zondag, januari 31, 2010

La méthode Couet, over de kracht van positief denken

Jean-Noël Jeanneney levert deze week een schitterende radio-uitzending
af. Telkens wanneer je denkt dat het onderwerp echt te banaal is om een
uur "conférence" aan te wijden (cf. de vorige uitzending over de
Mexicaanse griep, met Jean Delumeau), slaagt hij erin om samen met een
historicus-expert de link te maken tussen ogenschijnlijk marginale
fenomenen en de grotere maatschappelijke tendenzen binnen een gegeven
historische, dikwijls comparatieve, context.

Nu spreekt hij met een specialist over de "Méthode-Couet", die eruit
bestaat dat je jezelf elke avond moet zeggen dat het goed met je gaat,
in alle opzichten. Iets wat enkel bij intellectuelen en gekken niet
werkt :-). Ontworpen door een apotheker uit de Elzas tijdens de meest
uitzichtloze uren van WOI, kende de methode een revival rond de
beurscrash van 1929. Ze werd in 2005 opgevist door Jean-Pierre Raffarin,
die op dat ogenblik zijn zwanenzang beleefde als eerste minister.
"Positief denken", "ne pas prendre la vie par les épines", en alles zal
ook beter gaan.

In de psychologie is de band met het onderbewuste en de theorieën van
Freud duidelijk, politiek gezien wordt deze methode aangevallen door
links, omdat ze mensen ertoe kan brengen de realiteit (die gekenmerkt is
door machtsongelijkheden) niet te erkennen. Volgens Jeanneney is er ook
een band tussen het (Angelsaksische) protestantisme en de ideeën van
Couet, die als een ster onthaald werd in de VS, tot bij de president. De
muziekjes die tussendoor gespeeld worden over "het einde van de crisis",
klinken familiair in de oren. Het gebruik van de positief-denken-ideeën
is ook gelinkt aan de opkomst van nationalistisch extreem-rechts in
Frankrijk tijdens het interbellum, wat toch ook wel stof tot nadenken geeft.

De wereld verdelen

Drie zeer interessante afleveringen van "La Fabrique de l'histoire"
(Emmanuel Laurentin) op France Culture, van vorige week (25-26-27
januari). Over Wenen (1815), Berlijn (1885, Afrika) en Yalta (1945). In
de laatste uitzending een optreden van Maurice Vaïsse (Sciences Po,
auteur van werken over de Gaulle, het Franse buitenlandbeleid vanaf de
Gaulle en een algemene geschiedenis van de internationale betrekkingen
na 1945) en François de Kersody (biograaf van Churchill en Göring).

Voor wie van een beetje politiek spektakel houdt: de tussenkomst van
Villepin, "invité" bij "le Grand Journal" op Canal+ afgelopen vrijdag,
waar hij de vloer aanveegt met Sarko: http://player.canalplus.fr/#/313078.

vrijdag, januari 29, 2010

Fontes Historiae Iuris

Een nieuwe online-collectie rechtshistorische teksten, gelanceerd door de collega's van Lille-II. Klik hier.

Histoire, terminales scientifiques et identité nationale (Le Monde)

Voorwaar een schoon opiniestuk over het nut van geschiedenis voor het onderwijs en de samenleving als politieke gemeenschap.

Context: Sarkozy's minister van Onderwijs, Luc Chatel, stelt voor om geschiedenis te schrappen als eindejaarsmaterie voor leerlingen middelbaar onderwijs die de Bac "S" voorbereiden. Deze richting komt overeen met het Belgische "Wetenschappen-Wiskunde 8 uur". De klassen zitten proportioneel eerder gevuld met kinderen uit gegoede milieu's en hebben de reputatie de verstandigste leerlingen aan te trekken. Die daarna overigens evengoed doorgaan naar rechten, politieke wetenschappen of geschiedenis.

Probleem: de bac "L", die een literaire voorbereiding biedt, is hierdoor sterk afgedaald. Chatel dacht zo de betere studenten, die geen wetenschappelijke richting wensen te volgen in het hoger onderwijs, een aangepaste voorbereiding te geven, en de wiskundigen zich te laten concentreren op minder materies. Het is een argument dat Luc Ferry, de voormalige minister van onderwijs onder Jacques Chirac, ook steunt.

Critici van de maatregel: de universitaire historici. Zij denken dat er geen enkele verschuiving zal zijn in het publiek van beide richtingen. Wiskunde heeft in Frankrijk een hoog aanzien als intellectueel vormende materie. Ze vrezen dat net minder briljante leerlingen zullen kiezen voor de menswetenschappen na de "Bac", omdat ze in het laatste jaar geen geschiedenis meer krijgen.

Er is dan ook een grote petitie gestart, en vooraanstaande professoren als Sirinelli (Sciences Po) zijn op radio en tv hun ongenoegen komen declameren. Het einde van de beschaving leek nabij. Vooral omdat Sarkozy tegelijk het debat over de nationale identiteit gestart heeft. Hoe paradoxaal is het om eerst aan de burgers te vragen, wat het is om Frans te zijn, en dan botweg het geschiedenisonderwijs te declasseren in de beste afstudeerrichting ?

Intussen is er nog wat water door de Seine gestroomd en is het probleem wat naar de achtergrond geraakt: de eerste pagina van de kranten is ingenomen door andere stommiteiten van de hyper-president. Het opiniestuk hieronder is desondanks een mooi pleidooi voor het nut van geschiedenis. De Lavisse waarnaar verwezen wordt, is de huishistoricus van de Derde Republiek (die komt na de nederlaag van Napoleon III tegen Pruisen, 1871). Hij inspireerde de geschiedenisboeken van de befaamde publieke lekenschool van Jules Ferry, die in Frankrijk nog steeds gezien wordt als het belangrijkste sociale promotiekanaal.

De discussie is niet zonder belang voor het debat over de Franse "uitzondering": in geen enkel ander land ligt de nadruk zo sterk op geschiedenis, literatuur en algemene vorming. Ook onder de nieuwe hervorming moeten de leerlingen van de "Terminale S" een (centraal) examen filosofie en Frans afleggen om naar de universiteit te mogen ! Toelatingsproeven in de "Écoles de commerce" eisen van de kandidaten dat ze een mooie tekst kunnen opstellen.

Het verwijderen van geschiedenis in de terminale S kan zo leiden naar een afvlakking van die Franse specificiteit en naar een louter utilitair onderwijs. En wie utilitair gevormd is, laat zichzelf ook maar al te gemakkelijk gebruiken door een ander...

Bron: Le Monde.fr, Opinions

.
Histoire, terminales scientifiques et identité nationale, par Eric Sartori
LEMONDE.FR | 28.01.10 | 22h42


Un débat chasse l'autre, c'est la méthode Sarkozy. Alors, avant que passe, avec l'approbation de certaines associations de parents d'élèves, une réforme tendant à priver près de la moitié des élèves de la filière générale d'un enseignement d'histoire en terminale, tentons un dernier baroud. L'historien des sciences que je suis ne peut évidemment se résigner à cet appauvrissement de notre enseignement : veut-on que les scientifiques dont nous avons tant besoin soient ces spécialistes idiots que dénonçait déjà Comte ?


HISTOIRE ET IDENTITÉ NATIONALE



Commençons par cette remarque d'un connaisseur : "Un peuple qui n'enseigne pas son histoire est un peuple qui perd son identité ", François Mitterrand, 1982. Le débat sur l'identité nationale est l'occasion de relire le texte de Renan de 1882, Qu'est-ce qu'une nation ? Pour Renan déjà, la nation se construit contre le communautarisme : "Prenez une ville comme Salonique ou Smyrne, vous y trouverez cinq ou six communautés dont chacune a ses souvenirs et qui n'ont entre elles presque rien en commun. Or l'essence d'une nation est que tous les individus aient beaucoup de choses en commun, et aussi que tous aient oublié bien des choses. Aucun citoyen français ne sait s'il est burgonde, alain, taïfal, wisigoth". La nation est construite par l'histoire : "La nation moderne est donc un résultat historique amené par une série de faits convergeant dans le même sens…" Et la nation vit par l'histoire et par la volonté de continuer l'histoire : "Une nation est une âme, un principe spirituel. Deux choses qui, à vrai dire, n'en font qu'une, constituent cette âme, ce principe spirituel... L'une est la possession en commun d'un riche legs de souvenirs, l'autre est le consentement actuel, le désir de vivre ensemble, la volonté de continuer à faire valoir l'héritage qu'on a reçu indivis… Avoir des gloires communes dans le passé, une volonté commune dans le présent ; avoir fait de grandes choses ensemble, vouloir en faire encore."

En France donc, l'identité nationale s'enracine dans la culture historique, comme le note Antoine Prost dans son ouvrage remarquable Douze leçons sur l'histoire. Les républicains ont compté sur l'histoire pour développer le patriotisme et l'adhésion aux institutions – c'était tout le projet magnifique de Lavisse. Ce fait – l'importance de l'histoire – n'est peut-être pas aussi universel que le pensait Renan – il semble par exemple que l'Angleterre se pense, se représente à elle-même davantage par l'économie politique. Mais en France, l'importance de l'histoire est indiscutable ; c'est sans doute le seul pays où l'enseignement de l'histoire est, au sens littéral, une affaire d'Etat, qui peut être évoquée en conseil des ministres… et provoquer de véritables passions.

Il faut donc sans doute que nos gouvernants actuels connaissent bien mal leur pays ou qu'ils s'en sentent bien détachés pour avoir pensé que la suppression des cours d'histoire dans les terminales scientifiques, principalement pour des raisons d'économie maquillées en volonté de renforcer les filières littéraires, passerait sans provoquer de réactions.

L'HISTOIRE CONTRE LES MANIPULATIONS DE LA MÉMOIRE

Il faut aussi bien méconnaître l'histoire pour confondre histoire et mémoire et mettre celle-ci au service de médiocres manipulations politiques, comme le fait l'actuel président qui voudrait bien nous plonger dans une dictature quasi orwellienne de l'émotion. Dans un texte célèbre, Pierre Nora a bien démontré l'opposition profonde entre mémoire et histoire : "La mémoire installe le souvenir dans le sacré, l'histoire, parce qu'opération intellectuelle et laïcisante, appelle analyse et discours critique… La mémoire sourd d'un groupe qu'elle soude… il y a autant de mémoire que de groupes, elle est par nature multiple et démultipliée. L'histoire, au contraire, appartient à tous et à personne, ce qui lui donne vocation à l'universel" (Les Lieux de mémoire). Lucien Febvre est même allé plus loin, retrouvant la fameuse nécessité d'oublier dont parlait Renan : "Un instinct nous dit qu'oublier est une nécessité pour les groupes, pour les sociétés qui veulent vivre. L'histoire répond à ce besoin. Elle est un moyen d'organiser le passé pour l'empêcher de trop peser sur les épaules des hommes" (Vers une autre histoire). A trop et mal manipuler les devoirs de mémoire, on renforcera les communautarismes au détriment de la nation. Au contraire, l'histoire doit permettre de préparer l'avenir. "On fait valoir sans cesse le devoir de mémoire, mais rappeler un événement ne sert à rien, même pas à éviter qu'il ne se reproduise, si on ne l'explique pas. Il vaut mieux que l'humanité se conduise en fonction de raisons que de sentiments", note Antoine Prost (Douze leçons sur l'histoire);

Il y a vraiment une méchante ironie à lancer un débat sur l'identité nationale et à supprimer en même temps l'histoire en terminale pour les séries scientifiques, en cette année de terminale qui doit clore le socle commun de l'enseignement et permettre une réflexion plus approfondie sur le mode moderne grâce au savoir historique – que l'on pense au superbe programme exposé, rêvé par Braudel dans sa Grammaire des civilisations.

On a parfois reproché aux socialistes de vouloir par idéologie détruire les formations élitistes. Ils n'ont rien fait de tel, et les plus courageux ou les plus lucides ont défendu l'élitisme républicain. Il est paradoxal de voir aujourd'hui la droite, du moins celle qui est au pouvoir, s'acharner à dévaloriser la section S, ce qui, évidemment, ne fera aucun bien à la section L, qu'on n'aide d'ailleurs pas en raillant l'étude de La Princesse de Clèves. Faut-il chercher ici d'autres raisons que le faible intérêt porté à l'enseignement dans la famille présidentielle ? Qu'en pensent des électeurs de droite plus traditionnels ?

Il faut donc se battre, au nom de l'identité nationale, de l'intégration, mais surtout au nom de l'intelligence et même de l'efficacité économique pour que l'enseignement continue à former des têtes bien faites et harmonieusement remplies ; donc pour l'enseignement de l'histoire en terminale scientifique et son rétablissement dans l'enseignement technique. Et aussi pour un enseignement scientifique dans les classes littéraires, un enseignement qui permette d'acquérir une bonne connaissance des principes, méthodes et résultats fondamentaux des sciences et qui pourrait être basé sur l'histoire des sciences et des techniques.

Eric Sartori est l'auteur d'Histoire des femmes scientifiques, Plon 2006.

Sarko vs. Villepin, ronde 2

Het parket van Parijs tekent beroep aan tegen de vrijspraak voor Villepin. Die spaart zijn kritiek niet aan het adres van Sarkozy in zijn reactie (http://www.lemonde.fr/, hieronder9. Zoals hij gisteravond al liet opmerken op France 2, staat het parket onder controle van de minister van Justitie. Het is niet neutraal, en kan gebruikt worden als een politiek wapen.

Om zich te verbergen, zegt Sarkozy dat hij zich niet opnieuw burgerlijke partij zal stellen. Belachelijk.

Le procureur de Paris, Jean-Claude Marin, a annoncé, vendredi 29 janvier sur Europe 1, qu'il fera appel de la relaxe prononcée la veille par le tribunal correctionnel de Paris pour Dominique de Villepin dans l'affaire des faux listings de la société Clearstream. M. Marin, qui avait requis à l'audience une peine de dix-huit mois de prison avec sursis et 45 000 euros d'amende à l'encontre de l'ancien premier ministre, a expliqué qu'il estimait que toute la lumière n'avait pas été faite sur l'affaire

Dominique de Villepin a réagi sur RMC en déclarant que l'appel du parquet était une décision "politique", fruit de pressions du chef de l'Etat, montrant qu'"un homme, le président de la République, Nicolas Sarkozy" a choisi de "persévérer dans son acharnement, dans sa haine". Prié de dire s'il comptait affronter le président de la République sur le terrain politique, peut-être en 2012, il a répondu : "On n'affronte pas un homme qui s'enferme." "Je n'ai pas à débattre avec un homme qui est guidé par la haine, c'est m'éloigner des Français", a-t-il insisté. "Mon agenda n'est pas dicté par Nicolas Sarkozy", a souligné Dominique de Villepin.

De son côté, le président de la République ne se constituera pas partie civile dans le procès en appel, selon Franck Louvrier, conseiller pour la communication à l'Elysée. La veille, Nicolas Sarkozy avait annoncé qu'il était satisfait du jugement et qu'il ne ferait pas appel. Cette déclaration avait surpris les acteurs du procès puisqu'une partie civile n'a pas juridiquement le pouvoir de faire appel d'une décision pénale, qui n'appartient qu'au parquet.

(lemonde.fr)

donderdag, januari 28, 2010

Sarkozy kent Frans strafprocesrecht niet

"Ik ga niet in beroep !"

"Dat is ook niet mogelijk, als burgerlijke partij..."

Zie site Libération.

"Villepin libre"



Vandaag is Dominique de Villepin vrijgesproken in het Clearstreamproces. De man zou normaal afgeserveerd moeten geweest zijn bij een eventuele veroordeling. Daar is het echter niet toe gekomen. Zonder het te willen, heeft Nicolas Sarkozy hem een kans gegeven om terug op het politieke theater te verschijnen.

1. Oppositie tegen Sarko: wie ?

- Het is een vaak gehoorde klaagzang in Frankrijk: Sarko kan zijn populariteit ongestraft naar omlaag zien duiken, het schaadt hem toch niet voor 2012 (bemerk trouwens dat Chirac nog veel impopulairder was tijdens zijn tweede amtstermijn, het laagterecord is nog lang niet in zicht). Niemand weet goed wat de PS te vertellen heeft. De Groenen zijn niet sterk genoeg om een tweede-rondekandidaat te leveren. De MoDem van Bayrou is door de president zelf "kaltgestelt".

Maar: Sarkozy heeft in 2007 gewonnen omdat hij de enige kandidaat van rechts was. Door voorzitter van de UMP te worden (en die functie te combineren met een ministerfunctie), heeft hij ze uitgebouwd tot een persoonlijke verkiezingsmachine. Het enige wat hem nog restte, was de "Dauphin" van Chirac uitschakelen: Villepin.

- Bij de grote studentenprotesten in 2005-2006 tegen Villepin's CPE (Contrat de première embauche: gemakkelijk te ontslaan jonge werknemers maken, om de jeugdwerkloosheid naar beneden te krijgen) heeft Sarkozy dan ook een vrij smerige rol gespeeld. Terwijl de premier zich vierkant belachelijk liet maken in de pers, voerde "Sarko" de onderhandelingen met de vakbonden, terwijl dat -als minister van Binnenlandse Zaken- helemaal zijn bevoegdheid niet was.

- De Clearstreamaffaire was de klap op de vuurpijl. Villepin mocht het vergeten in de politiek. Maar kijk: tijdens de hoorzittingen heeft Villepin telkens wanneer hij kon een nummertje opgevoerd voor een batterij camera's. In opiniepeilingen was de Villepin eind 2009 voor de Fransen de beste opposant tegen Sarkozy. Zomaar in elkaar gebokst, op een paar weken, terwijl Martine Aubry, leider van de grootste oppositiepartij, al meer dan een jaar aan het sukkelen is !

2. Wie kan voor Villepin stemmen ?

- Als Sarkozy's populariteit daalt, komt dat niet echt door zijn beleid. Bij ongewijzigd beleid heeft hij ook al tegen de 50 procent tevredenheid gestaan. Als er een grote betoging annex staking is, weet hij altijd wel een beetje toe te geven aan de vakbonden. Of roffelt hij de economisch nationalistische trom (hij heeft onder andere recent de delokalisatie van Renault naar Turkije uit het hoofd van de CEO gedreigd). Mensen ergeren zich het meest aan de anekdotes waaruit blijkt dat Sarko zijn rol in de republiek te buiten gaat: favoritisme ten voordele van zijn zoon, opzichtige levensstijl, onbehouwen manieren, ongeletterd zijn...

- Villepin is daar het tegenbeeld van. Afstandelijk, intellectueel, praat in grote, ronkende zinnen over de wereldmissie van Frankrijk. Villepin is een traditionele Gaullist (paleo-Gaullist, misschien). Maar hij sluit aan bij een in Frankrijk sterk verspreide hoge opinie over de eigen instellingen en levensstijl. Open en tolerant, zonder agressief taalgebruik, zoals dat van Sarkozy ten opzichte van de vreemdelingen (waarvan er jaarlijks 30 000 op een vliegtuig worden gezet). Villepin zou nooit een "ministerie voor immigratie en nationale identiteit" hebben opgezet. Bayrou speelde net op hetzelfde in met zijn boek, dat vorig jaar verscheen, over de autoritaire afwijking bij Sarkozy. De Fransen willen geen dictator, geen parvenu die zijn plaats niet kent.

- Kan Villepin president worden in 2012 ? Waarschijnlijk niet. Vergeet niet dat Villepin eigenlijk nooit populair geweest is, behalve nu, nu het duidelijk is dat Sarkozy hem onterecht de duivel heeft aangedaan. Hij moet het stellen met een aantal députés in de UMP-fractie in de Assemblée nationale. En met zijn "club Villepin", die zijn sympathisanten verzamelt. Er is nog een lange weg te gaan tot een effectieve campagne. Er werd een tijd terug in de Canard Enchaîné trouwens gespeculeerd op een ministerpost voor Villepin, in geval van vrijspraak. Als het om stemmen gaat, kent Sarkozy geen principes of persoonlijke scrupules.

Een onafhankelijke Villepin-elektrode kan het Sarkozy lastig maken in de eerste ronde. De 30 procent die hij in 2007 binnenhaalde als enige rechtse kandidaat, zal hij niet meer kunnen evenaren. Zeker niet na vijf jaar "in office". Villepin neemt waarschijnlijk ook wel bij Bayrou weg, maar toch in de eerste plaats bij het traditionele, gaullistische centrum-rechtse electoraat. Dat het overigens ook niet zo heeft op mensen à la Frédéric Mitterrand of Carla Bruni.

Het hangt dan natuurlijk af van de kandidaat van links, of uit dat reservoir eventueel nog stemmen uit kunnen overlopen. Het interessantste zou zijn dat Villepin zijn kiezers oproept om niét te gaan stemmen. Dat zou wel eens het verschil kunnen maken. Maar daarvoor zou de rancune wel echt diep moeten zitten.

3. Overschat Villepin nu ook weer niet

Iedereen herinnert zich ongetwijfeld het discours van 14 februari 2003 voor de VN-Veiligheidsraad over de oorlog in Irak, waar Villepin als spreekbuis voor de wereldopinie de onwettige Amerikaanse beslissing om ten oorlog te trekken, aan de kaak heeft gesteld. Het was een mooi moment. Villepin heeft ook een Napoleon-biografie geschreven. En de Geschiedenis van de Franse diplomatie gepatroneerd (2005).

Toch is hij eerder een amateur-historicus en -geleerde. Ik kocht vorig jaar zijn "Le requin et la mouette", een parabel over de Europese meeuw en de Amerikaanse haai in de wereldpolitiek. Het boek is bijna onleesbaar. Staat vol met gezwollen en pathetisch aandoende referenties aan alles wat Villepin in zijn leven gelezen heeft. Redeneringen zijn niet erg onderbouwd, eerder een soort hutsepot van opgeblazen en sentimentele gevoelens.

Nu goed, een politicus moet zelf zijn discours niet schrijven. Sarko bouwt op de pen van Henri Guaino en Claude Guéant, zijn twee belangrijkste adviseurs. En er zijn waarschijnlijk wel genoeg briljante mensen van Sciences Po of ENA die Villepin willen steunen in zijn campagne.

Maar het is echt wel geen raspoliticus. Villepin is een énarque, die vooral als secretaris-generaal van het Élysée (de functie van Guéant nu) carrière heeft gemaakt onder Chirac. Hij is nooit verkozen, altijd benoemd. En is de man achter de voor Chirac rampzalige ontbinding van de Assemblée nationale in 1997. Dat leidde tot de linkse regering-Jospin (die zeer veel gerealiseerd heeft).

Je kan Villepin misschien vergelijken met Maurice Couve de Murville. De man was de Gaulle's minister van Buitenlandse Zaken tussen 1958 en 1968. Na mei '68 dumpte de Gaulle zijn te populaire eerste minister Georges Pompidou (die de crisis had afgehandeld terwijl de generaal was gaan lopen naar Baden-Baden) en verving hem door de afstandelijke diplomaat Couve. Na het vertrek van de Generaal had Couve alle moeite van de wereld om aan een verkozen mandaat te raken. Hij kende alle diplomatieke finesses van de toenmalige Koude Oorlog-arena, maar kon niet meespreken over de prijs van de bonen of de tomaten op de markt. Couve vereenzaamde en werd gezien als de vertegenwoordiger van een totaal verouderde politiek. Dat risico bestaat zeker voor Villepin.

Toch ben ik blij dat hij vandaag vrijuit gaat. De rechters hebben misschien op deze manier eens goed tegen Sarko's schenen willen trappen. De president wil de onderzoeksrechter afschaffen. De president heeft gewone demonstranten gedagvaard voor de correctionele rechtbank wegens belediging van het staatshoofd. De president houdt de corrupte burgemeester van Levallois, Patrick Balkany, de hand boven het hoofd. De president benoemt zijn medewerkers zonder respect voor de procedures, aan het hoofd van belangrijke (staats-)bedrijven. Van tijd tot tijd kan het deugd doen om eens te herinneren aan de scheiding der machten. Hoewel dat laatste natuurlijk niet alleen voor Frankrijk geldt :-).

dinsdag, januari 26, 2010

Le Soir

Bizarre peiling van Le Soir voor Brussel: de MR zou een flink stuk van haar kiezers verliezen aan de PP van Aernoudt/Modrikamen en dus worden voorbijgestoken door de PS. Modrikamen, die in de Libre nog op 3,5 werd gezet in het Waals Gewest (3,5, dat is ongeveer drie keer zoveel als de partij van Geert Lambert haalde na een volledige verkiezingscampagne), staat daar nu al niet meer op de kaart. Affaire-Daerden (Senaatsnummertje, revisorencontracten) lijkt de Waalse opinie koud te laten.

Voor de rest dezelfde cijfers als elders. N-VA (15,7, 15 zetels) nipt voor openVLD (14 zetels: dat is een klein verschil met La Libre, waar de peilers een grotere achterstand zien voor de liberalen: zal wel iets te maken hebben met de lagere score van LDD - 5,1; valt terug op 3 zetels).

sp.a zucht nog steeds in het sukkelstraatje (14,2 of twaalf zetels). De enquête werd nochtans afgenomen tussen 18 en 22 januari, tijdens het sociale tumult bij AB Inbev en Opel, waar sp.a zich toch wel geroerd heeft (grabbelgedrag van Dehaene, steun aan de vakbonden). CD&V blijft comfortabel op kop (24, 24 zetels). Maar er blijft nood aan twee partners.

maandag, januari 25, 2010

Speyer

Laatste stop: Speyer. Weldra 1100 jaar gewijde Dom, waar ook een hele reeks keizers uit de Hoge Middeleeuwen begraven ligt. Belangrijk startpunt voor de Compostela-tocht. En de hoofdstad van de "Bretzel" (een grote krulvormige gezouten broodsoort)

Zeer groot museum (tot mijn verrassing). Niet volledig kunnen zien omwille van tijdsnood. Vaut le détour.


(allegorie op de ziekte van Louis XV tijdens de Oostenrijkse Successieoorlog, waarbij hij gedwongen wordt om zijn maîtresse te verstoten; de koning wordt beter, beveelt om het huidige Panthéon op te trekken, maar neemt achteraf de maîtresse gewoon terug; maîtresse evenwel zo aangedaan door de verwerping, dat ze niet veel later doodgaat)


(de hertog van het betwiste vorstendom Zweibrücken, die poseert alsof hij de koning van Frankrijk in persoon is)


(één van de hofnotarissen van de Paltsgraven)


(mooie afgrenzing van de Duitse nieuwe geschiedenis)


(kerkschat van de Dom)






(Speyer ligt nog aan de "goede" kant van de limes)


(stadspoort)


(Dom)






(beenderrest van de een of andere heilige; heeft de allures van een pretpakket voor menige trouwe viervoeter)


(Keizersgraven)


(de vier Salische keizers)


(Romeinen in de sneeuw)


(paleis van de plaatselijke Léonard)






(Santiago)

Mannheim

Volgende etappe op mijn trip door de Keurpalts: Mannheim, waar keurvorst Karl Philipp zijn residentie verlegd heeft. Het enorme stadspaleis dat hij door een Franse architect laat optrekken in classicistische stijl, diende in de negentiende eeuw als residentie van de door Napoleon tot groothertog gepromoveerde vorsten van Baden.

De bombardementen van WOII hebben veel schade aangebracht aan het gebouw. Lange tijd zag het er maar belabberd uit, in grijs-zwart-wit in plaats van het oorspronkelijke bruin-rood met geel-wit. Bovendien ligt er vlak achter een grote spoorweg, die de tuinen zo goed als teniet gedaan heeft.

Gelukkig heeft men recent veel geld gesmeten tegen de renovatie van het gebouw. Ik heb geen foto's van binnenin (verboden), maar de ridderzaal, met de dubbele portretgalerij van de Paltsgraven, loont zeker de moeite.














(het orgel van de heropgebouwde Jezuïetenkerk, die tijdens WOII eveneens vernield werd)










Nec Pluribus Impar (22.I.2010)



First of all, I would like to express my thanks to the jury members of the 2008 thesis prize for their unanimous and flattering evaluation of my research. It goes without saying that I feel very honoured by this recognition of my efforts as a student two years ago.

The work in question is a kind of a life-time project. I came to the War of the Spanish Succession at a rather early age. I used to drive past one of its battlefield by bike every day on my way to school. First as a child, then as a teenager. The plains of the countryside around Oudenaarde were once filled with 170 000 soldiers from across Europe. From the plains of Normandy to the hills of Hessen-Kassel, from the Scottish highlands to the strait of Messina.

Every nation of the European Commonwealth had its representatives in the pompous armed clash of July 11th 1708.

Without realizing it at first, this presence in itself accounted for the most relevant characteristic of the whole War of the Spanish Succession. It was a pan-European affair. Not the military outcome as such, but more the representation in public opinion of the ever recurring encounters of the European “Société des Princes”. Through their generals, princes and diplomats.

I. Soit par une bonne guerre...

1. When the interested reader looks at the memorial remains of the war, he cannot avoid the monumental Marlborough by Sir Winston Churchill. This literary classic has overemphasized the importance of the British –or, larger- the Maritime interest in the Spanish Succession. When we look at Oudenaarde, Blenheim, or Ramillies, the story is better-fed at the coalition side than at the French one.

This unsatisfactory gap in knowledge led me to the Sorbonne, the Service Historique de la Défense and the Archives Diplomatiques in Paris. To the remains of the grand strategy of “Louis XIV, le plus grand roi du monde”, to cite Lucien Bély’s biography.

Again, I was warned beforehand by books as authoritative as Martin Van Crevelds Supplying War and Guy Rowlands’ work on The Dynastic state and the French Army.

(1) Siege and battle were not decisive;

(2) The army was not the birthplace of the modern state (as André Corvisier told us), but an arena for competing noble and administrative family-strategies;

For example, if we take the 1708 campaign, with the big victory of Eugene and Marlborough at Oudenaarde and at the siege of Lille, the factual account in the archives does not learn us anything new. Yes, control of Belgium meant control of the Scheldt to Antwerp and of the coastal zone to Ostend. And Yes, the French army was divided and lost terrain.

2. But why was the French army divided ? Because it was a meeting place for competing court networks. The brilliant Mémoires of Saint-Simon give us the account of the mutual hatred between the Duke of Vendôme, grandchild of one of Henri IV’s bastards, and the Duke of Burgundy, destined heir to the French throne. They use military facts as a means of propaganda to block the other’s aspirations at court.

3. But on a higher level, the French system was not as inefficient as anglo-saxon authors suggested. Louis XIV and his adviser Chamlay firmly held the reins for the Flemish theatre. Thanks to Vauban’s fortifications, the coalition army did not rush to Versailles, as Prince Eugene portrayed in front of his troops.

The reasons are to be found in earlier campaigns. French intelligence on the terrain was excellent. “Le point faible de la monarchie française se trouve entre Bruxelles et Paris”. Contrary to what has been suggested, the failures of the battle of Oudenarde are not the result of logistical, but of personal errors. And they are not uncommon on a battlefield.

If we have a closer look at the previous campaign, that of 1707, this becomes even clearer. In a year labelled by sir David Chandler as “Frustration in Flanders”, the Duke of Vendôme had succeeded in keeping the enemy from any military engagement. By manoeuvring over muddy roads, through narrow enclosures and past the strategic streams. In other words, Basil Liddel Hart’s indirect strategy prevails over the Clausewitzian shock doctrine.

II. ... soit par traités.

1. If war does not decide the Spanish Succession, it’s time to call in the diplomats. As Ragnhild Hatton demonstrated in her brilliant essay Louis XIV and his fellow monarchs, international relations in the late 17th and early 18th century operate on a horizontal basis. To achieve the ambitions of his master, the engineer Vauban saw two means: “Soit par traités, soit par une bonne guerre”.

Historians have overestimated the latter component. Louis XIV was not any more belligerent or ambitious than Leopold I of Austria of King-stadholder William III. It is nonsense to attribute blame to either of the parties for beginning the war.

2. Louis spent as much time directing his diplomacy as he was directing the war. The Great Alliance of The Hague against him was a very fragile one. French diplomacy tried incessantly to bribe one of the partners out of the compound.

During the winter of 1707-1708, Colbert de Torcy, the secrétaire d’État des affaires étrangères, sent Nicolas Mesnager to the Dutch Republic. Disguised as a horse salesman, he confronts the Regents to the blunt political reality. After six years of Duthc bloodshed and heavy financial efforts, Spain is still under French control. Why not partition the inheritance of the late Charles II in such a way that the European Balance is preserved ?

The Dutch Regents, however, refused stubbornly... and felt betrayed... when Great Britain accepted similar French proposals three years later. Mesnager’s negotiation plan was the blueprint for the Treaty of Utrecht (1713, which approaches its 300th birthday). Legal equality, commerce and balance of power were the leading principles behind the restoration of Peace in Europe after 100 years of uninterrupted fighting.

Nicolas Mesnager could make his career thanks to the chances offered by the wartime clandestine relations. There were no formal diplomatic ties between France and the Republic. So no nobleman occupied the post of ambassador. To a roturier like Mesnager, who was a salesman from Rouen, the doors would probably have remained closed. However, 80 million livres Tournois extracted from the Spanish colonies in America... every single year. The importance of commercial questions was such that a expert held the key to the establishment of a European peace.

III.

To conclude: why choose Nec Pluribus Impar ? as a title for this work ? Those three words were cast on the heavy metal guns with which the French bombarded the Grand Place in Brussels in 1695 or devastated the castle of Heidelberg in the Nine Years’ War. One can still read them on the inner courtyard of the Hôtel des Invalides in Paris. The king, who was not comparable to many, as the Petite Académie used to state, was not an ever-victorious general. He was not the universal monarch of Europe. What did he want?

Arbitre de l’Europe ? Yes.

Hegemon ? No.

Louis was born barely two years after the Spanish armies reached the outskirts of Paris in 1636. The vulnerable point of the French monarchy was the North. When the Sun King dies in 1715, he enlarged the territory he inherited from his father and buttressed it with Vauban’s fortifications. His ambition was not natural frontiers, as Gaston Zeller already demonstrated in the 1930’s, but security. Through the sword, but most of all through the diplomatic feather.

Did he succeed ? From Richelieu to Mesnager, the guns kept on brawling. Between the Peace of Utrecht and 1743, there was nothing but silence on the northern frontier.

I thank you for your attention.

(tekst van afgelopen vrijdag, aanvaarding thesisprijs Werkgroep 18de eeuw)

Keurpalts


Dit weekend ben ik ertoe gekomen het Duitse cultureel patrimonium wat te verkennen.



Eén van de belangrijke spelers in het ingewikkelde kluwen van het Heilig Roomse Rijk is de keurvorst van de Palts. Hij regeert over een bont allegaartje van gebieden. Het is soms moeilijk voor te stellen, bij een eenvoudige blik op de kaart, wat dat nu eigenlijk betekent.


(Rijksadelaar)


(binnenplaats)



1. Er zijn de anekdotes over de tweede echtgenote van "Monsieur", de broer van Louis XIV: de plompe "Madame Palatine" (wiens biografie, op basis van haar monumentale correspondentie, is geschreven door de Antwerpse literatuurhistoricus Dirk Van Der Cruysse) vormt de aanleiding voor haar schoonbroer om in 1688 de Negenjarige Oorlog te beginnen en zo Heidelberg in as te leggen.


(Madame palatine, met aan haar linkerzijde generaal Mélac)


("Heidelberga deleta": Louis XIV duwde even op de "verwijder"-toets)


(toestand voor 1688)


(de resten van de middeleeuwse burcht, na een "Louis XIV, parce que je le vaux bien"-behandeling)

Heidelberg maakt deel uit van de Palts. Als Louis XIV het enorme kasteel verwoest, kan je er dus van uitgaan dat de stad min of meer het centrum vormt van het vorstendom. Maar dat is niet correct: het hof wordt verlegd naar Mannheim in de jaren '1720, waar een kolossaal "Stadsschloss" in barokke stijl verrijst.

2. Nog een "Palts"-figuur: de "Winterkoning" Frederik V. Deze heerser bekent zich tot het protestantisme (om het gemakkelijk te houden, religieuze kwesties in Duitsland zijn ongeveer het plaatselijke BHV). Hij wordt bij het begin van de 30-jarige oorlog door de muitende Boheemse (lees: Tsjechische) notabelen naar Praag geroepen om er de kroon over te nemen van de Habsburgse keizer. Tussen de fameuze defenestratie van Praag in 1618 en de slag bij de Witte berg in 1620 (waarover Olivier Chaline van de Sorbonne een dik boek gepleegd heeft) is hij een leidinggevende figuur van het protestantse kamp in het Rijk.


(de Winterkoning)


(diens echtgenote, Elisabeth Stuart: grootmoeder van George I van Engeland-Wales/Schotland/Hannover)

Frederik V delft het onderspit, maar de protestantse internationale houdt de solidariteit met de familie in leven. Frederik zelf is getrouwd met een dochter van de Engelse koning Jacobus I (die uit het calvinistische Schotland op de Engelse troon komt na Elisabeth I). Die link zal na de Spaanse Successieoorlog de aanleiding vormen om George I, tot dan toe keurvorst van Hannover, binnen te halen, als dichtste protestantse verwant van de in 1714 heengegane Koningin Anna.

De Palts heeft dus wel een interessante plaats in de geschiedenis van de 17de en 18de eeuw. Na de Negenjarige Oorlog komt de familie von Neuburg er op de troon. Zij zijn katholiek (in tegenstelling tot de tak van de Winterkoning) en staan op goede voet met de Keizer in Wenen. Een van hen, Maria Anna, wordt overigens de tweede echtgenote van Karel II van Spanje en zal in die hoedanigheid het Spaanse schip van staat stevig in handen houden. Ze zal evenwel mislukken in haar pogingen om haar echtgenoot een testament ten voordele van aartshertog Karel van Habsburg te doen tekenen.

In de achttiende eeuw sterft de basistak van de Beierse Wittelsbachs (die onder andere de "Belgische" landvoogd Max Emmanuel in hun rangen tellen) uit. Keurvorst Karl Theodor (geboren in Drogenbos!) wordt dan ook keurvorst in Beieren en verhuist het hof naar München. Tot afgunst van Frederik de Grote van Pruisen, die het niet echt had op het "Glücksschwein", dat door erfenis kon verwerven wat een ander te vuur en te zwaard diende te veroveren.


(het familiewapen van de Wittelsbachs)

3. Wat zien we nu ter plaatse ? Ik had zelf in 1992 met mijn ouders het kasteel van Heidelberg bezocht en herinnerde me vooral de voorgevels zonder achterliggend gebouw, bovenaan een bijzonder lastige helling. Bijna achttien jaar later is dat grosso modo nog hetzelfde. De heuvel is niet zo lang als ik me herinner, maar wel nog erg stijl.

Binnenin kan je voor een schappelijke toegangsprijs van € 3 de immense wijnvaten van de Paltsgraaf bewonderen. Met dien verstande dat de alcoholconsumptie in het slot (aangedreven via een gigantische pomp, die de wijn rechtstreeks naar de slotzaal doen vloeien) niet moet onderdoen voor die van vlees. Een aantal telgen uit het Paltsgeslacht wogen 200 kilogram en moesten door de (gelukkig brede) gangen van hun versterking worden voortgesleept door het personeel. In bepaalde vertrekken zijn er "overgeefopeningen" om af en toe de maag te legen tussen de gangen door. Nodeloos op te merken dat de keurvorsten in die periode er al vrij vroeg het bijltje bij neer legden:


(detail van het grote vat)

Voor amper € 2 draaft een kundige gids op, die alle familiehistories rond het slot uiteenzet en de deuren opent die anders gesloten blijven. Niet gespeend van enig Duits nationalisme (de man duidt de Franse generaal Mélac, verantwoordelijk voor de verwoesting, aan met "Gruppenführer", een nogal SS-geconnoteerde term).

Het slot is opgebouwd in verschillende lagen sinds de 14e eeuw en is bedoeld om de Neckar te domineren. Gezien de steile toegangshelling is de defensieve positie uitstekend. Begin 17de eeuw laat de Winterkoning evenwel de versterkingen gedeeltelijk slechten, in de overtuiging dat er toch nooit meer een oorlog zal uitbreken. Iets wat een licht verkeerde inschatting bleek, vlak voor de dertigjarige oorlog.


(de kale rechtstaande muren; de grote ramen zijn een overblijfsel van de slechting van de middeleeuwse versterking door Filips V, die een feestzaal met veel licht wou op de eerste verdieping)


(glasraam in het Friedrichspalast)


(eerst protestante, dan katholieke kapel; verklaart meteen waarom de inrichting sober, maar het altaar exuberant is)



De mastodont domineert de Neckar (een bijrivier van de Rijn) en bestaat uit middeleeuwse en Renaissance-gedeeltes (waarbij vooral het laatste met een symmetrische, door standbeelden van de keurvorsten gedomineerde, gevel, erg Italiaans aandoet). In de 19de eeuw werden de nog rechtstaande muren opgezocht door schilders en auteurs.


(nog een gevel zonder achterhuis)




(zicht op de benedenstad)


(zicht op de groene hellingen die de Neckar-vallei omgeven)


(één van de dikke keurvorsten)








(Brug over de Neckar)





3. Heidelberg zelf is niet minder de moeite. Dankzij de Franse verwoestingen is de stad volledig in barokke stijl opgetrokken. Enkel het "Ritter"-hotel overleefde de "Gallische barbarij".


(Hotel Ritter)


(leeuw met kroon en rijksappel, symbool van de Paltsgraven)






(een van de mooiere Starbuckslokaties)




(Uni-Bibliotheek)

Ik heb nog twee zaken bezocht: de universiteit (de oudste in Duitsland) en het Friedrich Ebert-huis. Het laatste dankzij de Duitse collega die me had uitgenodigd en werkt over de gewapende organisaties van de SPD in het interbellum (die het onderspit moesten delven tegen de meer radicale NSDAP'ers en communisten; bij gebrek aan een effectief geweldmonopolie van de overheid stonden de verdedigers van de Weimargrondwet heel zwak).

Ebert was de eerste president van de Weimarrepubliek en een prominent Duits socialist. De SPD, die nu moeilijke tijden doormaakt, groeide onder het Keizerrijk uit tot de belangrijkste politieke partij in Duitsland en zette dat door na 1919.














(de fameuze Weimarinflatie)

Ebert heeft het natuurlijk hard te verduren gehad, gesandwicht tussen radicale communistische revolutionairen, gewelddadige extreem-rechtse militaristen en een nukkig rechterlijk apparaat, dat keer op keer de vijanden van de democratie vrijuit liet gaan. Een aantal prominente politici zijn vermoord (onder andere Erzberger, die de Wapenstilstand in Compiègne ondertekende), maar de daders zijn ofwel ontkomen ofwel zonder tegenstand gevlucht.

Niet gemakkelijk om in die omstandigheden de (progressieve !) Grondwet te verdedigen. Ebert heeft na WOII de aandacht gekregen die hij verdiende en is gezien als een symbool van de strijd van de rechtsstaat tegen de nazi's en de Pruissische militaristische traditie. De onderzoeksstichting van de SPD draagt bijvoorbeeld zijn naam.

Ebert is verbitterd gestorven: een rechts-nationalistische pamfletschrijver betichtte hem van verraad aan het vaderland, in de trant van de "Dolkstootlegende" die mee het succes van de NSDAP heeft gemaakt. In WOI is de Duitse bodem niet geschonden door vreemde troepen, maar toch heeft Duitsland zwaar betaald bij het verdrag van Versailles. Een deel van de militaire klasse heeft de schuld gelegd bij het volksoproer achter de lijnen, dat op 8 november 1918 (drie dagen voor wapenstilstand) de keizer heeft afgezet. Ebert heeft met een aantal gematigde elementen uit het oproer een regering gemaakt, wat door de pamfletauteur werd aangegrepen om hem een verrader te noemen. De president spant een proces aan wegens laster, maar... verliest het.

In elk geval een bijzonder interessante tentoonstelling, waar duidelijk veel middelen in zijn gepompt: grote reproducties en collages, multimediafragmenten... En een duidelijke politiek-institutionele ondertoon. Wat ik altijd graag heb. Hopelijk komt het er ooit ook eens van om hetzelfde te doen met Clemenceau.