donderdag, oktober 29, 2009

La peur, la grippe A et l'histoire

L'émission de "Concordance des temps" (France Culture) de samedi passé mérite d'être réécoutée. Invité: Jean Delumeau, professeur honoraire au Collège de France. Une autorité pour l'histoire des mentalités d'Ancien Régime. Au menu: son ouvrage sur la peur en Occident entre les XIV et XVIIIe siècles. Peste (Guerre de Cent Ans, 1348, Londres 1665, Marseille 1720), guerre (peur du Turc en Allemagne/Autriche/Hongrie, XVIe-XVIIe), psychologie individuelle et collective, la peur comme arme du pouvoir... autant de liens avec les "peurs" contemporaines et l'utilisation que peuvent en tirer des gouvernants mal intentionnés.

woensdag, oktober 28, 2009

Wilfried Martens



Gisteren kwam Wilfried Martens, negenvoudig ex-premier van België, maar ook lang voorzitter van de EVP, een aan een internationaal publiek aangepaste versie van zijn mémoires "Luctor et emergo" voorstellen in LSE. Ik heb de Nederlandstalige (dikkere) versie en de theatermonoloog in het NTGent in 2006 erg geapprecieerd en ben dus een kijkje gaan nemen.

"Doctor Martens"
Je vraagt je als Belg natuurlijk af hoe de perceptie van Martens is in het buitenland. De inleiding voorspelde niet veel goeds: de prof Europees Recht die Martens moest introduceren, presteerde het te zeggen dat hij ook een "distinguished academic career" heeft gehad. Quod non. In zijn tijd was iedereen gewoon doctor in de rechten (zelfs Coveliers is dat, bijvoorbeeld). Daar hoefde je dus al geen doctoraat voor te schrijven. En het toont aan dat de prof in kwestie de mémoires zelfs al niet gelezen had.

Martens' toespraak was er een uit de oude doos. Duidelijk, voldoende luid voor een eventueel hardhorig publiek en met referentie aan de sporen van de oorlog en de christen-democratische auteurs die invloed op hem hebben gehad. Uiteraard een pleidooi voor Europese samenwerking, aangepast met een sausje subsidiaireit (met obligaat citaat van de Gasperi), ten behoeve van het Britse publiek. Ik denk niet dat Yves Leterme hetzelfde zou kunnen doen, maar briljant was het nu ook weer niet te noemen.

Le secret du prince
Tijdens de vragen excelleerde Martens vooral in het ontwijken van duidelijke antwoorden. De vraagstellers hadden het over de nakende aanduiding van een president voor de Europese Raad en een Hoge Vertegenwoordiger voor het buitenlands beleid. Het was misschien interessanter geweest om Martens te horen over eerdere periodes uit zijn drukke politieke loopbaan. Ik kon me niet van de indruk ontdoen dat hij nog steeds plezier haalt uit "le secret du prince". Hij is nog steeds (al is het niet duidelijk in welke mate hij echt invloed kan hebben) actief op het Europese niveau, met als gevolg dat hij er genoegen in schept om niet in zijn kaarten te laten kijken.

De bedoeling van de mémoires is ongetwijfeld nobel: inzicht geven in zijn politiek handelen, waarvan hij (al dan niet a posteriori geprojecteerd) vindt dat het een ideologische coherentie vertoont. En daardoor mensen aansporen om zich zelf verdienstelijk te maken voor de publieke zaak: politici zijn -in zijn woorden- als "civil servants" en dienen steeds verantwoording af te leggen voor hun daden.

Het is natuurlijk maar de vraag of je in het België van de jaren '80 dit soort opinies over Martens zelf zou gehoord hebben. Ik denk -met mijn beperkte kennis over de periode- dat dat toch niet echt het geval zou geweest zijn. Kan je van de eerste minister die eerst met socialisten, dan met liberalen, en uiteindelijk weer met socialisten regeert, eigenlijk wel zeggen dat hij een duidelijk afgelijnde ideologische overtuiging heeft ? Het personalisme dat hij gisteren probeerde te verkopen, is vaag. Christelijk, maar openstaand naar andersgelovigen en zelfs -horresco referens- niet-gelovigen. Ontplooiing van de menselijke vrijheid in verantwoordelijkheid...

Het lijkt me correcter te stellen dat Martens in een soort "verantwoordelijkheidsethos" gehandeld heeft als eerste minister. Hij moest aan de macht blijven om aan de macht te blijven, omdat hij dat als zijn plicht zag. "CVP, op ons kunt ge rekenen", "CVP, de goede weg"... met Martens als boegbeeld duikelde de CVP structureel onder de 40, en in 1991 onder de 30 procent van de stemmen in Vlaanderen. Tegelijk heeft hij wel mee de staatshervormingen gemaakt die het land politiek leefbaar hebben gehouden. Zeker verdienstelijk, maar ik zie daar niet echt een ideologische overtuiging in tot uiting komen.

Martens kreeg overigens een vraag over de opkomst van extreem-rechts in Europa en de reactie van de EVP daarop. Er kwam -alweer- niet echt een duidelijk antwoord. Wist de vraagsteller iets over Zwarte Zondag in 1991 ?

Het is wel positief dat hij de globalisering aanhaalt als argument voor een echt politiek Europa. Maar concrete voorstellen over wat Europa in de nieuwe multipolaire wereld moet uitrichten, heeft hij niet. Hoe kan het ook anders, als je ziet wie er lid is van de EVP... Martens insinueert af en toe dat de huidige nationale leiders in Europa niet zijn opgewassen tegen de uitdagingen die zich aandienen, aangezien ze niet dezelfde morele dwang of drijfveer hebben als de voorgaande generaties, die de oorlog nog hebben meegemaakt. Dat kan correct zijn, maar Martens is nooit erg duidelijk over wat hij precies bedoelt met "het bouwen van Europa". Je hebt de indruk dat hij vooral wil beklemtonen dat hij er óók bij was, op de Europese Raden van het Kohl-Mitterrandtijdperk.

Martens als olie in een zanderige machine
Mangelt er bovendien niet iets aan de ideologische analyse ? Martens wil het laten voorkomen alsof "conservatieven" (wat dat ook in concreto mag betekenen) en christen-democraten veel waarden gemeen hebben. Hij stelt de stichtende vaders van de EEG voor alsof ze tot die eerste beweging behoren. Maar alvast voor Frankrijk is dat toch al moeilijk te rechtvaardigen. Het is makkelijk om over Robert Schumann te praten, zonder Guy Mollet (SFIO) te vermelden. Staat de UMP vandaag voor de (veel kleinere) christen-democraten van Schumann van voorheen ? Akkoord dat het niet meer om een puur gaullistische partij gaat, maar ik zie toch niet veel overeenkomsten met bijvoorbeeld CD&V. De DC in Italië is volledig weg na de corruptieschandalen van begin jaren '90. Kan "vriend Berlusconi" tot een "conservatief blok" worden gerekend ? Deelt hij de waarden van Martens' gevierde Paul Ricoeur ? In Duitsland, België, Oostenrijk en Nederland kan je zeker stellen dat de christen-democratie nog in vorm zit. Maar kan je uit dat bonte allegaartje de wil tot integratie afleiden die Martens zelf preekt ?

De realiteit is misschien, dat Martens maar al te goed beseft dat zijn eigen land zonder Europese integratie veel slechter zou zijn afgeweest. Als het gaat om de kansen die de na-oorlogse generaties (en de daarop volgende) hebben gekregen, tegen of boven het verwachtingspatroon van hun ouders in, is dat daaraan te danken. Maar dat betekent nog niet dat dit perspectief hetzelfde hoeft te zijn in andere Europese staten, die veel sterkere nationale tradities hebben. Voor een Belg heeft Europa de wereld groter gemaakt. Maar niet noodzakelijk voor een Fransman of een Brit, waar de perspectieven altijd al veel ruimer zijn geweest... Het is voor een Belgisch politicus veel gemakkelijker om pro-integratie te zijn, dan voor de anderen. Tegelijkertijd heb je de indruk dat die Belgische politici ook niet veel kaas gegeten hebben van de strategie die de EU moet hanteren naar de buitenwereld. En dat, als het er echt toe doet, de beslissingen niet door hen worden genomen. Is het ene niet met het andere verbonden ?

Martens verdedigt in dat opzicht nogal gemakkelijk het verdrag van Lissabon. Jean-Louis Bourlanges, ex-MEP voor de UDF en prof in Sciences Po, heeft in maart op het transdisciplinair seminarie internationale betrekkingen van de École doctorale, de tekst compleet afgebroken. "Een complot van Aznar, Blair en Chirac om de Commissie volledig lam te leggen". Vermenigvuldiging van de functies, atomisatie van de verantwoordelijkheden. Martens wil een sterke commissie, maar heeft wel vrolijk Barroso gesteund in een tweede ambtstermijn. Opnieuw zegeviert bij hem het machtsdenken: de amoebe federatie van centrum- en rechtse partijen die hij in het leven heeft geroepen, moet haar enige voordeel (omvang) kunnen verzilveren in de belangrijkste post van de EU. Maar helpt dat de burger vooruit ?

dinsdag, oktober 27, 2009

De blauwe strijd

Korte opmerking bij de strijd om het blauwe partijvoorzitterschap: de spreiding van de kandidaten.

Rutten (Vl.Br) - Van Mechelen/Sterckx (A'pen)
Rutten neemt de meest gebuisde blauwe provincie mee (12% in juni... ze komen van 22% in 1999; terwijl LDD zwak gescoord heeft). Ze behoort zelf tot de stal van De Gucht, maar die is niet overdreven geliefd in eigen rangen. Van Mechelen en Sterckx zijn beiden ook wel op hun retour.

Lijkt wel intelligent en capabel. De boodschap over "de kracht van realisme" en de kritiek op de verkiezingscampagne lijkt wel ok.

De Croo (O.Vl) - Ceysens (Vl. Br) - Van Quickenborne (W. Vl)
De Croo jr. neemt zeker een belangrijk stuk van Oost-Vlaanderen mee (VLD op 18% voor het Vlaams Parlement, maar ook bijna 8% LDD-concurrentie). Vlaams-Brabant is traditioneel de andere sterke provincie. In West-Vlaanderen (ongeveer gelijkaardige evolutie als in Antwerpen op 10 jaar) is er de concurrentie van Dedecker, die er groter geworden is dan zijn moederpartij.

De Croo jr. zelf maakt een betere indruk dan de andere blauwe "zonen van". Heeft ook de tijd gekregen om eerst iets anders te doen, buiten de politiek om. Misschien een argument dat wel kan werken in een liberale partij.

Zou je kunnen zeggen (als je de twee naast elkaar legt) dat De Croo mikt op de rechterflank en dus een recuperatie van de verloren LDD-schapen, en Rutten op een eerder centrumkoers ?

Het grootste probleem voor de VLD-voorzitter wordt hoe dan ook de federale regeringsdeelname. De VLD wou niet in de regering met sp.a, maar zit nu met de PS, omwille van de staatshervorming. In de begroting voor 2010 staat nu bijvoorbeeld opslag voor de verpleegsters die nachtwerk verrichten (in volle crisis). Ongetwijfeld een lovenswaardige maatregel van Laurette Onkelinx (gesteund op een efficiënte PS-cdH-ACV-coalitie?). Maar als ik een blauwe zelfstandige zou zijn (quod non), ik stemde meteen voor LDD... Guy Vanhengel geeft in zijn optredens bovendien de indruk dat hij er niets van kent. Eerst zeggen dat we failliet zijn, en dan met de glimlach een gigantisch gat komen voorstellen, dat is slechte komedie. (Vande Lanotte sloeg vroeger ook wel ergens voor de vakantie alarm, maar dat was dan wel om een begroting in evenwicht voor te leggen.)

Nu goed, de VLD heeft onder Verhofstadt ook geregeerd met de PS. Het verschil is nu wel dat er geen gezamenlijk project is. Wie in de federale regering zit, doet dat deels uit "raison d'état". There is no alternative. Er moet een akkoord komen over BHV en de staatshervorming. Het kernkabinet bestaat dan nog uit politici die er zelf wonen (Vanackere, Milquet, Van Rompuy, Onkelinx, Vanhengel... wie had dat kunnen voorspellen in 2007 ?). Allemaal gematigde mensen, maar met matiging zal de VLD niets kopen. De VLD maakt deel uit van een regering die niets doet.

Hoe geloofwaardig is bijvoorbeeld Van Quickenborne, die als minister van Economie moet waken over de eerlijke concurrentie (liberaal dogma bij uitstek) ? Prijzen voor internet en elektriciteit zijn hoger bij ons dan in het buitenland, door toedoen van monopolisten, wiens macht niet gebroken wordt. De mensen pikken de wollige praatjes van de liberalen niet meer. Hij kan er iets aan doen, maar hij vertikt het.


Probleem: de communautaire problemen zijn van die aard, dat de legislatuur voorbij zal zijn voor de liberalen het goed en wel beseffen. Wat gaan ze de kiezer kunnen voorschotelen in juni 2011 ? Ze kunnen in het beste geval hopen dat LDD uit elkaar valt. Het is dan natuurlijk nog maar de vraag of er meer dan een paar opportunistische kandidaten zal te recupereren vallen, die kiezers kunnen zo weer in alle richtingen uiteen stuiven.

Stats (Google Analytics)

Cijfertjes over de blog: tussen 25 oktober 2008 en 25 oktober 2009: 10.000 unieke bezoekers. Rekening houdende met het feit dat er tussen 3 februari en 8 maart 2009 geen data gemeten is (het telscript was veranderd en ik had dat niet door), is dat ongeveer 30 per dag (10.043/332, cf. aantal misgelopen dagen in februari + 1 week maart). Gemiddeld spendeert men hier 45 seconden en bekijkt men 1,45 pagina's.

Nu, er is ook een weigeringspercentage van 70%. Dat betekent dat 30% van de bezoekers (3000 per jaar, of 10 per dag) verder gaan dan de frontpagina.

81% zijn nieuwe bezoekers. Dat wil zeggen dat er ongeveer 6 dagelijkse vaste lezers zijn (1900/332 = 8,7). (er kunnen dus meer vaste lezers zijn, maar hun concentratie per dag ligt gemiddeld op zes)

Belgische lezers (8.133) zijn de grootste groep, gevolgd door Nederlanders (2.200) en Fransen (925). Fransen blijven het langste plakken (1:19, het gaat natuurlijk wel om gemiddelden, cf. 77% van de Franse bezoekers surft weg na de eerste pagina, dus is het logisch dat dit vrij laag ligt). Belgen blijven 45 seconden, met een weigeringspercentage van 71%. Nederlanders 35 seconden, met 65% weigering.

In Brazilië staat de teller op 62,5% (voor 8 bezoekers, gemiddeld 1:19 minuten, d.w.z. er is iemand twee keer vijf minuten deze blog komen lezen). Ook in Australië 8 bezoeken (weigeringspercentage maar 37%, gemiddeld 1:44 op site = 5 keer iemand 2:45 minuten).

Nieuwste bezoekers zijn er het minste in Frankrijk (69%, mm... misschien ben ik dat zelf wel), België (77%) en Duitsland (78%). De gewoontelezer van deze blog resideert dus hoogst waarschijnlijk in 1 van deze 3 gebieden :-).

Maandag 8 juni 2009 was een absolute topdag met 146 bezoekers. De verkiezingsperiode (of toch de week voorafgaand aan 7 juni) was hier vrij druk: 1140 man op de twee weken tussen 30 mei en 13 juni. Goed voor 1737 paginaweergaves (wat dus hoger ligt dan het gemiddele).

Het meest geconsulteerde artikel is "la Belgique pour les nuls" (781 paginaweergaves; gemiddeld spendeert men er 1 minuut en 3 seconden, 70% weigeringspercentage = ongeveer 3,5 minuut voor de 234 die het stuk lezen), voor een pagina over augustus 2006. Dan volgt dat over de destijds "nieuwe" regering-Van Rompuy. Misschien is het daar meer de afbeelding die de aandacht trekt, dan wat anders.

maandag, oktober 26, 2009

Muziek



Nieuwe aanwinst: Ode for the Birthday of Queen Anne (Georg Friedrich Händel). Uitgevoerd door de Akademie für Alte Musik Berlin. Met onder andere Andreas Scholl en Hélène Guilmette. Coup de coeur van France Musique. £9,99, of 33% goedkoper dan op het continent.

Gecomponeerd voor de verjaardag van Queen Anne in februari 1713. Het Verdrag van Utrecht zal in april van hetzelfde jaar worden ondertekend, maar het pre-akkoord tussen Engeland en Frankrijk is al sinds eind 1711 een feit. Händel bezingt hier de koningin als vredesstichter. We weten nu dat Anne niet zoveel invloed heeft gehad op de beslissingen die haar ministers namen, maar wel op hun selectie.

Geholpen door een verkiezingsoverwinning van de Tories bracht ze in 1710 Robert Harley en Henry St-John aan de macht en dumpt ze de belligerente Whigs. De succesvolle Marlborough wordt teruggeroepen uit Vlaanderen. Engeland laat bondgenoot Oostenrijk in de steek, wanneer keizer Jozef I aan de pokken bezwijkt. Het heeft niet veel zin om Karel van Habsburg de nieuwe "Keizer Karel" te laten worden. Een paar jaar later is de kaart van Europa volledig hertekend. Frankrijk, de grote vijand in 1701, bij het begin van de oorlog, en Oostenrijk, de initiële bondgenoot, houden elkaar in evenwicht op het continent. Buffers tussen de Republiek en Frankrijk (de Oostenrijkse Nederlanden) en tussen Frankrijk en Habsburg (Savoye-Piemonte in Noord-Italië, Beieren in Zuid-Duitsland) moeten directe confrontaties vermijden.

Anne valt dood in augustus 1714 en wordt dan opgevolgd door Georg Ludwig van Brunswijk-Lüneburg, keurvorst van Hannover. De koning spreekt... Duits en Frans. De Stuarts (een Schotse dynastie) worden zo dus afgelost door een continentale dynastie. Voor hem en zijn hofhouding schrijft Händel zijn watermuziek. Zijn Engels is vrij gebrekkig. Maar hij is protestant en dus aanvaardbaar voor de Britse notabelen, die het parlement controleren.

Hoewel George zich verraden voelt door zijn voorgangster Anne (die hem samen met de Oostenrijkers heeft laten zitten), volgt hij dezelfde lijn. Engeland bewaart de vrede met Frankrijk tot in 1740. Samen werken de rivalen in iets wat historici kwalificeren als een entente, dan wel een alliantie, aan het stabiele Europese systeem. In de middeleeuwen is de link tussen Normandië, Guyenne en Engeland een "bone of contention" met Frankrijk. Onder George leidt het bezit van Hannover tot een paar fricties, maar dan eerder met Wenen, Stockholm, Sint-Petersburg en Berlijn.

Op die manier verenigt George twee tot dan toe vrij gescheiden politieke sferen: zijn diplomaten ijveren voor een globaal "vredesplan". De wederzijdse afkeer tussen Filips V van Spanje en Karel VI van Oostenrijk, ex-rivalen voor de Spaanse troon, kan het Frans-Engelse koppel niet destabiliseren.

Tegelijk echter wil George een graantje meepikken van het afgekalfde Zweden: Bremen en Verden komen bij Hannover en zorgen zo voor een belangrijke economische en strategische uitweg naar zee. Een keer de Zweden voldoende verzwakt zijn, sluit hij een deal met hen, tegen de Russische tsaar. Aan het einde van de rit heeft George wat hij wil en liggen de machtsverhoudingen, zowel voor het "Southern" als het "Northern" department voor een tijdje vast.

Om maar te zeggen hoe de laatste track van Anne's verjaardagsode, "United Nations Shall Combine", toch niet helemaal tot het rijk van het hofgestroop behoort.

Wat doet een mens zoal in Londen ?

Misschien vraagt u zich af of ik elke dag van mijn Londense onderzoeksverblijf doorbreng in de National Archives in Kew. Dat is grosso modo natuurlijk het geval: de State Papers vormen een zeer rijk en interessant fonds. Het fotograferen van relevante documenten uit de diplomatieke correspondentie tussen 1713 en 1739 alleen al zal me nog wel een tweetal weken bezighouden. Vooralsnog ben ik van 78-154 tot 78-197 gegaan. Wat dat betekent, kan u zelf uitvlooien op de internet-cataloog.





Daarnaast (om mijn ogen ook wat rust te gunnen; als je op een dag 8 "dozen" van 500 folio's hebt doorgenomen, kan je op het einde je ogen niet meer links, rechts, of naar omhoog draaien zonder een lichte pijnscheut te voelen) ga ik ook af en toe luisteren naar uiteenzettingen in Londen-centrum. Zo zijn er de conferenties van LSE, gratis en toegankelijk voor het ruimere publiek. Ik bezocht onder andere de lezing van ene Dr. Deng over "The Power of Comparison in History" (een mager beestje, aangezien hij maar 5 van de 45 minuten besteed heeft aan het eigenlijke, methodologisch en sociaal-wetenschappelijk relevante deel van zijn uiteenzetting en de rest aan algemeenheden over China en Japan) en de voorstelling van het laatste volume van het "UN Intellectual History Project" (zeer interessante talk met twee veteranen van de ILO, IADB etc.).

Via de Belgische afdeling van de International Law Association kreeg ik ook de lijst van (eveneens gratis en voor het publiek toegankelijke) seminaries van de Britse afdeling, die doorgaan in UCL, tegen de British Library (wat het meteen mogelijk maakt om na afloop, hetzij over de middag, even te gaan luisteren). Van de drie lezingen die ik heb bijgewoond, was de tweede (dr. F. Ortini van King's over legitimiteit en argumentatie in de beslissingen van investerings-arbitragepanels) van mindere kwaliteit, maar de eerste en de derde (die vanmiddag plaats had) waren best wel de moeite.

I. Waibel: Help, de staat kan niet meer betalen !

Dr. Michael Waibel, een excellente spreker van Cambridge (Wenen, LLM Harvard, economie in LSE, diploma van de Hague Academy) kwam een paar weken terug spreken over "sovereign insolvency and international law", met IJsland als casus. Uiteraard pleit hij voor een institutioneel framework en zelfs voor internationale faillissementsrechtbanken die staatsschulden kunnen reduceren, gekoppeld aan herstructureringsprogramma's, zoals het IMF dat nu al kan.

Waibel is niet akkoord met de orthodoxe assumptie dat de staat onbeperkt solvabel is: er zijn hoe dan ook genoeg voorbeelden van staten die hun schuld niet betalen (Spanje/Frankrijk in het Ancien Régime), maar daarnaast twijfelt hij aan de effectiviteit van het geweldmonopolie om belastingen binnen te halen (confiscatie is inefficiënt, de bevolking verzet zich tegen afbouw van openbare diensten), of tegen besparingen (de facto besparen staten nooit echt, afbouw van overheidsuitgaven doet ook het BNP zakken en dus ook de solvabiliteit van een staat). De enige oplossing is om de onrealistische verbintenissen te reduceren, want ze kunnen toch niet worden betaald. Net zoals met de Derde Wereld in het verhaal van de Club van Parijs, maar dan wel tussen de top-geïndustrialiseerde staten onderling.

Dat kan aanleiding geven tot onrechtvaardigheden: de Ijslandse banken hebben (via de EER) filialen geopend in Europese lidstaten, waar ijverig spaargeld is opgehaald. Londen en Den Haag hebben de cliënten via het Europese depositogarantiesysteem moeten vergoeden, in de plaats van de insolvente banken. Maar ze schuiven nu de factuur (32 resp 15% van het BNP) door naar IJsland, dat uiteraard niet zoveel wil betalen, de zaak heeft afgetopt en verschoven naar 2016 (vanaf dan bestaat er een jaarlijkse terugbetalingsverbintenis voor de Ijslanders).

Opvallend was wel zijn historische invalshoek, door de vergelijking met de opgehoopte schuldmassa in de periode 1870-1914, die ongever vergelijkbaar (natuurlijk altijd een beladen term) zou zijn met die vandaag. Aangezien veel staten zich binnen 20 jaar in een staat van de facto insolventie kunnen bevinden (bijvoorbeeld: de VS), zullen schuldvorderingen moeten worden afgetopt (cf. Amerika heeft nu "wartime finances without war"). Gebeurt dat niet, dan zal het levensniveau van de bevolking drastisch dalen, omdat de publieke dienstverlening in elkaar klapt (cf Ijsland: BNP van 40 000 euro/inwoner, nummer 1 op de Human Development index in 2008; gebouwd op financiële lucht, maar de realiteit verhindert dat de put volledig gedelgd wordt).

Overigens kunnen er mogelijks alternatieve mechanismen gebruikt worden, zoals het inzetten van het staatspatrimonium. Een vraagsteller gaf het voorbeeld van een eiland dat aan Frankrijk werd gegeven bij "in datio solutum" in de negentiende eeuw. Gaat Amerika binnen 20 jaar een stuk grondgebied(Alaska ?) afstaan aan de Chinezen ?

Om maar te zeggen dat een historische reflex op een positiefrechtelijke lezing toch nog nuttig kan zijn om prospectief te redeneren over situaties waarvan men prima facie denkt dat ze uitzonderlijk zijn. Wat opnieuw de relevantie van onze "branche" rechtsgeschiedenis aantoont.

Vandaag was het dan de beurt aan Prof. Joseph Weiler (NYU), die een analoog onderwerp als Ortini behandelde, maar dan wel beter geargumenteerd.

II. Ortini: Wat is motiveren ?

Het probleem met de lezing van Ortini was dat hij een te tekstuele analyse maakte van arbitragebeslissingen. Zijn analyse ging als volgt: er is een explosie van zaken tussen (niet-Westerse) staten en (Westerse) investeerders voor arbitragepanels. Dat toont aan dat de partijen bereid zijn hun dispuut te onderwerpen aan een methode die meer rechtszekerheid biedt dan de traditionele diplomatieke bescherming (= ambassades gaan bemiddelen voor bedrijven bij nationale politieke overheden, in de hoop daar iets los te krijgen).

Probleem: in de meeste uitspraken redeneert men schabouwelijk. De ratio's voor een beslissing zijn niet duidelijk en er heerst een vrij grote mate van willekeur. Grote issues als het vergoedingsbeginsel bij onterechte onteigening worden geïnterpreteerd in het licht van eerdere "rechtspraak", maar de meeste citaten zijn lukraak en buiten context gekozen. Gevolg: Ortini wil dat de arbiters beter motiveren. Niet alleen "duidelijk" de redenen van de beschikking vermelden, maar er ook voor zorgen dat ze adequaat zijn en rekening houden met onder andere noodzakelijkheid, proportionaliteit...

Probleem met de analyse van Ortini: kan dit soort van kritiek niet gegeven worden op eender welke jurisdictie ? Waar ligt de specificiteit van zijn analyse ? Het publiek was niet erg vriendelijk voor een wat warrige lezing, die eerder de indruk gaf een vertaling te zijn van wat krabbels in voorbereiding op een artikel. De meest interessante kritiek wees op het negeren van het politieke element. Arbitrage in investeringsdisputen moet gezien worden als een vorm van alternatieve geschillenbeslechting. Twee staten maken een bilateraal akkoord, waarbij in algemene bewoordingen bescherming wordt verleend aan ondernemingen die risico's nemen in de hoop een winstgevende investering te maken. Die bewoordingen zijn zodanig vaag, dat je er eender welke kant mee uit kan. Het is dan ook tot op zekere hoogte aanvaardbaar dat dit soort ruzies door onderhandeling, eerder dan door een beslissing van een extern panel, wordt opgelost.

Wanneer staten (die meestal het meest gekant zijn tegen een arbitragebeslissing, aangezien die afbreuk kan doen aan hun soevereiniteit, cf. een onteigeningsbeslissing kan ook bekeken worden vanuit het oogpunt van nationale controle over natuurlijke rijkdommen, vanuit imperatieven van sociaal-economische politiek...) ertoe overgaan om het gezag van een arbitragepanel te erkennen, gaat dat niet om inhoudelijke waarden. Het gaat om de noodzaak aan een politieke oplossing voor een dispuut. De redenering doet er dus eigenlijk niet zoveel toe. Het verdrag waar het panel zich op moet baseren, is een in essentie politieke norm, die de contracterende staten toestaat economische relaties uit te bouwen. Kritiek geven op een gebrekkige precedentenciteerwijze, zoals Ortini doet, heeft dan ook niet zoveel zin.

III. Weiler: Hermeneutische gemeenschappen, of waarom iedereen iets anders leest in de zelfde zin

Weiler ging daarentegen in op de toepassing van artikel 31 en 32 van de Weense Conventie over het verdragenrecht door het "Appelate Body" van de WTO. Deze instelling houdt het midden tussen een rechtbank en een arbitragepanel (onder druk van de VS is er geen permanente rechtbank, daar men vreest dat permanente rechters op 1 plaats uiteindelijk enkel aan de instelling gaan denken, en niet aan het gedelegeerde karakter van hun mandaat). Weiler had het niet over precedenten, wel over de interpretatie van de GATT- en WTO-akkoorden. Daar blijkt een duidelijk verschil tussen het Europees Hof van Justitie en de WTO-instanties, waarbij deze laatste vooral hun argumenten "buiten de tekst" gaan zoeken: ze nemen er het woordenboek bij.

Hoe krankzinnig dit ook mag klinken, in 70% van de beslissingen die Weiler en zijn team analyseerden, blijkt het Appelate Body gebruik te maken van taalwoordenboeken om de betekenissen van juridische termen uit een verdrag te analyseren. Waarom ? Volgens Weiler hanteert het AB een consequent verkeerde interpretatie van artikel 31 van de Weense conventie over het Verdragenrecht uit 1969. "A treaty shall be interpreted in good faith in accordance with the ordinary meaning to be given to the terms of the treaty in their context and in  the light of its object and purpose."

"Ordinary meaning" wordt door het AB gezien als "buiten context", wat een heel zware interpretatiefout is. De tekst voorziet namelijk dat je de drie moet samenlezen van in het begin. Waar het AB eerst kijkt naar het woordenboek, vervolgens naar de context (= extra-juridische documentatie rond de feitelijke context) en dan pas naar de context van de juridische tekst (niet meer dan de preambule), moet die test samen gebeuren. Het heeft geen zin in een algemeen woordenboek te gaan kijken, als het verdrag op zich al een specifieke betekenis in het leven roept.

Daarnaast plaatste Weiler, duidelijk een "legal realist", zware kanttekeningen bij de codificaties die de International Law Commission heeft ondernomen. Petit rappel: bij de oprichting van de VN was het de bedoeling dat de ILC een "progressieve codificatie" van het heersende internationale recht zou opstellen. Je combineert verdragen, gewoonte, statenpraktijk en aanvullende bronnen en je komt tot een synthese van het internationale recht, in een rapport. Vervolgens wordt die tekst geanalyseerd en geamendeerd, om uiteindelijk op een conferentie in een verdrag te worden gegoten.

Op die manier hoopte men het internationale recht structuur te geven. Probleem: de internationale gemeenschap is een "anarchical society": de uitwerking van een consensus tussen soevereine leden van die gemeenschap neemt dus veel tijd. Bovendien verandert de samenstelling van die gemeenschap radicaal tussen 1945 (33 landen nemen deel aan de onderhandelingen) en die van nu (bijna 200 lidstaten). Als je een retrospectief onderzoek doet naar de stand van het recht op tijdstip t0, dat uitmondt in een eerste rapport op t1, dat vervolgens wordt besproken, omgetimmerd en in een verdrag gegoten op t2, om uiteindelijk te gelden op t3, is de tekst achterhaald wanneer je hem uitvaardigt.

Gevolg: de interpretatie van de interpretatieregels zelf moet evolutief zijn, om onrechtvaardige toepassingen (die de belangen van wie dertig jaar voor de start van de hele codificatieprocedure "het voor het zeggen had") te vermijden. Zo pleit Weiler voor een interpretatie van het VN-Charter als tekst boven een van de intenties van de "Hoge Contracterende Partijen". De politieke motivaties achter het Charter van Stalin, Roosevelt, Churchill, de Gaulle... zijn niet noodzakelijk nog relevant vandaag. Moeten we de Universele verklaring van de rechten van de mens lezen door de bril van de VS van de jaren '40, waar zwarten pas bediend werden aan tafel na de blanken ?

Tweede opmerking: het internationaal recht heeft nood aan een gediversifieerde interpretatiestandaard. In een nationaal rechtssysteem interpreteer je de Grondwet verschillend van een testament. Dat zo ook zo moeten zijn op een globaal niveau: constitutionele documenten (VN-charter), internationale wetgeving (Conventies van Genève, Conventie van Wenen), multilaterale verdragen van contractuele aard (NAFTA, EU...), bilaterale verdragen (investeringsverdragen) of unilaterale bindende verklaringen (compensatiebeloftes) hebben een verschillende normatieve strekking en moeten dus ook anders worden geanalyseerd.

Tot op zekere hoogte is dat natuurlijk al het geval: elke normatieve gemeenschap (vb: EU, Raad van Europa) heeft zijn eigen hermeneutiek (= hoe je tot het verstaan, uitleggen en toepassen in een beslissing van een politiek geconstrueerde regel komt), waardoor art. 31 (je moet eerst naar de tekst kijken) en 32 (dan mag je die aanvullen met argumenten buiten de tekst) overal anders worden verstaan. Weiler ziet zo een 12-tal verschillende juridische omgevingen (ILO, WTO...).

Wat dan meteen het verschil maakt met de aanpak van Ortini: Weiler isoleert de specifieke problemen die hij constateert bij de WTO, maar weet ook terug te koppelen naar de politieke context van interpretatienormen in het internationaal recht en naar het fenomeen van hermeneutische "gemeenschappen" die het recht anders lezen. Een andere kritiek die Ortini kreeg, kwam uit een vergelijking met het Franse Cour de Cassation. Ortini beweerde dat de legitimiteit van arbitragepanels onder druk zal komen te staan als ze aan de partijen niet beter uitleggen waarom ze beslissen.

Het Franse Hof van Cassatie houdt er een zeer formalistische motiveringsleer op na: elke beslissing wordt vooraf gegaan door een paar stereotiepe paragrafen, die het de rechtszoekende maar laten raden waarom de beslissing zus of zo is uitgevallen. Toch wordt de legitimiteit van de uitspraak of de instelling niet betwist. Moet je dan van een arbitragepanel hogere standaarden verwachten ? Een analyse van rechtspraak zonder rekening te houden met de fundamentele relatie tussen macht en recht, dreigt te sterven in de "boekengeleerdheid".

zaterdag, oktober 24, 2009

NPG



Nog een geweldige website: de National Portrait Gallery. Groot deel van de collecties online te bewonderen. Je vindt moeiteloos alle publieke figuren uit de Britse geschiedenis terug.

Zoals bijvoorbeeld Horatio Walpole, de minder bekende broer van "first prime minister" Robert Walpole (een zeer belangrijk man als ambassadeur in onder andere Den Haag en Parijs).

donderdag, oktober 22, 2009

Et ça repart...

N-VA lijkt objectief juli 2010 (het blokkeren an het Belgisch voorzitterschap van de EU met een institutionele crisis) gezwind te zullen halen.

De goedkeuring van het decreet op de inspectie in het Franstalig basisonderwijs in de faciliteitengemeenten (tekst) is juridisch waarschijnlijk wel verdedigbaar (ik kan de redenering volgen, dat de Grondwet een Bijzondere Meerderheidswet primeert, dat is een zuivere toepassing van de hiërarchie der rechtsnormen en van de tekst van de Grondwet, die het enkel heeft over de taal in de instellingen in kwestie, niet over de andere aspecten). Het zou me verbazen mocht de Franse Gemeenschap (zoals Marie-Dominique Simonet van de cdH aangeeft) het zou halen voor het Grondwettelijk Hof. En het is inderdaad logisch, dat je kan inspecteren waar je voor betaalt (we hebben daar in de 19de eeuw al genoeg over gebikkeld, zij het wel in een andere context).

Toch had het Vlaams Parlement dit voorstel (dat ook door Sven Gatz van de VLD en Kathleen Helsen van CD&V is ondertekend) toch op een ander moment kunnen goedkeuren. Net nu de PS herhaalt dat ze bereid is om te praten over BHV en nu Reynders op het punt staat om van zijn stoel te vallen. Is de N-VA niet moedwillig de kansen op overleg aan het opblazen ? Het Franstalig onderwijs in de faciliteitengemeenten maakte deel uit van wat Verhofstadt in 2005 aanbood aan het FDF om de BHV-splitsing te aanvaarden. De concessie zal nu elders moeten worden gevonden. De kans is groot dat de Franstalige partijen terug op 1 front zullen gaan staan: Milquet (die voor de interne verkiezingen een omerta heeft opgelegd... in die mate, dat Benoît Lutgen zich misschien zelfs geen kandidaat zal stellen) heeft veel politiek kapitaal vergaard met haar "madame non"-pose. Niets zo gemakkelijk als dat herhalen. En dan gaan we opnieuw naar de complete polarisatie.

Nog een geluk dat Leterme de onderhandelingen niet meer moet leiden :-).

maandag, oktober 19, 2009

"Didier, t'es un mauvais perdant..." (M. Daerden, 7.VI.2009)



Et voilà. Nooit gedacht dat het zo ver zou komen, maar blijkbaar kan ook Reynders niet ontsnappen aan de harde logica van verkiezingsuitslagen (en de regeringsvormingen: MR ligt er overal uit, behalve federaal).

De lijst ondertekenaars is indrukwekkend.

Uit de provincie Waals-Brabant:
- Vader (305.000) en zoon (42.000) Michel; Jean-Paul Wahl (WaPa, 6.400)

Uit de provincie Luik:
- Christine Defraigne (19.000), Olivier Hamal (11.000), Hervé Jamar (19.000)

Uit de provincie Henegouwen:
- Olivier Chastel (74.000), Olivier Destrebecq (8.900), Jacqueline Galant (21.000), Marie-Christine Marghem (18.000)

Uit de provincie Luxemburg:
- Willy Borsus (15.000), Philippe Collard (20.000)

Uit de provincie Namen:
- Gilles Mouyard (6.900)

Brussel:
- Alain Courtois (51.000)
- Jacques Brotchi (5.400)

Europa:
- Frédérique Ries (116.000)
- Gérard Deprez (61.000)

Je zou je beginnen afvragen wie er niét heeft getekend voor het ontslag van Didier.
Federale Regering: Sabine Laruelle (39.000, Namen)
Kamer/Senaat: Maingain (45.000, FDF, Brussel), de Donnéa (21.000, Brussel), De Permentier (20.000, FDF, Brussel), Jeholet (20.000, Luik), Bacquelaine (18.000, Luik), Armand De Decker (145.000, Brussel), Monfils (58.000), Destexhe (7.500, Brussel)
Regioparlementen: Jean-Luc Crucke (Doornik-Ath-Moeskroen, 21.000), Kubla, (Nijvel, 21.000), Gosuin (17.000, FDF), Payfa (FDF, 5.100)

Conclusie: enkel het FDF, de Brusselse MR (cf. Courtois is een MCC'er) en Sabine Laruelle in Namen hebben niét om zijn ontslag gevraagd. De stoel van Reyndesr heeft geen poot meer om op te staan... behalve die van Maingain.

Wow... als de Michels een staatsgreep doen, dan doen ze het goed :-).

ODNB

Een dot van een online hulpbron: de digitale versie van het Oxford Dictionary of National Biography. Geschreven door specialisten en dus betrouwbaarder dan Wikipedia. Zeer uitgebreid en zeer volledig (met verwijzingen tot in archiefbronnen toe).

zaterdag, oktober 17, 2009

Vanvelthoven heeft gelijk, maar ook maar een beetje

Peter Vanvelthoven verklaarde gisteren op de Keien van de Wetstraat dat hij in Limburg een resultaat heeft neergezet dat 4% beter is dan het Vlaamse gemiddelde. En dat hij dus niet begrijpt dat hij geen minister geworden is.

Nu, de algemene uitslag van sp.a (15,3%) is natuurlijk niet om over naar huis te schrijven. Maar... sommigen doen het inderdaad beter dan anderen. En het is niet duidelijk wat de band is tussen verkiezingsresultaat en ingenomen positie achteraf.

Als we nu even de uitslag van Freya Van den Bossche (die minister geworden is) vergelijken met die van Vanvelthoven en Vandenbroucke (die het niet geworden zijn).

1. Oost-Vlaanderen

sp.a haalde 14,87%. Dat is onder het Vlaams gemiddelde. Oost-Vlaanderen is een relatief grote kieskring (959.577) kiezers. Dat percentage staat dus voor 142.719 kiezers.

Daarvan haalt Freya er persoonlijk 47.571. Dat is een "dewachter" van 128,47 (47.571/500 + 4757100/142719).

Tegenover 2004 (19,03%) verliest sp.a ongeveer 4%. Tegenover 2007 gaat er 1% af (15,85%). Het gaat wel telkens om de zelfde lijsttrekker, met een min of meer analoge lijst (het enige grote verschil is de aanwezigheid van Termont op de lijstduwersplaats).

2. Limburg

sp.a haalt 18,67%. Goed, 3,5 en geen 4% beter dan het gemiddelde. Soit. In Limburg wonen minder kiezers (536.356). Het resultaat staat voor 100.141 kiezers.

Van die 100.000 stemmen er 30.840 voor Vanvelthoven. Dat is ongeveer een derde. Een Dewachter van 92,477. sp.a boert 1,6% achteruit tegenover 2007 (zelfde lijsttrekker) en verliest bijna 8% tegenover 2004 (Stevaert.

Maar... zetten we Vanvelthoven in Oost-Vlaanderen, dan haalt hij 179.158 kiezers. Een derde daarvan is... 60.000 stemmen, of toch wel meer dan Freya. Zijn resultaat is dus beter. In Limburg had Freya de helft van haar huidige stemmen behaald. Maar toch is ze minister. En Vanvelthoven niet.

3. Vlaams-Brabant

sp.a haalt 14,85%, evenveel als in Oost-Vlaanderen. 100.456 kiezers (ook Vlaams-Brabant is kleiner dan Oost-Vlaanderen). 2,4% achteruit tegenover 2004 (Vandenbroucke), de vergelijking is moeilijker voor 2007 (< BHV/Leuven), maar daar is het resultaat analoog (15% van de Nederlandstalige stemmen, Hans Bonte/Bruno Tobback).

Vandenbroucke haalt 46.490 stemmen, bijna de helft (<=> Vanvelthoven: ongeveer een derde/Freya: idem). Een Dewachter van 136,259. Zet Vandenbroucke in Oost-Vlaanderen en het is iets tegen de 80.000 stemmen (wat Freya in 2004 nog haalde).

Toegegeven, dit soort redeneringen leidt enkel tot de toekenning van een "eenoog-in-het-land-der-blinden"-award.

Het globale verkiezingsresultaat is slecht. Niemand heeft dan ook echt het recht om er fier op te zijn. Wat wél klopt, is een andere kritiek Vanvelthoven op het personeel van de partij (genre Milan Rutten): als de politici zich uitsloven om stemmen te halen, die ervoor zorgen dat jij je job hebt, mag je er wat meer respect voor hebben.

Gennez heeft (gezien het resultaat) geen ongelijk om "het bord af te vegen" en het te proberen met andere boegbeelden (Smet en Lieten). Maar de onhandige manier waarop het gebeurt, leidt er wel toe dat zeer veel mensen zich te kort gedaan voelen.

En dat zelfs een Kathleen Van Brempt (die het heel slecht gedaan heeft, voor alle duidelijkheid; de uitslag van de Europese lijst is een ramp en na 5 jaar ministerschap haalt ze geen score om over naar huis te schrijven: 13.488 in een kieskring waar 1,2 miljoen mensen gaan stemmen !!) nu in een goede positie zit om haar te bekritiseren, heeft ze enkel daaraan te danken....

Ik vraag me af hoe Lieten zich nu zou voelen. Vanvelthoven is verkozen geraakt in het partijbureau met het hoogste aantal stemmen en lijkt me niet meteen iemand die veel vijanden heeft. Zij staat in een zwakke positie, aangezien enkel de voorzitter haar heeft aangeduid. Zal het haar lukken om in Limburg beter te doen dan hij ? Zo'n uitspraken zijn toch niet van aard om iemand aanvaard te doen krijgen bij de basismilitanten, die campagne gevoerd hebben... voor Vanvelthoven.

En de voorzitter zelf heeft het... niet direct schitterend gedaan: 43.707 stemmen in Antwerpen, dat twee bijna keer zo groot is als Vlaams-Brabant en meer dan dat ten opzichte van Limburg. Comme quoi, electorale legitimiteit en politieke macht vertalen zich blijkbaar niet proportioneel in sp.a.

Andere vraag: riskeren deze spelletjes de partij niet onbestuurbaar te maken ? Misschien was het wel nodig "om het bord af te vegen" en heeft Gennez haar verantwoordelijkheid opgenomen. Maar zonder het nodige gezag. Riskeert dat niet alle volgende beslissingen te hypothekeren ?

donderdag, oktober 15, 2009

Qu'est-ce que l'Occident ?

L'Occident est-il en danger ? La Revue Internationale et Stratégique se penche sur le sujet dans son numéro, qui vient de paraître en ligne sur CAIRN. Entretiens avec Hubert Védrine, Tzvetan Todorov et Régis Debray.

Sujet intéressant, puisque l'Occident se construit par opposition, sur base d'une communauté (supposée) de valeurs, qui serait différente de celle d'un pôle adverse. Or, depuis 1989, l'Orient n'est plus ce qu'il était avant. On pouvait jusqu'alors opposer démocratie (antique, médiévale, révolutionnaire) occidentale et despotisme oriental (russe, chinois, japonais...), état de droit et libertés individuelles à un modèle autoritaire. Bien sûr, l'opposition entre système autoritaire (chinois) et démocratie reste valable. Mais les conflits ne sont plus très évidents. Faut-il reconsidérer l'identité occidentale ?

Faut-il considérer Al Quaeda comme la menace dont on avait besoin pour garder le concept en vue ? George Bush et les néoconservateurs se considéraient-ils comme les messies du modèle occidental au Moyen-Orient, "terre de barbares" ? L'Occident est-il un concept offensif, destiné à soumettre les autres ? N'est-ce pas une dérive par rapport aux différences qui ont toujours caractérisé ce modèle ?

L'Occident est-il encore un centre de pouvoir ? Ne serait-il pas correct de dire que l'Europe s'évapore dans la partition globale de la puissance au G-20, au profit d'un G-2 Chine-Amérique ?

La question a surgi lors d'un entretien avec un ami brésilien, qui me demandait si je considérais le Brésil ou l'Amérique latine comme faisant partie de l'Occident. Ou pourquoi je le considérais différemment de l'Amérique du Nord. Les religions (Catholicisme, Presbytérianisme), le système légal (copié des modèles continentaux, soit anglo-saxons), le système politique... sont liés. L'ascension du Brésil n'annonce-t'elle pas une correction du concept de l'Occident consistant que de la communauté atlantique ?

D'un point de vue formel, on pourrait argumenter que la non-présence des pays d'Amérique latine au sein de l'OTAN les exclut du concept stratégique de l'Occident. Mais l'alliance elle-même est datée. Le monde de 1949 n'est plus celui de 2009. Le Brésil et les États-Unis ne sont-ils pas tous les deux des anciennes colonies émancipées, qui se construisent une propre identité internationale ? Plutôt que de parler d'identité "occidentale", je concept de monde multipolaire, ou de co-gestion sur pied d'égalité des grandes puissances, semble plus adapté à la réalité.

Évidemment, cette cogestion n'est pas une affaire neutre. Elle implique conflit, diplomatie et compromis des intérêts des acteurs. Et donc des stratégies d'alliance. Ce qui nous ramène à la case départ: dans quelle mesure les liens culturels d'avant seront ils encore d'actualité après ? Finalement, le lien Washington-Londres n'a pas plus de valeur que celui entre Rio et Lisbonne, Caracas et Madrid... Ou celui entre la Chine et l'Amérique latine ou encore l'Afrique, où elle essaye de se substituer aux Américains dans sa poursuite de ressources (pétrol, uranium...) qui lui manquent. Peut-on vraiment faire des affaires avec tout le monde, une fois qu'on accepte le système institutionnel international ? Ou existe-t-il une affinité culturelle entre pays (ou blocs) à histoire similaire ?

dinsdag, oktober 13, 2009

Die fetten Jahre sind vorbei

U las misschien het artikel in de krant vandaag over Gordon Brown die "uitverkoop" houdt om een fractie van het Britse begrotingstekort te dekken. Welnu, ik zag vanochtend een concreet gevolg van de Britse budgettaire problemen.


(archiefbezoeker die gebruik maakt van het mooie weer om zijn boterhammen buiten op te eten)

Bij mijn aankomst aan de National Archives in Kew -een prachtig glas-met-staal-en-betongebouw dat iets weg heeft van een Japanse constructie- werd ik opgewacht door een individu aan de toegangspoort. Het bleek zowaar een vakbondsmilitant te zijn. Ik dacht dat dat niet meer bestond in "the UK"...

Toch wel. In tegenstelling tot wat we aannemen, heeft het gedereguleerd kapitalisme onder Labour niet noodzakelijk een krimp van de overheidsdiensten veroorzaakt. De gezondheidszorg is bijvoorbeeld nog steeds gratis voor iedereen. Publieke musea (British Museum, National Gallery, National Portrait Gallery, Imperial War Museum, National Army Museum...) zijn nog steeds gratis toegankelijk, net zoals de British Library en dus ook de National Archives.



Ik was verrukt toen ik het gebouw voor het eerst binnentrad: in tegenstelling tot in het administratief versnipperde Frankrijk zitten alle documenten hier centraal (je kan dus op dezelfde plaats documenten van het kabinet, de minister van buitenlandse zaken of de ambassades consulteren; in Parijs moet je daarvoor eerst naar de Rue des Francs-Bourgeois voor het CARAN en dan naar La Courneuve in de buitenwijken voor de Archives Diplomatiques).

Je kan hier zomaar binnenwandelen, zonder kaart, om microfilms of gedigitaliseerde bestanden te raadplegen (en dat zijn er een pak). Ook de bibliotheek is volledig vrij toegankelijk. Enkel voor het consulteren van originelen moet je je laten registreren. Maar ook dat is gratis. Het neemt niet veel tijd. En het personeel is vriendelijk op een manier die je je ergens anders gewoon niet kan voorstellen (anticiperen op vragen, suggereren alternatieven, zijn geïnteresseerd in wat je doet...).

De consultatiezaal voor documenten is dan weer een toonbeeld van intelligente inrichting: je hebt overal voldoende licht om foto's te nemen. Als je je plaats elektronisch aanvraagt, krijg je hulp van een wizard die je naar de juiste zetel leidt, afhankelijk van je voorkeuren (stille ruimte of niet, collectief werk of niet, foto's maken of niet).

Een prachtig initiatief is de on-line cataloog: goede zielen hebben hier een korte beschrijving van ELK document in de fondsen die ik nodig heb, ingetikt. Dat maakt het zoek- en aanvraagwerk een stuk gemakkelijker (er zijn ongeveer 500 folio's per bundel in de State Papers Foreign, als je gewoon al op naam kan zoeken weet je zo wat interessant is en wat niet; belet natuurlijk niet dat de massa documenten nog steeds vrij omvangrijk is, maar het helpt toch al wat). In Frankrijk mag je zo'n dingen zelf maken.

Binnen de 40 minuten liggen de documenten klaar (<=> het CARAN op een stakingsdag: meer dan 2 uur moeten wachten). Je kan ook doodleuk van thuis uit een formulier invullen, en de volgende dag liggen je plaats en stukken klaar.

Beneden kan de onderzoeker zich verpozen in een aangenaam restaurant, waar koffie, thee, saladbar, biologische en fruittoestanden tot zijn dienst staan. Net als in de rest van het gebouw is er gratis WiFi-toegang. Kan je meteen iets googlen of opzoeken via een elektronische DBase als je een probleem hebt met een archiefdocument. Er is ook een sympathieke boekwinkel op de site, waar je kortingen krijgt op recente titels.

Niets dan lof dus, voor een instelling waar je zelfs in de zetel kan gaan liggen met een boek en regelmatig (gratis) conferenties worden georganiseerd om nieuwelingen rond te leiden/recent onderzoek te presenteren ! Tot de donkere zijde bovenkomt: de vette jaren zijn voorbij.

Op het pamfletje van de vakbond (dag en nacht verschil met Frankrijk, waar er gegarandeerd een stalinistisch, dan wel anarchistisch of trotskistisch briefhoofd prijkt boven een onontwarbare woordenbrij in het meest onaangename zwart-wit lettertype) staan een aantal duidelijke knelpunten aangegeven: er zijn verkeerde investeringen gedaan. Het herinrichten van de zaal heeft bijvoorbeeld 3 miljoen pond gekost (wat het personeel overdreven vindt), het management heeft nutteloze kosten gedaan... en kondigt daardoor aan dat het archief zal sluiten op maandag (<=> nu elke dag open, praktisch elke dag van 9 tot 19u, wat een ongekende luxe is). 35 van de 300 betrekkingen worden geschrapt.

Gevolg: de vakbond doet een beroep op het publiek, dat via een onlinepetitie en rechtstreekse mailing aan zijn lokale MP de zaak moet proberen omkeren. Bemerk dat dit publiek toch wel vrij uitgebreid is: op het moment waarop ik dit tik, zit het restaurant afgeladen vol. Amateurhistorici, studenten, professionele onderzoekers en warempel groepen op bezoek (scholen/verenigingen, die komen kijken naar het interactieve museum). Ik hoop alvast dat het iets uithaalt. De meeste mensen die deze instelling gebruiken, geven er echt wel om.

De centuur wordt hier overigens overal aangesnoerd (op kap van de belastingbetaler uiteraard, niet op die van de banken die de economie op de rand van de afgrond en de meeste particulieren aan de schuldengalg gebracht hebben). Boris (de brullende-zatte hoogblonde Tory-burgemeester van Londen) wil een nieuwe taks van £1 per mijl invoeren voor auto's die in de drukste straten rondrijden, bovenop de "congestion charge" die zijn rode voorganger Ken Livingston heeft ingevoerd. Dat komt voor wie elke dag in de stad rijdt, op zo'n £ 20 per dag.

Dit ten einde het gat in het Transport for London-budget te dichten. Bemerk dat TFL maar eventjes £4 aanrekent voor een enkele rit met de metro binnen 1 zone. En dat in het weekend een derde tot de helft van de metrolijnen gesloten zijn voor werken (je kan dan de bus nemen, die minder kost, maar eeuwig vast zit in het stilstaande verkeer in de veel te smallle straten). Ik betaal (als -26-jarige) voor mijn treinabonnement tussen Brondesbury Park en Kew Gardens £ 191 voor drie maanden (zonder metrolijnen, zonder verkeer in de binnenstad). Voor dat geld kan je in heel Vlaanderen een jaar met de bus rijden. In Parijs betaal je voor iets gelijkaardig € 30 per maand, maar dan zit daar wel de hele binnenstad in: metro, RER en in het weekend lokale treinen. Bovendien zijn er aan de "carte Imagine-R" van de RATP kortingen gekoppeld in een aantal handelszaken.

zaterdag, oktober 10, 2009

Mails, peilingen en bruggen

Even kort wat commentaar bij wat zich de afgelopen dagen afspeelt in het koninkrijk Belgistan:

1. De uitgelekte mails aan Gennez over het ontslag van Vandenbroucke.

Ik vind het vreemd dat De Standaard, die de boodschap uitbrengt, vooral het oud nieuws herkauwt. Wie de geruchten rond de aanduiding van de ministers gevolgd heeft, leert eigenlijk niet veel bij. Dat de personen in kwestie tot de kring van Gennez' vertrouwelingen behoren, is ook geen nieuws. Dat stond ook al in de krant toen ze voorzitter werd.

Het lijkt me veel relevanter dat de voorzitter de indruk geeft haar adviseurs niet de baas te kunnen. Als je iemand vertrouwt, mag die goede raad geven. Het blijft natuurlijk wel aan jou zelf om de beslissing te nemen. Zeker in een functie als partijvoorzitter, waar een democratische legitimiteit aan vasthangt. 65% van de deelnemende leden heeft bij de voorzittersverkiezingen in 2007 voor haar gestemd. Dan moet ze de beslissingen ook zelf nemen.
In dat verband is het meest vervelende zinnetje voor haar dat Stevaert het mandaat van Anciaux moet gaan onderhandelen bij Di Rupo. Kan ze dat zelf niet ? Je bent voorzitter van een partij, of je bent het niet. Wat moet Di Rupo daar van denken ? Dat sp.a een stuurloos schip is ?

Voor het overige sluit ik me aan bij de opmerkingen over de legitimiteit van de externe persoon (ook al is hij bij de jongsocialisten actief geweest en werkte hij op een kabinet) om zich uit te spreken over mensen met toch wel een aanzienlijke staat van verdienste. En met toch wel veel stemmen. De publicatie in de krant van gisteren bewijst dat zo'n uitspraken altijd kunnen ontploffen in het gezicht van de persoon die je daarmee adviseert.

Moet de "partijtop opstappen", zoals De Bruyn vraagt ? Ik denk het niet (wie is dat trouwens, behalve Caroline Gennez ? formeel gezien de ondervoorzitter, Dirk Van Der Maelen, de rest is verkozen in het partijbureau, moeten die dan ook allemaal ontslag nemen ?).

De beslissing over Vandenbroucke is oud nieuws. Het komt aan de voorzitter toe om de populairste sp.a-politicus een nieuwe rol te geven, waarbij hij op het voorplan kan staan en de problemen die zich tussen beiden hebben voorgedaan, zich niet meer kunnen herhalen. Bijvoorbeeld: het economisch- en begrotingsbeleid van de federale regering, de sociale zekerheid... Domeinen waarvoor Vandenbroucke een expert is en waarin er naar hem zal geluisterd worden in de publieke opinie.

Het programma voor het Visie-congres ziet er bijvoorbeeld interessant uit (er zijn ook niet-sp.a-experten uitgenodigd, zelfs mensen van de rechterzijde; hopelijk geeft dat een beetje echt debat). En de nieuwe ministers lijken me competent.
Alleen de communicatieblunder over de besparingen in het Onderwijs is echt nog een teken van zwakte. Het doet een beetje denken aan het verhaal van Vandenbroucke die "het Latijn zou afschaffen". Dergelijke kwakkels sneeuwen de inhoudelijke iniatieven onder. Bijvoorbeeld het alternatieve standpunt over de kernenergie-uitstap (cf. de tribune van Freya Van den Bossche met de twee groene energieministers uit Brussel en Wallonië).

2. Peilingen

Met enig cynisme constateer ik dat de peiling van De Standaard weer overexposure krijgt en haaks staat op die van La Libre. Het lijkt me weinig waarschijnlijk dat openVLD terug omhoog gaat na wat er de afgelopen maanden gebeurd is. Dat het VB daalt, is misschien waar, maar misschien ook niet... Dat Vandenbroucke de meest populaire sp.a'er is bij alle electoraten, heeft te maken met de media-aandacht die de "assassinat" gekregen heeft. Maar de partij zou er dus beter gebruik van maken door hem een positieve rol te geven.

De grootste bedreiging voor sp.a is momenteel CD&V, naar mijn aanvoelen. Peeters en Crevits geven de indruk maar graag stokken in de wielen te steken waar het kan (de functie van Lieten bij de Lijn, het BAM-dossier...). CD&V ruikt dat de problemen nog niet over zijn en hoopt met een gematigd en rationeel profiel (denk aan Steven Vanackere over de ambtenaren: de redelijkheid zelve) zijn leiderschap te versterken op kap van sp.a. Aan de rechterkant kunnen ze toch niets meer halen: N-VA zet daar alles af.

Los daarvan blijft de belangrijkste opdracht voor sp.a om het netwerk te versterken: alleen zo kan je duurzaam goede resultaten blijven houden en de volatiliteit van het kiezerskorps tegengaan. Kijk maar naar CD&V.

3. Antwerpen

Ik ben benieuwd naar de opkomst en de uitslag van het BAM-referendum, in die zin dat elke oplossing slecht lijkt: de brug zorgt voor sociale verloedering (luister maar naar het interview van Georges Allaert van de UGent bij Rondas, een paar weken terug), de tunnel boren onder Seveso-bedrijven ziet er heel riskant uit. Misschien gaat er in Antwerpen gewoon niets gebeuren. En kunnen we inzetten op een versterking van het spoor en de binnenvaart (zoals Allaert ook suggereert).

In elk geval is de communicatie van Patrick Janssens en Kathleen Van Brempt op het randje van het geloofwaardige. Ik geloof in de juistheid van een nee-stem (gezien de argumenten van Allaert), maar niet in de oprechtheid van de politieke bocht.

Kon Janssens nu echt niet eens naar een commissievergadering in het Vlaams Parlement gaan als het over zijn stad gaat ? Waarom werd al het parlementaire werk aan anderen overgelaten, terwijl dit dossier heel Vlaanderen aangaat ? Als sp.a al heel lang verantwoordelijkheid draagt op het Vlaamse departement mobiliteit en daar trots op is (gezien de realisaties bij de Lijn etc.), moet er ook niet worden weggelopen van de keuzes uit het verleden. Toch ook maar vreemd dat Janssens in Terzake geen rechtstreekse confrontatie met Karel Vinck aanging (die eigenlijk niet veel te vertellen had), maar in uitgesteld relais zijn verhaal deed. Geeft de indruk dat hij vreest om in te boeten aan credibiliteit als het met twee gebeurt. Ik moest terugdenken aan het boekje van Leona Detiège (Kroniek van een aangekondigd ontslag), dat verscheen na de Visa-crisis.

Probeert De Wever met een grote conservatieve lijst op te komen tegen hem in 2012 ? De gretigheid waarmee hij de capriolen van Janssens aan de kaak stelt, doet het vermoeden. CD&V en openVLD lijken me dan weer compleet wereldvreemd op dit dossier. Als de mensen nee stemmen, moet je niet zeggen dat je de brug hoe dan ook gaat bouwen.

Ook al is de raadpleging juridisch niet bindend, ze is een representatieve en formeel vastgelegde stolling van de publieke opinie. Als er genoeg mensen komen stemmen, is het een mooi voorbeeld dat lokale actiegroepen weldegelijk instrumenten hebben om de politiek te doen buigen en beleidsbeslissingen te veranderen.

London

Some pictures of the first days of my research stay.


(Leicester Square)


(One of the modern buildings in Oxford Street)


(Her Majesty's Kingdom of Great Britain, Northern Ireland and Low-Cost)


(Kew Gardens)


















































(The National Archives, my new home !)






(Harrods)




(City)