfde PS. Opvallend is dat de PTB in Namen vóór cdH en Ecolo zou kunnen komen, en daar als derde hond zou kunnen meespelen (12,32% tegenover 11,12% resp. 10,40%). Of dit in realiteit zo uitdraait, is maar de vraag. cdH heeft in Namen de burgemeester (en vice-minister-president van de Waalse  Regering). 

[de facto worden alle Brusselse zetels ingenomen door Franstalige partijen; de Brusselse gegevens zijn hierin mee vervat]

3. Conclusie
Versterking tendensen vorige peilingen. Verlies van N-VA op de rechterflank lijkt niet te leiden tot winst voor de traditionele partijen. De erosie van de PS ten gunste van de PTB zou op termijn moeten leiden naar een tripartite in Franstalig België. MR, PP en PTB hebben samen 30 van de 63 Franstalige zetels. Een comfortabele federale meerderheid zonder N-VA zou eigenlijk een tripartite aan Franstalige kant vereisen. Wat meteen ook het enige alternatief zou kunnen zijn voor de huidige configuratie. De verdere afkalving van de cdH (relatief gezien neemt de PTB zetels in door te verhogen in de pikorde, ook in de provincies buiten Luik en Henegouwen) is ook een sluipend symptoom van de verzwakking van het draagvlak voor de traditionele coalities.

maandag, augustus 29, 2016

INTERVIEW: Franse primaires in De Morgen (29 aug 2016)


Ik werd vandaag geïnterviewd over de primaires in Frankrijk, naar aanleiding van de zomerse polemieken die de start van de campagne bij Les Républicains inluiden.

De volledige tekst van het onderhoud met Maarten Rabaey kan hier worden geconsulteerd. Het artikel noemt me ietwat flattend "hoogleraar" (een rang die niet de mijne is, ik ben docent, en titularis van de cursus "Inleiding tot de Voornaamste Moderne Staten", waaronder uiteraard ook Frankrijk).