dinsdag, december 30, 2008

De nieuwe regering...



1. Telt maar liefst 5 excellenties die in het arrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde wonen. Hoe gaan ze dat ooit oplossen ?

- Herman Van Rompuy (Sint-Genesius-Rode dan nog, cf. gemeente met Franstalige meerderheid + burgemeester), 31.403 stemmen in 2007
- Laurette Onkelinx (Schaarbeek), 33.549
- Joëlle Milquet (Brussel), 33.043
- Bernard Clerfayt (Schaarbeek, rechtstreekse concurrent van Onkelinx), 19.813
- Steven Vanackere (Brussel), 3.405

Gezellig.

Let ook op de sneer van Inge Vervotte naar de pluchen exit van Patrick Dewael.

2. Is een pak rechtser dan de vorige
- Ethisch: Van Rompuy behoort tot de conservatieve vleugel van CD&V (hij zit er al van tijdens de abortuskwestie...)
- Economisch: De Clerck = werkgevers <=> Vandeurzen/Vervotte/Leterme = ACW, nu enkel nog Vanackere over

3. Brengt "en passant" ook nog de Vlaamse regering in de problemen door de verschuiving van Vanackere. Ik wist niet dat de verdeeldheid bij CD&V zo erg was. De Vlaamse Regering is stabiel gebleven na de wissel Crevits/Vanackere voor Leterme/Vervotte, heeft zich goed hersteld van de exit van Bourgeois, maar gaat nu een derde minister op Welzijn krijgen in 5 jaar.

Terwijl de grote belofte van CD&V/N-VA in 2004, het wegwerken van de wachtlijsten in de zorg... Oeps!

4. Brengt het regionaal onevenwicht binnen CD&V in beeld
- West-Vlaanderen: verliest Leterme, recupereert De Clerck
- Limburg: verliest Vandeurzen
- Antwerpen: verliest Vervotte

=> De opvolger van Vanackere moet uit Limburg of Antwerpen komen, maar door het doorschuiven van de Kamervoorzitterpost naar de VLD, zal een van de twee het zonder moeten stellen...

zaterdag, december 27, 2008

Michel !

Terminé deuxième dans une élection 'homme de l'année' en Wallonnie. Derrière Obama. Tout juste.



(il n'a pas eu le septième siège, mais le MR a dû laisser filer son sixième aux Verts, ce qui équivaut à une "victoire Daerden")

dinsdag, december 23, 2008

Peiling Libre 22.XII

Het viel een beetje tussen de plooien van het nieuws, maar La Libre Belgique (doorgaans de betrouwbaarste) publiceerde gisteren een peiling, afgenomen begin december, voor de afgang van Leterme.

Als we die resultaten uitzetten in zetels, zien we:

I) Nederlandstaligen


1° Cd&V zakt van 30 (24) naar 20 (21,53%)

Zetelverlies in West-Vlaanderen (voort zonder de N-VA, die 1 zetel neemt), Oost-Vlaanderen (idem, + VLD komt voor CD&V als grootste partij), Antwerpen (waar N-VA geen zetel oppikt), Limburg (waar N-VA 1 zetel haalt), Brabant (waar N-VA niks haalt)

2° VLD: verliest 2 zetels en komt op gelijke hoogte met LDD
Verlies in West-Vlaanderen en Brabant; (16; 17,02%)

3° LDD (16 zetels, 16,53%)
in West-Vlaanderen naar 4 zetels, Oost-Vlaanderen en Antwerpen idem, Limburg 2, Brabant ook

4° sp.a (14 zetels; 15,82%)
Blijft gelijk

5° VB (14 zetels, 14,81%)
Verliest drie zetels (1 in Apen, 1 in Brabant, 1 in O-Vl)

6° Groen!
Licht vooruit (5 zetels, 7,11%, +1 in Antwerpen door N-VA onder kiesdrempel)

7° N-VA
Pakt 2 zetels: Limburg en West-Vlaanderen; waarschijnlijk is dit vertekend (ik pas gewoon percentages toe op het vorig behaalde kartelresultaat; CD&V scoort altijd beter in Limburg en West-Vlaanderen, vandaar). Het zou me vreemd lijken mocht Bart De Wever in Antwerpen geen zetel halen. Het omgekeerde voor Peumans in Limburg; in dat geval wint sp.a een zetel in Limburg en verliest Groen! er een in Antwerpen

De Libre-peiling is overigens een pak slechter dan die van de VRT, die nog 7% aan N-VA gaf.

II) Franstaligen



La Libre peilt apart naar Wallonië en Brussel. Ik heb bijgevolg de verhouding Uitslag Brussel peiling/Uitslag Brussel 2007 toegepast op de stemmen in BHV, en de verhouding peiling Wallonië/uitslag Wallonië op de rest.

1° MR: zakt vier zetels (19 ipv 22; 28,82%), maar blijft in percentage groter dan de PS; verlies in Luik (-1), Henegouwen (-1), BHV (-1) en Luxemburg (-1)

2° PS (19; 27,03%): gelijk met MR; status quo in BHV, Nijvel, Henegouwen, Namen, Luxemburg; 1 verlies in Luik

3° cdH: wint drie zetels (13; 19,33%): Luxemburg, BHV, Luik

4° Ecolo: Wint drie zetels (11; 18,04%): Luik, BHV, Henegouwen

5° FN: blijft op 1 zetel (4,78%)

Algemene opmerking:
- de Franstaligen winnen globaal een zetel, omdat de N-VA verdwijnt als bonus bij CD&V
- Vl.Pro zit nog niet apart in deze peiling, waarschijnlijk kan dat sp.a een paar tienden van een procent kosten

Conclusie:



1) Het Vlaams Kartel verschrompelt, maar is nog steeds dreigend aanwezig; van 30% en 30 zetels naar samen 22 zetels, terwijl electoraal er samen nog 26 à 27% te halen valt; neem Leterme en De Wever terug samen, en er komen terug een pak zetels in CD&V/N-VArichting

2) LDD pakt alle winst die de andere oppositiepartijen normaal zouden binnenhalen; zowel sp.a als VB zijn eigenlijk "gebuisd" als oppositie; rest maar de vraag naar de coherentie van de parlementaire fractie die uit die partij zal rollen; We gaan nog lachen met Karel Deruwe ("ik ben in de politiek gegaan omdat de uitkeringen te laag zijn") en Ulla Werbrouck

3) openVLD en sp.a slagen er niet in om zich als een geloofwaardig alternatief voor Leterme te presenteren; misschien is het herlanceren van Verhofstadt de enige oplossing voor de partij van De Gucht en Dewael

4) In Wallonië blijft alles zoals het is; tenzij de MR in de verkiezingscampagne nog een aantal Ecolo-kiezers van idee kan doen veranderen, blijft ze aan de PS gewaagd; de Franstalige instabiliteit riskeert zich dus verder te zetten in de volgende regering

5) Globaal genomen blijven de LIberalen de grootste formatie (35), maar dit keer voor de Socialisten (33), samen met de christen-democratische familie (idem); ALLE traditionele families verliezen; Dedecker is op zijn eentje even groot als de twee groene partijen

6) CD&V blijft de grootste partij (20), nipt voor de MR (19) en de PS (19); de VLD hangt tussen kleine en middelgrote partijen, sp.a (14) en cdH (13) zijn eigenlijk niet meer "groot"

=> de volgende regering zal opnieuw door Franstaligen worden gedomineerd, door de versplintering in het Noorden

La Flandre et la quatrième république



Après la démission d'Yves Leterme, c'est l'impasse totale. La métaphore de la IVe République m'est venue à l'esprit lisant le "Retour de de Gaulle" de René Rémond, il y a un mois, et a été reprise par notre ancien premier ministre Mark Eyskens: l'instabilité gouvernementale actuelle nous conduit à une crise du régime, comme en 1958 en France. Une crise qui pourrait bien se solder par une réfonte générale de notre système politique. Ne fût-ce que... la Belgique n'est pas composé d'un espace de pouvoir unique, comme la République Française l'était, même entre 1946 et 1958.

Je m'explique: le paysage politique belge est divisé en deux. D'un côté, le monde politique francophone voit un affrontement entre deux grands partis. Le Parti Socialiste, contrôlant à la fois les Région Wallonne et Bruxelloise et la Communauté Française, et le Mouvement Réformateur, comparable à l'UMP français, qui lui convoite la place de première force politique. La Flandre, par contre, souffre d'une division profonde et structurelle depuis 1991, dont les partis ne sont pas capables de sortir. Voilà déjà pourquoi le secours d'un "homme providentiel" est devenu presque impossible. Un retour de l'ancien Premier Ministre Guy Verhofstadt (libéral, néerlandophone) serait inacceptable dans les circonstances actuelles. Pas tant pour les francophones que pour les flamands: son parti, l'openVLD, n'est que le deuxième en Flandre et traine derrière le CD&V, même après l'éclatement du "cartel flamand". On ne construit pas de gouvernement autour d'un parti qui ne rassemble même pas 20 des 150 sièges au parlement.

Le paradoxe est donc que les formations en Wallonnie sont bien établies, tandis qu'en Flandre... c'est la pagaille. Là réside le problème fondamental, qui rend toute coalition archi-difficile. Il faut faire un petit pas en arrière pour essayer de comprendre l'effritement du système traditionnel.

- En 1981, premier signe de renouvellement des acteurs, le CD&V chute structurellement de 40 à 30%. Il ne s'en est jamais remis. Les gagnants ? L'extrême droite (Vlaams Blok) et les verts (Groen)
- En 1991, grande percée nationale du Vlaams Blok: 10%, tandis que les chrétien-démocrates et socialistes chutent; les uns en-dessous des 30%, les autres jusqu'aux alentours des 20%
- En 1999, piètre spectacle: seuls DEUX partis arrivent à franchir la barre des 20%: l'openVLD (23%) et le CD&V (22%); la victoire entre les deux se joue à peu; Malgré le fait qu'il arrive en tête, le parti libéral ne gagne que 2%; les vrais gagnants du nouveau "Zwarte Zondag" sont les verts (+ 4%) et l'extrême droite (+ 3,5%, dépassant les socialistes, qui tombent à 15%)

Sous le premier gouvernement-Verhofstadt, les partis aspirent tous à absorber ce qui reste du parti national-démocrate "Volksunie". Les nationalistes se scindent en une aile gauche (les "libéraux-de-gauche-nationalistes") et une de droite ("les durs"). La VU prend 10% des suffrages, mais vu les différences minimales, ce "capital électoral" est très précieux.

Au lieu de transformer le parti sur le plan interne, les grands se contentent à attirer des mandataires individuels: tant les libéraux, que les socialistes prennent du monde de l'aile gauche, les chrétiens-démocrates concluent un cartel avec les "durs" en 2004.

Trois élections et presque dix ans plus tard, on est revenu à la situation de 1999. Selon un sondage du journal "La Libre Belgique" -traditionnellement le plus fiable-, seul le CD&V passerait la barre des 20%. Derrière, deux partis libéraux (openVLD, la liste anarcho-libérale et populiste Dedecker), les socialistes et l'extrême-droite. Il n'existe plus de grand parti en Flandre.

Vu le contexte communautaire, une telle dispersion des sièges serait tragique. Du côté francophone, deux grands partis peuvent compter sur un minimum de 19-20 sièges. Côte néerlandophone, seul le CD&V paraît en mesure de franchir cette limite.

Conséquences ?
1) Les partis francophones n'ont plus aucun intérêt à faire avancer la réforme de l'état, peuvent revendiquer le poste de premier ministre par le jeu des familles politiques (en additionnant le parti-frère du Nord, les libéraux ou les socialistes peuvent devancer le CD&V).

2) Plus généralement, les partis traditionnels ont perdu tout crédit en Flandre. Ils seront tous forcés d'entrer au gouvernement. Comme on a vu au niveau flamand (où l'extrême droite à 24% des suffrages obligeait les trois grands à se mettre ensemble), la formule tue toute politique originale. L'hygiène démocratique des élections devient inefficace: puisque tout le monde sera toujours au pouvoir, pourquoi se soucier de la politique qu'on mène et des résultats qu'elle produira? D'autant plus que 30-35% des suffrages sont bloqués chez les populistes (Dedecker) ou l'extrême-droite (Vlaams Blok), qu'on écarte du pouvoir de toute façon. Il n'y a plus de majorité alternative.

3) La solution alternative -conclure des cartels en espérant que, ce faisant, on centralisera les sièges- a échoué: tant les socialistes (en cartel avec les nationalistes progressistes) que les chrétien-democrates (en cartel avec l'aile droite de la VU) ont arrêté l'expérience. En période de crise, où les choix fondamentaux sont à l'ordre, il paraît impossible de concilier les orientations profondément différentes. Le problème de la VU n'a toujours pas été résolu. A l'image des orientations diverses au sein de l'ancien parti nationaliste et chez ses électeurs, a la fois les socialistes (en 2003), l'extrême droite (2004) et les chrétien-démocrates (2007) ont engrangé le bonus, mais il était purement temporaire.

Si on laissait décider les électeurs flamands dans une formule à la V° République, le populiste Dedecker risque en outre de l'emporter, étant donné qu'il est la personnalité la plus populaire du dernier baromètre "LLB".

Qui voudrait bien résoudre telle misère ?

maandag, december 22, 2008

Het Brabants trekpaard

Als ze bij de CD&V Jean-Luc terug uit de stelplaats rollen, stel ik voor dat ook wij een oude glorie bovenhalen in de huidige uitzonderlijke omstandigheden. Sidder en beef, reclameborden langs Vlaamse wegen :-).

zaterdag, december 20, 2008

Weg ?

Fingers crossed dat hij niet meer terugkomt. En 100% akkoord met Yves Desmet.


Op 9 juni 2007, aan de vooravond van de federale verkiezingen, schreef ik in een reeks waarin een aantal mensen gevraagd werd op wie ze zouden gaan stemmen, een stuk met als kop 'Waarom ik niet op Yves Leterme stem'. Dat begon zo: "Het is niet modieus, maar dat moet dan maar. Ik ga niet stemmen voor Yves Leterme. Dat levert me een minderheidspositie op in het heir van Vlaamse commentatoren, die zelfs in onbesliste tv-debatten graag Yves Leterme tot overtuigend winnaar uitroepen en die paars afkraken met een ijver die het hetzerige benadert.

"Leterme heeft een persoonlijkheid die zich bij voorkeur geviseerd voelt, die externe vijanden nodig heeft om zichzelf op te laden. Die het lastig heeft met ieder woord dat er geen van lof en instemming is. De eigen partijgenoten in Ieper bijvoorbeeld, die vonden dat hij na de gemeenteraadsverkiezingen geen coalitie met de sp.a moest aangaan, omdat hun partij de absolute meerderheid had behaald, en die Leterme uitjouwden toen hij toch het akkoord met sp.a honoreerde. Als hij binnen twintig jaar een huldezitting krijgt, zei Leterme toen, zal hij zich nog herinneren wie van de mensen op de eerste rij hem toen uitjouwden, en bijgevolg volgens hem niet oprecht kunnen zijn.

"Een olifantengeheugen gevoed met rancunegedachten, liever niet. Ik kan mij perfect indenken ooit voor een Herman Van Rompuy te stemmen. Erudiet, een fijnbesnaard intellectueel met veel meer emoties en humor dan zijn cynisch pantsertje hem toelaat te tonen. Of voor een Jean-Luc Dehaene, complexloos zichzelf, met meer toekomstvisie dan zijn eretitel 'loodgieter die de problemen oplost wanneer ze zich stellen' laat vermoeden. Maar Leterme, gedreven door het minderwaardigheidscomplex van de West-Vlaamse zoon van de schilder-behanger, vol wantrouwen tegen iedereen in wie hij een tegenstander vermoedt, binnen en buiten zijn partij? Nee, liever niet."

Het stuk eindigde met de volgende zinsnede: "Twintig jaar in de Wetstraat heeft me wel geleerd dat de persoonlijkheid van een politicus, zijn motieven en drijfveren, vaak een bepalender invloed op zijn handelen en beleid kunnen hebben dan de teksten van partijprogramma's of zelfs regeerakkoorden. Dat zijn persoonlijkheid bepalender kan zijn dan zijn technische en intellectuele vaardigheden als bestuurder."

Ongeschikt
Het stuk bleef niet bepaald onopgemerkt en kostte me het herhaalde verwijt dat ik een viscerale afkeer van Leterme had, en bijgevolg niet objectief over de man kon schrijven. Of het verwijt dat ik me bezondigde aan Leterme-bashing. Vandaag moet ik vaststellen dat àlle politieke commentatoren, langs beide zijden van de taalgrens, diezelfde analyse maken. Het heeft niets te maken met zijn politieke overtuiging, maar Leterme is persoonlijk en karakterieel ongeschikt om dit land te leiden. Dat heeft hij de laatste dagen nogmaals ten overvloede bewezen.

Het verongelijkte, de niet aflatende manie om iedere verantwoordelijkheid te ontlopen en permanent anderen de schuld in de schoenen te schuiven, heeft ongekende dieptepunten bereikt. Het summum was zijn poging om ook Jo Vandeurzen mee in zijn val te betrekken - waar hij ook in geslaagd is. Dat heeft zelfs de oogkleppen van veel van zijn partijgenoten weggeblazen, en aangetoond wat voor een mens Leterme in werkelijkheid is.

Zelfs in zijn eigen fractie wordt Leterme, ooit de man van 800.000 stemmen, vandaag uitgespuwd. Omdat hij uiteindelijk zijn ware ik niet langer heeft kunnen verbergen voor de buitenwereld. Leterme is daar lang mee weggeraakt, dankzij de vaak overtuigende manier waarop hij een dubbele persoonlijkheid kon neerzetten. Zijn 'Dr. Jekyll and Mr. Hyde'-gehalte, waarover Walter Pauli het gisteren had. De sympathieke volksvriend-geitenhouder, niet weg te slaan van voetbaltribunes en eindstrepen van wielerwedstrijden langs de publieke kant, het verbeten, koppige, nijdige en rancuneuze mannetje in interne vergaderingen.

Het is niet het enige wat ik Leterme kwalijk neem. Het is ook de mist die voortdurend over zijn politieke denkbeelden hing. "Ik vertrouw op de relatie tussen arts en patiënt, en dat moet volstaan", antwoordde Leterme op de vraag tijdens de campagne of hij uitbreiding van de euthanasiewet naar dementerenden zag zitten.

Nu moet hij mij nog altijd eens uitleggen welke zinvolle relatie of dialoog er bestaat tussen een patiënt die zijn eigen naam niet meer kan herinneren en een arts die, wanneer hij op die persoon euthanasie uitvoert, een levenslange gevangenisstraf riskeert, ook al heeft die persoon dat uitdrukkelijk gevraagd via een wilsbeschikking die hij schreef toen hij nog wel bij volle bewustzijn was.

Ik zou het hebben kunnen respecteren wanneer Leterme gezegd had dat hij vanuit zijn levensbeschouwing vindt dat er van een uitbreiding van de euthanasiewetgeving geen sprake kan zijn. Het is niet mijn mening, maar daar dient democratie voor, om tegengestelde meningen met elkaar te confronteren. Alleen vermeed Leterme systematisch die confrontatie van meningen, ook in zijn 'goed bestuur'-gebedsmolentje, waarvan hij nooit een deftige definitie heeft kunnen geven. Nu weten we beter wat hij bedoelde: goed bestuur is blijkbaar een rechtstreekse beïnvloeding van gerechtelijke uitspraken.

Spelregels
Het is niet het enige wat ik hem kwalijk neem. Het meeste last heb ik nog met zijn populisme. Iedereen die de politiek écht kent, weet dat het een hondsmoeilijke stiel is, waarin geen plaats is voor absoluut zuiveren. Net omdat een democratie een spel van compromissen is, is het per definitie onzuiver en tijdrovend, blijft iedereen uiteindelijk met moddersporen op zijn blazoen achter. Dat is ook goed, omdat het enige alternatief een dictatuur is, waarin één groep haar visie kan opleggen aan een rechtenloze minderheid.

Dat basisbeginsel van de democratie heeft Leterme in vraag gesteld. Door te beweren dat er maar "vijf minuten politieke moed" nodig was om B-H-V te splitsen. Dat er in een mum van tijd 'goed bestuur' zou komen. Dat er geen regering zou komen zonder grote staatshervorming.

Hij heeft een illusie gecreëerd waarvan hij wist - en dat is het ergste, dat hij dat ook wist - dat ze niet te realiseren was. Hij heeft er de verkiezingen mee gewonnen, maar er tegelijk zijn eigen functioneren onmogelijk mee gemaakt. Omdat de ernstige politici, die niet willen verstoppen wat democratie werkelijk betekent, hem voor zijn populisme de rekening gepresenteerd hebben. Omdat achter de holle slogans geen of nauwelijks visie bleek te zitten, en hij dus ook niemand kon enthousiasmeren voor zijn project. Omdat hij geen enkele, maar dan ook enkele van zijn verkiezingsbeloften heeft kunnen waarmaken. Zodat hij, in het nauw gedreven en belaagd, beseffend dat zijn electoraat in sneltreinvaart aan het wegsmelten was, in pure nood zelfs zo ver is gegaan om de basisbeginselen van de rechtsstaat uit te hollen.

Yves Leterme is als een man die denkt dat hij een voetbalmatch kan winnen door vanuit de tribune alle tegenstanders én medespelers neer te schieten. Iemand die de regels van het spel niet respecteert, en het daarom ook niet langer verdient om mee te spelen.

Erfenis
De christendemocratie is een belangrijke en waardevolle politieke stroming in dit land. Ik behoor er niet toe, maar ik respecteer ze, en vind dat zij een onmisbaar element is in de alternantie van de macht en de democratische besluitvorming van dit land. De erfenis van die partij verdient het niet beheerd te worden door een man als Leterme, zelfs al haalde hij ooit 800.000 stemmen. CD&V telt genoeg waardevolle mensen die niet alleen door rancune gedreven worden.

Een vooraanstaande CD&V-er vertrouwde me ooit toe dat Leterme hem aan Leo Tindemans deed denken. Alleen, voegde hij er aan toe, heeft hij alle slechte kanten van Tindemans, en geen van zijn goede. Dat vat het inderdaad zowat samen.

(www.Demorgen.be)

donderdag, december 18, 2008

Le principe de Leterme

Yves, casse-toi...

Il y avait le principe de Peter, qui dit qu'une personne peut atteindre, à une étape de sa carrière, le poste pour lequel elle n'est pas compétente. Ce principe peut être désormais rebaptisé en 'Principe de Leterme'.
Et pourtant. Ces dernières semaines, les observateurs furent nombreux à reconnaitre au Premier ministre et au duo qu'il forme avec Didier Reynders, une réelle prise de responsabilités et des capacités de gestion en situation dantesque.

Mais aujourd'hui, c'est le Premier ministre lui-même qui torpille sa position et sa capacité déjà durement acquise, à exercer son rôle. Il s'agit bien évidemment à nouveau de gaffes, tant dans l'action sur le dossier Fortis depuis qu'il s'est judiciarisé, qu'hier, dans des tentatives de clarifications qui tournent à la confusion et à l'embrouille totale. Il s'agit de la manière dont Yves Leterme met dans un embarras cataclysmique ses collègues de la majorité - sans les en avertir préalablement - et toute la magistrature, en se défaussant au Parlement sur ses collaborateurs et sur le mari d'une juge, qui fut, est, n'est plus (!) son ami.

Mais ce qui est surtout en cause ici, c'est la manière dont le Premier ministre méconnait le principe de séparation des pouvoirs. A-t-il ou non en direct enfreint cette séparation? Il nie. Mais le problème reste. Le simple fait ici d'avouer un coup de fil d'un membre de son cabinet au substitut du Procureur du Roi ou les conversations entre la Chancellerie et le mari d'une juge sur une affaire en cours, est en soi de nature à mettre le Premier ministre hors jeu!

Les circonstances du moment - la crise économique mais aussi le sort de la première banque belge - exigent à l'évidence que le pays reste pourvu d' un gouvernement en action et non plongé dans le chaos d'une convocation d'élections. Mais les circonstances du moment exigent tout autant, et pour les mêmes raisons, d'avoir un premier ministre à la hauteur de ces dossiers à très haut risque. Un Premier ministre qui crée de la clarté et non de la confusion, qui suscite la sécurité et non le bazar, qui rassure les potentiels actionnaires de Fortis (BNP Paribas notamment) - et ne les fait pas définitivement fuir. Yves Leterme hier a démontré qu'il n'était plus cet homme là.

(Béatrice Delvaux, Le Soir)

woensdag, december 17, 2008

Yves kan het nie aan



Ontslag. Hic et nunc.

Hoe dom kun je zijn om
1) een rechter te laten contacteren door je kabinetschef
2) dat nog toe te geven in een brief aan de minister van justitie ???

Wat een knoeier.

BRUSSEL - De meerderheidspartijen in de Kamer hebben woensdag beslist de bijzondere commissie die zich moest buigen over de financieel-economische crisis, om te vormen tot een onderzoekscommissie. Dat werd beslist na meerderheidsoverleg naar aanleiding van de brief die Leterme eerder op de dag wereldkundig maakte rond de affaire-Fortis.
‘Ja, er is contact geweest tussen mijn kabinet en Jan De Groof, de man van rechter Christine Schurmans, over Fortis’, schrijft premier Yves Leterme (CD&V) in een brief aan minister van Justitie Jo Vandeurzen. De verzamelde oppositie eist het ontslag van Leterme, regeringspartij Open VLD zit met grote vragen.

‘Als ik niet snel duidelijkheid krijg over dit dossier, en vooral over de vraag of er geen sprake is van de schending van het principe van scheiding der machten, dan stem ik de begroting niet mee’, stelt Open VLD-kamerlid Herman De Croo.

Aanleiding is het dossier Fortis, en meer bepaald de mogelijke beïnvloeding van de rechtbank door de regering. Het hof van beroep besliste de verkoop van Fortis aan BNP Paribas op sterk water te zetten, zeer tegen de zin van de regering.

Leterme bevestigt nu in een brief aan Vandeurzen dat er wel degelijk contacten geweest zijn tussen zijn kabinetschef Hans D’Hondt en Jan De Groof. Die laatste heeft een uitgesproken CD&V-signatuur en is regeringscommissaris bij de Universiteit Antwerpen, maar vooral in dit dossier de man van rechter Cristine Schurmans. Die weigerde ondanks druk van haar collega-rechters een handtekening te zetten onder het negatieve arrest, ze weigerde elk contact ‘omdat ze ziek was’. Ze diende klacht in tegen haar collega-rechters en stapte naar het hof van Cassatie om ‘een mogelijk dramatische wending’ in het dossier te signaleren. Leterme was daar via zijn kabinetchef van op de hoogte.

‘Dit is een ontslagbrief’, stelt SP.A-kamerlid Renaat Landuyt. ‘Het is niet omdat het misdrijf mislukt is dat er daarom geen sprake meer is van het misdrijf. De bekentenis van Leterme per brief komt veel te laat, hij had al van in het begin moeten signaleren dat er contact met De Groof was.’

De afgelopen dagen stelde de woordvoerder van de premier nog ‘dat er de laatste twee jaar geen contacten waren tussen De Groof en Leterme’. Nu geeft Leterme in een brief toe dat er wel contact geweest is met zijn kabinetschef.

‘ Noch de premier noch mijn kabinet heeft enige poging ondernomen om in de affaire-Fortis de rechtsgang te beïnvloeden’, stelt Leterme in de brief. Leterme deelde de brief zoëven geleden tijdens de plenaire Kamervergadering uit aan de parlementsleden. Pogingen om de rechtsgang in het dossier-Fortis te beïnvloeden, deed Leterme af als ‘roddels’.

Ook in eerste aanleg vond volgens de premier geen enkel contact plaats tussen hem en welke magistraat dan ook. Nadat de teneur van het advies van de rechtbank van koophandel bekend raakte, was er wel een contact tussen iemand van de beleidscel van de premier en de substituut procureur des konings met de vraag om dit te bevestigen.

Wat de procedure in beroep betreft, waren er volgens de premier geen contacten tussen de beleidscel en de magistraten. Maar wel dus de telefoons tussen De Groof en D’hondt.

wov, wwi

(www.Standaard.be)

zondag, december 14, 2008

Adieu à Bush... (2)



Excellent.

Gallica 2



Nouvelle d-base de la très vénérée BNF. Arme dans la bataille contre Google Books. Un peu plus Web 2.0 que la précédente.

Vivons débiles, vivons heureux...

Pour l'enfermement immédiat de tous les pédagogues.

Primary schooling
Please, sir, what's history?

Dec 11th 2008
From The Economist print edition
A missed chance to make hard choices about what children should learn

IF YOU are in your 40s and British, it is quite possible that your spelling is an embarrassment. You may never have been taught the distinction between “there”, “their” and “they’re”, or perhaps even your times tables. If you moved house during your primary years you may have entirely missed some vital topic—joined-up writing, say. And you may have struggled to learn to read using the “initial teaching alphabet”, a concoction of 40 letters that was supposed to provide a stepping stone to literacy but tripped up many children when they had to switch to the standard 26.

Those days of swivel-eyed theorising and untrammelled experimentation—or, as the schools inspectorate put it at the time, “markedly individual decisions about what is to be taught”—ended in 1988 with the introduction of a national curriculum. But though that brought rigour and uniformity, it also created an unwieldy—and unworldly—blueprint for the Renaissance Child. Schools have struggled to fit it all in ever since. Now, 20 years later, the primary curriculum is to be cut down.
Click here to find out more!

In January the government commissioned Sir Jim Rose, a former chief inspector of primary schools, to trim ten existing required subjects to give extra space to computing skills and to accommodate two new compulsory subjects: a foreign language and the now-optional “personal, social, health and economic education” (eating fruit and veg, refraining from hitting one’s classmates and much more). On December 8th he published his interim report—and many fear that, as well as losing fat, education will see a lot of meat go too.

Sir Jim proposes merging the subjects into six “learning areas”. History and geography will become “human, social and environmental understanding”; reading, writing and foreign languages, “understanding English, communication and languages”. Physical education, some bits of science and various odds and ends will merge into “understanding physical health and well-being”, and so on. His plan would “reduce prescription”, he says, and, far from downgrading important ideas, “embed and intensify [them] to better effect in cross-curricular studies”.

Learned societies are livid. “An erosion of specialist knowledge,” harrumphs the Royal Historical Society; its geographical counterpart is worried about “losing rigour and the teaching of basics”. Even those with no brief for a particular subject are concerned. Pouring 12 subjects into six “learning areas” is not the same as slimming down; if the curriculum is to become more digestible something must be lost, and just what is being glossed over. “Wouldn’t it be better to address the question of subjects directly—which ones, for how long and what to specify?” asks Alan Smithers, of Buckingham University.

One answer is that making hard choices openly would provoke complaints that the curriculum was being dumbed down. Attempts to cut it outright would run counter to powerful forces, as politicians look to schools to solve myriad social ills—from obesity to teenage pregnancy to low turnout in elections—and to pick up the slack left by poor parenting. But Sir Jim’s prescription indicates more than the difficulty of his job. He has been asked to solve tricky educational conundrums before and, every time, he has managed to catch the prevailing political wind.

In 2006 he reviewed reading tuition, and plumped for the back-to-basics “synthetic phonics”—to the delight of a government already mustard-keen on the method. In 1999 he answered “no” to the charge that rising exam results were a sign of less exacting exams rather than of better teaching. In 1991 the Tory government of the day was equally thrilled to be told that primary education had become too progressive.

This time, too, Sir Jim has captured the Zeitgeist. Synthesis and cross-cutting are once more fashionable in educational circles: since July 2007 England’s schools have been overseen not by an education ministry but by the Department for Children, Schools and Families, which is responsible for pretty much everything to do with young people, from health to criminal justice to learning. (The three other bits of the United Kingdom—Scotland, Wales and Northern Ireland—go their own way on education.) Primary schools were turning away from discrete subjects even before he pronounced: a 2007 survey found a third taught mostly “themed” lessons; another 40% were planning to do so soon. Another recent review, this time of what 11-14-year-olds should learn, also plumped for more cross-curricular learning.

Many countries’ curriculums consist of high-flown descriptions of the paragonic citizens that education is meant to help produce, couched in impenetrable educationalese. But alongside are usually some hard facts: which textbooks to use and how many hours to devote to each topic, for example. England’s lacks such a crib sheet. Schools can choose their own texts, even write their own, and apportion the school day as they please. Exams come in competing varieties from independent exam boards that must, like teachers, read between the lines to figure out what is meant to have been taught. That leaves England particularly exposed to the consequences of curricular woolliness.

Despite seeming vague, though, national curriculums do often encapsulate some aspect of national ideals. France’s is explicit about the primacy of la belle langue; Sweden’s elevates equality above all other virtues; Japan’s, love of country. That these match stereotypes so well suggests that they capture a national spirit, or create it, or a bit of both—and raises a worrying question for anyone looking at England’s proposed mishmash of a new curriculum.


(www.economist.com)

maandag, december 08, 2008

Eens iets constructiefs


sp.a en PS komen overeen over een aspect van de staatshervorming. Hoera ! Vandenbroucke die de zaken vooruithelpt ! Goed zo ! Hadden we dat VOOR de verkiezingen gedaan gekregen, dan lag de N-VA nu op het kerkhof (dat geldt ook voor CD&V en cdH). Maar soit, beter laat dan nooit. Het lijkt een zeer redelijke tekst... waar toch wel een twee derde-meerderheid voor moet kunnen gevonden worden. In 2009. Hopelijk ziet de kiezer intussen in dat je in België alleen maar kan samenwerken. Andere landen staan intussen niet stil. Waar blijven de € 4,5 miljard voor onze relance (als je het plan van Sarkozy door 6 deelt, komt je ongeveer daaraan) ?

Een oproep tot actie en dialoog ten dienste van economisch herstel en sociale vooruitgang

In de huidige financiële en economische crisis moeten overheden op alle niveaus direct en efficiënt optreden om het vertrouwen bij ondernemingen en burgers te herstellen en hen sociale en financiële zekerheid te waarborgen. Op het Europese niveau heeft de Partij van Europese Socialisten (PES) zopas een herstelplan goedgekeurd. We vragen aan de Lidstaten en de Europese Unie om dringend proactieve en gecoördineerde maatregelen te nemen onder de vorm van investeringsprogramma’s om de werkgelegenheid te handhaven, ontslagen te vermijden en een duurzame economie te ontwikkelen. In Wallonië en Vlaanderen stelden we in de schoot van onze regionale regeringen ambitieuze herstelmaatregelen voor, om ondernemingen gemakkelijker aan krediet te helpen, om publieke en private investeringen in duurzame economische ontwikkeling te versnellen en te bevorderen, en om ons arbeidsmarktbeleid te versterken, in het bijzonder ten aanzien van werknemers getroffen door herstructureringen. Samen met de federale regering werken we op een constructieve wijze aan de uitwerking van een algemeen anti-crisisplan op korte termijn.

Op even constructieve wijze hebben we deelgenomen aan de discussies in het kader van de communautaire dialoog. Een debat over staatshervorming is voor ons noch een fetisch, noch een taboe. Het is integendeel de manier om op lange termijn de verdere ontwikkeling van de federale staat en de deelstaten te waarborgen. Wij denken dat een grotere slagkracht voor de deelentiteiten kan gepaard gaan met een versterking van de federale overheid door aan elke overheid duidelijk afgebakende bevoegdheden toe te kennen. Dat maakt meer efficiëntie voor elke entiteit en meer coherentie van het geheel mogelijk.

Wij menen dat een sterke en dus duurzaam gefinancierde sociale zekerheid, met name om iedereen degelijke pensioenen en gezondheidszorg te garanderen, het cement is tussen de overheden en tussen alle mensen van dit land. Om dat te bereiken, moeten we er er voor zorgen dat meer mensen aan het werk gaan. Als uitgangspunt van onze benadering stellen we dat het arbeidsrecht, de loonpolitiek, het financieringsmechanisme en de verschillende takken van de sociale zekerheid federale bevoegdheid moeten blijven. De deelentiteiten moeten daarentegen het geheel van de bevoegheden kunnen uitoefenen die nodig zijn om hun kerntaak inzake werkgelegenheid te vervullen, met name de begeleiding en actieve opvolging van werkzoekenden, met inbegrip van de vorming (alternerend leren en werken, betaald educatief verlof) van werkzoekenden en werknemers en dit rekening houdend met de specificiteit van hun arbeidsmarkten. De algemene regels inzake passende dienstbetrekking en vrijstelling van beschikbaarheid blijven dus federaal, terwijl de concrete toepassing van deze regels gebeurt door de regio’s, die zich in dit kader tot concrete engagementen verbinden ten aanzien van de federale overheid. In aansluiting daarop willen we onderzoeken of sommige maatregelen inzake arbeidsbemiddeling en tewerkstelling, zoals de PWA, outplacement, de begeleiding van werknemers in het kader van herstructureringen, alsook de tijdelijke arbeidsvergunningen, niet beter onder gewestbevoegdheid ressorteren. Wat betreft de sociale lastenverlagingen en banenplannen, zijn we voor een vereenvoudiging van de bestaande systemen en voor een betere doelgroepbenadering, afgestemd op de regionale realiteiten. Op dit vlak wachten we evenwel het resultaat af van de lopende interprofessionele onderhandelingen.

Bij voormelde hervormingen moet uiteraard rekening worden houden met de gebruiken van het sociaal overleg. Tenslotte moet een versterking van de bevoegdheden van de Gewesten en Gemeenschappen gepaard gaan met een financieringsmechanisme dat impulsfinanciering en responsabilisering verenigt. Zulk mechanisme moet rekening houden met de behoeften en mogelijkheden van elke overheid en moet een positieve investeringsopbrengst opleveren, zowel voor de regio’s als voor de federale overheid.

Dit zijn de contouren van ons standpunt over de institutionele hervorming van het arbeidsmarktbeleid. Een versterking van het regionaal arbeidsmarktbeleid geeft ons meer mogelijkheden om beter samen te werken en onze arbeidsmarkt te dynamiseren. Maar om deze dynamiek op gang te brengen, moet de communautaire impasse gedeblokkeerd worden en moeten we opnieuw aan het werk in het kader van de dialoog van Gemeenschap tot Gemeenschap. Een nieuw communautair conflict is onaanvaardbaar en zelfs onverantwoord in de context van de huidige economische crisis. Tot slot zijn we van oordeel dat wat we in staat zijn te bereiken op dit terrein ook haalbaar moet zijn op andere terreinen.

Frank Vandenbroucke Jean-Claude Marcourt

(www.vandenbroucke.com)

vrijdag, december 05, 2008

Over houdbaarheidsdata, consequentie en geloofwaardigheid

Ik heb me nogal stil gehouden over de peripetieën van Bert Anciaux, bij de gratie Gods minister in zijne majesteits meest Vlaamse Regering. Ik was namelijk bijna vergeten dat hij nog bestond. De laatste herinneringen aan Bert waren die van verhalen over deelname aan commerciële televisieprogramma's waar hij in "een bad van zeker negentig graden" kroop en koekjes van eigen uitwerpselen te eten kreeg. Ook nog een paar communautaire oprispingen, maar dat leken me obligate manifestaties van zijn Volksunie-DNA. Maar neen, dus.

Op het moment dat het met sp.a best wel beter kon gaan, staat Bert dus plots buiten zijn voorgaande partij. In zijn interventies op tv kwam plots het communicatiekanon uit de glorieperiode buiten. Onschuldige zinnen in kinderlijk Verkavelingsvlaams, de wil om iets te veranderen aan de donkere wereld, die door "rechts" wordt gedomineerd. Brave klachten over de eigen voortvarendheid en het niet tijdig detecteren van reacties bij de morrende achterban. Maar Bert heeft altijd de wereld willen veranderen. En neen, hij zal niet overlopen naar de socialisten. Want hij is "progressief". Sluit zich niet op in het eigen gelijk.

Ach. Vanuit Parijs lijkt Bert wel erg op Ségolène Royal. Een uniek contact met "de mensen", dankzij een eigen, geëmotioneerde manier van communiceren. Volslagen anti-rationeel. Pleiten beiden voor allianties met het centrum, aangezien je met het "eigen gelijk" niet aan de meerderheid (lees: macht) geraakt. Beiden gebruiken hun fysiek nadrukkelijk bij verkiezingscampagnes. Ségolène Royal staat nu dichter tegen de zestig dan tegen de vijftig, maar het is haar niet aan te zien. Idem voor Anciaux, die zijn uiterste best doet om te spreken als een veertienjarige die aan de verkeerde paddestoelen heeft gezeten.

Ségolène maakte in Frankrijk lang geen kans (raadgever van Mitterrand geweest, minister en toegevoegd staatssecretaris, maar nooit op de eerste rij), tot ze in 2004 de regionale verkiezingen in Poitou-Charentes won, tegen de kandidaat van de onpopulaire eerste minister Jean-Pierre Raffarin, in een jaar waarin links 16 van de 17 Franse regio's in handen kreeg. Ségo had het geflikt zonder steun van de "olifanten", die niet eens naar haar meetings mochten komen.

Bert, daarentegen, heeft een langere politieke carrière op het voorplan. Na een emotionele huilcampagne (1995) slaagde hij erin om de VU min of meer in leven te houden (ondanks aanzienlijk verlies, toch boven de eigen drempel van 200 000 kiezers geraakt). Gebruik makend van de diepe crisis in de Dutroux/Spaghetti-jaren, knutselde Bert in Zaal F van de Senaat aan een (vandaag overigens nog steeds broodnodige) Nieuwe Politieke Cultuur. Hij ging naar Zuid-Afrika bij Johan Van Hecke en richtte ID21 op, met de bedoeling een "nieuwe" beweging uit te grond te stampen. Uiteindelijk bleef het bij aan de VU koppelen. Vincent Van Quickenborne (die de deur op de neus kreeg van Vlaamse "olifant" Louis Tobback), Margriet Hermans... we hebben ze allemaal aan Bert's verruimingsoperaties te danken.

Bert belandt, ondanks interne weerstand, in de Regering-Dewael in 1999. Bevriend met de andere grote communicator, Stevaert, die hem na de definitieve breuk in de VU, benadert en binnentrekt met een resterend troepje volgelingen, raakt hij in de Federale in 2003, om terug naar Vlaanderen te trekken in 2004. Een carrière van ongeveer 10 jaar ministerschap (1999-2009, even onderbroken door een ontslagje na de splitsing van de VU, onder druk van Karel "ik-ben-de-vriend-van-iedereen" De Gucht).

Nu even terug naar Ségolène Royal. Na de regionale verkiezingen gaat de PS door een moeilijke periode met het referendum over de Europese Grondwet. Binnen de partij haalt het "ja" het nipt. Laurent Fabius (die een eigen "stroming" aan de linkerkant heeft) begint campagne te voeren tegen de meerderheidsstelling. Tot verrassing van velen, haalt een coalitie van links en rechts ongenoegen een meerderheid om de tekst te kelderen in de globale stemming. Dit is het eerste moment waar stemmen opgaan om een nieuwe, centrum-linkse en pro-Europese partij te vormen en de recalcitrante "oud-linkse" vleugel te laten vallen. Het debat is nu niet meer hetzelfde (iedereen heeft Europa terug in de armen gesloten als belangrijkste instrument om de samenleving te veranderen), maar de voorstanders van een grote, vage, "Democratische" partij wijten het gebrek aan nationaal appeal van de PS aan een oubollig profiel.

Bij de presidentsverkiezingen in 2007 kan de PS niet profiteren van het protest tegen het CPE en de crisis in de buitenwijken. Ségolène troeft de olifanten (Fabius, Strauss-Kahn) intern af en pakt de nominatie. Overleeft de eerste ronde, maar wordt afgetroefd door Sarkozy in de eindstemming. Vanaf dit punt wordt ze bezeten door de obsessie om zelf de partij in handen te krijgen en in 2012 opnieuw haar kans te gaan. Niets illegitiem aan, natuurlijk. Behalve dat Ségolène, net als Bert, een eigen "persoonlijk" project uit de grond stampt, door haar campagnemachine draaiend te houden. "Désirs d'avenir", met een vage slogan, vaag programma, alles opgehangen aan de ene leidersfiguur. Is Ségos programma vaag ? Zeker weten. In opbouw naar de voorzittersverkiezingen begon ze met een eigen theatershow, rond het thema van de "fra-ter-ni-té" (waarmee ze zich grenzeloos belachelijk maakte, maar waarop ze nooit is teruggekomen, net als Anciaux).

Ze reikt tijdens de campagne zowel naar links als naar rechts, en steekt de hand uit naar de centristen van Bayrou, die in 2007 17% haalt in de eerste ronde. Belangrijke PS-figuren worden zo min mogelijk geconsulteerd, wat meteen heel wat rancune creëert. In haar kielzog figuren als Manuel Valls, die liefst zou hebben dat de PS van naam verandert en het etiket "socialist" laat vallen. De samenwerking met Bayrou, waar Royal voor pleit, wordt gezien als een poging om de naam ook effectief te laten verdwijnen. Alle tegenkandidaten hebben dit radicaal afgewezen.

Anciaux speelt in sp.a-Spirit de rol van electoraal glijmiddel. Hij moet in 2003 bewijzen dat de socialisten "veranderd" zijn en een grote, open en progressieve formatie willen vormen. Dat laatste levert extra zetels op en zorgt ervoor dat sp.a na 16 jaar regeringsdeelname zichzelf opnieuw kan uitvinden. In 2004 verdwijnt een groot stuk van de bonus, in 2007 staan we terug bij af. Het probleem van de oude glories is bij sp.a minder accuraat. Door omstandigheden zijn die er toch allemaal van tussen.

Probleem voor Ségolène: ze verliest nipt de voorzittersverkiezingen bij de PS, voor een groot deel omdat een heterogene, maar sterke coalitie binnen de partij het wel gehad heeft met haar populistische stijl. Martine Aubry is de tegenpool van Royal: rationeel, stug en al op de eerste rij sinds 1991. Zonder zichtbare functie heeft Ségolène een structurele handicap: ze moet vier jaar (2008-2012) overbruggen tot de volgende horde en tegelijk haar troepen, die op postjes gerekend hadden in 2008, en niet in 2012, bijeenhouden. Bovendien riskeert ze haar regio, die traditioneel niet links is, te verliezen in 2010, wanneer rechts zeker de uitzonderlijke uitslag van 2004 zal corrigeren.

Anciaux staat in 2009 voor een analoge opgave: hoe had hij, in de hypothese van de voortzetting van het kartel, zijn volgelingen voldoende in het zadel kunnen houden? In 2007 raakt enkel Geert Lambert rechtstreeks verkozen op de Senaatslijst. Ondanks de nogal onnozele verwijten die de Spirit-kandidaten achteraf lanceren, is de niet-verkiezing van hun kandidaten te wijten aan... een gebrek aan voorkeurstemmen. Ook Anciaux zelf heeft er een niet echt bemoedigende curve opzitten.

1995: 178.000 stemmen over heel Vlaanderen (Senaat, eerste plaats, VU)
1999: 322.841 stemmen (Europa, eerste plaats, VU & ID)
2003: 212.374 (Senaat, tweede plaats, sp.a-Spirit)
2004: 100.357 (Europa, lijstduwer, sp.a-Spirit)
2007: 60.349 (Senaat, lijstduwer, sp.a-Spirit)

Hij zit dus duidelijk onderaan zijn curve. 1999 en 2003 zijn momenten waar Anciaux echt nog een meerwaarde is. Bij de gemeenteraadsverkiezingen in Brussel haalt hij nog 570 stemmen (niet verkozen). Wil Anciaux terug meer kiezers aanspreken, dan zal hij over meer thema's moeten spreken dan enkel zijn bevoegdheden. Waar hij in 2003 nog een min of meer breed project kon belichamen (Spirit had over elk thema wel iets te zeggen), is dat in 2009 veel minder. Een lange periode op Cultuur, Jeugd en Sport hebben hem ook wel wat beperkt tot die thema's. Wat heeft Bert Anciaux te zeggen over de economische crisis, dat nog niet bij Vl.Pro, Groen! of sp.a gezegd is ?

"Ségo" en "Bert" zitten misschien wel alletwee op een dieptepunt in hun loopbaan. De indruk van een instabiele Royal, die haar dossiers niet beheerst, was er al tijdens de presidentsverkiezingen. Door de omstandigheden (een algemeen zeer onpopulaire Sarkozy en de nood aan alternance na twee lange mandaten Chirac) viel dat niet alle kiezers tegen. De publieke opinie keert zich nu echter wél tegen haar. Martine Aubry schiet 11% vooruit in de peilingen van Le Figaro. Een grote meerderheid van de Fransen keert zich tegen Royal als eerste secretaris van de PS, en denkt dat Aubry het beter zou doen.

Waar zit de Vlaamse Martine Aubry ? De manier waarop Anciaux, op een kinderachtig snotterende manier, zijn afscheidsbrief aan de Spirit-militanten voorlas op TerZake, wekt niet bepaald medelijden of sympathie op.

Een heropname van Anciaux houdt risico's in:
1) Tactisch-electoraal: Hij haalt niet veel stemmen meer; is niet erg op een strijdplaats of een lijstduwersplaats, maar wat als hij ergens bovenin wil staan ? Is de facto afstaan van een sp.a-mandaat aan iemand die zijn toekomst al achter zich heeft.

2) Ideologisch: "Ik ben geen socialist" is echt géén reclame voor de sp.a. Hoe meer Anciaux herhaalt dat partijen die voor het eigen verhaal gaan, bekrompen zijn of "hem niet kunnen volgen", hoe meer hij die tegen de schenen schopt. Als Anciaux wil samenwerken, maar zijn partner als minderwaardig of achterlijk beschouwt, is het maar de vraag in hoeverre dat oprecht is.

3) Algemeen imago: Anciaux heeft de voorbije jaren de genante momenten opgestapeld. Subsidies voor Kate Ryan, het VT4-incident... "De mensen" hebben geen nood aan politici die zichzelf belachelijk maken. Het is verkeerd te denken dat Anciaux bijvoorbeeld Dedecker-kiezers kan overtuigen. Hij had vroeger het voordeel het "establishment" (de gevestigde partijen) niet te verdedigen, maar dat is al lang vervlogen door al die jaren in de regering.

Samengevat: als Anciaux op een sp.a-lijst wil, moet hij respect betonen voor zijn partner. En stoppen met het diaboliseren van socialisten. Als we zo erg zijn, waarom heeft hij dan zo verregaand met ons samengewerkt ? Waarom steunt hij dan het beleid in de Vlaamse Regering ? Bovendien zou iemand hem eens mogen zeggen dat zijn stijl mensen de kast op jaagt.

Bert, stop ermee.

Bleitend naar een nieuwe verkiesbare plaats

Walter Pauli heeft weer eens gelijk.

Bert Anciaux verlaat de VlaamsProgressieven en hij vindt dat groot nieuws. En hij sluit niet aan bij de sp.a. Hij gaat 'gesprekken' aanknopen over 'een nieuw sociaal project'. Dan, eventueel, zal hij zich aansluiten. In welke film denkt de minister van Cultuur dat hij figureert? Anciaux verliet toch de VlaamsProgressieven omdat hij vindt dat alleen voortdoen niet zinvol is? Maar aansluiten bij de sp.a? Begot neen. Anciaux verlaat dus de ene partij omdat hij het onzin vindt om in verspreide slagorde op te trekken, maar hij sluit zich niet aan bij de partij waarmee hij dan wel wil samenwerken. Kan iemand volgen?

Anciaux verantwoordt zich: hij wil de sp.a mee laten opgaan in een nieuw 'project', bestemd voor - we citeren - "socialisten, vrijdenkers, links-liberalen, progressieve flaminganten en ACW'ers". In godsnaam, wat moet dat voorstellen, bijna vijftien jaar ná Het Sienjaal van wijlen Maurits Coppieters? Want Anciaux is wel sociaal en progressief, maar net van een ietsiepietsie andere progressieve variant dan de bevriende progressieven van de sp.a. Hij distantieert zich van het clubjesgevoel van Vl.Pro en sticht prompt de Bertsekte. Hij weet dat Gennez geen kartel meer wil en pleit dan maar voor een nieuw Pro-achtig verhaal: een koepel in plaats van een kartel. Maar gewoon doen, eenvoudig aansluiten bij de partij waarvan hij de lijsten nodig heeft voor de verkiezingen, zijn woord 'niet in verspreide slagorde' in de praktijk omzetten, dat komt nog niet op bij het verschijnsel Bert.

Waarmee Anciaux niet alleen inconsequent is met zichzelf, maar de sp.a nog eens schade berokkent ook. Want als zelfs Bert Anciaux de sp.a zo vies vindt dat hij er mordicus niet bij wil aansluiten, waarom zou een 'toffe jongere' dan nog in die partij geïnteresseerd moeten zijn, laat staan ervoor stemmen? Als Anciaux op tv en radio blijft herhalen dat hij zeker níét bij de sp.a zal aansluiten, berokkent hij grote schade aan dat 'merk': het wordt namelijk voortdurend negatief ingevuld. Als hij blijft herhalen dat hij géén socialist is, maakt hij daar een besmette mensensoort van. Stop toch met die onzin van 'onafhankelijken' als je een geloofwaardig project van 'samen' wilt vertellen. De analyse van Bert Anciaux - niet in verspreide slagorde - was juist. Als hij nu zijn daden eens zou willen aanpassen aan zijn inzichten, zijn we al een stuk verder.

Walter Pauli
Politiek commentator

donderdag, december 04, 2008

Musée d'Orsay

Gratuit ce soir pour les -30, ainsi que jeudi 18/XII (le 11 pour Cluny).








(Manet...)








zaterdag, november 29, 2008

Inimitiés franco-allemandes

http://www.ina.fr/archivespourtous/index.php?vue=notice&from=fulltext&full=Erhard%2C+Ludwig&num_notice=1&total_notices=11

Documentaire de l'ORTF (télévision d'état française) sur le chancelier Ludwig Erhard (CDU, 1963-1966). L'homme ne s'entendait pas trop bien avec de Gaulle, ce qu'on peut déduire dès les premières images de bottes nazies :-). Une émission pareille sur Merkel ferait scandale aujourd'hui.

donderdag, november 27, 2008

Kartelbreuk

Uit Kreten en Gefluister vandaag:
Bettina Geysen, pas van haar voetstuk gevallen als voorzitster van VlaamsProgressieven, laat in februari volgend jaar opnieuw van zich horen. Dan wel als het figuurtje Mindy, een nevenpersonage in de nieuwe Disney-animatiefilm Bolt, over een hondje dat in een televisieshow een superheld speelt en denkt dat fictie ook werkelijkheid is.

Je houdt het toch echt niet voor mogelijk. Wat een geluk dat ze niet meer dan 0,6% kunnen verliezen.

zondag, november 23, 2008

Le PS par région



Comme cette petite carte le montre, Ségolène Royal rassemble surtout dans le Midi et le long de la côte atlantique, tandis que Martine Aubry est au Nord, le long de la Manche, en Alsace-Lorraine, au Centre et dans les Landes (fief d'Henri Emmanuelli, co-signataire de la motion-Hamon). Elle contrôle surtout Paris (appui de Delanoë) et la plupart des banlieues (appui de Laurent Fabius).

Dans les dix plus grosses fédérations, Aubry fait les scores suivants:
Pas-de-Calais 8040 5316 2736 2580,00
Nord 7519 5621 1174 4447,00
Paris 7275 4054 3096 958,00
Bouches-du-Rhone 6419 1747 4605 -2858,00
Haute-Gironde 4618 2368 2139 229,00
Gironde 4339 1891 2338 -447,00
Herault 4322 1405 2880 -1475,00
Seine-Maritime 3930 3079 797 2282,00
Aude 2908 645 2263 -1618,00
Essonne 2699 1367 1299 68,00

L'argument de Ségolène Royal, qu'elle est devancée par trop de voix par Aubry dans le Nord, ne tient pas. Si l'on compare l'avance qu'a Royal à Guadeloupe (82%, 1872 votants), dans l'Aude (77,82%, 2908 votants), ou aux Bouches-du-Rhône (71%, 4605 votants), on voit que les "fiefs" ne sont pas partagés, des deux côtés. Sur l'ensemble des "grosses" fédérations (où plus de 1000 personnes se sont déplacées pour aller voter), Aubry a une avance de 1 485 voix ou de 1,46%. C'est donc les départements de taille mineure qui penchent majoritairement en direction de Royal.


Si on prend en considération les régions (= groupements de départements), on voit que la Bretagne, l'Aquitaine, l'Auvergne, le Centre, le Pays de la Loire, la Picardie, Midi-Pyrénées et la Bourgogne sont partagées. Aubry tient le Nord-Pas de Calais, la Normandie (tant Basse que Haute), la Franche-Comté, la Lorraine, l'Alsace, Champagne-Ardennes, le Limousin et l'Ile de France. Royal la Provence-Alpes-Côte-d'Azur, la Picardie, le Languedoc-Roussillon, Poitou-Charentes et le Pays de la Loire.

La folie continue

In-croyable. Ségolène est-elle vraiment folle ? La correction des résultats semble donner... une plus grande avance à Martine Aubry. Pourquoi tous ces remuements ? Royal ne voit-elle pas que recompter les voix ne changera rien ? Et que revoter une quatrième fois ridiculiserait le PS complètement ? Qui peut ramener cette femme à la raison ?

zaterdag, november 22, 2008

Le bordel

Scénario d'impasse totale au PS. 42 voix de plus pour Aubry que pour Royal. Le camp-Royal crie trahison, triche et magouilles. Un peu facile. La raison serait que Ségolène Royal aurait récolté nettement moins de voix dans les fédérations du Nord. Ce qui paraît assez logique, puisqu'il s'agit du fief de Martine Aubry et de Pierre Mauroy (ancien Premier Ministre de François Mitterrand), qui la soutient. Ségolène n'a-t-elle pas emporté les fédérations de Guérini dès le vote des motions avec des majorités pareilles?

De toute façon, la victoire pour le camp-Aubry est amère. Des 68% que totalisaient les motions A, C et D, il ne reste que 50,02%. 17,98% d'électeurs Delanoë ou Hamon ont voté Royal. Pourquoi est-ce relevant? 70% des représentants élus au Conseil National rejettent la motion-Royal. 49,98% des militants sont d'un autre avis. La synthèse entre Aubry, Delanoë (qui a traité la première de "salope" à cause du traitement qu'il a reçu au Congrès) et Hamon est assez fragile: leurs propres supporters ne sont pas d'accord. A leur place, j'essayerai de me concilier avec eux.

Si ce n'était que... Ségolène peut désormais revendiquer de représenter presque la moitié du PS (49,98%...), ce qui peut aussi servir à contester n'importe quelle décision ou à même quitter le parti, en emportant pas mal de responsables. Elle a déjà commencé la bagarre en indiquant qu'elle exige un troisième tour (en réalité, un quatrième, ce qui serait complètement IVe République). En marge des élections du premier secrétaire, toutes les sections et fédérations ont aussi renouvellé leurs responsables. Les motions A, C et D ont fait alliance là où c'était possible, mais Royal a réussi à briguer des postes à ce niveau aussi. L'hétérogénéité de la coalition anti-Royal sera nuisible. En face d'un bloc, il y a toutes sortes de courants (allant de Benoît Hamon jusqu'à Dominique Strauss-Kahn, passant par Fabius, Delanoë, Jospin...), qui ne s'accordent que sur un point: tout sauf Ségolène.

Bertrand Delanoë n'aurait-il pas fait un meilleur résultat chez les militants que Martine Aubry, qui a quand même fait une campagne peu inspirée ? Lire la liste des soutiens lors du dernier meeting, ce n'est pas très original ni très utile à se débarasser d'une image de favorite des cadres du parti. Bien que... 42 voix d'avance, ça devait plus au moins correspondre au nombre d'éléphants qui l'ont soutenue. La tâche sera très très lourde... A commencer par faire taire Manuel Valls

France Culture



La chaine culturelle a pas mal d'émissions vachement intéressantes pour historiens, politologues et juristes:

- Concordance des Temps (cf. infra, Jean-Noël Jeanneney)
- Fabrique de l'Histoire
- Le Bien Commun (émission juridique)
- Jeux d'Archives (explore les collections de l'INA)
- Les lundis de l'histoire (qui met des conférences d'historiens en ligne, comme celles du CEDH)
- Les enjeux internationaux (10 min sur un grand problème international).

Le tout disponible en podcast. Vaut le détour.

vrijdag, november 21, 2008

Royal-Aubry

Malheureusement pour Benoît Hamon, il n'a pas réussi à passer au deuxième tour, mais semble quand même avoir fait un score honorable (approchant les 25%). Royal est bien en avance face à Aubry. De toute façon, si Aubry gagnait, elle aurait à composer avec Ségolène très proche des 50%. A 1:00, les pointages variaient entre 43/32 et 43/35-37. C'est moins éclatant pour Ségolène que lors des primaires en 2006 (60% contre DSK et Fabius), mais considérable.

Nuit électorale

Chiffres partiels (1/3, France Info):

Royal 44% (prend aussi la section de Jospin/Delanoë, Paris 18...)
Aubry 29% (très mauvais pour elle)
Hamon 26%

Royal serait en tête à Tulle (fief de Hollande), Hamon le ferait bien en province.

donderdag, november 20, 2008

De Franse Obama



De spanning stijgt. Hopelijk haalt Hamon een mooie score, naar beeld en gelijkenis van zijn spotjes. Martine Aubry doet het voorlopig maar slap, terwijl Royal al probeert om zijn kiezers te paaien voor een tweede ronde. Riskant, als je weet dat het net die mensen zijn die haar hebben weggefloten in Reims dit weekend. Een in Libération geciteerde "steekproef" zou tussen de 35 en de 40% Royal, tussen de 30 en de 35% Aubry geven. Dat is een totaal tussen de 65 en de 75% = tussen de 25 en de 35 % voor Hamon. Hij zou dus in theorie nog voorbij Aubry kunnen raken.

De kandidaten paraderen intussen op alle uitzendingen: Le Grand Journal (Michel Denisot, Canal+, elke tussen 7 en 9 's avonds, qua exposure een beetje zoals De Laatste Show in België), France Inter (Radio 1), France Info (soort Actua-radio, 24/24 geratel), TV-journaals (France 2/3, TF1...). Telkens netjes in drie verdeeld. Alleen lijkt Royal wat vaker de kranten te halen, onder andere met een voorstel om het hoofdkwartier in de Rue de Solférino (7de arrondissement, dure grond) van de hand te doen voor eentje in de zuidelijke banlieue, "met de metro te bereiken vanuit de Assemblée Nationale".

maandag, november 17, 2008

Et paf !

Delanoë soutient Aubry ! Pourquoi ne l'a-t-il pas fait au Congrès ? Ça aurait facilité les choses. Mauvaise nouvelle pour Ségolène ("la folle", chez les Guignols"). 25 + 23 = 49 <=> 30 (Royal/Rebsamen) <=> 19 (Hamon).


Balades parisiennes

Ça faisait un petit temps que je n'avais plus mis de photos de Paris. Donc voilà...


(Rue des Écoles)


(Shakespeare English Bookshop, Quartier Latin)


(St-Séverin)


(St-Germain-des-Prés, ou si proche de l'arrêt métro que d'où je sors régulièrement)




(St-Sulpice)
















(Théâtre de l'Odéon)




(élections prud'homales)


(la bien chère pâtisserie de Dalloyau)


(Mosquée de Paris)


(Arènes de Lutèce)


(École Polytechnique)




zondag, november 16, 2008

Spectacle au Congrès de Reims

Le 75e congrès du parti socialiste s’est terminé aujourd’hui avec la présentation des candidats à l’élection du poste de premier secrétaire. Pour les lecteurs belges de ce blog, je répète brièvement la procédure électorale du PS (I-III) pour en venir à mes impressions (IV).

I. Les militants élisent un nombre de délégués, désignés par des motions qui leur sont présentées par les courants du parti

- Motions de cette année : Delanoë (Clarté, Créativité, Courage, soutenu par François Hollande, premier secrétaire sortant, Lionel Jospin – A ; pour une option social-démocrate, mais contre une alliance avec le centre), Hamon-Emmanuelli (aile gauche du PS, résolument interventionniste, anti-Ségolène Royal – C), Aubry (entre Delanoë et Hamon, pour un ancrage à gauche, pro-européen du parti - D), Royal-Colomb (vers un parti de supporters, plutôt que de militants, alliance électorale avec le MoDem, discours à la fois à gauche et au centre – E, soutenue par le baron du PS Marseillais, Jean-Noël Guérini)

- Le 6 novembre, les militants se sont exprimés (cf. le post « fra-ter-ni-té », ci-dessous) ; la motion de Ségolène Royal l’a emporté avec 29% (avec de grands scores dans le Midi de la France, où la fédération de Guérini a voté à 73% pour elle, sous pression), devant Delanoë et Aubry (juste en-dessous des 25% ; Delanoé recueille les voix partout, Aubry surtout dans son fief, le Nord/Pas-de-Calais, historiquement une très grande fédération) ; Hamon a surpris avec 19%. Delanoé n’a pas su profiter du grand nombre d’adhérents PS à Paris. Le vote de la capitale était divisé (ó Aubry a pleinement conservé son fief de Lille, Ségolène a pris celui de Guérini). Contrairement à ce qu’on pourrait penser, Delanoë a fait une belle prestation en province. Selon le Canard Enchaîne de mercredi, le maire de Paris –en colère- a immédiatement demandé à Patrick Bloche (maire d’arrondissement et président de la Fédération) de ne plus se présenter au scrutin interne.

II. Etape suivante = la constitution d’un congrès des délégués (ce weekend, à Reims). Après une journée de débats, une commission des motions se réunit, et essaye de dégager une synthèse. Le premier secrétaire sortant (Hollande) avait l’habitude de faire une grande synthèse entre la gauche et la « droite » du parti. Ce qui a profité à l’union du parti, mais ce qui a nui à la clarté du message. L’objectif du congrès de Reims était d’avoir une option largement majoritaire. Pour citer Michel Rocard (interviewé par Le Monde 2, le weekend dernier) : « Sous Mitterrand, des courants étaient minoritaire et il ne tenait pas compte de ceux-là. La majorité dictait la ligne du parti, ce qui n’était pas mauvais… ».

La consternation était assez grande quand Ségolène Royal a remporté le scrutin. Le Président Sarkozy paraît de temps en temps se réjouir de la popularité constante de son ancienne opposante, affirmant qu’il la battra de toute façon, quoi qu’il arrive (notons qu’il a la même confiance en ce qui concerne une candidature-Delanoë en 2012). Il est généralement connu que Sarkozy croit sa victoire en 2012 assuré si le PS représente Ségolène Royal. D’autant plus qu’après sa bourde théâtrale au Zénith (où elle a chanté « fraternité » vêtue en robe de secte), on la croyait finie.

Mais non. Elle a fait campagne, a rassemblé les « barons » et recueilli leurs voix. On se demande si les barons ne l’ont pas sous-estimée à leur tour. Si on suit les communications du Canard Enchaîné, Guérini avait avancé, lors de l’Université d’Eté de La Rochelle fin Août, que n’importe quel candidat lui conviendrait. Sous deux conditions : 1) Il ne faut pas que ce soit une figure majeure 2) Il faut que ce soit une figure malléable, pour que l’influence de sa fédération puisse jouer à maximum. Ségolène Royal paraît difficilement rentrer dans cette description. Et pourtant. Il y a quelques semaines, la Présidente de la Région Poitou-Charentes est apparue au JT de TF1 annonçant qu’elle mettait sa candidature « au frigidaire ». Le scénario le plus probable était alors que la motion Colomb-Royal (cosignée par le maire influent de Lyon, deuxième ville de France, récemment réélu haut la main) allait proposer Vincent Peillon (eurodéputé) pour prendre en main le parti.

Ce matin, les quatre motions ne se sont pas mises d’accord sur une orientation commune pour le PS. A défaut de la constitution d'un front-TSS (Tout sauf Ségolène), le « parlement du parti » restera donc divisé. N’importe quel premier secrétaire sera donc le/la candidat(e) d’une motion, et il aura à composer avec au moins une d’entre elles.

III. L’élection du premier secrétaire

Après le congrès (le 20 novembre), les militants socialistes reviennent aux urnes pour désigner un premier secrétaire. En ce qui concerne Guerini et Ségolène, le scénario attendu ne s’est pas déroulé. Royal a déclaré sa candidature (après un petit coup de com’ au JT de Claire Chazal, disant qu’elle avait ‘très envie’ de diriger le parti). Benoît Hamon, qui faisait surtout campagne pour renforcer l’aile gauche du parti, pas spécialement pour garder le contrôle, a déclaré sa candidature d’emblée. Au congrès, Martine Aubry vient de rajouter la sienne. Delanoë a désisté, affirmant ne pas vouloir rajouter « de la division à la division ».

La question, maintenant, sera qui de Benoît Hamon, Martine Aubry ou Ségolène Royal, séduira le mieux les électeurs de Delanoë. Rappelons que Delanoë a fait de bons scores en province… chez François Hollande, dans son fief de Corrèze. Il est soutenu par le « vieux » parti, mais pas par l’ensemble de ce vieux parti. Les courants Fabusien et Strauss-kahnien ont pris parti pour Martine Aubry. Il est donc difficile de qualifier un vote Delanoë comme un vote « vieux PS ». Ce qui a fortement nui au candidat, c’est sa prise de position en faveur d’un « libéralisme social », juste avant l’éclatement de la crise financière. Delanoë prône la gestion raisonnable de l’Etat par la gauche, comme il gère Paris. Dans le climat actuel, Ségolène Royal a sauté dessus pour tenir un discours simple, social et ouvert. Ce qu’on pourrait appeler du populisme, puisque difficilement réconciliable avec ses tendances d’alliance avec le MoDem. Le paradoxe entre Delanoë et Royal est d’autant plus grand que le premier refuse les alliances que défend la deuxième, sous prétexte de vouloir conserver l’identité unique du parti socialiste, alors qu’il revendique l’étiquette de « Libéral ».

Notons aussi que Ségolène Royal est soutenue (entre autres) par Manuel Valls, député quadragénaire (ce qui est très jeune au PS), qui veut se débarrasser de l’étiquette « socialiste » et emprunter le chemin du PD Italien (qui a largement été battu par Berlusconi lors des élections récentes), du New Labour ou du SPD de Schröder. Mettez ça à côté d’un baron traditionnel comme Guérini. Que de la confusion, côté Royal. A part la personne de la candidate, on voit mal ce qui réunit les signataires de la motion.

IV. Les discours

Ce matin à 11 heures, les trois prétendants tenaient leurs discours. Celui de Martine Aubry était sec, décidé et robuste. On avait l’impression qu’elle n’arrivait pas à chauffer la salle, jusqu’au moment où elle lançait un appel au parti socialiste d’être au milieu du mouvement social (le 20 novembre, une journée d’action dans l’enseignement et les services publics est prévue). « Sarkozy continuera à casser, casser, casser ». Le PS doit être un parti « européen », exiger une directive européenne sur les services publics (contre la directive-Bolkestein) et toujours faire l’alliance à gauche, comme d’hab. Le PS doit donner de l’espoir aux syndicats et aux associations sociales, pour qu’ils puissent convaincre à nouveau leurs militants, découragés par le manque d’écoute du gouvernement-Sarko, de descendre dans la rue.

Aubry soulignait les convergences entre les motions Delanoë, Hamon et la sienne, mais avait du mal à expliquer pourquoi ils ne s’étaient pas mis d’accord pour mettre Ségolène de côté. Doit-on y voir une ambition personnelle trop forte de la part de la maire Lilloise? Malgré le respect immense que génère Martine Aubry, pour son courage politique (elle continue à défendre les 35 heures, réforme qu’elle a tutellée comme ministre du gouvernement-Jospin), on a l’impression que c’est une ambition personnelle tardive qu’elle essaye de réaliser, au moment où il est peut-être déjà trop tard.

Après 2002, elle s’est refugiée à Lille, pour en sortir que maintenant (ayant obtenu 67% des voix au deuxième tour des municipales en mars). Et elle a vielli. Dommage. Comme son père (Jacques Delors), elle aurait pu changer la France. Peut-être qu’il n’est pas trop tard. Elle compte probablement sur le soutien des voix de la motion-Delanoë. Mais celui-ci n’a donné aucune consigne de vote. Je crains que ses électeurs iront tant à Royal, qu’à Hamon ou à Aubry.

La candidature de Benoît Hamon (ex-conseiller quand elle était ministre) ruine les chances de Martine Aubry de prendre le parti. Hamon a soigné son adresse aux délégués et parlé avec une gravité taillée sur mesure de la crise économique. Une « brutale et implacable vague sociale » descendra sur l’Europe, où la social-démocratie est en péril. Les gens ne croient plus que leur bulletin de vote changera leur sort, et en même temps le danger nationaliste-xénophobe-communautaire menace l’électoral traditionnel des socialistes. Hamon veut des réponses radicales et concrètes : « ne pas licencier dans une entreprise qui fait des profits ; interdire la délocalisation des profits, réorienter l’Europe ».

Toute alliance avec le MoDem est dangereuse : Hamon citait la proposition de Bayrou d’inscrire l’équilibre budgétaire dans la constitution, alors que le pacte de stabilité européen est suspendu, et d’augmenter la part des entreprises dans le PIB. Les options économiques du MoDem sont libérales, le Modem est alors incompatible avec la ligne du PS. « Nous ne pouvons pas gouverner avec un premier ministre libéral, si nous défendons un projet de gauche » (et paf sur Ségolène Royal, qui avait offert ce poste à Bayrou entre les deux tours en 2007).

Le PS doit faire la différence. Face à l’indifférence des électeurs, qui croient que finalement, la gauche ou la droite, c’est pareil, il faut un projet clair. Hamon a fustigé les socialistes (Lang, Kouchner) qui soutenaient les réformes de Sarkozy, permettant le Président de « se moquer de nos divisions ». La droite est liberticide, veut limiter l’intervention de l’état. Une gauche renouvelée doit lui opposer fermement.

Une orientation originale du discours de Hamon : il a fait référence à l’élection d’Obama pour dénoncer l’ascenseur social bloqué en France. Un Obama aurait été impossible en France ! Déjà qu’il aurait à vieillir 15 années, perdre quelques scrutins avant d’être acceptable… il faut montrer patte blanche en France. Le paysage politique est blanc et uniforme (« chaque jour une injure à la diversité, à l’égalité des droits »). L’élite est sélectionnée et transmise de père à fils-à-papa. On occupe toujours la même place. L’ascenseur social est en panne… sauf pour descendre. La société française doit devenir plus mûre. Le PS a le devoir de proposer des candidats non-blancs lors des élections législatives (ou le scrutin est uninominal à un tour). Si les jeunes sifflent l’hymne nationale, ils ne sont pas culturellement réfractaires. C’est l’échec des politiques depuis 20 ans (y compris la gauche de Jospin et de Mitterrand), qui ont été incapables d’assurer l’égalité des droits. Egalité, qui, pour le PS, doit se traduire en la composition des groupes parlementaires, et non seulement dans les sections.

En conclusion, Hamon s’est comparé à « François ». Il aurait voulu que François Hollande prenne la tête des élections présidentielles de 2007, après avoir imposé une synthèse au congrès du Mans en 2005 (tiens, à combien est-ce qu’il aurait été battu en 2007 par Sarkozy, ou même par Bayrou ???? Hamon faisait une blague, sans doute). En bon soldat de parti, Hamon a loué le sens de « rigueur, constance, travail » du premier secrétaire social. Il s’est revendiqué de ses propres origines provinciales pour mettre en avant la « persévérance, la constance et l’effort ». Mettre « la morale au service du parti », afin de « traverser ensemble une épreuve », parce que « ceux que le PS représente, vont virve de plein fouet les conséquences de la crise sociale ». Le parti doit mener un authentique combat politique. Naîtra soit l’espérance, soit le désespoir, mais Hamon veut être en première ligne.

Descendant du podium, il a été applaudi et hué en même temps, tout comme Ségolène Royal après lui. Ségolène et Hamon sont les candidats polarisants de ces élections. Voilà encore une raison pour laquelle Aubry risque de se retrouver à l’écart, bien qu’elle soit plus acceptable à tout le monde.

Ségolène Royal a mieux fait qu’attendu. Montée sur le podium, elle aussi huée (par les partisans-Hamon) et applaudie (par ses propres troupes), elle fait d’abord un appel à l’unité du parti. Dignité, rassemblement, mettre le parti au travail, besoin de tous, louanges pour les anciens opposants (« On a besoin de toi, Bertrand, et de tes amis » « Toi, François, tous les militants savent ce qu’ils te doivent »). Royal a décidément choisi un vocabulaire simple, qui va direct au cœur des « gens ». On peut lui reprocher qu’elle simplifie des choses, de là à arriver à des caricatures sur le capitalisme qui dépassent largement le discours de l’aile gauche du parti, mais c’est sa stratégie gagnante qui a apparemment convaincu les militants.

La crise a été, tout comme chez Benoît Hamon (<=> Aubry parlait plutôt de Sarkozy) le fil conducteur du discours. Face aux avalanches de licenciements (Renault Sandouville, Camif, Ford…), les menaces qui pèsent sur les services publics et l’éducation nationale (les enseignants = électoral de base du PS, faut les mentionner…), le PS doit être aux côtés des gens. 350 milliard d’euros pour les banques = € 10 000 par foyer fiscal en France, mais Sarkozy ne trouve pas de marge pour augmenter le pouvoir d’achat ! 7 millions de pauvres vivent dans le pays , dont 2 millions d’enfants (ces chiffres peuvent paraître exagérés, mais je vous assure, qu’en se baladant à Paris, où les loyers et le coût de la vie flambent, tandis que les salaires des petits employés n’augmentent pas, on s’aperçoit vite qu’il y a de la vérité dans cette affirmation). Il suffirait de 200 milliards d’euros pour éradiquer la faim dans le monde ou arrêter la désertification du Sahel (bon, un peu exagéré, quand même, le Sahel…).

La crise est liée au système capitaliste lui-même, où la « secte dorée des intégristes du marché, les acrobates de la mathématique financière, les idéologues suffisants à détruire l’état », regardait de haut. L’état doit maintenant entrer comme un domestique le fait chez les riches, pour éponger les dégâts d’une fête trop arrosée. « Pourtant, ces gens affirmaient que la compétence était de leur côté, pas du nôtre, que la modernité était leur amie, pas la notre, qu’ils avaient gagné la bataille des idées, pas nous ». Les riches n’ont pourtant pas perdu la main : « que l’Etat paye, sans s’immiscer dans nos affaires ». Elle tire aussi sur Sarko, « celui qui s’est fait élire en vantant les retraites par capitalisation, l’achat par surendettement, « tout droit inspiré par George Bush », doit maintenant passer à la poignée solide de l’Etat ». Ségolène poursuivait en haute prêtresse de l’interventionnisme, en fustigeant Tatcher (« There is no alternative »), Reagan (« Government is the problem, not the solution ») et Fukuyama. La fin de l’histoire n’est pas là et n’arrivera jamais, parce qu’elle n’obéit à aucun déterminisme. Elle ne sera ce que nous serons capable d’en faire…

Alors, le lien avec le PS ? Il y a urgence à empêcher que le monde ne se défasse d’avantage. Voilà la mission d’une gauche, du socialisme… du XXIe siècle (maintenant elle est vraiment huée è serait-ce par les partisans de Hamon, ou aussi par ceux de Delanoë/Aubry, qui redoutent un abandon du parti de militants, en faveur d’un parti de supporters ? »). Malgré l’émoi causé dans la salle, elle continue : « Songez à ces salariés qui jonglent avec trois petits boulots pour s’en sortir ; des adultes qui ont un emploi, mais qui sont obligés de rentrer chez leurs parents à 40 ans ; les mères de famille qui gardaient les restent des plats pour en faire quelque chose, mais qui sont maintenant obligées de repérer les restes dans les assiettes pour les recuisiner ; aux retraités qui ne font plus qu’un plat par jour, parce qu’ils doivent choisir entre manger et se chauffer ». Elle exploite son gage principal, l’appel direct aux militants. Mieux que le font Aubry ou Hamon, à cause du langage exagéré, qui peint des contrastes absolus, et pourtant justifiés, à cause de la réalité des problèmes. En plus, elle compte réactiver sa base des élections de 2007, en concluant par un appel aux jeunes des quartiers sensibles, qui ont alors voté en masse pour elle.

Conclusion : dans son discours, Royal s’est positionnée fermement sur le terrain qu’Aubry ou Hamon voulaient occuper. Elle n’a mentionné à aucun moment l’alliance avec le MoDem et a parlé de crise économique, de l’électoral délaissé par le parti socialiste. Quant aux solutions, elle ne dit… rien. C’est davantage sur la fibre morale ou sentimentale que le discours de Ségolène capitalise. Un peu de « Yes We Can » à la française. Mais serait-ce la personne idéale pour conduire le parti ? Connue pour une approche très personnalisée et autoritaire de la politique, elle risque de ne pas trop s’inquiéter de la direction qu’elle prend.

Mais y-a-t-il une chance qu’elle ne gagne pas les élections de premier secrétaire ? 25% de l’électorat est libre à nouveau. Et il n’est pas à exclure que les militants iront voter plus nombreux qu’il y a deux semaines, le congrès étant très médiatisé (diffusé sur toutes les chaînes, occupant la une des journaux). Hamon part d’une base trop réduite (19%), sa candidature n’est que symbolique et sert à se construire une base à part dans le parti. Il aurait été candidat contre n’importe quel arrivant en tête. Si Aubry s’était retirée, il aurait eu une chance. Et vice versa. En ce sens-là, Delanoë avait raison de se retirer. La non-dispersion de ses voix ne servirait pas à détrôner Ségolène Royal et donnerait une image plus divisée encore. Je crois que l’estimation de Jean-Luc Mélenchelon, que Royal allait l’emporter et que les autres la sous-estimaient, était correcte. Un deuxième tour est possible, mais il faudrait qu’Aubry ou Hamon fassent vraiment un score convainquant.


(Bruno Julliard, ex-président de l'UNEF lors de l'affaire du CPE, soutient Benoît Hamon)

Que va-t-on voir comme spectacle lors des primaires pour l’élection présidentielle de 2012 ? Si Royal les remporte, on aura eu la clarté et la continuité, ce qui lui a peut-être manqué en 2007, le PS baignant alors dans le flou et la synthèse hollandiste. Le risque est cependant aussi grand que Royal chantera toujours le même air : décriant la misère et les problèmes, mais avec des solutions idéologiques on ne peut plus floues. Finalement, on ne sait toujours pas ce qu’elle veut vraiment… N’oublions pas non plus que les élections européennes (2009) et régionales (2010) pourraient montrer une remontée de la droite. En 2004, le PS a conquis 16 des 17 régions et fait plus de 30% aux européennes. La nouvelle secrétaire aura a essuyer deux défaites.

En somme, la retransmission des débats à Reims a un peu vivifié les élections internes, qui traînaient depuis trop longtemps. Les positions sont claires. Espérons que le PS arrive à sortir des querelles internes et de faire vivre le vrai jeu de la politique, où le Président occupe quasiment tout l’échiquier.