maandag, maart 29, 2010

Peiling La Libre



Kamer  Nederlandstaligen:
Groen 6 (+2)
sp.a 13 (-1)
Cd&V 20 (-10)
N-VA 17 (+17)
openVLD 14 (-4)
LDD 2 (-3)
VB 16 (-1)

Kamer Franstaligen:
Ecolo 14 (+6)
PS 22 (+2)
cdH 10 (=)
MR 15 (-8)
FN 1 (=)

Opmerkingen:
- Alle verhoudingen lineair doorgevoerd per provincie (vb: CD&V zal in West-Vlaanderen normaal wel een zetel meer halen)
- LDD valt onder de kiesdrempel in Antwerpen en Limburg, nipt erover in Oost-Vlaanderen, geen zetel in Leuven/BHV; dreigt uit te doven tot (Noord?)West-Vlaams fenomeen, met enkel Dedecker (of zijn opvolger)/Martine De Maght
- openVLD kan, ook met een lager percentage dan sp.a (14 <=> 15,5%), toch nog meer zetels behouden (1 zetel voorsprong in Oost-Vlaanderen en in Vlaams-Brabant, 1 zetel achter in Antwerpen = 14 <=> 13)
- Meerderheden: moet je zelfs niet aan beginnen; elke regering met traditionele partijen veronderstelt een Franstalig overwicht (de Vlaamse drie "grote" partijen hebben niet genoeg zetels); je kan zeggen dat de opinie zich na paars, nu ook van de CD&V afkeert (in deze momentopname, toch)
- PS blijft comfortabel leider: van 1 zetel achterstand naar 6 voorsprong op MR

zondag, maart 28, 2010

Intervention Jour Fixe (MPIER, 22 February): "Ius Publicum Europaem and International Society (1713-1739)"


The text and powerpoint of my intervention at the Max Planck Institute for Legal History (22 February 2010, at the end of my research stay) can be consulted by clicking on the links in this sentence. They aim to give a general insight to the object of the first cluster of my research ("Balance of Power and International Law. European Diplomacy and the Elaboration of International Order, 18th Century and post-1945"). The presentation I gave at the European Forum last week can be seen as a a species of these more general schemes. The text is non-quotable.

Rencontres d'histoire du droit de la Fondation Biermans-Lapôtre: programme définitif

Deuxième édition des rencontres d’histoire du droit de la Fondation Biermans-Lapôtre, 12 mai 2010

Accueil (09:30)
M. Jos AELVOET, directeur de la Fondation Biermans-Lapôtre

Première session : le royaume de France et les Pays-Bas du moyen âge au XVIe siècle (10:00)

M. le professeur Rik OPSOMMER (Université de Gand/Archives de la ville d’Ypres)
« Le droit féodal dans les baillages de Cassel-Bailleul-Bourbourg-Bergues »

M. Florian MARIAGE (AE Tournai) (10:30)
« Une province en quête d’identité ? Le Tournaisis, XIVe-XVIe siècles. Facteurs et acteurs d’une cohésion sociale et territoriale difficile »

Pause (11:00)

M. le professeur Jean-Marie CAUCHIES (UCL/Académie Royale de Belgique) (11:15)
« L’hommage de Philippe le Beau pour le comté d’Artois »

M. le professeur Laurent WAELKENS (Katholieke Universiteit Leuven) (11:45)
« L’université d’Orléans et les juristes des Pays-Bas méridionaux »

Déjeuner (12:15)

Deuxième session : France/Pays-Bas, époques espagnole et autrichienne (14:00)

Dr. Nicolas WAREMBOURG (Université Panthéon-Sorbonne Paris 1)
« François Bauduin (1520-1563), un juriste artésien et européen »

M. Frederik DHONDT (FWO/Université de Gand) (14:30)
« Partager les pays-bas autrichiens, contenir la France : tâter les limites du langage diplomatique en août 1725 »

Pause (15:00)

Mme. le professeur Catherine LECOMTE (Université de Versailles Saint-Quentin) (15:15)
« Conquête et administration »

Troisième session : époque contemporaine (15:45)

Dr. Bart COPPEIN (Katholieke Universiteit Leuven)
« Le droit, c’est tout! L’approche intégrale de la pensée juridique d’Edmond Picard (1836-1924) »

Clôture (16:15)

Comité organisateur
Mlle Charlotte BRAILLON (FNRS/ULg)
M. Wim DECOCK (FWO/KUL)
M. Frederik DHONDT (FWO/UGent)
M. Emmanuel FALZONE (FNRS/FUSL)

Lieu
Fondation Biermans-Lapôtre
Cité Internationale Universitaire de Paris
9a Boulevard Jourdan
75014 PARIS 14ième
RER B – T3 (Cité universitaire)

Accès libre dans la limite des places disponibles. L’événement sera suivi d’une réception.

Voir aussi fichier PDF.

European Forum of Young Legal Historians


I spent the last four days in Frankfurt am Main, at the occasion of the XVIth European Forum of Young Legal Historians. Featuring "Die Inszenierung des Rechts" or, "the law on stage", it assembled almost 100 young researchers from universities across Europe (from Scotland to Turkey, from Estonia to Spain) and even speakers from Canada, the US or Brazil. An excellent opportunity to meet jurists, historians, linguists or philosophers working in the same field, treating themes from Antiquity to the present era and from civil to public international law.

I intervened in the panel "the law on the international stage" and put forward the case of the 1725 Ripperda Treaty as an illustration of the symbolic power of the balance of power metaphor in 18th Century international law. Those interested in my text can find it here, together with the powerpoint. Please note that it does not serve as a definitive, quotable or citable version of my lecture. The contributors will submit more elaborate articles to the conference book, which will be published later on.

dinsdag, maart 23, 2010

Het gevaar van de overwinningsnederlaag


U heeft ongetwijfeld kennis genomen van de grote overwinning van links bij de Franse “régionales”. Het resultaat is onverhoopt. De partij van Sarkozy kent een van de zwaarste nederlagen onder de Vijfde republiek. 21 op de 22 "metropolitaanse" regio's roze-groen-rood, "du jamais vu".

Toch zou ik in deze bijdrage het resultaat willen nuanceren. Links en rechts kampen met verdeeldheid, wat de presidentsverkiezingen nog altijd onvoorspelbaar maakt. De uitkomst van de interne oorlogjes zal de kandidaat voor 2012 maken of kraken. Het wordt vooral bibberen voor links, dat een ruzietraditie heeft.

1) Rechts: een kwestie van stijl
Nicolas Sarkozy wordt nu bedreigd van twee kanten: enerzijds door zijn persoonlijke oorlogje met Dominique de Villepin, anderzijds door de renaissance van het Front National. Beide gevaren hebben eerder te maken met zijn stijl, dan met het programma van de regering. Kort samengevat: Sarkozy is een platte opportunist, die geen enkele langetermijnverbintenis heeft. Hij ziet het gehele electoraat als te veroveren terrein. Maar "on ne peut pas plaire à tout le monde".

a. "Identité nationale"
Sarkozy gelooft zelf, dat het debat rond de nationale identiteit een van de redenen voor zijn electorale succes in 2007 was. Frankrijk kent een "ministère de l'immigration et de l'identité nationale", om komaf te maken met het "politiquement correct" discours rond vreemdelingen. De berekening van kandidaat-Sarkozy was eenvoudig. In 2002 neemt Le Pen 16%. Op het platteland (rechtse kiezers), maar ook in arbeidersbolwerken (linkse kiezers). Sarkozy ziet op die manier een aantal "verliezers van de globalisering" zich losmaken uit de traditionele rechts-links verdeling. Als hij zich aanpast, stemmen ze voor parlementair rechts.

Extreem-rechts gedijt goed in "triangulaire" situaties: PS versus UMP versus FN. Bijvoorbeeld bij de gemeenteraads-, of de regionale verkiezingen, gaat links dan met de winst lopen. In Frankrijk is het voldoende de eerste te zijn in de tweede ronde. Dan krijg je een "prime majoritaire" (50% bij de gemeenteraadsverkiezingen, 25% bij de regio's). Gevolg: de kiezers die bij het FN blijven in de tweede ronde, doen rechts verliezen, want het kan niet voor links komen.

Gevolg van de optie-Sarko: extreem-rechts stemt voor rechts van bij de eerste ronde => kiezers blijven in de tweede ronde => rechts is groter dan links.

Waarom werkt dit nu niet ? Sarkozy heeft het immigratiebeleid niet in de hand. Elk jaar worden 30 000 illegale vreemdelingen uit Frankrijk weggevlogen per charter, zwaar op de korrel genomen in de media. Op zich is dat niet onoverkomelijk, maar de politieke verantwoordelijken die de uitwijzingen organiseren, gaan uit de bocht. Brice Hortefeux, tot eind 2008 migratieminister, is de auteur van de meest "hippe" racistische grap van Frankrijk. Gefilmd door een amateur op een UMP-meeting, had hij het over Franse Arabieren ("beurs") als "Quand il y en a un, ça va... C'est quand il y en a beaucoup, que ça pose problème".

Eric Besson, overloper van de PS, die het beleid nu voert, komt over als een schurk zonder principes. Hij moest voor Sarkozy een "débat participatif" organiseren, waarbij de Franse burger op internet en op zijn prefectuur kan komen vertellen wat de essentie van "Frans zijn" uitmaakt. Op die manier ben je als beleidsmaker verlost van die vervelende intellectuelen, die anders het debat kapen, om uit te komen op een softe conclusie. Probleem: een derde van de bijdragen was rabiaat racistisch.

De oppositie reageerde intelligent. Martine Aubry gebruikte een schitterende zin van Charles de Gaulle: "Il n'y a que deux catégories de Français: ceux qui croient qu'il y a deux catégories, et ceux qui ne le croient pas", om het debat te klasseren waar het thuishoort: bij extreem-rechts. Voor de PS zijn de openbare diensten en de republikeinse gelijkheid de kern van de Franse identiteit. Ook voor een groot deel van de UMP-kiezers. Sarkozy lijdt met andere woorden aan "electoral overstretch". Hij kan niet op een duurzame wijze de kiezers van het FN bij zich houden. Ofwel worden ze mainstream rechtse kiezers, ofwel heeft hij er niets aan, want zijn eigen mensen verlaten hem.

b. "L'écologie, ça commence à bien faire"

Ter illustratie van de incoherente politiek op andere thema's: Sarkozy heeft bij het begin van zijn mandaat ingezet op ecologische maatregelen, surfend op de groene golf rond presentator Nicolas Hulot. Probleem: de landbouwers, die traditioneel rechts stemmen, bevinden zich in zware crisis. Hoewel Sarkozy (zoals elke Franse president) met hand en tand vecht om de Europese subsidies te behouden, krijgt hij het rurale ongenoegen te verwerken. Oorzaak: de "taxe carbone", of een extra belasting op benzine, die de regering om groene redenen wil invoeren. Wie op het platteland woont, gebruikt meer de auto. Gevolg: zal zwaarder belast worden dan iemand in de stad. Gevolg: platteland wordt nog onaantrekkelijk. Gevolg: het traditionele rechtse electoraat kiest liever voor het FN uit protest, of blijft thuis.

Sarkozy heeft dus twee bedreigingen:

- een FN in uitstekende vorm (22% in het Noorden, bijna 24% in de Provence, 17% gemiddeld in alle regio's waar het in de tweede ronde zat - het zijn bijna Vlaamse toestanden)

- ongeloofwaardigheid door te veel korte-termijndenken en een weinig presidentiële stijl, wat kiezers demotiveert

2) Linkse eenheid ?

54% bij de regionale verkiezingen, het zal velen doen dromen van een hogere roeping. Daar ligt meteen de bedreiging: zegedronken kunnen de socialisten de lessen van 2007 vergeten. In 2004 gebeurde bij de regionale verkiezingen ongeveer hetzelfde als nu. Rechts klapte in elkaar, links nam bijna alle regio's. Na ook een succes bij de Europese verkiezingen, ging iedereen ervan uit dat een linkse kandidaat het zou halen van Sarkozy. Ségolène Royal nam echter onverwacht de nominatie zonder steun van de partijtop. Hun oordeel over Royal als onbekwaam of gewoon gek lijkt misschien niet zonder grond, maar zo was ze ten dode opgeschreven. De linkse kandidaat in 2012 moet geloofwaardig én gesteund zijn.

- Gezien de verdeeldheid die ze creëert, zou het best Royal niet zijn. Helaas is ze met meer dan 60% herverkozen in Poitou-Charentes. De kans is dus groot dat ze desnoods zonder de PS kandideert in 2007. Wat op een ramp kan uitdraaien.

- Martine Aubry maakt een steeds soliedere indruk, na een eerste jaar van mediastilte. Ze heeft het voordeel de regels voor de interne selectie te controleren, en op lange termijn te werken. Bovendien lijken haar relaties met de groenen behoorlijk.

- Dominique Strauss-Kahn, die het IMF leidt (dankzij Sarko), is een steunpilaar van Aubry's verkiezing. Tussen Aubry, "DSK" en Laurent Fabius (voormalig eerste minister van Mitterrand) bestaat een pact. De best geplaatste kandidaat in de peilingen zal deelnemen aan de voorverkiezingen. Om te vermijden dat Royal wint. In 2007 kwamen Fabius en DSK apart op, met een beschamend resultaat tot gevolg; Fabius vroeg zich af wie er op de kinderen zou letten, als Royal verkozen zou raken. DSK is momenteel de peiling-populairste. Hij ergert zich aan het succes van Aubry, die heel goed voor eigen rekening kan rijden. Aubry kan de voorverkiezingen vroeg in 2011 leggen. Dan moet DSK kiezen: ontslag nemen bij het IMF en kandideren (met het risico dat hij verliest), of bij het IMF blijven en haar de vrije baan laten.

Er zijn daarnaast nog een reeks kleinere figuren, die hun eigen "kandidatuur voor de kandidatuur" hebben aangekondigd, maar de grootste brokkenmakers zouden toch Aubry, Royal en DSK moeten zijn. Alle drie staan voor een centrum-linkse PS, die voldoende modern overkomt om de middenklasse te overhalen. Inhoudelijk zijn er dus geen meningsverschillen. De PS komt coherenter over dan rechts

Maar de les van 2002 en 2007 geldt ook in 2012. Presidentsverkiezingen zijn ultra-gepersonaliseerd. En dus in het nadeel van links. Regionale verkiezingen zijn een optelsom van resultaten in baronieën. De (te sterke ?) interne democratie bij de PS loopt altijd uit op de vorming van machtsblokken, naargelang men tot de "vrienden" van de ene of de andere kandidaat behoort. "Open primaries" (zoals bij de Democraten in de VS) kunnen dat verhelpen, maar dan moeten de groenen absoluut deelnemen. Zoniet is de kandidaat weer gedecredibiliseerd.

Als de PS ernstig wil genomen worden, moet ze de verkiezingen ook ernstig nemen.

3) De dood van Bayrou, een kans voor Villepin ?
Bayrou, die in 2007 nog 17% van de stemmen haalde, is gekrompen tot onder de 5%. Het valt niet te lezen uit de naakte officiële uitslag, maar er ligt misschien een latente goudmijn in het centrum. 1 Fransman op 2 is niet gaan stemmen. Een kandidaat die zich "ni de gauche, ni de droite" opstelt en persoonlijk aanspreekt, kan verrassen. Hou Dominique de Villepin in de gaten.

donderdag, maart 18, 2010

"Het Arbitragehof heeft de artikelen rond BHV niet vernietigd"


De lezer van deze blog vergeeft me hopelijk dat ik nog eens terugkeer op het dossier Brussel-Halle-Vilvoorde.

1. Het recente arrest Grosaru van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (2 maart 2010) is becommentarieerd in de pers aan beide kanten van de taalgrens. Naargelang het standpunt van de krant besloot men al dan niet tot de onmogelijkheid om federale verkiezingen te organiseren mocht BHV niet gesplitst zijn in 2011. Deze discussie lijkt beslecht te zijn. Het Hof veroordeelt wel de afwezigheid van een rechterlijke controle op de verkiezingsverrichtingen in Roemenië, maar voegt daar in een eerdere overweging (die voor de conclusie staat, waar journalisten natuurlijk direct beginnen lezen) aan toe dat dit niet geldt voor landen met een stevige democratische traditie.

26. Malgré la diversité de l'organisation et des caractéristiques de l'administration électorale compétente en matière de résultats et de répartition des sièges (commissions électorales indépendantes, structures gouvernementales, bureaux électoraux temporaires, tribunaux), il ressort des éléments dont la Cour dispose sur la législation de bon nombre d'États membres du Conseil de l'Europe qu'il existe une certaine convergence quant à l'existence d'un système de recours postélectoral. Dans certains États, il est possible d'exercer un tel recours devant un organe qualifié de cour ou de tribunal, qu'il s'agisse du juge ordinaire, d'une cour électorale spéciale, ou d'un tribunal constitutionnel. Si certains pays prévoient jusqu'à deux degrés de recours devant des organes juridictionnels, d'autres n'envisagent qu'un seul recours de ce type, en première instance. Les trois pays qui n'envisagent aucun recours juridictionnel en dehors de la validation des pouvoirs par la chambre législative sont des pays d'Europe occidentale (Belgique, Italie, Luxembourg). L'existence de cette tendance à la juridictionnalisation du contentieux postélectoral s'inscrit dans le droit fil des normes européennes préconisées par la Commission de Venise, qui souligne qu'un recours juridictionnel devrait exister dans tous les cas, les seuls recours devant la commission de validation du parlement ou devant une commission électorale n'offrant pas de garanties suffisantes.

28. Si cette pratique est largement répandue, trois pays (Belgique, Italie, Luxembourg) présentent la particularité de ne pas prévoir d'autre recours postélectoral que la validation par le Parlement, les décisions des bureaux électoraux étant considérées comme définitives. Cela étant, ces trois pays jouissent d'une longue tradition démocratique qui tend à dissiper les doutes éventuels quant à la légitimité d'une telle pratique. La Commission de Venise se montre toutefois réservée de manière générale quant à l'effectivité de ce type de recours, l'impartialité de tels organes paraissant sujette à caution (voir ci-dessus, paragraphe 22).

Met andere woorden, de opinie die onder andere Johan Vande Lanotte verdedigt, volgens dewelke het parlement eenvoudig "ex post" kan besluiten tot de validatie van zijn eigen verkiezingen, wordt bevestigd.

Persoonlijk vind ik dit een vrij kromme redenering. Een (materiële) democratische traditie is op zich een bijkomend, maar kan toch nooit een doorslaggevend element zijn om uit te maken of er voldoende controle bestaat op de grondwettelijke organisatie van de verkiezingen. Je zou met hetzelfde argument ook kunnen pleiten voor de herinvoering van de onschendbaarheid van de wet en het Grondwettelijk Hof kunnen afschaffen.

2. Een tweede steen wordt geworpen door Marc Verdussen, grondwetspecialist van de UCL. In een interview op lalibre.be zegt hij doodleuk dat het Arbitragehof (nu Grondwettelijk Hof) de artikelen met betrekking tot de inrichting van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde niét heeft vernietigd in zijn arrest 73/2003 van 26 mei 2003.

Aangezien ik zelf drie jaar geleden het arrest bekeken had voor een eindscriptie in de Rechten, vond ik dit toch wel een merkwaardige stelling. Verdussen beweert eigenlijk dat, aangezien het Hof de wijzigingswet van 13 december 2002 (die de regering-Verhofstadt heeft uitgedacht), gedeeltelijk uit het rechtsverkeer neemt, de oude wet gewoon blijft gelden voor die gedeelten, waar de nieuwe vernietigd is. Een gelijke toepassing van de verkiezingswetgeving over het hele grondgebied vindt hij blijkbaar niet belangrijk.

On pourra voter sans régler BHV

Francis Van de Woestyne

Mis en ligne le 18/03/2010
C’est la thèse de Marc Verdussen, prof de droit constitutionnel à l’UCL.
Entretien

Un arrêt de la Cour européenne des droits de l’homme rendu à la demande de Mircea Grosaru, un citoyen roumain élu mais qui n’avait pu siéger dans son pays, stipule que toutes les élections doivent être contrôlées par un organe juridiquement impartial et indépendant.

Or la Belgique ne dispose pas d’un tel organe. Notre pays devra-t-il se conformer à cet arrêt? Et cet arrêt impose-t-il une solution sur BHV avant le scrutin législatif de 2011? Voici l’analyse de Marc Verdussen, professeur de droit constitutionnel à l’UCL.

La Belgique doit-elle se doter d’un tel organe?

Que dit la Cour européenne? Que les contestations des élections législatives doivent être traitées par un organe indépendant et impartial. Chez nous, l’article 48 de la Constitution prévoit, depuis 1831, une procédure de vérification des pouvoirs par laquelle ce sont la Chambre et le Sénat qui tranchent les contestations. Les assemblées sont donc un peu juge et partie. C’est la raison pour laquelle cette procédure est contestée depuis longtemps. Dans le cadre de la commission de renouveau, nous avions, Hugues Dumont, Jean-Claude Scholsem et moi-même, plaidé pour une autre solution qui soit plus juridictionnelle. En matière d’élections communales, les contestations sont toujours portées devant la députation provinciale, un organe politique mais qui, en l’occurrence, fait office de juridiction administrative. In fine, c’est le Conseil d’Etat qui tranche.

Quelle sera l’influence de cet arrêt?

Je ne vois pas en quoi cet arrêt changerait quoi que ce soit pour une raison simple: l’article 48 de la Constitution n’est pas ouvert à révision. Pour les prochaines élections législatives, on ne peut donc rien changer, juridiquement.

Pourra-t-on organiser les élections législatives sans régler le problème BHV?

Oui, bien sûr. Car la Cour constitutionnelle n’a pas annulé les dispositions du code électoral. Les dispositions relatives à BHV font toujours partie du code électoral. La Cour aurait pu annuler et reporter l’annulation d’un, deux ou trois ans, laissant au législateur le temps de trouver une solution. Et à l’issue de ce terme, sans solution, l’annulation aurait été effective. Mais la Cour de l’a pas fait.

Dat lijkt me een totaal onlogische interpretatie. Het Hof vraagt in het arrest immers om de electorale organisatie in de oude provincie Brabant (provincies Waals- en Vlaams-Brabant, + Brussels Hoofdstedelijk gebied, dat onttrokken is aan de indeling in provincies) in lijn te brengen met het systeem van provinciale kieskringen. De organisatie behouden, zoals die in 1919 is ontworpen (Leuven, BHV en Nijvel, die apparenteren om de kleine kieskringen Nijvel en Leuven minder disproportioneel te maken), lijkt me moeilijk verenigbaar met het grondwettelijke gelijkheidsbeginsel. Alsof er voldoende redenen zouden zijn om de oude provincie Brabant te houden zoals het vroeger was, en de rest van het land op de hervorming van 2002 te laten draaien ! Het hof laat de politiek een "margin of appreciation" om een compromis uit te werken (cf. B.9.6. De maatregel gaat weliswaar uit van de bekommernis, die reeds in het arrest nr. 90/94 werd vastgesteld, om te zoeken naar een onontbeerlijk evenwicht tussen de belangen van de verschillende gemeenschappen en gewesten binnen de Belgische Staat. De gegevens van dat evenwicht zijn niet onveranderlijk. Het Hof zou evenwel in de plaats van de wetgever oordelen, indien het zou beslissen dat onmiddellijk een einde zou moeten worden gemaakt aan een situatie die tot op heden de goedkeuring van de wetgever had, terwijl het Hof niet alle problemen kan beheersen waaraan de wetgever het hoofd moet bieden om de communautaire vrede te handhaven.")

Le président de la Cour constitutionnelle a pourtant dit que le statu quo n’était pas possible et qu’il fallait changer le système, anticonstitutionnel à ses yeux…

Cela a choqué beaucoup de monde: un président de Cour n’a pas à interpréter les arrêts. Mais la Cour a utilisé un procédé qui n’était pas prévu dans la loi. La Cour a dit: il y a un problème, le législateur doit trouver une solution. Mais elle n’a pas annulé les dispositions électorales. Aucun constitutionnaliste sérieux ne peut démontrer que les dispositions sont annulées. Cela dit, il ne faut pas, en effet, tomber dans l’angélisme. Car si le dossier revient à la Cour constitutionnelle, il se pourrait que la Cour dise: cela suffit, je vous ai laissé le temps de trouver une solution. Alors j’annule. Mais il faut pour cela que le dossier revienne à la Cour.

Het hof zegt het volgende in het beschikkend gedeelte:
1. vernietigt :
- de artikelen 3, 4, 5, 6, 9, 10 en 11 van de wet van 13 december 2002 « tot wijziging van het Kieswetboek evenals zijn bijlage »;
- artikel 6 van de wet van 13 december 2002 houdende verschillende wijzigingen van de kieswetgeving, in zoverre het artikel 118, laatste lid, van het Kieswetboek invoegt;
- de artikelen 10, 2°, en 12, 2°, van dezelfde wet;
- artikel 16 van dezelfde wet, in zoverre het voor de verkiezingen van de Kamer van
volksvertegenwoordigers van toepassing is op de kieskringen Brussel-Halle-Vilvoorde,
Leuven en Nijvel;
- artikel 25 van dezelfde wet, in zoverre het betrekking heeft op het bijzonder model van stembiljet voor de verkiezingen van de Kamer van volksvertegenwoordigers in de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde;
- de artikelen 28, 29 en 30 van dezelfde wet;
[...]
3. handhaaft, wat de verkiezingen van 18 mei 2003 betreft, de gevolgen van artikel 6 van de wet van 13 december 2002 houdende verschillende wijzigingen van de kieswetgeving

Duidelijk, toch ?

Qui peut l’y envoyer?

Le seul moyen pour que le dossier revienne à la Cour serait qu’un juge soit saisi d’une contestation et soit obligé de poser une question préjudicielle à la Cour. La question est de savoir si la Chambre, lorsqu’elle vérifie les pouvoirs de ses membres, fait office de juge. La question est controversée. Moi, je suis enclin à dire "oui". Mais la Chambre des représentants a déjà refusé, elle-même, de poser une question préjudicielle à la Cour constitutionnelle, laissant entendre qu’elle n’est pas une juridiction. Il s’agissait d’une contestation sur le vote automatisé.

De toute façon, cela ne peut pas se produire avant les élections?

Non. Il n’y a que la Cour constitutionnelle qui peut déclarer que l’arrondissement BHV actuel est contraire à la Constitution. La seule autorité qui peut contrôler une loi par rapport à la Constitution, c’est la Cour constitutionnelle. Donc il faut que le dossier lui revienne. Et la procédure de vérification des pouvoirs ne peut être modifiée avant les prochaines élections. Donc la Cour ne pourra être ressaisie du dossier qu’après, lorsqu’on aura créé une nouvelle juridiction, chargée d’examiner les contestations qui, elle, posera une question préjudicielle à la Cour.

Dit lijkt me helemaal Kafka. Wat belet een gewone rechtbank om een prejudiciële vraag te stellen aan het Grondwettelijk Hof ?

3. Als je een keuze moet maken tussen de twee opinies (Vande Lanotte: parlement valideert zelf <=> Verdussen: aparte rechtbank nodig inzake betwistingen, GWHof heeft eigenlijk niet vernietigd), zou ik toch voor die van Vande Lanotte gaan (hoewel die ook betwistbaar is; ik denk dat BHV daadwerkelijk moet worden "opgelost" voor er wettige verkiezingen kunnen zijn; parlementaire validatie is een "lapmiddel").
Verdussen leest blijkbaar enkel wat hem aanstaat.

De facto zal dat valideren waarschijnlijk wel niet gebeuren zonder heronderhandeling van het dossier (anders schieten de Vlaamse partijen zichzelf in de voet)...

4. Je kan ook opteren voor een vierde standpunt: terugkeren naar het oude systeem met kleine kieskringen en apparentering. Minder transparant voor de kiezer, maar wel hetzelfde over het hele land. Waardoor BHV toch nog zou kunnen blijven.

dinsdag, maart 16, 2010

Paris, Capitale contrastée (Le Monde)


Il y a quelques semaines, j'écrivis un billet sur ce blog (en néerlandais) concernant les élections régionales françaises. Vu la division de la droite avec l'affaire-Villepin, les chances pour la gauche se sont considérablement accrues pour 2012. Je pointais -entre autres- la volatilité de l'électorat en regardant les résultats pour Paris. Triomphe de Sarkozy en 2007, victoire à 60% des listes Delanoë en 2008, triomphe écologiste en 2009.

Je m'imaginais que des figures comme Delanoë, Cohn-Bendit et Sarkozy jouent en fait sur le même public: les bobos, les "gagnants" de la globalisation, sans lequel il n'est plus possible pour un parti de centre-droite ou centre-gauche de remporter une élection. Automatiquement, ce genre d'opération peut provoquer une petite fissure avec la base traditionnelle du parti, qui raisonne en fonction des clivages antérieurs (cf. l'affaire Mitterrand, la grogne contre l'ouverture à gauche au sein de l'UMP; les frictions entre socialistes traditionnels et écologistes/modemistes au PS).

Si on regarde l'infographie sur Paris que reproduit Le Monde sur son site aujourd'hui, on constate cependant quelques continuités, qui semblent la copie des implantations traditionnelles: l'UMP (même celui de la bien boiteuse Ministre Pécresse) fait 60% dans le seizième (concentration de riches), le VIIIe (Élysée) et le VIIe (Rachida Dati).

Le PS du quand-même-pas-trop-dynamique Jean-Paul Huchon tient les quartiers plus "pauvres" (même si c'est relatif à l'intérieur du périphérique) du XVIII/XIX/XXe. D'autre part, le XI (Bastille)/III (Marais), le XIIIe (Place d'Italie) et le XIVe. Le Front de Gauche (Communistes/Parti de Gauche) fait 10,55% dans le XXe, les verts sont forts dans à peu près les mêmes zones que le PS.

Bertrand Delanoë parle d'un possible score "historique" de la Gauche à Paris (PS + Verts + FDG = déjà 52% au premier tour). Et il me semble, que l'on voie très bien les deux couches de ce résultat: les ancrages dans les bastions + la couche supplémentaire d'électeurs flottants.

maandag, maart 15, 2010

Rencontres d'histoire du droit de la Fondation Biermans-Lapôtre


Les rencontres d’histoire du droit ont vu le jour en 2008-2009 dans le cadre de la mission scientifique de la Fondation Biermans-Lapôtre (Maison des étudiants belges et luxembourgeois) à la Cité Internationale Universitaire de Paris, lieu d’échanges pour chercheurs et étudiants. Quatre résidents y ont créé un événement pour l’histoire du droit, interdisciplinaire et internationale par nature. Les rencontres connaîtront une deuxième édition, le mercredi 12 mai 2010, dédiée aux échanges entre la France et les Pays-Bas, du moyen âge à l’époque contemporaine.

Intervenants : M. le professeur Jean-Marie CAUCHIES (UCL-FUSL/Académie Royale de Belgique), Mme. le professeur Catherine LECOMTE (Université de Versailles/St-Quentin), M. le professeur Rik OPSOMMER (Université de Gand/Archives de la ville d’Ypres), M. le professeur Laurent WAELKENS (KUL), M. le professeur Nicolas WAREMBOURG (Université Lille 2), Dr. Bart COPPEIN (KUL), Dr. Thierry MENEAU (Université de Versailles/St-Quentin), M. Frederik DHONDT (FWO/Université de Gand), M. Florian MARIAGE (Archives de l’État à Tournai).

Comité organisateur
: Mlle. Charlotte BRAILLON (FNRS/ULg) – M. Wim DECOCK (FWO/KUL) – M. Emmanuel FALZONE (FNRS/FUSL) – M. Frederik DHONDT (FWO/Université de Gand).

Informations pratiques :
Fondation Biermans-Lapôtre
9A Boulevard Jourdan - 75014 Paris 14
RER B (Cité Universitaire) – www.ciup.fr

Accueil 9:30. Première intervention 10:00. Accès libre dans la limite des places disponibles.

Fichier PDF.