maandag, september 12, 2016

Peiling La Libre Belgique oktober 2016

(bron afbeelding: Wikimedia Commons)

Een paar dagen terug brachten RTBf en La Libre Belgique hun politieke barometer voor oktober uit. Er verschenen in de kranten al zetelaantallen, hetzij rechtstreeks, hetzij in interviews met politici.

Voor wat ze waard zijn, geef ik nog even de mijne mee.

1. Cijfers peiling
Vlaanderen  Peiling 2014
N-VA 25,20% 31,88%
CD&V 15,60% 20,48%
Vlaams Belang 14,00% 5,92%
sp.a 14,90% 13,99%
groen 10,00% 8,70%
openVLD 14,00% 14,15%
PVDA 5,10% 2,53%


Wallonië Peiling 2014
PS 25,60% 30,90%
MR 23,50% 26,68%
cdH 10,50% 15,17%
Ecolo 9,20% 8,62%
PTB 14,60% 5,76%
PP 5,30% 4,60%
Défi 3,90% 2,90%


Brussel Peiling 2014
PS 19,80% 25,60%
MR 20,10% 21,90%
FDF 11,30% 10,80%
Ecolo 12,90% 10,50%
cdH 6,50% 9,40%
PTB/PVDA 7,50% 4,00%
N-VA 4% 2,60%
openVLD 2,60% 2,60%
PP 3% 2,80%
VB 2,40% 2,30%
sp.a 1,50% 2,00%
groen 1,80% 1,20%
CD&V 1,90% 1,90%

2. Zetels
De verhoudingen uit de peiling toegepast op de stemcijfers uit 2014 (regionale parlementen) geeft de volgende verhoudingen in zetels:


Vlaanderen Kamer Verschil
N-VA 24 -9
CD&V 16 -2
Vlaams Belang 12 9
sp.a 13 0
groen 7 1
openVLD 13 -1
PVDA 2 2

Vlaanderen Vlaams Parlement Verschil
N-VA 32 -10
CD&V 19 -7
Vlaams Belang 16 10
sp.a 18 1
groen 12 3
openVLD 17 0
PVDA 3 3
UF 1 0

Kamer:
N-VA verliest een beetje overal zetels, het meeste in Antwerpen (grootste kieskring). Het VB gaat een gelijkaardig aantal zetels vooruit, maar proportioneel meer in andere provincies dan in Antwerpen (waar het bijna uit de Kamer verdwenen was, zoals West-Vlaanderen, Limburg of Vlaams-Brabant). De PVDA pakt twee zetels in Antwerpen. In Oost-Vlaanderen is het heel nipt (4,74%). Een eerste PVDA-zetel zou ten koste van de openVLD gaan (4,28%). 

Vlaams Parlement:
Gelijkaardige gegevens. Een iets grotere winst voor het VB, louter door het spel van de laatste quotiënten. Zittende meerderheid is uiteraard nog comfortabel (68/118, dus zonder de zes Brusselse Vlamingen). N-VA en VB samen nemen 48 van de 118 zetels in, of meer dan 40%, wat meteen een coalitie van de drie traditionele partijen met groen noodzakelijk maakt om een alternatieve meerderheid te vormen. In Limburg zou het kunnen lukken voor de PVDA het Vlaams Parlement (12 zetels te verdelen, score boven de 5% is realistisch).

Franstalig België Kamer Zetels 2014 Verschil
PS 19 23 -4
MR 18 20 -2
cdH 6 9 -2
Ecolo 6 6 -1
PTB 10 2 8
PP 2 1 1
FDF 2 2 0

Ik zie een iets grotere winst voor de PTB, die in Luik (nipt) de laatste zetel zou kunnen kapen en op gelijke hoogte komen met de PS (20,48% tegenover 24,85%, opnieuw louter door het spel van de laatste quotiënten), en in Henegouwen nipt (4,37% <=> 4,25%) de laatste zetel zou kunnen nemen ten nadele van dezelfde PS. Opvallend is dat de PTB in Namen vóór cdH en Ecolo zou kunnen komen, en daar als derde hond zou kunnen meespelen (12,32% tegenover 11,12% resp. 10,40%). Of dit in realiteit zo uitdraait, is maar de vraag. cdH heeft in Namen de burgemeester (en vice-minister-president van de Waalse  Regering). 

[de facto worden alle Brusselse zetels ingenomen door Franstalige partijen; de Brusselse gegevens zijn hierin mee vervat]

3. Conclusie
Versterking tendensen vorige peilingen. Verlies van N-VA op de rechterflank lijkt niet te leiden tot winst voor de traditionele partijen. De erosie van de PS ten gunste van de PTB zou op termijn moeten leiden naar een tripartite in Franstalig België. MR, PP en PTB hebben samen 30 van de 63 Franstalige zetels. Een comfortabele federale meerderheid zonder N-VA zou eigenlijk een tripartite aan Franstalige kant vereisen. Wat meteen ook het enige alternatief zou kunnen zijn voor de huidige configuratie. De verdere afkalving van de cdH (relatief gezien neemt de PTB zetels in door te verhogen in de pikorde, ook in de provincies buiten Luik en Henegouwen) is ook een sluipend symptoom van de verzwakking van het draagvlak voor de traditionele coalities.

maandag, augustus 29, 2016

INTERVIEW: Franse primaires in De Morgen (29 aug 2016)


Ik werd vandaag geïnterviewd over de primaires in Frankrijk, naar aanleiding van de zomerse polemieken die de start van de campagne bij Les Républicains inluiden.

De volledige tekst van het onderhoud met Maarten Rabaey kan hier worden geconsulteerd. Het artikel noemt me ietwat flattend "hoogleraar" (een rang die niet de mijne is, ik ben docent, en titularis van de cursus "Inleiding tot de Voornaamste Moderne Staten", waaronder uiteraard ook Frankrijk).

dinsdag, augustus 16, 2016

PRE-ORDER: Serge DAUCHY, Georges MARTYN, Anthony MUSSON, Heikki PIHLAJAMÄKI and Alain WIJFFELS (eds.), The Formation and Transmission of Western Legal Culture. 150 Books that made the Law in the Age of Printing [Studies in the History of Law and Justice; 7]. Heidelberg/New York: Springer, 2016, XVII + 523 p. ISBN 978-3-319-45564-8. € 297,84

 (image source: Springer)

Springer announced the publication of the long awaited The Formation and Transmission of Western Legal Culture. 150 Books that made the Law in the Age of Printing. Your humble servant composed the entry on Emer de Vattel's Le droit des gens ou principes de la loi naturelle appliqués à la conduite & aux affaires des Nations & des Souverains (1757).

This invaluable work of reference can be pre-ordered as of now.

More information on the Springer website.

vrijdag, juli 22, 2016

PRE-ORDER Books on the Belgian-Dutch 1815 Constitution and on Legal argumentation and Diplomacy

(image source: Wikimedia Commons)

In the Fall, two collective books with papers by your humble servant will come out:

1. A. ALEN, D. HEIRBAUT, A. W. HERINGA & M. C. J. ROTTEVEEL MANSVELD (eds.). Tweehonderd jaar Grondwet 1815. Den Haag/Brugge: Boom Juridische Uitgevers/Die Keure, 2016. ISBN 9789462901810

My contribution "Bij uitsluiting aan den Souverein, zonder eenige de minste ruggenspraak ?’ Soevereiniteit, grondwet en volkenrecht, van Verenigd Koninkrijk der Nederlanden tot Koninkrijk België" is an analysis of the discussions on the competence for foreign powers within the 1815 constitutional committee. It shelds light on checks on monarchical power, and on the link between Southern ("Belgian") conservative criticism on William I and later, Northern, liberal criticism of the same provision in the 1815 Constitution.

The book contains contributions by renowned experts on constitutional law and political history (A. Alen, A.W. Heringa, F. Stevens, E. Witte, R. Aerts... full list of speakers here) and will be an invaluable addition to any bookshelf.

The work can be pre-ordered for € 49 with Boom Juridische Uitgevers (here).

2. N. DROCOURT & E. SCHNAKENBOURG (dir.). Thémis en diplomatie : l’argument juridique dans les relations internationales de l’antiquité tardive à la fin du XVIIIe siècle [Collection "Histoire", ISSN 1255-2364]. Rennes: Presses universitaires de Rennes, 2016.

My paper "Équilibre et hiérarchie : l’argument juridique dans la diplomatie française et anglaise après la Paix d’Utrecht" (pp. 67-83) is presented as follows:
The Peace Treaties of Utrecht, Rastatt and Baden (1713-1715) marked the end of a century of bloodshed caused by wars among European monarchs. The exceptional period of stability from the War of the Spanish Succession to the War of the Austrian Succession (1740-1748), and the War for Jenkins’ Ear (1739-1748), has not yet received a satisfying overarching interpretation in the historiography. This article argues that part of the answer lies in a legal reading of the available diplomatic sources (I). Historiography of international law has thus far focused mainly on doctrine and published treaties. This contrasts with the importance accorded in present-day international law to States’ practices. Whereas lawyers recognise the importance of state acceptance and norm opposability, legal historians tend to leave this important element to diplomatic history. Yet, legal questions dominated both negotiations on the Spanish Succession (1659-1715) and the implementation of the peace treaties (1713-1740). Late seventeenth- and early eighteenth-century diplomacy thus demonstrates the need for further research on the legal structure of diplomatic argument. Stability in Europe was only achieved through renunciation declarations, entrenched in public international law (II). In the French case, Philip V’s declaration was seen as a violation of loix fondamentales. Britain, on the other hand, needed international support in applying the 1701 Act of Settlement. Consequently, the consistent application of norm hierarchy between treaty law and internal law was the leitmotiv for Franco-British joint efforts to enforce the Utrecht consensus (III), starting with the bilateral Franco-British Alliance (1716), and the Triple (1717) and Quadruple Alliances (1718). The 1720s and 1730s witnessed an erosion of political backing for these policies. Yet, the combination of balance of power and norm hierarchy discourse survived during the War of the Polish Succession (1733-1738).
The book contains contributions by A. Becker, A. Beihammer, M. Bélissa, L. Bély, N. Drocourt, E. Fiocchi Malaspina, D. Gaurier, M. Kintzinger,  S. Lloret, E. Malamut, F. Micallef, J.-M. Moeglin, E. Nechaeva, S. Péquignot, E. Schnakenbourg, M. Schynder, F. Ternat, F. Toth, M.-C. Vignal-Souleyreau & N. Sallés Vilaseca. It is announced on the Fnac website for € 23.

maandag, juli 04, 2016

BOOK REVIEW: Revue Historique nr. 678/2 (Apr 2016), pp. 432-434

 (image source: CAIRN)

Eric Schnakenbourg (Nantes) reviewed my book Balance of Power and Norm Hierarchy. Franco-British Diplomacy after the Peace of Utrecht for the April issue of the Revue Historique, pages 432 to 434.

The fulltext can be consulted in open access on cairn.info.

Both of my books (see right side of this blog) were signalled in Bernardo J. Garcia Garcia's article "El tricentenario de los tratados de Utrecht, Rastatt y Baden (1712-1715)" in the Cuadernos de Historia Moderna XLI (2016), No. 1, pp. 199-224. Link here.

ESCLH Conference Gdansk

(image: Gdansk Faculty of Law and Administration)
 
The 4th Biennal Conference of the European Society for Comparative Legal History was held in Gdansk (Poland) last week. The organisers hosted a wonderful conference in the "three cities" (Gdansk, Gdynia, Sopot) by the Baltic shores. Especially the first day, in the Artus Court and Town hall, will be remembered. The conference started with a traditional gunsalvo in the magnificent Gothic Hall and featured inter alia meetings with Borislav Komorowski (president from 2010 to 2015) and the legendary Lech Walesa.












 (Gdansk Town Hall)

On the scientific side, the conference theme Culture, Identity and Legal Instrumentalism hosted multiple comparative legal historical panels, ranging from the history of commercial law to codification and constitutional culture. The keynotes by Ulrike Müssig (the Polish 1791 and American 1787 constitution, Passau, reply by my former supervisor Dirk Heirbaut, Gent) and Marju Luts-Sotak (split dominium, Tartu, reply by former International Franqui-Professor in Ghent Heikki Pihlajamäkki, Helsinki) illustrate the diversity of topics covered by the society and its members' research. 

I presented a paper on the Belgian publicist Jan-Jozef Raepsaet (1750-1831) in a panel on "constitutional high points in the low countries", with colleagues Klaas Van Gelder (UGent/FWO) and Brecht Deseure (Passau/VUB) and had the pleasure to chair a session on "axiological constitutionalism and 19th century identity building", with speakers Imre Kepessy (Budapest), Judit Beke-Martos (Bochum) and Stefan Huygebaert (UGent/FWO). The full program can be found here.

Finally, the Society honoured me greatly with the attribution of the Biennal Van Caenegem Prize 2016 for best article published in Comparative Legal History by a scholar under the age of 38. The article in question has been published in the first issue of the journal's third volume and treats the Belgian legal scholar Ernest Nys (ULB) and his role during the Great War (see earlier on this blog).

(Van Caenegem Prize Award)

The conference was at the same time an occasion to discover the city of Günter Grass and the Hanse, or to visit the impressive castle of Marienburg, a Unesco World Heritage Site.







dinsdag, juni 21, 2016

Afbeeldingen van de Slag bij Oudenaarde

Accéder au site de la Bibliothèque nationale de France
(bron afbeelding:BnF)

Ik dacht de Slag bij Oudenaarde (11 juli 1708) vrij goed te kennen, na een eindwerk middelbaar, een bachelorpaper, een masterpaper, een boek, twee artikels en een hoofdstuk in een boek.

De Slag bij Oudenaarde was een massaconfrontatie tussen de legers van Lodewijk XIV zijn kleinzoon Filips V en diens landvoogd, keurvorst Maximiliaan Emmanuel van Beieren, enerzijds, en een bonte internationale coalitie tussen de Keizer van het Heilig Roomse Rijk (Jozef I), de Koningin van Groot-Brittannië (Anne) en de Staten-Generaal van de Republiek der Verenigde Provinciën, anderzijds. In totaal 170.000 soldaten stonden geposteerd op de hellingen van de Vlaamse Ardennen, van de hoogten van Edelare (denk aan de Wolvenberg, een vast element in de Ronde van Vlaanderen), door de vallei van de Schelde omhoog naar de volgende heuvelrug, die van de dorpen Lede en Huise. 

Oudenaarde was strategisch belangrijk door de ligging op de Schelde. In een tijd van bijzonder slechte landwegen was het water essentieel voor grote logistieke operaties als de bevoorrading van een leger of het onderhouden van een belegering. In de weken voor 11 juli had het Franse leger een bijzonder lonende operatie uitgevoerd. Zowel Gent als Brugge hadden hun poorten geopend voor het leger van Lodewijk XIV.  Op die manier bedreigde het Franse leger de communicatie met Engeland (via de haven van Oostende) en met De Republiek (door de Schelde in Gent te controleren). 

Het leger van de "Grote Alliantie" (samengebracht in september 1701 tegen het dreigende Franse machtsoverwicht in Europa) werd aangevoerd door John Churchill, de hertog van Marlborough. Deze voorouder van Winston Churchill (en prinses Diana) kende in 1708 een van de hoogtepunten in zijn militaire carrière. In 1704 had hij keurvorst Maximiliaan Emmanuel van Beieren verjaagd uit zijn erflanden, door met Eugenius van Savoye, aanvoerder van de Keizerlijke troepen, de slag bij Blenheim ("Blindheim") verpletterend te winnen. In 1706 versloeg Marlborough opnieuw het Franse leger, ditmaal in Ramillies (in Waals-Brabant). Hierdoor kon hij in snel tempo het grootste deel van het toenmalige hertogdom Brabant (Brussel, Antwerpen, Leuven) en Vlaanderen (Gent, Brugge, Menen, , Oostende, Dendermonde) innemen.

In 1708 controleerde het Franse leger nog Nieuwpoort en Ieper, maar bijvoorbeeld ook nog Doornik, Henegouwen (Bergen, Charleroi, Aat). De geallieerde overwinningsroes van 1706 leidde tot hoofdpijn in 1707. Lodewijk XIV had na de nederlaag van Ramillies zijn meest getalenteerde generaal, de hertog van Vendôme, naar de Zuidelijke Nederlanden gezonden. Vendôme was de kleinzoon van een bastaard van Hendrik IV en genoot als dusdanig een bijzondere positie in het Franse leger. Hij had Eugenius van Savoye verslagen bij Cassano in 1705. Vendôme werd overgeplaatst van het Italiaanse theater van de oorlog, naar de Nederlanden. Parijs werd veel meer bedreigd vanuit Oudenaarde of Gent, dan vanuit Turijn of Milaan. Vendôme slaagde er in 1707 in om een confrontatie met Marlborough te vermijden. 

1708 zou zeker een veldslag brengen. Frankrijk wou het momentum terug bemachtigen in de militaire campagnes. Bij een succes in de Nederlanden zou de positie van Marlborough in het gedrang kunnen komen. Het Britse parlement bestond uit de sociale groepen die de belastingen moesten opbrengen voor een (dure) oorlog op het continent. Bovendien had Frankrijk grote diplomatieke arbeid verricht in de winter in de Verenigde Provinciën. Bij onderhandelingen in Den Haag waren een aantal concrete pistes verkend om de Noordelijke Nederlanden los te wrikken uit de alliantie tegen Frankrijk. Onder andere de verstoring van de handel met Frankrijk was een stevig argument. De Republiek was een handelsconcurrent van Groot-Brittannië. En ook in Amsterdam of Rotterdam betaalde men niet graag belastingen om oorlogsschulden af te lossen. Op termijn zouden economische motieven met succes worden uitgetest op Groot-Brittannië om de oorlog te beëindigen. 

De meest oorlogszuchtige partij aan geallieerde zijde was de Keizer. Het huis Habsburg maakte aanspraak op de gebieden van de Spaanse monarchie. De laatste Habsburger als koning van Spanje, Karel II (1661-1700) had bij testament zijn hele erfenis vermaakt aan Filips van Anjou, tweede kleinzoon van Lodewijk XIV. De Oostenrijkse tak van de Habsburgers aanzag dit als een vernedering en wou met de wapens tot een eerlijkere verdeling komen. Naarmate de Franse generaals nederlagen leden, zwollen deze ambities aan. Oostenrijk controleerde sinds 1707 het grootste deel van Italië (met uitzondering van Sicilië). De Zuidelijke Nederlanden (ongeveer het huidige België, zonder het prinsbisdom Luik) werden gezien als het stamland van de Bourgondiërs. De Habsburgse kandidaat wou onze gebieden te allen prijze controleren. Door de nederlaag van Ramillies was er een de facto interimbestuur ontstaan: Hollandse en Britse gezanten deelden de lakens uit, in naam van Karel van Habsburg, broer van keizer Jozef I. Het deel van de Zuidelijke Nederlanden dat in Franse handen was, werd uit naam van Filips V (Filips van Anjou) bestuurd door Maximiliaan Emmanuel van Beieren. 

De Slag bij Oudenaarde moet gezien worden op dit Europese schaakbord. Niet zozeer de militaire ontwikkelingen zijn van belang, als wel de enorme internationale uitstraling van het gebeuren. De Europese "Who's Who" van de vroege achttiende eeuw defileerde op het slagveld. Lodewijk XIV stuurde zijn kleinzoon en vermoedelijke troonsopvolger, de hertog van Bourgondië, naar de Nederlanden. Bourgondië overleed in 1711, maar zijn oudste zoon zou in 1715 Lodewijk XIV opvolgen als Lodewijk XV. Bourgondië's jongste broer, de hertog van Berry, was ook aanwezig in Oudenaarde.

Daarnaast bevond Jacobus Stuart zich in het gezelschap. Deze prins was de zoon van de verjaagde katholieke koning van Engeland en Schotland, Jacobus II. In 1688 had het Engelse parlement deze vorst vervallen verklaard van het recht om te regeren. Lodewijk had deze situatie wel erkend, maar maakte handig gebruik van de aanwezigheid van Jacobus II's zoon om in Ierland en Schotland het gezag van de protestantse koningin Anna, dochter van Jacobus II, te ondermijnen. In tijden van Brexit en vragen over de banden tussen het Verenigd Koninkrijk en het continent is het interessant om te zien hoe de geschiedenis anders had kunnen gaan. In 1707 verenigde de Act of Union de parlementen van Engeland en Schotland en ontstond het "Verenigd" Koninkrijk. In Schotland zelf was hier veel discussie over geweest. Het koninkrijk behield zijn eigen recht (op het continent geïnspireerd) en een eigen calvinistische Kirk. Een deel van de bevolking (in de Highlands) beschouwde evenwel Jacobus "III" ("VIII") als de wettige opvolger van zijn vader. Lodewijk XIV stuurde in het voorjaar een expeditie naar Schotland. Het werd een totale mislukking, maar de beurs in Londen duikelde naar beneden.

Aan de zijde van de geallieerden stonden met Marlborough en Eugenius van Savoye de twee meest befaamde militairen van hun generatie. Eugenius had naam gemaakt in het leger van Keizer Leopold I, tijdens de Turkenoorlogen. In 1683 belegerde Kara Mustafa, grootvizier van de Ottomaanse Sultan, de Oostenrijkse hoofdstad Wenen. Een internationale coalitie onder leiding van de koning van Polen (Jan Sobieski) versloeg de Turken bij de Kahlenberg. Eugenius, die uit de familie Savoye-Carignan kwam, was weggegaan van het Franse hof. Hij verliet de dienst van Lodewijk XIV (die onderhands de Turken steunde) voor die van de Keizer. Eugenius' grote overwinning bij Zenta (1697) was een orgelpunt in de ontplooiing van de Oostenrijkse macht. De Turken werden teruggedreven tot in de Balkan en Griekenland. Ze verloren grote stukken van het hedendaagse Hongarije, Kroatië, Bosnië en Roemenië. De bouwheer van het Belvédère in Wenen was doorslaggevend in de Slag bij Oudenaarde. Hij had het leger van Marlborough vervoegd met een kolonne vanuit Mainz aan de Moezel.

Aan de Britse zijde vocht verder Georg August van Brunswijk-Lüneburg. Hij was de tegenpool van Jacobus "III". Deze Duitse prins was de zoon van keurvorst Georg Ludwig, die was voortbestemd om de kinderloze koningin Anna op te volgen in Londen. De Act of Settlement (aangenomen in het Engelse parlement in 1701) sloot immers alle katholieke kandidaten uit van de Engelse troon. Georg Ludwig werd in 1727 koning van Engeland, onder de naam George II. Hij gedroeg zich bijzonder heldhaftig in Oudenaarde: zijn paard werd onder hem doodgeschoten. Dit droeg bij tot de legende van een dappere, protestantse en Duitse prins, in contrast met een bange en fragiele katholieke Stuart, gesteund door de katholieke koningen van Frankrijk en Spanje.

De Franse generaal Vendôme werd bijgestaan door zijn persoonlijke secretaris, abt Giulio Alberoni. Een man met een bijzondere carrière: hij zou in 1710 met zijn broodheer naar Spanje vertrekken, en daar na diens overlijden opklimmen tot eerste minister van Filips V. In 1717 verkreeg hij de kardinaalshoed. Alberoni verdedigde met vuur Vendôme's gedrag tijdens de slag in een brief die werd afgedrukt in de Gazette in Amsterdam. De hertog van Saint-Simon zou later in zijn Mémoires Vendôme met grote heftigheid aanvallen. De Franse elitetroepen van de Maison du Roi onderscheidden zich door woeste charges en barse onverzettelijkheid in de vlakten van Eine en Heurne. Maarschalk Puységur, later auteur van een belangrijk militair traktaat, beging een aantal blunders in de eerste uren van de dag.

De eigenlijke slag begon pas laat in de namiddag. Na getalm van Bourgondië om de voorhoede van het geallieerde leger over de Schelde terug te drijven, raakten tienduizenden soldaten verstrikt in een bloederig infanteriegevecht aan de Diepenbeek op het huidige industrieterrein "De Bruwaan". In hun rug maakten de Hollandse troepen van veldmaarschalk Ouwerkerk een omtrekkende beweging. Tegen de avond donderden ze naar beneden, in de rug van de Franse generale staf. Het vallen van de duisternis zorgde voor het einde van de gevechten. Hoewel een groot deel van het Franse leger niet in actie was gekomen, werd Vendôme overstemd in de Franse generale staf. De Fransen trokken zich terug op Gent. De geallieerden vatten in augustus het beleg aan van Lodewijk XIV's eerste en grootste verovering, Rijsel

De digitale revolutie die we de laatste jaren beleven, brengt steeds meer materiaal naar boven. Zo publiceerde Gallica (BnF) deze drie prachtige gravures (klik op de miniaturen voor omleiding):
- "Die von denen hohen Alliiren unter Commando des Prinzen Eugenij und hertzog von Marleboroug gegen die Franzosen befochtene herrliche victori..." (Recueil Hennin, 81, stukken 7114-7193): perspectief vanuit het geallieerde kamp op de heuvels van Huise en Ooike
- "Oudenarde, unter Anführung der tapfersten Helden Marleboroug und Eugenii..." (Hennin, 7186): medaillons van Marlborough, Vendôme en Eugenius van Savoye, gedrukt te Nürnberg, met beschrijving van de slag (geïdealiseerd perspectief vanop een hoogte)
- "Entwurff der erhaltenen herzlichen Victorie bey Audenarde..." (Hennin, 7182): een gelijkaardige mensenmassa als op het schilderij en de gravure van Jan van Huchtenburg, die de cover van mijn boek Op Zoek naar Glorie in Vlaanderen. De Zonnekoning en de Spaanse Successie, 1707-1708 (UGA, 2011) siert; een dorp staat in brand, een Frans tentenkamp wordt geplunderd, lelievaandels sneuvelen in een hard lijf-aan-lijfgevecht, infanterie verdwijnt in de verte (naar Gent ?)

BOEKBESPREKING: Economie zkt. Geluk (P. Van Rompuy), Samenleving en Politiek XXIII (2016), nr. 6 (juni), pp. 94-96

 (bron afbeelding: sampol)

In het juni-nummer van Samenleving en Politiek, dat morgen verschijnt, staat een boekbespreking die ik maakte van Economie zkt. Geluk (P. Van Rompuy, Lannoo, 2016).

Eerste paragraaf:
Peter Van Rompuy, ondervoorzitter van het Vlaams Parlement en voormalig senator (CD&V), wijdt een interessant pamflet aan het thema ‘geluk’, en de band met de economie. Zonder expliciete referenties - het boek probeert zo nieuw mogelijk te voelen en te lezen - sluit dit aan bij het personalisme van de christendemocratische en uiteraard ook de bredere christelijke traditie, die het nastreven van rijkdom als hoogste goed afkeurt, of heil ziet in de matiging als maat der dingen. Van Rompuy probeert een nieuwe gemene ethische deler te vinden. Hij doet dat via op het eerste gezicht kleine praktische maatregelen, gericht op het‘werkbaar’ houden van de samenleving. Het einddoel is de ‘sociale, groene en menselijke vrije markt.
Meer informatie bij SamPol. Fulltext hier.

zondag, juni 19, 2016

BOOK DISCUSSION on H-France Book Reviews (nrs. 79-80, Jun 2016)


(image source: HNet)

HFrance published a discussion on my book Balance of Power and Norm Hierarchy. Franco-British Diplomacy after the Peace of Utrecht (Brill, 2015). Peter Schröder (UCL) wrote a review, which can be consulted here. My response is online was well. The core of our disagreement concerns the autonomy of the approach chosen for the book. The discussion generates complementary perspectives on legal and political history vis-à-vis history of political thought.