zaterdag, juni 18, 2011

Ségolène toont olifantenpoten...

... en roept op om de supporters van de controversiële Georges Frêche (racistische en anti-semitische uitspraken) uit de Languedoc te reïntegreren in de PS (zie hier)

Nogal logisch, ze hebben allemaal voor haar gestemd bij de interne verkiezingen... Royal zou wel eens het meest van allemaal kunnen verliezen bij de primaires, waar pacten met lokale baronnen veel minder spelen.

donderdag, juni 16, 2011

Over de Turken en de Walen

Zeer goed stuk van Koen Schoors in de Tijd over het valse transferdenken, dat ons identiteiten en vijandbeelden wil aanpraten... die in het systeem eigenlijk niet bestaan.

Waarom komen politici er niet op om zo'n dingen te schrijven ?

Over de erkenning van staten


Momenteel is de erkenning van de Libische rebellen (die sinds ongeveer een maand of vier tegen Kadaffi vechten) een heet hangijzer in het internationaal recht (zie bijvoorbeeld EJIL Talk - de blog van een vooraanstaand tijdschrift, met verschillende bijdragen). Aangezien het zittende regime nog lang niet weg is, ontstaan er op het terrein allerlei vreemde situaties. Frankrijk was er heel snel bij om de rebellen te erkennen als vertegenwoordiger van de Libische bevolking, terwijl ze helemaal nog niet de controle over het grondgebied uitoefenden. Voor landen met belangrijke economische banden met Libië is het minder evident om banden met de zittende regering te doorbreken. Juridisch kan je schermen met de mensenrechtenschendingen die het regime waarschijnlijk begaan heeft, maar ook evengoed met het gebrek aan politieke legitimiteit van de opstandelingen.

Erkenning is altijd een in essentie politieke beslissing en heeft weinig met recht te maken, in die zin dat er nagenoeg geen regels zijn die een staat iets kunnen voorschrijven of verbieden. Tegelijk maakt erkenning door de internationale gemeenschap wel een essentieel element uit van de statelijke hoedanigheid (grondgebied - bevolking - regering - erkenning), die verregaande implicaties heeft voor de toepassing van zeer veel rechtsregels op de personen die onder de controle van de regering of groepering in kwestie verkeren.

Het probleem is tijdloos: ook in de achttiende eeuw werd er behoorlijk wat geredetwist over de erkenning van soevereinen (het Libische probleem gaat niet over een afscheiding of de creatie van een nieuwe staat, wel om de erkenning van de regering die de effectieve en legitieme controle uitoefent over grondgebied en bevolking). Zo weigerde de Habsburgse keizer gedurende 25 jaar om de Bourbonkoning in Spanje te erkennen, en bleef Lodewijk XIV de verjaagde katholieke Engelse koning James II in Frankrijk huisvesten en steunen. De argumenten die worden aangehaald om de legitimiteit van optie A ten opzichte van optie B te verdedigen, komen echter steeds voort uit de preferenties van één enkele staat: men kan in het Engelse geval eerder gewicht geven aan de keuze van het Parlement om in 1688 James II te verjagen, dan wel aan de legitimiteit van de Stuarts om via successie op de troon te zitten en die dan ook te houden. In het Spaanse geval valt alles terug te leiden tot het aanvaarden van de verzakingen die door Maria Theresia, Lodewijks vrouw, werden afgelegd in 1659.

Réal de Curban, die vaststelt dat Frankrijk in 1701 een waaier aan argumenten ontvouwt om A te zeggen, en vervolgens 12 jaar later toch B zegt (om toch maar vrede met Engeland te kunnen sluiten), maakt er de volgende conclusie over:

Ces démarches ne sont pas honorables. Peut-être étoient-elles nécessaires. On tâche de les excuser par la distinction du fait & du droit. J'ai reconnu, dit-on, ce Prince, parce qu'il est possesseur, & par conséquent Roi de fait. J'ai reconnu cet autre Prince, parce que son droit m'a paru fondé; & quoiqu'il ne possède qu'une partie de l'Etat, ou qu'il n'en possède rien du tout, il n'en est pas moins roi de droit. On a recours à des distinctions plus ingénieuses que solides, pour sauver les apparences: conduite trop ordinaire aux Princes, & que les loix de la politique autorisent plus qu'elles ne la justifient ! Si l'on osoit, on diroit à la face de l'Univers; j'ai varié, parce que j'ai trouvé mon avantage à varier, ou parce que j'y ai été contraint. Mais cet aveu coûteroit trop à l'amour propre & à la réputation.

(La Science du Gouvernement, V: le droit des gens, Paris, 1764, p. 94)

woensdag, juni 15, 2011

Scheiding tussen Kerk en staat, anno 1733


Leuke paragraaf van de Hugenootse journalist en historicus Jean Rousset de Missy:

Je ne serai pas le premier à dire que les Souverains, n'importe de quel Paîs, ni de quelle Religion, devroient être extrémement attentifs à ne point laisser dans leurs Etats, les Ecclesiastiques empiéter sur la Puissance Temporelle, ou s'immiscer dans les Affaires Politiques. Que les Princes renferment le Clergé dans lers bornes du gouvernement de son Eglise, sans soufrir, sous quelque prétexte que ce soit, qu'il étende sa Juridiction au delà du Spirituel; ce sera le moyen de couper la racine à une infinité d'Abus qui ne manquent pas de s'introduire, aussi-tôt que la Puissance Séculière cesse de le tenir en bride.

On n'a qu'à jetter les yeux sur l'Angleterre, le Dannemark, la Suéde, la Russie, sur Venise même & autres Païs, où le Clergé ne se méle point des Affaires de l'Etat; que l'on mette ensuite en parallèle d'autres Roiaumes, où les Ecclesiastiques donnent, pour ainsi dire la Loy; quelle différence n'y trouvera-t-on pas pour la Liberté, l'Abondance, & la douceur du Gouvernement ?

La prémiere Maxime du Roi Très-Chrétien, pour conserver la Tranquilité dans ses Etats devoit donc être de réprimer les Entreprises de son Clergé; & de punir rigoureusement les Intrigues des Prêtres, Religieux, ou Moines, dont la Cour de Rome se sert pour semer la discorde dans le Roïaume, & pour y étabblir peu à peu ses dangéreux Principes. De-là naît une seconde Maxime, qui consiste à ne point assujettir les Princes, les Grands, les Nobles, ni même le Peuple à la Domination Temporelle d'aucun Ecclesiastique, de quelque qualité ou condition qu'il puisse être; La Nation Françoise prête facilement le col au joug de ceux que la Nature a fait naître pour les commander; mais cette Nation généreuse, qui ne peut se voir gouverner par une Femme, obeïra-t-elle volontiers à des Prêtres, qui ne doivent se meler que du Spirituel ?

dinsdag, juni 14, 2011

PS en Président, een moeilijk huwelijk (Apache)

Vandaag verscheen een stuk van mijn hand op de nieuwssite "Apache", over de primaires bij de Franse PS (cf. kandidaturen moeten eind deze maand binnen zijn).


Dans van de olifanten of authentiek plebisciet ?
Nieuwe PS van Martine Aubry staat voor vijf maand totale media-exposure
Het is van mei 1988 geleden dat een linkse kandidaat de Franse presidentsverkiezingen won. Uitgaande van deze dramatische vaststelling besloot de Parti Socialiste na het échec van Ségolène Royal om het de volgende keer radicaal anders aan te pakken. De mosterd werd gehaald in het buitenland: de Democratische primaries of de selectie van Walter Veltroni als kandidaat voor de Partido Democratico moeten voorbeelden zijn van hoogmissen die het electoraat en de partijkaders van links kunnen verzoenen met één figuur die vervolgens de zittende macht te lijf gaat in de echte verkiezingsstrijd. De achtergrond van deze keuze wordt uit de doeken gedaan in een interessant collectief rapport van Terra Nova, een aan de partij gelieerde think tank, die te situeren valt in wijlen de politieke club van Dominique Strauss-Kahn. Het document, opgesteld door een uitgelezen commissie van linkse academici, topambtenaren, magistraten en diplomaten, geeft achtergrond bij de procedure die zich volgende maand in gang zet, om in oktober tot de aanduiding van de socialistische kandidaat te leiden.

Een partij voor het verleden ?
Het lijkt paradoxaal dat de PS er niet in slaagt om een buitengewoon sterke vertegenwoordiging in steden (2001, 2008), departementen (2004, 2010) en regio’s (2004, 2010) te vertalen naar nationale verkiezingen (2007, 2009). Één van de mogelijke verklaringen is dat de socialisten instinctief en ideologisch avers zijn voor de personencultus die samenhangt met een confrontatie van man tegen man. De partij verdeelt zich snel in “stromingen”, die zich naar buitenuit baseren op een andere interpretatie van de leer, maar intern eigenlijk vooral tijdelijke coalities van lokale partijbonzen zijn.
            De PS lijkt gemaakt voor de Derde (1871-1940) of Vierde Republiek (1946-1958), waar de macht gedeeld en in coalities werd uitgeoefend door partijen die via evenredige vertegenwoordiging alleen nooit de meerderheid in de Assemblée konden halen. Op de as van het Algerijnse débâcle bouwde ‘redder des vaderlands’ de Gaulle met zijn adviseur Michel Debré de grondwet van de Vijfde Republiek. De uitvoerende macht pleegde een echte machtsgreep op het voorgaande bestel... en eigenlijk ook op de machtsbasis van de linkse partijen. Het is opmerkelijk dat François Mitterrand, de man die pas na drieëntwintig jaar oppositie verkozen raakte in 1981, de enige was die het nieuwe systeem van bij het begin ten gronde aanvaard had en zijn hele politieke actie zag als een overnamebod op de grootste oppositiepartij tegen de zittende macht. Mitterrand droeg een stempel van rechtse politicus (cf. SFIO-voorzitter en voormalig eerste minister Guy Mollet : ‘Mitterrand socialiste ? Je ne le sais pas, mais en tout cas, il le parle très bien!’). Populairdere figuren als de radicaal-socialist Pierre Mendès-France trokken nooit de consequenties van de nieuwe spelregels door. Na het verdwijnen van Mitterrand in 1995 was er geen boegbeeld meer.
            In 1997 boden de parlementsverkiezingen (die in 2007 kort op de presidentsverkiezingen volgden) nochtans een alternatief. Jacques Chirac beging toen de misstap om de Assemblée naar huis te sturen, waarop een linkse meerderheid onder Lionel Jospin vijf jaar kon regeren. Maar toen Jospin zich persoonlijk in de strijd moest werpen, derfde hij op eclatante wijze het onderspit tegen Chirac en zelfs Le Pen. Ségolène Royal slaagde er in 2007 wel in om een zekere personencultus rond haar te creëren, maar werd zowel in de pers als in eigen rangen genadeloos neergesabeld.

Wat we zelf doen, doen we slechter: het eeuwige débâcle van de interne verkiezingen
            Precies dit laatste probeert de PS  nu te allen prijze te vermijden. Het was in 2007 voor de Franse publieke opinie niet geloofwaardig dat Royal de hele partij, of, beter gezegd, een geloofwaardige regeringsploeg, vertegenwoordigde. Net hetzelfde gebeurde met de Europese verkiezingen in 2009, waar de PS de prijs betaalde voor de ruzies die op het congres van Reims (november 2008) voor de televisiecamera’s werden uitgevochten.
            Om dit probleem te overkomen, wou de nieuwe PS-leiding onder Martine Aubry de aanduiding van een kandidaat uit de partij zelf weghalen. In 2007 werd de kandidaat aangeduid door de eigen leden, in 2008 werd de opvolger van François Hollande door dezelfde mensen verkozen. In de praktijk betekent dit, dat de lokale baronnen in grote federaties (Nord, Hérault, Bouches du Rhône) de sectievoorzitters onder druk zetten om met stalinistische scores voor de voorkeurskandidaat te stemmen. Ségolène Royal legde het bijvoorbeeld handig aan boord door zowel met de plaatselijke power broker in de Languedoc, Georges Frêche, als met die uit Marseille, Jean-Noël Guerini, op een akkoord te gooien. De wederzijdse beschuldigingen over stembusfraude (bourrage d’urnes) waren dan ook legio tussen Royal en Aubry in 2008, toen het pleit beslecht werd op amper 16 stemmen.
            Met democratie heeft dat natuurlijk niet veel te maken. De PS telt een relatief klein aantal bijdragende leden. Deze militanten zijn vanzelfsprekend erg geëngageerd, maar niemand slaagt erin om hen te federeren én tegelijk voldoende duidelijk te blijven voor het Franse electoraat. François Hollande (premier secrétaire tussen 1997 en 2007) lijdt ook vandaag nog onder een imago van pathologische weekheid, als tactische handpop van verschillende éléphants (boegbeelden met een eigen achterban). Met het referendum over de Europese Grondwet (2005) stond de partij ongeveer op springen tussen links (neen) en rechts (ja), maar voor het overige zijn de ruzies persoonlijk en niet inhoudelijk. De partij regeren met een meerderheid van een paar procenten, zoals Mitterrand wél kon in de jaren ’70, lijkt vandaag niet meer doenbaar.
            Vandaar het idee om een beroep te doen op het hele electoraat. De regels voor de primaires ouvertes stellen deelname open voor elke Franse kiezer, ingeschreven op de kieslijsten voor de presidentsverkiezingen, mits betaling van een symbolische euro en het ondertekenen van een verklaring dat hij de waarden van links aanhangt. Van maximum 80 000 leden zou het kiezerskorps worden uitgebreid naar twee of drie miljoen. Onmogelijk te controleren door de lokale of regionale baronnen.
            Bovendien hebben de primaires het voordeel –zoals in de Verenigde Staten het voorbeeld van Obama v. Clinton aantoont- dat ze kandidaten harden en immuniseren voor latere aanvallen. Alle kritiek die in een eerste fase door tegenstanders binnen het eigen kamp wordt gegeven, verdwijnt als sneeuw voor de zon door de legitimerende kracht die de kiezers bezitten. De supporters van Dominique Strauss-Kahn geloofden bijvoorbeeld dat hun kampioen op die manier de verwijten als zou hij te veel gauche caviar zijn, terzijde zou kunnen schuiven.

Solferino houdt de rangen gesloten : de primaires na DSK
            Een groot risico aan de primaires zou wel eens kunnen zijn dat ze op twee keer één dag gehouden worden voor het hele grondgebied. In de Verenigde Staten zorgt de afvalrace vanaf New Hampshire ervoor, dat enkel de best geplaatste kandidaten de laatste rechte lijn in gaan. Bij de PS kan in theorie iedereen meedoen, wat naar de publieke opinie het beeld van een eeuwig verdeelde partij kan versterken. Claude Bartolone (parlementslid uit de Parijse ‘banlieues chaudes’) pleitte daarom voor een primaire de confirmation, waarin één enkele ernstige kandidaat op het schild wordt geheven, Michel Vauzelle, regiovoorzitter in de PACA (Provence-Alpes-Côte d’Azur) vroeg om ze eenvoudig af te voeren.
            De partijleiding heeft onder Martine Aubry echter resoluut de kaart van de eenheid getrokken: ondanks een sterke persoonlijke afkeer met bijvoorbeeld Ségolène Royal, regeren onderlinge hoffelijkheid en externe discretie. Aubry had het liefst gehad dat zowel zij als Royal de kandidatuur van DSK, de best geplaatste in de peilingen, zouden steunen. De primaires zouden dan gediend hebben als vitrine voor de ambitieuze veertigers en vijftigers, of –indien nodig- om François Hollande zich te laten te pletter lopen (die geen enkel socialistisch kopstuk als kandidaat wil zien).
            Aubry zou in dat geval een niet te onderschatten krachttoer hebben verwezenlijkt: het integreren van de contestataire linkervleugel, die onder andere tegen de Europese Grondwet heeft gestemd. Het is moeilijk voor te stellen hoe sterk de afkeer voor de “rechtse” Strauss-Kahn is bij de linkervleugel van de PS, geleid door voormalig jongerenvoorzitter Benoît Hamon en oude rot Henri Emmanuelli. Hun stroming “Un monde d’avance” hield zich enkel gedeisd dankzij een pact met Aubry, die Benoît Hamon de inhoudelijke lijn van de partij heeft laten beïnvloeden en hem prominent naar voor schoof als woordvoerder. De linkervleugel heeft –net als het Élysée- steeds gehoopt op een slippertje dat DSK diskwalificeert, zodat Aubry –wiens linkse credentials groter zijn- er zelf voor zou gaan.
            Nu DSK wegvalt, houdt het pact dat hij in 2008 sloot met Aubry en Laurent Fabius (oud-eerste minister van François Mitterrrand, tegenstander van de Europese Grondwet in 2005), wonderwel stand. Voormalige “strauss-kahniens” sluiten zich spontaan aan bij de kandidatuur van Aubry (wat eens te meer aantoont dat “courants” in de Franse PS niet zoveel met inhoud te maken hebben). Laurent Fabius haalde afgelopen weekend (28-29 mei) in een paginagroot interview in Le Monde het wierookvat boven voor de leiderschapskwaliteiten van de dochter van Jacques Delors. Benoît Hamon gooide met splinterbommen naar Hollande, vertegenwoordiger van de “synthèse molle” die de partij zo lang in slaap gewiegd heeft.

Reële bedreigingen: ‘la france profonde’ versus ‘la gauche bobo’
De kaarten blijven globaal gezien goed liggen in de peilingen. Hoewel het Élysée zich op de borst klopt dat links ‘la bataille de la morale’ verloren heeft, blijft een meerderheid van de Fransen geloven in de mogelijkheid van een linkse overwinning. De UMP stelt echter alles in het werk om de categorieën die Sarkozy in 2007 aan de overwinning hielpen (buiten de traditionele rechtse machtsbasis), te vriend te houden: de gepensioneerden, arbeiders en inwoners van landelijke gebieden.
De organisatie van de primaires berust bij de partijafdelingen, die –uiteraard- op vrijwilligers draaien en niet in staat zijn het volledige grondgebied te dekken zoals dat bij reguliere verkiezingen het geval is. Christian Jacob, fractieleider van de meerderheidspartij in de Assemblée, had het in dat verband al over de ‘primaires van de intellectuelen van het zesde arrondissement van Parijs’. Als je op het platteland wil meestemmen in het socialistische circus, moet je bij wijze van spreken honderd kilometer met de tractor afleggen om tot aan het stemlokaal te raken. Ook de levensstijl van Strauss-Kahn was in dat verband een gedroomd doelwit: de PS zou zich te ver bevinden van de arbeiderswaarden.
Het kwam dan ook erg ongelegen toen vorige week uitlekte dat uitgerekend Terra Nova in een rapport aanbevelingen gaf om de ‘classes populaires’ voortaan links te laten liggen. De culturele waarden en gebruiken van arbeiders en ongeschoolden zouden te ver liggen van het partijprofiel om deze stemmen nog geloofwaardig te kunnen claimen. Op hun beurt zijn die waarden, via het seksschandaal rond Strauss-Kahn (en mooi in contrast met het nakende moederschap van Carla Bruni), een baken om de gepensioneerde kiezers terug te winnen. Sarkozy wil met andere woorden de strijd om de arbeiders, plattelanders en ouderen uitvechten in een tête-à-tête met Marine Le Pen, terwijl de socialisten op een Parijs terrasje genieten van een Mojito met framboos of de iPad-editie van Libération.
De slag om het Élysée zal om persoonlijkheid gaan, en om de manier waarop Sarkozy de presidentiële functie heeft uitgeoefend. Zoals ook de recente biopic La Conquête laat zien, wou de huidige president een stijlbreuk met zijn voorgangers, die koud en afstandelijk hun aandacht bij de hoofdzaken hielden, zonder af te dalen in het gevecht van de dagjespolitiek. Sarkozy maakte de keuze om overal tegelijk punten te scoren, en dus ook om bewust meer risico’s te nemen.
De president wordt gezien als partijdig (affaire-Bettencourt) en egoïstisch, als een figuur die de Fransen verdeelt en de grenzen van zijn macht niet wil erkennen. Hij had bijvoorbeeld de intentie zijn zoon Jean, eeuwig gebuisde rechtenstudent, aan het hoofd van de zakenwijk La Défense te benoemen, zonder te beseffen dat de publieke opinie dit soort clangedrag niet pikte. Zijn exuberante, arrogante en vaak beledigende levensstijl (cf. zijn beroemde ‘Casse-toi pov’ con!’) is bij veel Fransen het hoofdargument om hem volgend jaar weg te stemmen. In dat opzicht is Martine Aubry een veel betere kandidaat dan de afgevoerde DSK: vrouw, onberispelijke levenswandel, zelf-gecultiveerd imago van plichtsbesef en toewijding aan het algemeen belang, in Frankrijk gesymboliseerd door het magische woord ‘République’.

Camera’s in de aanslag: het mediacircus rond de PS
            Zoals de campagne in 2007 op internet werd uitgevochten, vindt ze in 2012 ook plaats op de sociale netwerken, op Twitter en op blogs. Door de aanwezigheid van 24/24 nieuws-networks (BFM, iTele, France Info) worden ongelukkige zinnetjes direct in de ether gebalanceerd en danst een circus aan reacties naar de journaals van acht uur. In die omgeving is de verleiding groot om zich te laten opmerken met een kleine polemiek. Vanaf de maand juni wordt het voor de PS dan ook aartsmoeilijk om de rangen gesloten te houden, als er zich geen duidelijke favoriet opdringt. De presidentsverkiezingen waren, zijn en blijven de favoriete nationale sport in Frankrijk. Zonder problemen verdringt de politiek het weer, het eten of het persoonlijke leven als gesprek aan de toog, op een terrasje of aan tafel. De primaires zijn meteen de bepalende test voor het nieuwe systeem en de discipline die Aubry in de Parti Socialiste wou invoeren.
Frederik Dhondt

vrijdag, juni 10, 2011

Peiling La Libre


Hoe twee peilingen uiteen kunnen liggen...

Nederlandstaligen
West-Vlaanderen
Groen 1 (=)
sp.a 2 (-1)
CD&V 4 (=)
N-VA 6 (+2)
VLD 2 (=)
LDD 0 (-1)
VB 1 (=)

Oost-Vlaanderen
Groen 1 (=)
sp.a 2 (-1)
CD&V 3 (=)
N-VA 8 (+2)
VLD 4 (=)
VB 2 (-1)

Antwerpen
Groen 1 (-1)
sp.a 3 (=)
CD&V 4 (=)
N-VA 10 (+2)
VLD 3 (=)
VB 3 (-1)

Limburg
Groen 0
sp.a 2 (=)
CD&V 2 (-1)
N-VA 5 (+1)
VLD 2 (+1) (nipt, zetel vlak voor N-VA)
VB 1 (-1)

Brabant (BHV+ Leuven)
Groen 1 (=)
sp.a 2 (=)
CD&V 3 (=)
N-VA 6 (+2)
VLD 3 (=)
VB 1 (-1)
Ecolo 3 (=)
PS 5 (=)
cdH 2 (=)
MR 7 (=)
FN 0
PP 0 (-1)

Henegouwen
Ecolo 2 (=)
PS 10 (-1)
cdH 2 (=)
MR 4 (=)
FN 1 (+1)

Luik
Ecolo 2 (=)
PS 6 (-1)
cdH 2 (=)
MR 4 (=)
FN 1 (+1)

Luxemburg
PS 1
cdH 2
MR 1

Namen
Ecolo 1
PS 2
cdH 1
MR 2

Totaal NL
Groen 4 (-1) (<=> 7 in de peiling van DS/VRT)
sp.a 11 (-2) (<=> 13)
Cd&V 16 (-1) (<=> 17)
N-VA 36 (+9) (<=> 32)
VLD 14 (+1) (<=> 10)
LDD 0 (-1)
VB 8 (-4) (<=> 10)

Totaal FR
Ecolo 8 (=)
PS 24 (-2)
cdH 9 (=)
MR 18 (=)
FN 2 (+2)
PP 0 (-1)

Verschillen
- N-VA overal vooruit (8 zetels in Oost-Vlaanderen, 10 in Antwerpen, 6 in Brabant)
- sp.a nipt een zetel kwijt in Oost-Vlaanderen (41.194 derde quotiënt <=> 41.808 vierde quotiënt VLD; was in 2010 de zetel van Bruno Tuybens)
- sp.a en PS samen vallen van 39 op 35 zetels terug. N-VA wordt net een zetel groter dan de socialistische familie. (te verklaren door de score van het FN in deze peiling, kost de PS een zetel in Henegouwen en Luik; evenwel twijfelachtig dat dit zich bij verkiezingen ook voordoet) Ook in stemmen zou de N-VA nipt meer kunnen halen dan PS en sp.a samen...

Zouden de peiling-"fabrikanten" hun cijfers hebben bijgesteld, wetende dat ook De Standaard op dezelfde dag met een peiling zou komen ? Het is alvast een argument om in Vlaanderen La Libre te kopen...

Het verschil van vier resp. drie zetels tussen de scores van vld en groen lijkt echt wel belachelijk groot. De vooruitgang van groen zou volgens Ivan De Vadder "statistisch significant" zijn, aangezien die buiten de foutenmarge ligt. Wat dan te zeggen met een gat van drie procent met de peiling van La Libre ? Hoe kan je verklaren dat (Nederlandstalig) links in de peiling van De Standaard groeit (naar 20 zetels), en in La Libre wordt weggeveegd (15 zetels) ?

Peiling VRT/De Standaard


Het was al even geleden. Tijd om het D'Hondt-(en Dhondt-)zetelspelletje te spelen.

West-Vlaanderen
groen 1 (=)
sp.a 3 (=)
Cd&V 4 (=)
N-VA 5 (+1)
VLD 2 (=)
LDD 0 (-1)

Oost-Vlaanderen

Groen 2 (+1)
sp.a 3 (=)
CD&V 3 (=)
N-VA 7 (+1)
VLD 3 (-1)
LDD 0
VB 2 (-1)

Antwerpen
groen 2 (=)
sp.a 3 (=)
CD&V 4 (=)
N-VA 9 (+1)
VLD 2 (-1)
LDD 0
VB 4 (=)

Limburg
Groen 0
sp.a 2 (=)
CD&V 3 (=)
N-VA 5 (+1)
VLD 1 (=)
LDD 0
VB 1 (-2)

Leuven
Groen 1 (=)
sp.a 1 (=)
CD&V 1 (=)
N-VA 2 (=)
VLD 1 (=)
LDD 0
VB 1 (=)

BHV
Groen 1 (+1)
sp.a 1 (=)
CD&V 2 (=)
N-VA 4 (+1)
VLD 1 (-1)
LDD 0
VB 1 (=)
(er zou dan een Ecolozetel verdwijnen)

Totaal:
Groen 7 (+2)
sp.a 13 (=)
CD&V 17 (=)
N-VA 32 (+6)
VLD 10 (-3)
LDD 0 (-1)
VB 10 (-2)

Losse bedenkingen
:
- Telkens wederkerende bemerking: een groen-rood kartel in Limburg levert gegarandeerd een extra zetel op (in deze hypothese ten koste van CD&V - quotiënt 1 33.560 <=> quotiënt 3 33.605 ; op eigen kracht geraakt Groen er zelfs met deze scores niet in... moet toch ooit eens tot nadenken stemmen)
- N-VA lijkt vooral zetels van de openVLD te nemen; wat gesuggereerd werd in het Leuvense onderzoek (eerder een bedreiging voor de liberalen, gezien het economisch programma, dan voor de CD&V)
- CD&V en sp.a halen in een paar kieskringen evenveel zetels (Oost-Vlaanderen; Leuven); nog niet eerder geconstateerd, denk ik

Voor de rest zijn peilingen wat ze zijn. Ze kunnen enkel trends tonen.

maandag, juni 06, 2011

Bedenking bij de Portugese verkiezingen...



Na de nederlaag van de Portugese socialisten valt een van de laatste linkse premiers van Europa. Als in 2012 ook Spanje stemt (acht jaar na de bomaanslagen in Atocha die Aznar verdreven), is het gedaan met de laatste socialistische premier van een grote lidstaat. De Europese toppen kunnen dan evengoed op het hoofdkwartier van de EVP worden gehouden.

Met andere woorden: de verantwoordelijkheid van de Franse PS als stilaan enige hoop wordt er alleen maar groter op. Slagen zij er niet om Sarkozy te delogeren in 2012, dan zijn er in Europa enkel nog rechtse regeringen (met uitzondering, heel misschien, van een eenzame en onstabiele Di Rupo in België, of een door de financiële markten gegeselde Papandreou in Griekenland... 20 miljoen burgers van de 500).


Dat hoeft natuurlijk geen hopeloze zaak te zijn. In de jaren '60 was rechts ook overal aan de macht (de Gaulle - Adenauer - Macmillan) en zijn toenmalige oppositieleiders uiteindelijk regeringsleiders geworden (Mitterrand - Brandt - Wilson). Het tijdsgewricht is nu wel anders: in plaats van economische boom en "trente glorieuses", druipt de etter van de financiële crisis over de sociale zekerheidssystemen. Brown, Zapatero en Socrates werden impopulair door opgelegde besparingsmaatregelen... die enkel nog harder worden overgedaan door hun vervangers of uitdagers. 

Het socialistische échec in Spanje en Portugal is bovendien ook een electoraal argument voor rechtse regeringen die voor verkiezingen staan: "zie eens wat links ervan terecht brengt in Engeland en in het Zuiden". Aubry haalde tijdens de eerste crisisjaren de goede voorbeelden aan van Gordon Brown (weggestemd) en Zapatero (on his way out). Bovendien herinneren de Fransen zich nog het échec van Mitterands economische ommezwaai in 1981 (massieve herlancering van de economie via de consumptie), die al snel tot gaten in de rekeningen en een terugkeer naar het voorgaande beleid tot gevolg had. De sterkte van de Franse PS zal van het eigen programma moeten komen, niet van vergelijkingen met het buitenland... (hoewel dat in Frankrijk nooit een slecht argument is, cf. de verkiezing van Mitterrand in 1981, toen zowel Europa als de VS naar rechts draaiden)