zondag, april 27, 2014

Peiling der peilingen



Vlak voor de echte verkiezingscampagne begint, kwamen er recent drie peilingen uit: La Libre Belgique/RTBf, Le Soir/RTL en de Standaard/VRT. Bij alle onderzoeken was een groot deel van de ondervraagden nog onbeslist (tot zelfs 40%), wat in Wallonië bijvoorbeeld misschien de hoge scores van PTB en PP verklaart. Niettemin zetten de cijfers toch de sfeer voor de kiescampagne en de maatstaf waarmee vooruitgang, succes, teleurstelling of nederlaag zal worden beoordeeld. Men verwacht unaniem een grote N-VA-overwinning in Vlaanderen (5% beter dan in 2010, 33-34-33 zetels, of 6 à 7 beter dan nu) en (voor de peilingen die Wallonië en Brussel meenemen) een opstoot van de PTB in Franstalig België (zelfs in Brussel), die de PS in de problemen kan brengen. Toch valt bij dit laatste op dat een kleine spurt van de PS voldoende is om een pak zetels terug op te pikken. Zo verliest de PS in Henegouwen drie zetels in de peiling van Le Soir (nipt afgenomen voor een tweede PTB-zetel), maar is de derde verlieszetel weer ruim geconsolideerd in de Libre-peiling, terwijl het eigenlijk maar om 0,7% verschil in percentage gaat. In ons proportionele kiessysteem tellen niet de absolute cijfers, maar de verhoudingen. Eventueel ongenoegen in Wallonië lijkt niet ten gunste van de MR te zijn, wat natuurlijk in de zetelverdelingen mooi meegenomen is voor de PS. Vooral in Henegouwen (vroeger 19, nu 18 zetels, de grootste kieskring in Franstalige België) is er eigenlijk geen concurrentie.

De andere tendenzen zijn minder duidelijk. cdH wordt bij Le Soir op 10 zetels gepeild, en bij de Libre op 7 (een wereld van verschil). sp.a (12-12-12, of één verlies), CD&V (15-15-16, of één à twee verlies) en openVLD (12-10-11, tussen één en drie verlies) in alle enquêtes hangen rond dezelfde aantallen. LDD dient in West-Vlaanderen geen lijst in voor het Vlaams Parlement: cui bono ? Helpt dit de openVLD, of raakt Geert Bourgeois zo voorbij Hilde Crevits ? (ter herinnering: in 2009 -amper vijf jaar geleden- nog 28% CD&V <=> 10% N-VA <=> 13% Dedecker).

Vooral de peiling van de VRT ligt ver van de anderen: de hoge score voor groen en de slechte scores voor PVDA en VB komen niet terug in de andere onderzoeken. Traditioneel onderschat de VRT-peiling het "Vlaams Blok" en wordt Groen te hoog gezet. Bij de Antwerpse gemeenteraadsverkiezingen in 2012 bleek dat eerste evenwel niet te kloppen, en wist De Wever wel degelijk het Blok zo goed als op te rollen. Gezien het communicerend vat tussen N-VA en VB ligt hier natuurlijk een belangrijk element van de verkiezingen... Als dit opnieuw gebeurt in de provincie Antwerpen (24 zetels Kamer, 33 Vlaams Parlement), dan is dit een doorslaggevende bonus voor de N-VA.

Meerderheden zijn dan weer vrij eenduidig. De hoge score van N-VA schept gemakkelijke N-VA/CD&V of N-VA/CD&V/VLD-meerderheden in het Vlaams Parlement. Met de VRT-enquête is een N-VA/VLD-meerderheid zelfs bijna mogelijk. Een olijfboom lijkt bijna uitgesloten, wegens geen Vlaamse meerderheid. De klassieke tripartite haalt (ook met de 20% voor CD&V in de Standaard-VRT-peiling) geen meerderheid in het Vlaams Parlement of in de Nederlandse taalgroep in de Kamer. De grootste "familie" wordt een zaak tussen N-VA en de socialistische partijen. Een tripartite heeft natuurlijk steeds een meerderheid in de Kamer, maar de sterren lijken toch te staan op rechtse regeringen op alle niveau's. N-VA/CD&V/VLD/MR zou zelfs een nipte meerderheid kunnen hebben (77/73) (met cdH erbij is de meerderheid natuurlijk ruimer, maar de kans lijkt klein dat het cdH in een dergelijke formule wil stappen). Met zowel een actieve PTB als de PS in de oppositie lijkt sociaal vuurwerk gegarandeerd, maar het lijkt zowat de enige combinatie die het programma van de Vlaams-Nationalisten ten uitvoer kan leggen.


Hieronder vindt u wat de voorgaande peilingen naar mijn inschatting geven in zetels. Zetels voor het Vlaams Parlement zijn moeilijk te voorspellen, aangezien de zes zetels voor de Brusselse Vlamingen bijna niet te peilen zijn (bij Le Soir en La Libre haalt de sp.a geen zetel in het Vlaams Parlement in Brussel, maar in het verleden is al gebleken dat dit vaak niet klopt).

de Standaard/VRT:
Kamer
Nederlandstaligen
pvda 0
Groen 8 (+2)
sp.a 12 (-1)
Cd&V 15 (-2)
N-VA 33 (+6)
openVLD 12 (-1)
VB 6 (-5)
LDD 1 (=)

Vlaams Parlement
groen 12 (+5)
sp.a 18 (-1)
CD&V 26 (-5)
N-VA 45 (+29)
openVLD 17 (-4)
VB 5 (-16)
UF 1 (=)

Le Soir/RTBf
Kamer
Nederlandstaligen
pvda 1 (+1)
Groen 6 (+1)
sp.a 12 (-1)
Cd&V 15 (-2)
N-VA 34 (+7)
openVLD 10 (-3)
VB 8 (-4)
LDD 1 (=)

Franstaligen
ptb 5 (+5)
Ecolo 8 (=)
PS 20 (-6)
cdH 10 (+1)
MR 17 (+2)
FDF 2 (-1)
pp 1 (=)

Vlaams Parlement

pvda 1 (+1)
groen 10 (+3)
sp.a 15 (-4)
CD&V 21 (-10)
N-VA 47 (+31)
openVLD 18 (-3)
VB 11 (-10)
UF 1 (=)

 
La Libre Belgique/RTL
Kamer
Nederlandstaligen
pvda 1 (=)
Groen 5 (=)
sp.a 12 (-1)
Cd&V 16 (-1)
N-VA 33 (6)
openVLD 11 (-3)
VB 8 (-4)
LDD 1 (=)

Franstaligen
ptb 4 (+4)
Ecolo 8 (=)
PS 23 (-3)
cdH 7 (-2)
MR 19 (+4)
FDF 1 (-2)
pp 1 (=)

Vlaams Parlement

pvda 1 (+1)
groen 8 (+1)
sp.a 19 (=)
CD&V 22 (-9)
N-VA 43 (+27)
openVLD 18 (-3)
VB 12 (-9)
UF 1 (=)

dinsdag, april 22, 2014

Hollande (bis)

 (afbeelding: aim.org)

Twee stukjes van mijn hand verschenen naar aanleiding van de recente desastreuze Franse gemeenteraadsverkiezingen:
- Op apache: "Blauwe maandag voor president Hollande" (link) en
- in het april-nummer van Samenleving en Politiek (fulltext).

dinsdag, april 15, 2014

Compte rendu "Op zoek naar Glorie in Vlaanderen" in Revue du Nord CXV (2013), No. 400-401, 785-786


Un compte rendu de mon ouvrage Op Zoek naar Glorie in Vlaanderen. De Zonnekoning en de Spaanse Successie, 1707-1708 (Standen en Landen/Anciens Pays et Assemblées d'États; vol. CVIII), de la main de Marie Van Eeckenrode (UCL), a paru dans le dernier numéro de la Revue du Nord.

"Romeins recht" (De Standaard, 14 april)


De Standaard van vandaag bericht over voorstellen om de verjaringstermijn in strafzaken te wijzigen, dan wel op te heffen, wanneer het gaat om heel complexe dossiers met een grote maatschappelijke impact (artikel).

Bruno Tobback en Renaat Landuyt hebben het er over "komaf maken met het Romeins recht":
‘Dat algemene principe van de verjaring, daar moeten we vanaf. Dat dateert nog uit het Romeinse recht, maar toen werden de mensen ook maar 30 jaar’, zegt kamerlid Renaat Landuyt (SP.A). 

Als rechtshistoricus vind ik dat een vreemde opmerking (los van de bizarre band met de levensverwachting). Het is natuurlijk juist dat de traditionele Romeinsrechtelijke termijn op twintig jaar lag (de dertig jaar waarvan sprake in het artikel is een bijzondere termijn), maar die werd pas laat in het Keizerrijk gefixeerd (oorspronkelijk leek "het" Romeinse strafrecht meer op wat we vandaag privaatrecht zouden noemen). Het Romeinse regime had evenwel een aantal kenmerken die ook voor ons inspiratie kunnen bieden:
- een strafproces diende binnen de twee jaar te zijn afgerond, zo niet ging de beschuldigde vrijuit (misschien een inspiratiebron bij het vereenvoudigen van het Wetboek van Strafvordering ?)
- specifieke misdrijven verjaarden sneller, evengoed als bij ons (overspel: 5 jaar; beledigingen: 1 jaar); de rigiditeit van het algemene principe is me niet duidelijk (Romeins recht wordt eerder gekenmerkt door de afwezigheid van abstracte principes; als er ter zake sprake is van "pilaarbijterij", ligt dat eerder aan latere periodes in onze rechtsgeschiedenis)
- sommige misdrijven konden niet verjaren, zoals oudermoord, valsemunterij, majesteitsschennis of apostasie

Precies deze laatste categorie wordt in het artikel aangehaald, met betrekking tot de misdaden die door de "Bende van Nijvel" werden gepleegd in de jaren '80. De achterliggende idee is dat de feiten in kwestie de maatschappij of de openbare orde zo zwaar hebben geraakt, dat ze niet kunnen worden vergeten. Wordt het Romeins recht achtergelaten, of zijn de hersenkronkels van onze politici dan toch niet zo verschillend van die van de Romeinse machthebbers ? Misschien maakt het niet uit hoe oud een regel is, of -in dit geval correcter- waar de inspiratie lag bij de opstellers van onze huidige wetboeken (zoals de Gentse hoogleraar Haus), maar eerder welk doel hij dient en aan welke maatschappelijke noden hij beantwoordt.

vrijdag, april 11, 2014

Workshop "Recent Research in the History of Public International Law" (Ghent Legal History Institute, 23 May 2014)

 
On Friday 23 May 2014, the Ghent Legal History Institute organizes a workshop on recent research in the history of public international law, an active sub-field within the discipline of legal history. The meeting has been set-up at the crossroads between legal history, public international law and diplomatic history. Researchers from Belgium, the Netherlands, France and Germany will present their activities to qualified peers. Starting in the Early Modern Period and running up to the First World War, a representative array of subfields within public international law will be considered: the law of treaties, maritime law, legal theory, the laws of war or neutrality. Prof. Randall Lesaffer, an international authority in the field, will comment and conclude the day. Participation is free of charge, but registration is mandatory. Please contact Mrs. Karin Pensaert (Karin.Pensaert@UGent.be)

More details can be found on the faculty website (link to the program).

ARTICLE: représentation du droit dans la communauté des diplomates européens des "trente heureuses" (1713-1740)", Tijdschrift voor Rechtsgeschiedenis-Revue d'Histoire du Droit-The Legal History Review LXXXI (2013), Nr. 3-4, pp. 595-620

 (image: Brill)

La Revue d'Histoire du Droit (Brill/Martinus Nijhoff) vient de publier son déuxième numéro de 2013 (3-4). Parmi les contributions, un article de votre humble serviteur intitulé ""La représentation du droit dans la communauté des diplomates européens des "trente heureuses" (1713-1740)".

Résumé (en anglais):
The study of Ancien Régime public international law compels researchers to broaden the traditional scope of legal history (treaties and doctrine). A broader understanding of normativity in international relations, inspired by sociology, cultural or international relations history leads to an analysis of diplomatic behaviour. Practice is of paramount importance to grasp the working of implicit principles, expressed in correspondence and legal memoranda. The three decades following the Peace of Utrecht (1713) illustrate how state consent-based international organisation operated in the 18th century, separate from doctrinal concepts. French and British archival material and existing prosopographic literature sketch a map of the European arena. Treaty interpretation and legal reasoning were the backbone of international relations. Consequently, jurists were more than apologists, and fulfilled an indispensable role in an interactional system.

La revue peut être consultée en cliquant ici (Brill Books and Journals Online).
DOI: 10.1163/15718190-08134P11